Gedichtendag 2021

Gedichtendag was eigenlijk gisteren, maar bon, toen had ik het over mijn nieuwe bril en had ik er even niet bij stilgestaan.

Ik moest eigenlijk ook wel even nadenken: mijn favoriete gedichten zijn de vorige jaren al aan bod  gekomen, en het is niet alsof ik veel poëzie lees, als ik eerlijk ben.

Ik heb dan maar voor een absolute klassieker gekozen, eentje dat iedereen zou moeten kennen: Sonnet 18 van de bard, William Shakespeare.

Shall I compare thee to a summer’s day?
Thou art more lovely and more temperate:
Rough winds do shake the darling buds of May,

And summer’s lease hath all too short a date;

Sometime too hot the eye of heaven shines,
And often is his gold complexion dimm’d;
And every fair from fair sometime declines,

By chance or nature’s changing course untrimm’d;

But thy eternal summer shall not fade,
Nor lose possession of that fair thou ow’st;
Nor shall death brag thou wander’st in his shade,

When in eternal lines to time thou grow’st:

   So long as men can breathe or eyes can see,
   So long lives this, and this gives life to thee.

 

 

De gedichten van vorige jaren:

2020: Hugo Claus met Achter deze gevel
2019: Hans Lodeizen met Kus me.

2016: onze trouwhaiku
2015: Rainer Maria Rilke Herbsttag
2014: Horatius met zijn Leuconoë, het gedicht waarin carpe diem ook echt geschreven staat
2013: Jan Engelman met Vera Janacopoulos
2012:  Horatius over de Soracte, mijn sneeuwgedicht
2011: een anoniem Oud-Grieks gedicht,
2010: Cees Buddingh met zijn Blauwbilgorgel
2009: Paul van Ostaijens Melopee
2008: Hans Andreus met Voor een dag van morgen
2007: Catullus met Odi et Amo
2006: Catullus met mijn allerfavorietste gedicht, en ook zijn carmen 5 Vivamus

Gedichtendag 2020

Verdomd! Ik had voor gedichtendag vandaag al iets op mijn facebook gezet, met het idee dat ook hier te posten. Dat bleek Herbstdag van Rainer Maria Rilke te zijn, en laat ik dat nu al in 2015 hier gepost hebben, zeg! Ik vind het dan ook een prachtig ingetogen gedicht, maar ik wist dus niet dat ik het hier al gezet had.

Tsja…

Gelukkig had ik ook nog een ander gepost, eentje van Hugo Claus, omdat ik vandaag ook in de Labath zat, het koffiehuis in Gent tegenover de Hotsy Totsy, de club waar Claus graag kwam en waarover hij ook een gedicht heeft geschreven. Dat gedicht hangt nu in het groot aan de zijgevel, en telkens weer lees ik het even.

Achter deze gevel hier
heerste gisteren nog Heracles,
de beschermer van de bron
van de heilige dranken.

Bij menige dageraad
heeft hij bij het bijtanken
het leed van zijn vrienden gelenigd.

Hij hield van het woord: Kameraad…
van boksen, genever, roulette
en het raadselachtig spel van de liefde.

Nu is het glas geledigd.
Nu zijn de kaarten geschud.
Amen en uit is het boek.
Toch wankelt de goedlachse reus
nog bij de voordeur
en blijft hij naar ons wuiven
in de mist van gisteren nog
hier om de hoek.

 

De gedichten van vorige jaren:

2019: Hans Lodeizen met Kus me.

2016: onze trouwhaiku
2015: Rainer Maria Rilke Herbsttag
2014: Horatius met zijn Leuconoë, het gedicht waarin carpe diem ook echt geschreven staat
2013: Jan Engelman met Vera Janacopoulos
2012:  Horatius over de Soracte, mijn sneeuwgedicht
2011: een anoniem Oud-Grieks gedicht,
2010: Cees Buddingh met zijn Blauwbilgorgel
2009: Paul van Ostaijens Melopee
2008: Hans Andreus met Voor een dag van morgen
2007: Catullus met Odi et Amo
2006: Catullus met mijn allerfavorietste gedicht, en ook zijn carmen 5 Vivamus

Gedichtendag 2019

Het is intussen een traditie om hier op gedichtendag ook een gedicht te posten, al ben ik dat blijkbaar vorig jaar vergeten.

Vandaag dacht ik er maar aan omdat Wolf een opdracht had rond poëzie, en hij dacht dat hij naar de bibliotheek ging moeten om een bloemlezing. Ik heb hem dan maar wat pletsen rond zijn oren gegeven met een van de dichtbundels en bloemlezingen hier in huis. Cultuurbarbaar!

Ik herinnerde me wel niet meer dat ik de bloemlezing “Ik heb de liefde lief” van Willem Wilminck aan Bart cadeau had gedaan in 1994, blijkbaar toen we twee jaar samen waren. Maar ik grasduinde er even in, en ik haalde er hetzelfde gedicht uit als wat mijn zoon er uit haalde.

Eentje van Hans Lodeizen.

o kus mij, o omarm mij
ik heb lang in de regen gestaan
ik heb lang op de bus gewacht
ik heb geen taxi kunnen krijgen
ik heb lang wakker gelegen
ik heb ontzettend gedroomd
ik heb niets gegeten
ik heb gestolen

o kus mij, o omarm mij
ik ben de witte slanke jongen
ik ben degene die droomde
ik ben de schim in de regen
ik ben de danser, de dirigent
ik ben de man bij het avondrood
ik ben het lichaam
ik ben de enige.

De gedichten van vorige jaren:

2016: onze trouwhaiku
2015: Rainer Maria Rilke Herbsttag
2014: Horatius met zijn Leuconoë, het gedicht waarin carpe diem ook echt geschreven staat
2013: Jan Engelman met Vera Janacopoulos
2012:  Horatius over de Soracte, mijn sneeuwgedicht
2011: een anoniem Oud-Grieks gedicht,
2010: Cees Buddingh met zijn Blauwbilgorgel
2009: Paul van Ostaijens Melopee
2008: Hans Andreus met Voor een dag van morgen
2007: Catullus met Odi et Amo
2006: Catullus met mijn allerfavorietste gedicht, en ook zijn carmen 5 Vivamus

Gedichtendag

Voor gedichtendag iets heel eenvoudigs vandaag: een haiku, die wij twintig jaar geleden op onze trouwuitnodigingen schreven, en die intussen ook op de muur geschilderd staat in het toilet naast onze kamer. Gewoon, eenvoudigweg mooi.

Als er aan ’t leven
een kantlijn is, dan schrijven
wij daar verzen in.

 

 

Gedichtendag 2015

gedichtendag2015

Omdat Duits zo’n schromelijk onderschatte taal is, krijgt u dit jaar iets van Rainer Maria Rilke. Lees het voor uzelf voor, en geniet van de klanken. Serieus, Duits is niet altijd blaffend. En het doet me ook sterk denken aan wat ik een aantal jaar geleden postte van Horatius.

 

Herbsttag

Herr, es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren laß die Winde los.

Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.

(1902, uit: Das Buch der Bilder)

Gedichtendag 2014

Poezieweek_poster_HR

Al voor de negende keer wil ik hier een gedicht posten. Het is niet voor niets gedichtendag. En ik ben ook niet voor niets een leerkracht Latijn, en dus dacht ik: laat ik mijn publiek maar even iets bijleren :-p Want iedereen kent wel de uitdrukking carpe diem, maar in welk gedicht stond die pluk de dag ook alweer? Een speekmedaalde voor wie nog wist dat dat bij Horatius was, en een kus van de juf en een bank vooruit als je zelfs wist dat het in carmen I 11, het gedichtje van Leuconoë was.

Tu ne quaesieris – scire nefas – quem mihi, quem tibi
finem di dederint, Leuconoe, nec Babylonios
temptaris numeros. Ut melius quidquid erit pati,
seu pluris hiemes seu tribuit Iuppiter ultimam,
quae nunc oppositis debilitat pumicibus mare
Tyrrhenum: sapias, vina liques, et spatio brevi
spem longam reseces. dum loquimur, fugerit invida
aetas: carpe diem, quam minimum credula postero.

Voor de meesten is er niet veel aan zonder vertaling, en dus vertaal ik het even voor u.

Leuconoë, probeer niet uit te vissen – de goden staan toch niet toe dat je het te weten komt –
welk einde zij voor mij, of welk einde zij voor jou in petto hebben,
en waag je kans niet bij de Babylonische numerologen.
Hoeveel beter is het niet gewoon te aanvaarden wat er nog zal komen?Of Jupiter je nu nog meerdere winters verleent, of dat dit de laatste is,
die nu de kracht van de golven laat botsen op de puimsteenrotsen in de Tyrrheense zee:
gebruik je verstand, filter de wijn, en stel je hoop niet op een lang leven, want de tijd is kort.
Terwijl we spreken, is de jaloerse tijd ons al ontvlucht.
Pluk de dag, en vertrouw zo min mogelijk op wat de toekomst brengen zal.

Gedichtendag 2013

Het wordt zo langzamerhand een traditie om hier op gedichtendag ook een gedicht te posten.

Vorig jaar was het Horatius, twee jaar geleden een anoniem Oud-Grieks gedicht, het jaar daarvoor Cees Buddingh, vier jaar geleden Paul van Ostaijen, in 2008 Hans Andreus, zes jaar terug Catullus, en de eerste keer eigenlijk diezelfde Catullus met mijn allerfavorietste gedicht.

Nu stond ik in dubio. Er zijn zoveel prachtige gedichten, dat ik door de bomen het bos niet meer zag. En daarom heb ik, op aangeven van mijn allerliefste, gekozen voor een gedicht van Jan Engelman, die het in 1932 schreef na het zien van het optreden van een Braziliaanse zangeres. Het is een prachtig staaltje van poésie pure. De titel was ik vergeten, maar het gedicht kende ik wel nog.

Vera Janacopoulos

cantilene

Ambrosia, wat vloeit mij aan?
uw schedelveld is koeler maan
en alle appels blozen

de klankgazelle die ik vond
hoe zoete zoele kindermond
van zeeschuim en van rozen

o muze in het morgenlicht
o minnares en slank gedicht
er is een god verscholen

violen vlagen op het mos
elysium, de vlinders los
en duizendjarig dolen

Gedichtendag

20120125_gedichtendag_sm

Op de valreep op deze gedichtendag nog een gedicht, dat had u van me nog tegoed.

Ik vrees dat ik weer naar mijn Latijnse klassiekers grijp, en meer bepaald naar Horatius. Hij was een van de grote voorvechters van het ‘carpe diem’ principe, en dat is in dit gedicht meer dan duidelijk. Maar vooral is het een wintergedicht, dat ik op school vaak lees met de leerlingen als het buiten plots sneeuwt, want dan is er toch geen houden meer aan.

Vides ut alta stet nive candidum
Soracte, nec iam sustineant onus
silvae laborantes geluque
flumina constiterint acuto,

Dissolve frigus ligna super foco
large reponens, atque benignius
deprome quadrimum Sabina,
O Thaliarche, merum diota,

Permitte divis cetera; qui simul
stravere ventos aequore fervido
deproeliantes, nec cupressi
nec veteres agitantur orni.

Quid sit futurum cras fuge quaerere et
quem fors dierum cumque dabit, lucro
appone, nec dulces amores
sperne puer neque tu choreas,

donec virenti canities abest
morosa. Nunc et Campus et areae
lenesque sub noctem sussuri
composita repetantur hora,

nunc et latentis proditor intimo
gratus puellae risus ab angulo
pignusque dereptum lacertis
aut digito male pertinaci.

Je krijgt een schitterende, vrije vertaling van Paul Claes:

Zie hoe wit de kruin van de Soracte ligt
in de sneeuw, hoe kreunend onder dat gewicht
de bossen kraken en hoe stromen
door de bitse vorst tot stilstand komen.

Jaag de koude weg door op het vuur nog meer
blokken hout te leggen en laat als een heer,
Thaliarchus, die amfoor verschijnen
met vierjarige wijn van de Sabijnen.

Laat de goden voor de rest begaan: wanneer
zij de winden op het woelige water neer
doen liggen, roeren de cipressen
zich niet langer met de oude essen.

Tracht niet uit te zoeken wat de toekomst brengt,
teken alle dagen die het lot je schenkt
als winst op en versmaad het vrijen
niet, nu jij nog jong bent, en de reien

niet, zolang je groene jeugd het grijze haar
blijft bespaard. Komaan, nu naar het Marsveld, naar
de pleinen en het zacht gefluister
bij een afspraak in het vallend duister,

naar je meisje nu, wier lief gelach verraadt,
in welk hoekje zij tersluiks te wachten staat,
en naar het pand, dat haar bedwinger
wel gegund wordt door een arm of vinger.