Lectuur: Le Fantôme du Vicaire (Le Bureau des affaires occultes #2 ) van Éric Fouassier

Na deel 1 had ik gezegd dat ik zeker ook verder wilde lezen, maar dan wel eerst wat lichtere dingen, want dit leest niet zo vlot, maar wel zeer aangenaam.

Ik bedoel maar, dit is de korte inhoud die je zowat overal vindt:

Valentin Verne, inspecteur en charge du Bureau des Affaires Occultes, doit résoudre une nouvelle affaire : un médium aurait recours au spiritisme et à de mystérieux pouvoirs extralucides pour ramener à la vie de la fille de Ferdinand d’Orval, un noble très fortuné. Tables tournantes, étranges apparitions, incarnations inexplicables… Mystification ou réalité?

Des bas-fonds parisiens aux salons de la haute société, des espions de Vidocq aux troublants mystères du spiritisme, l’auteur nous entraîne dans un polar crépusculaire et addictif.

En ja, het boek zelf is dus ook zo. Inspecteur Verne krijgt een nieuwe zaak voorgeschoteld, eentje over een zeer dubieus medium die vooral geld aan het aftroggelen is van naïeve zielen. Wanneer daar ook doden bij vallen en er nog nieuwe slachtoffers dreigen, komt Verne tussen. Alleen… hij is zelf ook nog volop bezig met zijn eigen zaak, en dan meer bepaald het zoeken van zijn misbruiker, de Vicaris. Wanneer die op een bepaald moment de rollen omdraait en zelf berichten begint te sturen naar Valentin om hem in de val te lokken, kan die niet anders dan daarop ingaan. En dan gaat het mis natuurlijk…

Het blijft hetzelfde heerlijke Frans, in een heerlijk tijdskader: ik heb het nu eenmaal voor kostuumdrama’s. Het enige waar ik me aan ergerde, was het feit dat Fouassier zo blijft hameren op het onvermogen van Verne om een relatie aan te gaan. Ja, uiteraard speelt dat een rol, maar op den duur wordt het wat drammerig, we weten het ondertussen wel.

Er zijn momenteel overigens 5 boeken in de reeks: ik ga ze zeker verder lezen. Maar nu eerst nog wat fantasy en wat klassiekers en zo. En lichtere dingen.

Lectuur: Le Bureau des affaires occultes (Le Bureau des affaires occultes #1 ) van Éric Fouassier

In het kader van “Het mag al eens wat lastiger Frans zijn, toch?” ben ik in deze gedoken, geschreven in 2021 maar zich afspelend in Parijs in 1830.

Het verhaal draait rond Valentin Verne, een jonge, zeer knappe, charismatische maar zeer afstandelijke, kille en bij momenten ook zeer wrede inspecteur, die van de Zedenpolitie overgeplaatst is naar de Sureté om daar een bizarre reeks moorden op te lossen. Parijs is sowieso een kruitvat met brandende lont na de revolutie van 1830, en dit soort seriemoorden kan de situatie alleen maar verergeren. Tegelijk krijgen we het verhaal van een jong gastje, dat opgesloten wordt gehouden door een sinister persoon, de Vicaire, in een donkere vochtige kelder en daar regelmatig misbruikt wordt. Uiteraard zullen de twee verhalen samenkomen, maar hoe, wanneer en waarom?

Fouassier schrijft een prachtig, bijwijlen barok proza met heerlijke beschrijvingen en subtiele nuances. Dat maakt de lectuur natuurlijk niet makkelijk, maar gelukkig is er de woordenboekfunctie op de Kindle, die ervoor zorgt dat ik maar op een woord te tikken heb om er de uitleg – in het Frans, uiteraard – van te krijgen. Nee, dit is geen hedendaags gesproken Frans, zoals in Tout le bleu du ciel, dit is duidelijk literair Frans, maar dan wel om duimen en vingers bij af te likken. Mooi, goed geschreven, een intrigerend hoofdpersonage, een knappe plot waarvan je de subtiliteiten maar halfweg het boek ziet opdoemen, enfin, een policier van eenzame hoogte, vond ik.

Ja, ik ga zeker het vervolg lezen, maar eerst wellicht iets dat wat minder zwaar valt, want zowel de psychologie – je leest per slot van rekening over kindermisbruik en trauma en zo – als de schrijfstijl nopen niet meteen tot lichte lectuur.

Lectuur: “Tout le bleu du ciel” van Mélissa Da Costa

Dit boek was er eentje dat we, nogal overmoedig, hadden afgesproken met de leesclub. Overmoedig, want ja, 600+ bladzijden, en dat was te merken ook. Enkele collega’s hadden het boek wel gelezen maar konden helaas niet op de afspraak zijn. En van de leerlingen waren de meesten nog niet tot het einde geraakt, wat ik wel snap, ja.

Ik had het er hier al eerder over, bij de bespreking van de leesclub.

Ik heb hem in het Frans gelezen, ja, en ik was meermaals blij dat ik hem op de Kindle kon lezen, want daar heb je die fantastische woordenboekfunctie, die ik regelmatig nodig had. Het boek is namelijk in hedendaags, informeel Frans geschreven en die spreektaal, die heb ik eigenlijk niet altijd onder de knie. Dat nam niet weg dat ik hartstochtelijk genoten heb van het boek.

Het verhaal gaat over Emile, een jonge gast van 26 die de diagnose krijgt van jong-Alzheimer, waardoor hij weet dat hij langzaam zijn geheugen en dus ook zichzelf zal verliezen, en waarbij hij nog maximaal twee jaar te leven heeft voordat ook zijn lichaam het opgeeft. Hij weigert als proefkonijn in de steriele omgeving van een ziekenhuis te sterven, koopt een camper, zet een advertentie voor een reisgezel in de krant en ontvlucht zijn familie. Hij krijgt het gezelschap van de bijzonder zwijgzame Joanne, een jonge vrouw die duidelijk zelf de nodige trauma’s met zich meedraagt. In het begin loopt dat stroef en dat merk je ook aan het boek: het begin is traag en bij momenten moeilijk om verder te lezen.

In de loop van het verhaal komt er een verstandhouding tussen Emile en Joanne, krijg je via flashbacks zowel het verleden van Emile als Joanne te weten, en begin je beter en beter te begrijpen waarom ze zijn wie ze zijn en waarom ze soms vreemde reacties hebben. Wanneer Emile een aanval krijgt en in het ziekenhuis verzeilt, waarbij de autoriteiten niet anders kunnen dan zijn ouders waarschuwen, vluchten ze weg uit het ziekenhuis en besluit Joanne om met Emile te trouwen, zodat zij als zijn echtgenote alle verantwoordelijkheid over hem krijgt. Het wordt een formaliteit, maar met de nodige impact op hen beiden.

Zo kabbelt het verhaal verder en wordt Joanne steeds zelfzekerder, terwijl Emile wegzakt in zijn verleden.

Het einde – dat ik  u hier niet verklap wegens spoilers en al – had ik van ver zien aankomen, maar dat neemt niet weg dat ik alsnog tranen met tuiten heb gehuild, meermaals eigenlijk.

Ik weet niet wat Da Costa zelf heeft meegemaakt, maar ofwel heeft ze haar research rond jong-Alzheimer heel grondig aangepakt, ofwel heeft ze zelf iemand in haar onmiddellijke omgeving op die manier zien aftakelen. Chapeau voor de serene en toch onomwonden manier waarop ze het onderwerp aanpakt: ook al heb ik meermaals moeten huilen, dat kwam niet omdat ze het melodramatisch maakt, wel integendeel: ze pakt het wegdeemsteren van Emile op een zeer afstandelijke manier aan, en ik vermoed dat net dat bij mij extra emotie losweekte.

Een aanrader? Zeer zeker. Maar besef wel dat je aan een stevige klepper begint, 650 bladzijden in het Frans, rond de 800 in het Nederlands.

Lectuur: “Maigret tend un piège” van Georges Simenon

Kobe wist me te zeggen dat hij dit boek in vereenvoudigde versie moest lezen voor Frans. Als in: tegen de volgende dag. Maar hij vond het geen probleem: hij snapte volledig wat de plot was, de karaktertekeningen, dat soort dingen. Hij is echt wel goed in lezen, in tegenstelling tot zijn arme broer, van wie ik dus gewoon niet doorhad, toen hij zo worstelde met zijn Franse boeken, dat hij zware dyslexie had. Maar bon, ik besloot het dus alsnog te lezen, ook al zou het te laat zijn voor zijn examen, mocht hij problemen hebben. Het doet mijn Frans goed, zo’n Franstalig boek zo af en toe. En nee, ik lees het niet in de vereenvoudigde en ingekorte versie, nee dank u.

Deze nr. 48 in de reeks van Inspecteur Maigret voldoet aan alle vereisten: een grommelende inspecteur, zijn vrouw die geduldig zit te wachten thuis en geen vragen stelt, een plot die hopeloos vast lijkt te zitten, en dan de oplossing, eentje die je niet meteen verwacht. Allez ja, als je er al een reeks hebt gelezen, begin je wel een en ander te vermoeden.

In de faubourg rond Montmartre zijn in de afgelopen zes maanden al vijf jonge vrouwen vermoord, compleet willekeurig. De enige vaste elementen: de buurt en het geslacht. Oh, en de vrouwen zijn ook nooit echt mager. Maar verder geen vaste straat, geen vaste dag, geen vast uur, zelfs geen echte vaste methode. Maigret staat voor een raadsel, en de sfeer in de buurt en zelfs in heel Parijs wordt grimmig. En dan besluit hij een val op te zetten, zoals de titel al weergeeft…

Maar of die meteen het gewenste resultaat heeft? Of zijn er andere elementen die hij niet meteen opgemerkt heeft?

Simenon levert, zoals altijd, goed werk: gedegen, een goeie plot, een karaktertekening die niet té uitgebreid is maar toch ook weer niet oppervlakkig blijft… Kortom, een Maigret naar verwachting. Niet meer, maar ook niet minder.

Lectuur: “L’Élixir d’Oubli (Le Paris des Merveilles #2)” van Pierre Pevel

In het eerste boek van de reeks zette Pevel de krijtlijnen uit van dit verhaal en deze wereld, in dit tweede boek gaat hij op datzelfde elan verder, maar gaat hij tegelijk ook de back story verder aandikken.

Hij had al aangegeven dat magische wezens en magiërs vaak behoorlijk oud  kunnen worden, net door die magie. In dit verhaal krijgt Griffont te maken met een bijzonder gevaarlijke magiër, Giacomo Nero, die hij eigenlijk al veel eerder is tegengekomen. En dan krijg je eigenlijk de twee verhaallijnen die door elkaar lopen maar tegelijk elkaar perfect aanvullen: de problemen die Griffont nu – het is te zeggen, in 1900 – heeft, en de problemen die ontstaan zijn in 1800 met die specifieke magiër. Het is mooi hoe Pevel er in slaagt beide verhaallijnen spannend te houden en in elkaar te doen overlopen, terwijl daar dan ook nog een romantisch kantje aan toegevoegd wordt.

De humor blijft aanwezig, is soms tongue in cheek, en het blijft ook nog steeds een detectiveverhaal, zij het dan in een ongewone setting.

Ik ben fan, ja.

Lectuur: “Les Enchantements d’Ambremer (Le Paris des Merveilles #1)” van Pierre Pevel

De andere Franstalige fantasyreeks die Pascal voorstelde, was Le Paris des Merveilles van Pierre Pevel, en ik moet toegeven: deze beviel me enorm!

Het is veel meer een steampunk-sfeertje: we zitten in Parijs rond 1900, compleet met bolhoeden, enkellaarsjes, korsetten, zowel koetsen als de eerste automobielen, maar ook met een fantasiewereld, l’Outremonde. Onze wereld en de wereld van tovenaars, feeën, eenhoorns en andere fantasiewezens kruist normaal gezien onze wereld amper, maar in deze reeks liggen ze naast elkaar en kan je van de ene wereld naar de andere. De Eiffeltoren staat er wel, maar is gebouwd in een magisch blank hout en geeft ’s nachts licht. Ik zeg maar.

Het hoofdpersonage is Griffont, een magiër van een van de vier magische Cirkels, die samen met zijn geliefde Isabel een aantal moorden en bijhorende mysteries probeert op te lossen, aangevallen wordt door gargouilles, een machtige magiër en wel wat meer van dat.

De sfeer is misschien steampunk, maar tegelijk deed het me enorm denken aan Arsène Lupin, Sherlock Holmes en de betere detective: behoorlijk humoristisch, inventief, onvoorspelbaar en met een sneltreinvaart. Jammer dat het Frans behoorlijk moeilijk is, of dit was een keiharde aanrader voor onze laatstejaars.

Lectuur: “Les Croniques des Crépusculaires” van Mathieu Gaborit

Onlangs hadden we het bij de Cthulhu over lectuur, en meer bepaald dan fantasy. Ik vroeg of de heren iets degelijks kenden in het Frans, zoals de reeks ‘La Passe-Miroir’ die ik zo graag gelezen had.

Meteen kwam Pascal met twee dingen af, waaronder Les Croniques des Crépusculaires.

Ik moet zeggen: ik heb hier gemengde gevoelens over. De wereld is zeer origineel, maar de personages worden absoluut niet uitgediept, verre van. Ik geef even de samenvatting van Goodreads mee: “Il existe un endroit occulte, source de nombreuses légendes, que l’on nomme Souffre-jour.
Niché sous l’ombre éternelle d’un arbre gigantesque, c’est un collège où les maîtres d’armes et de magie enseignent les arcanes d’un pouvoir étrange. Plongé dans cet univers mystérieux, Agone, fils du défunt baron de Rochronde, se retrouve confronté aux forces les plus obscures. Tantôt élève, tantôt conspirateur, il tente de survivre au centre d’un écheveau d’intrigues qui convergent vers un dessein caché : qui sont ces mages de l’Éclipse qui hantent les abords du collège ? Qui est l’énigmatique Diurne, dissimulé au tréfonds de l’Arbre noir ? Agone doit se battre s’il ne veut pas sacrifier son idéal.
Ses cauchemars le rattrapent… Trouvera-t-il son salut dans le pouvoir de l’Accord, la musique de l’esprit ? Un avenir du royaume est entre ses mains, une poigne fermement accrochée à une rapière dotée d’une âme. Ainsi commencent Les Chroniques des Crépusculaires, la genèse d’un monde flamboyant, peuplé de créatures étranges, tiraillé par les conflits des nobles et des mages avides de puissance, et enchanté par l’inoubliable magie des Danseurs.

Je blijft als lezer met ongelofelijk veel vragen zitten, en met een pak losse eindjes. De plot is op zich wel logisch, maar er wordt veel en veel te weinig uitgelegd. Waar komen bepaalde personages vandaan? Waarom doen ze wat ze doen? Wat hebben ze tegen andere personages? En hoe werkt hun magie?

Enfin, de wereld zit dus echt goed in elkaar, maar wordt langs geen kanten voldoende uitgelegd. Ik denk dat je hier makkelijk drie keer zo veel had kunnen schrijven zonder het verhaal vervelend te maken. Een beetje een gemiste kans, vond ik.

Lectuur: “La Tempête des échos” (La Passe-Miroir #4) van Christelle Dabos

Eerlijk? Ik vond dit vierde en laatste deel van La Passe-Miroir een pak minder sterk dan de vorige. Misschien is het nieuwe er wat af? Feit is dat deel 4 zich op dezelfde arche afspeelt als de vorige, dus ook in Babel, zij het een ander deel. Ophélie laat zich vrijwillig opsluiten in een soortement gesticht omdat ze daar antwoorden kan vinden op de vraag waarom de wereld aan het vergaan is. Letterlijk, want de bestaande stukken wereld brokkelen af en telkens sneuvelen duizenden mensen.

Ophélie weet dat ze de kennis in handen heeft om die ondergang tegen te gaan – een held die de wereld moet redden, iemand? – maar kan die niet ontsluiten. Opnieuw moet ze een aantal fysieke en mentale beproevingen ondergaan, maar uiteindelijk slaagt ze er wel in haar antwoord te vinden. Maar het blijft maar de vraag, natuurlijk, of ze daar dan ook iets mee is…

Dabos wil in dit laatste deel eigenlijk te veel uitleggen, en dat stoort. Soms is die uitleg metafysisch en moet je het een keer of drie lezen voordat je er ook maar een iota van snapt, andere dingen zijn gewoon totaal irrelevant voor de rest van het verhaal. Sommige dingen zijn ook gewoon niet logisch, maar daar krijg je dan weer geen uitleg voor. De wereld zit nog steeds knap in elkaar, maar hier en daar is er toch een los eindje dat niet logisch ingewerkt geraakt. En vooral: het steampunkkantje, de fantastische werelden van Anima en de Pool komen gewoon niet meer aan bod. Jammer jammer jammer, want dat maakte het net interessant, samen met een aantal personages dat zonder meer aan de kant geschoven is.

Nog steeds goed, maar toch beduidend minder dan de voorgaande. Tsja. Het kan niet altijd 5 sterren zijn, toch?

Lectuur: “La Mémoire de Babel” (La Passe-Miroir #3) van Christelle Dabos

OPGELET: lichte spoilers!

Op het einde van het tweede boek was Ophélie verplicht teruggebracht naar Anima, haar eigen ‘planeet’ waar ze zich hopeloos verloren voelt, zonder doel, en ook zonder Thorn. Maar wanneer er zich een kans voordoet, ontsnapt ze en gaat ze richting Babel, een oosters aandoende arche waar ze vooral heel veel opzoekingswerk doet naar wat de wereld om zeep heeft geholpen en waar ze, wonder boven wonder, ook Thorn terugvindt. Maar uiteraard moet ze zich in honderdduizend bochten wringen, zit ze in een overgecontroleerde omgeving waarin Big Brother nooit ver weg is, en ziet ze gewoonweg af, zowel mentaal als fysiek. Zo hoort dat blijkbaar ook, in deze reeks.

Maar de spanning is regelmatig te snijden, de plot is ingewikkeld maar goed opgebouwd, de personages zijn nooit helemaal goed of helemaal slecht, en de steampunk sfeer is zelfs nog iets meer aanwezig op Babel dan in de vorige boeken. Ik blijf echt wel fan en ik ga door de boeken als een mes door de boter. Of zoals Wolf zegt: “Mama, je bent echt wel weer heel veel aan het lezen, he? Overdrijf je niet een beetje?”

Misschien wel. Maar deze boeken moeten dan maar zo leuk niet zijn.

 

 

Lectuur: “Les Disparus du Clairdelune” (La Passe-Miroir #2) van Christelle Dabos

Was ik door deel één gestoomd, dan was dat voor deel twee van deze Franstalige steampunk fantasyreeks niet anders.

Het verhaal loopt gewoon verder, waar het bij boek één geëindigd was op een cliffhanger. Ophélie bevindt zich nog steeds op Le Pôle bij haar verloofde, maar het is niet alsof ze een connectie kan maken met hem: zij wil hem niet en hij wil haar duidelijk ook niet. Maar er is intussen wel iets zeer vreemds aan de hand: er verdwijnen mensen in zeer onduidelijke omstandigheden.

Ophélie gaat, ondanks de bedreigingen die haar van alle kanten omgeven, op onderzoek uit en probeert alle illusies aan het hof van de Pool te doorprikken, wat haar niet bepaald in dank wordt afgenomen.

Dabos gaat verder op het ingeslagen elan en blijft het bij momenten ongemeen spannend maken. Ja, het blijft young adult en er komen een hoop emotionele problemen bij, maar eigenlijk is dat helemaal niet erg. De steam punk sfeer wordt nog sterker en de wereld krijgt nog meer vorm.

Ik blijf fan. Echt.