Fietsen!

Ik heb echt staan twijfelen vandaag of ik het wel zou durven: met de fiets naar school rijden. Excuseer, met de elektrische fiets naar school rijden, da’s een wereld van verschil. Zo ver is dat nu ook weer niet, amper vijf kilometer, en het weer was prachtig, maarre… ik had er totaal geen idee van of mijn rug dat wel zou uithouden, compleet met brug en al.

Een beetje onzeker ging ik de fiets op, maar dat ging wonderwel, en ook op de brug deed de elektrische motor al het werk, zodat ik wel de beweging, maar niet de inspanning had. Het enige lastige zijn de voortdurende schokken: dat fietspad tussen Wondelgem en Mariakerke ligt ongelofelijk slecht, allemaal gegoten betonvakken met enorme niveauverschillen, verzakte stukken, slecht gerepareerde stukken…
Gelukkig zit ik kaarsrecht op de fiets, en doet de rug op zich absoluut niet moeilijk over die houding.

Maar ik kan vooral met geen woorden beschrijven hoeveel deugd dat heeft gedaan, dat fietsen. Ik heb er intens van genoten, en het geeft me vooral het gevoel dat ik alweer een klein stukje verder ben gekomen. Go me, zeker?

Als paddenstoelen uit de grond

Ik vind het eigenlijk wel grappig hoe onze tuin een soort verzamelplaats is geworden. Kobe heeft nogal wat vriendjes in de buurt, en die komen steevast naar hier. Soms spelen ze binnen, maar zodra het goed weer is, zitten ze wel degelijk buiten. Ze weten ook dat ze het eigenlijk niet eens hoeven te vragen als ze op onze schommel willen, dat mag.

Vandaag dus was het plots zonnig, en toen het vier uur was, zat het hier ook plots vol. De twee kleinzonen van de overburen zaten hier, zoals wel vaker, maar hadden deze keer ook hun zusje bij.  Die zat te schateren van plezier met haar grote broer op de schommel. Baran van een paar huizen verderop zat hier ook – dat gebeurt een paar keer per week – en die kwam mee steppen en rollerbladen. Soms zijn er nog meer ook, maar da’s dan meestal afgesproken, heb ik de indruk.

Het leuke is dat die ook weer even ongemerkt verdwijnen als dat ze gekomen zijn. De afspraak met de ouders is ook dat ik hen gewoon buitengooi als het niet past, of ik er geen zin in heb.

Ondertussen was Wolf Merel aan het leren fietsen op haar nieuwe grote fiets. Eigenlijk kan ze het, het is allemaal een kwestie van zelfvertrouwen.

Maar vandaag gaf het me een lentegevoel, al dat gejoel in de tuin.

Fietsen!

Merel en fietsen, dat was tot hiertoe een probleem. Principieel heb ik geen enkel van ons kinderen leren fietsen: dat is een taak voor de papa. Ik heb er trouwens ook de fysiek niet voor, en zeker al niet de rug om zo gebogen te staan.

Vorig jaar had Wolf Merel een paar keer geholpen, maar nu kan hij dat natuurlijk niet. En om eerlijk te zijn, we vergeten het ook altijd… Maar bon, vandaag vroeg Merel het met een allerliefste glimlach aan Bart, en jawel, ze sloegen aan het oefenen. Een kwartier later kwam Merel binnenstuiven: “Mama, mama, ik kan fietsen!” Prompt werd het me gedemonstreerd: het is nog met wat hulp en vooral morele steun van Bart, maar ja, ze kan al een eindje zelfstandig fietsen!

En trots, trots!!

Allez, en nu nog oefenen dat we met de fiets naar school kunnen.

Pokémonhunt

Vandaag werd er in Gent een massaal pokémon Go!-event opgezet: maar liefst 42 pokéstops in het centrum gingen van 13 tot 18 uur permanent gelured worden, en wat voor Gentenaars zouden wij zijn als wij daar niet naar toe zouden gaan, hmm?

Het hele gezin ging dus gezwind de fiets op: Merel bij mij op de aanhangfiets, en Bart op mijn oud reserve-exemplaar, en via het Gaardenierspad reden we fluks tot aan de Hema. Al was dat laatste stukje eigenlijk al niet meer zo fluks: een massa volk op straat, de Gentse Feesten waardig. Man man man, wat was me dat zeg! Bart ging nog snel even in de Hema een nieuw fietsslot kopen, want er waren tal van sloten mee, helaas zonder sleutel. Goed bezig, Waelekes! En toen begonnen we, na een ijsje uiteraard, aan ons rondje. Veel interessants hebben we niet gevangen, maar de pokéballs werden aangevuld, en we hadden vooral een zeer fijn gezinsdagje.

We gingen nog even wat typische dingen halen in de Albert Heijn, daarna nog even in de Hema, en tegen zessen stonden we gezellig allemaal thuis. Zo op een twintig minuten fietsen van ’t stadscentrum wonen, dat heeft toch zijn voordelen.

Broederliefde

Het is eigenlijk onvoorstelbaar hoe Wolf voor zijn zusje zorgt. Of hoe hij eigenlijk in het algemeen buitensporig zorgzaam en verantwoordelijk is.

Zo komen ze zo goed als elke dag te voet naar huis na school. Ze worden door de juffen in een rij begeleid tot aan het begin van de woonwijk, en dan moeten ze geen enkele drukke straat meer over. Maar het valt op hoe Kobe altijd ergens ofwel een tiental meter voorop loopt, ofwel een eindje achterblijft. Merel loopt steevast aan de hand van Wolf, netjes langs de kant van de huizen, terwijl hij meestal ook nog in zijn vrije hand haar boekentasje draagt.

Intussen heeft Merel haar fietsje ontdekt. En dan bedoel ik niet de echte fiets met steunwieltjes, maar het evenwichtsfietsje zonder trappers dat ik vorig jaar heb gekocht om Kobe eindelijk te leren fietsen. Kobe kan intussen meer dan behoorlijk fietsen: het heeft wat overredingskracht gekost om hem weer aan het fietsen te zetten, maar zodra hij merkte dat de fiets die vorig jaar eigenlijk nog een ietsiepietsie te groot was, nu perfect past, zag hij het helemaal zitten. Enfin, het was goed weer vorige week, en dus gingen ze samen fietsen. Samen als in: ook Merel. Het was prachtig om zien: Kobe op zijn felgele fiets die vrolijk heen en weer crosste, Merel op het kleine groene wiebelfietsje op het voetpad, en Wolf die met een engelengeduld aan vier per uur naast haar op straat fietste op zijn grote blauwe fiets.

Ik geloof dat ze meer dan een half uur zijn weggebleven, en alle drie kwamen ze met glinsterende ogen en rode kaken terug. Ze hadden ook ergens in een boom geklommen, vertelde Merel, en Wolf had haar de hele tijd vastgehouden. Zalig, toch?

Fietsen!

Omdat Kobe nog steeds niet kon fietsen, was ik eind april een loopfietsje gaan halen: zo’n fietsje met een zadel maar zonder pedalen. Kobe kreeg de opdracht om te oefenen op dat ding tot hij serieus snelheid kon halen en lange einden kon doorrijden zonder met zijn voeten aan de grond te komen. Want de beweging van gewoon fietsen kent hij wel, maar hij had teveel schrik om te vallen, en vond dus zijn evenwicht niet.

Gisteren gebood ik Bart om te oefenen met Kobe op de gewone fiets, want dat loopfietsje had hij nu wel onder de knie. Na tien minuten kwamen ze terug binnen, met de droge boodschap: “Kobe kan fietsen.” Ik heb Kobe vastgegrabbeld en heb met hem een rondedansje uitgevoerd!

Maar vandaag was dat dus een ander paar mouwen. Want het is niet omdat hij de beweging van het fietsen kan, dat hij ook echt kan fietsen. En dan bedoel ik: netjes rechtdoor rijden, zich niet laten afleiden door een hond of een auto, stoppen op het einde van de straat, afslaan, rechts houden… Ik ben vandaag met hem gaan fietsen hier in de wijk. Het was heerlijk rustig: een verkiezingszondag rond een uur of zes ’s avonds, da’s blijkbaar ideaal. Maar geloof me: het heeft me een paar jaar van mijn  leven gekost, en was mijn haar niet geverfd, dan was het nu toch wel stevig grijs.

Want Kobe en focussen, dat is het duidelijk niet. “Oh mama, mooie bloemen!” en prompt zat hij de haag van die bloemen binnen. Zucht.

Ik denk dat er nog menig zondag zal gefietst worden, zo rond een uur of zes, vooraleer hij klaar is om naar school te fietsen met mij. En dat ik best nog een voorraadje haarverf insla.

Luie dagen

Dat het zo van die heerlijk luie dagen zijn, en wie geeft ons ongelijk?

Donderdag waren we te gast bij Gwen en Erik, zomaar: we wilden onze kinderen nog eens samen laten spelen, en dat deden ze, terwijl Gwen en ik heerlijk kletsten, en genoten van de zon. Ze sprongen op de trampoline, er werd een vuurtje gestookt, de meisjes stempelden, en er werd fruit met versgebakken taart gegeten.

Gwen01

Gwen02

Gwen03

Gwen04

Gwen05

En vandaag, vandaag ben ik met Wolf op zijn nieuwe fiets, en Kobe op de aanhangfiets (Merel was thuis bij papa, aan het slapen) naar een verjaardagsfeestje gereden, 3,5 kilometer verder. Heerlijk rustig, en door de warmte. En daarna was ook Wolf rustig op zijn eentje bezig, zodat ik ook even kon genieten, zomaar, buiten in de schaduw, in de hangmat. Zalig gewoon.

Maar het was wel warm.

warm

Luie dagen, voorwaar.

Mountainbike

Daarstraks had ik zin om nog te gaan fietsen. Het was een prachtige avond, de kinderen lagen al in bed, en Bart was thuis, dus ik kon gerust het huis uit. Alleen… ik heb het moeilijk om zonder doel te gaan fietsen. Zomaar een toertje, meh. Je kan natuurlijk zeggen dat de beweging op zich een doel is, maar dat is toch niet hetzelfde. Ik fiets graag ergens naartoe, begrijp je?

Uiteindelijk, na lang aarzelen, ben ik toch de fiets opgegaan, omdat ik eigenlijk wel eens wilde weten hoe ver dat nieuwe park van de Lange Velden doorliep. Een ideaal doel, dus ik trok een vestje aan (het was intussen al na negenen), stak de telefoon op zak, en weg was ik. Doorheen de wijk was uiteraard geen enkel probleem. De hoofdweg van het park is aangestampt gras, ook dat was niet echt moeilijk, al dudderde het soms op de ribbels van de sporen van de tractor die het traject had ingezaaid.

Op het einde – en dat loopt echt wel een eindje door –  had ik de keuze: ofwel keerde ik terug via een woonwijk, ofwel aan de iets hoger gelegen overkant van het park, tussen het water en de hoge berm in. Ik koos voor dat laatste. Hmm. Foute keuze dus. Dat traject is namelijk níet aangestampt, en door de regen van de laatste dagen bestond het uit vrij mul nat zand, ook wel modder genoemd. Voeg er dan nog aan toe dat er blijkbaar toch een paar auto’s waren gepasseerd en er dus sporen van twintig centimeter diep waren, en je begint het wellicht al te snappen. Ik was te koppig om terug te gaan, en dacht dat ik halverwege wel ging kunnen oversteken, maar dat viel zo een beetje tegen. En op een bepaald moment heb ik een bocht genomen van 90°, maar dat zand wilde niet meewerken, en toen lag ik heeltegans elegant tegen de grond. Jawel. Gelukkig was het maar nat zand, het viel nog mee dus. Eerder een gekrenkt ego dan een gekrenkt lijf.

Soit, ik heb vijfentwintig minuten gedaan over ocharme vier kilometer, en ik was helemaal bezweet. Niet dat ik anders vlot dertig per uur rij, maar dit was toch wel er een beetje over. Het zegt wel wat over het terrein dus.

Volgende keer toch maar die woonwijk nemen om terug te keren. Of ergens een mountainbike lenen, medunkt.