Lectuur: “Alcatraz vs. the Evil Librarians” van Brandon Sanderson

Niet gedacht dat ik dit nog zou zeggen, maar deze Sanderson heeft me teleurgesteld. Na talloze boeken van hem gelezen te hebben, was ik onvoorwaardelijk fan. Maar dit? Meh…

Het is niet het feit dat het young adult is, ik lees al graag eens een boek gericht op de jeugd. Het hoofdpersonage is inderdaad maar 13, en omschrijft zichzelf als een vervelend iemand. En daar zit voor mij net het probleem. Niet dat het kind effectief een vervelend rotjoch is – niet alle protagonisten moeten aaibaar zijn – maar het feit dat hij effectief over zichzelf spreekt in a parte stukken, als schrijver tegenover zijn publiek. Het is eens een andere insteek voor Sanderson, dat snap ik wel, maar het personage onderbreekt voortdurend het verhaal om commentaar te geven naar het publiek, over bijvoorbeeld voorafspiegelingen, of cliffhangers, of over zijn schrijfstijl, of over wat je als lezer blijkbaar wel en niet moet opmerken. En dat stoort me mateloos.
Het verhaal zelf is eigenlijk wel weer goed gevonden: onze wereld is een ‘matrix’ wereld: we denken alles te weten maar worden dom gehouden door librarians, maar we weten niet beter. Daartegenover staat een andere, magische wereld die verder geëvolueerd is en waar bepaalde families – uiteraard ook die van ons hoofdpersonage – bepaalde talenten hebben.

Het verhaal begint wel heel Potteresk: Alcatraz is een weesjongen die van pleeggezin naar pleeggezin gaat omdat hij er steevast in slaagt vanalles te breken of kapot te maken. Op zijn dertiende verjaardag krijgt hij zijn erfenis van zijn ouders: een zakje zand. En dan begint inderdaad het hele verhaal.

Ik heb het boek alsnog een drie gegeven omdat het verhaal zelf echt wel weer goed in elkaar zit; zonder dat had het een twee gekregen, omdat ik echt bij momenten moeite  had om verder te lezen, iets wat ik nog nooit heb gehad bij Sanderson. Tsja.

Ga ik de rest van de reeks lezen? Goh, ik denk het niet, eigenlijk. Meh.

Lectuur: “Le Royaume Immobile (Le Paris des Merveilles #3)” van Pierre Pevel

Na boek twee volgde, met enige tussenboeken, ook boek drie van deze reeks. In de eerste twee schetst de auteur vooral de wereld en zijn personages, waarbij die uiteraard wel een en ander meemaken.

Opnieuw duikt Pevel in de wereld van de magie, maar eigenlijk nog meer in die van de detective: Griffont moet proberen een goede vriend te vrijwaren van de beschuldiging van moord. Tegelijk moet de barones achterhalen waarom bepaalde anarchisten na zo veel jaar opnieuw op het oorlogspad zijn en ze terreuraanslagen plegen. Hangen beide zaken samen, of… En wie zit er eigenlijk achter de schermen aan de touwtjes te trekken?

Pevel brengt hier gewoon meer van het uitstekende zelfde: een detectiveverhaal met charmante hoofdpersonages in een magische steampunkwereld rond de jaren 1900. Spannend, meeslepend, vlot geschreven, licht.

Ik kijk uit naar een volgende deel!

Lectuur: “Legion (Legion, Skin Deep, Lies of the Beholder)” van Brandon Sanderson

Ik dacht, dit zijn drie korte boeken ofte novella’s, zoals Sanderson ze zelf beschrijft, die lees ik even tussendoor, hopelijk zijn ze op Sandersons goede oude niveau. En jawel, ik kreeg wat ik verwacht had: opnieuw een vreemde wereld, maar wel hedendaags, en een hele fijne premisse.

Hoofdpersonage is Stephen Leeds, een man die ergens tussen krankzinnig, compleet gek en geniaal zit. Zijn bijnaam is Legion omdat hij zichzelf omringt met hallucinaties die elk een meester zijn in een bepaald aspect, een deel van zijn persoonlijkheid, maar ook weer niet. Het is geen meervoudige-persoonlijkheidsstoornis, het zit veel dieper. Alleen wil Leeds vooral met rust gelaten worden, ook door psychiaters en onderzoekers. Wanneer hij een nieuwe skillset nodig heeft, zoals bv. een nieuwe taal, doorbladert hij een grammatica en een woordenboek, en dan dient zich een nieuwe persoonlijkheid aan die die taal spreekt en kan tolken. Juist ja. Alleen heeft elk van die persoonlijkheden een eigen willetje én een eigen kamer, zodat Leeds in een gigantisch huis woont.

En dan wordt er een bijzonder unieke maar ook gevaarlijke uitvinding gestolen en wordt er beroep gedaan op Leeds, die zich tijdens zijn onderzoek standaard laat vergezellen door een viertal van zijn hallucinaties.

In het tweede verhaal wordt er een lijk gestolen. Op zich niks bijzonders, ware het niet dat er een geheim zit opgeslagen in het DNA van dat lijk en dat dat dus tegen elke prijs moet teruggevonden worden. Alleen… Hoe kan een van Stephens hallucinaties zijn hand hebben overgenomen om een schot te lossen? En hoe veel meer hallucinaties kan zijn brein nog aan?

Deel drie borduurt daarop voort, wanneer Stephen een van zijn aspecten ‘verliest’ en zijn vroegere mentor in de problemen komt.

Al bij al een zeer fascinerend verhaal, waarbij Sanderson massa’s vragen oproept rond de kracht van het brein, AI, wetenschap in het algemeen, filosofie… Een fijn tussendoortje om te lezen.

Lectuur: “L’Élixir d’Oubli (Le Paris des Merveilles #2)” van Pierre Pevel

In het eerste boek van de reeks zette Pevel de krijtlijnen uit van dit verhaal en deze wereld, in dit tweede boek gaat hij op datzelfde elan verder, maar gaat hij tegelijk ook de back story verder aandikken.

Hij had al aangegeven dat magische wezens en magiërs vaak behoorlijk oud  kunnen worden, net door die magie. In dit verhaal krijgt Griffont te maken met een bijzonder gevaarlijke magiër, Giacomo Nero, die hij eigenlijk al veel eerder is tegengekomen. En dan krijg je eigenlijk de twee verhaallijnen die door elkaar lopen maar tegelijk elkaar perfect aanvullen: de problemen die Griffont nu – het is te zeggen, in 1900 – heeft, en de problemen die ontstaan zijn in 1800 met die specifieke magiër. Het is mooi hoe Pevel er in slaagt beide verhaallijnen spannend te houden en in elkaar te doen overlopen, terwijl daar dan ook nog een romantisch kantje aan toegevoegd wordt.

De humor blijft aanwezig, is soms tongue in cheek, en het blijft ook nog steeds een detectiveverhaal, zij het dan in een ongewone setting.

Ik ben fan, ja.

Lectuur: “Les Enchantements d’Ambremer (Le Paris des Merveilles #1)” van Pierre Pevel

De andere Franstalige fantasyreeks die Pascal voorstelde, was Le Paris des Merveilles van Pierre Pevel, en ik moet toegeven: deze beviel me enorm!

Het is veel meer een steampunk-sfeertje: we zitten in Parijs rond 1900, compleet met bolhoeden, enkellaarsjes, korsetten, zowel koetsen als de eerste automobielen, maar ook met een fantasiewereld, l’Outremonde. Onze wereld en de wereld van tovenaars, feeën, eenhoorns en andere fantasiewezens kruist normaal gezien onze wereld amper, maar in deze reeks liggen ze naast elkaar en kan je van de ene wereld naar de andere. De Eiffeltoren staat er wel, maar is gebouwd in een magisch blank hout en geeft ’s nachts licht. Ik zeg maar.

Het hoofdpersonage is Griffont, een magiër van een van de vier magische Cirkels, die samen met zijn geliefde Isabel een aantal moorden en bijhorende mysteries probeert op te lossen, aangevallen wordt door gargouilles, een machtige magiër en wel wat meer van dat.

De sfeer is misschien steampunk, maar tegelijk deed het me enorm denken aan Arsène Lupin, Sherlock Holmes en de betere detective: behoorlijk humoristisch, inventief, onvoorspelbaar en met een sneltreinvaart. Jammer dat het Frans behoorlijk moeilijk is, of dit was een keiharde aanrader voor onze laatstejaars.

Lectuur: “Les Croniques des Crépusculaires” van Mathieu Gaborit

Onlangs hadden we het bij de Cthulhu over lectuur, en meer bepaald dan fantasy. Ik vroeg of de heren iets degelijks kenden in het Frans, zoals de reeks ‘La Passe-Miroir’ die ik zo graag gelezen had.

Meteen kwam Pascal met twee dingen af, waaronder Les Croniques des Crépusculaires.

Ik moet zeggen: ik heb hier gemengde gevoelens over. De wereld is zeer origineel, maar de personages worden absoluut niet uitgediept, verre van. Ik geef even de samenvatting van Goodreads mee: “Il existe un endroit occulte, source de nombreuses légendes, que l’on nomme Souffre-jour.
Niché sous l’ombre éternelle d’un arbre gigantesque, c’est un collège où les maîtres d’armes et de magie enseignent les arcanes d’un pouvoir étrange. Plongé dans cet univers mystérieux, Agone, fils du défunt baron de Rochronde, se retrouve confronté aux forces les plus obscures. Tantôt élève, tantôt conspirateur, il tente de survivre au centre d’un écheveau d’intrigues qui convergent vers un dessein caché : qui sont ces mages de l’Éclipse qui hantent les abords du collège ? Qui est l’énigmatique Diurne, dissimulé au tréfonds de l’Arbre noir ? Agone doit se battre s’il ne veut pas sacrifier son idéal.
Ses cauchemars le rattrapent… Trouvera-t-il son salut dans le pouvoir de l’Accord, la musique de l’esprit ? Un avenir du royaume est entre ses mains, une poigne fermement accrochée à une rapière dotée d’une âme. Ainsi commencent Les Chroniques des Crépusculaires, la genèse d’un monde flamboyant, peuplé de créatures étranges, tiraillé par les conflits des nobles et des mages avides de puissance, et enchanté par l’inoubliable magie des Danseurs.
”

Je blijft als lezer met ongelofelijk veel vragen zitten, en met een pak losse eindjes. De plot is op zich wel logisch, maar er wordt veel en veel te weinig uitgelegd. Waar komen bepaalde personages vandaan? Waarom doen ze wat ze doen? Wat hebben ze tegen andere personages? En hoe werkt hun magie?

Enfin, de wereld zit dus echt goed in elkaar, maar wordt langs geen kanten voldoende uitgelegd. Ik denk dat je hier makkelijk drie keer zo veel had kunnen schrijven zonder het verhaal vervelend te maken. Een beetje een gemiste kans, vond ik.

Lectuur: “The Rithmatist” van Brandon Sanderson

Waar Sanderson de inspiratie blijft halen om steeds weer nieuwe werelden, nieuwe vormen van magie te bedenken, het blijft me een raadsel.

Deze keer neemt hij ons mee in een redelijk hedendaagse, moderne setting waarin wel rithmatics bestaan: een soort magie waarbij de begiftigde – niet iedereen kan het, je moet de gave bezitten – krijttekeningen tot leven kan wekken: verdediging, aanval, alles wordt bepaald door geometrische figuren. Alleen blijkt er ergens een gebied te zijn waar wilde tekeningen leven die mensen aanvallen, maar die vakkundig bewaakt worden. Tot er wilde tekeningen opduiken op het internaat waar Joel zelf school loopt en de jongeren die een magische opleiding krijgen, gedood worden. Joel heeft de gave zelf niet, maar is erdoor geobsedeerd en weet er alles van…

Sanderson heeft andermaal een boeiend verhaal geschreven, maar dan wel echt gericht op jongeren, een young adult dus. Niet dat je er niet van kan genieten als volwassene, maar waar pakweg Skyward ook wel over jongeren gaat, is dit toch iets eenvoudiger geschreven, iets meer naar een jonger publiek. Nog steeds echt goed en meeslepend, maar toch. Het is een pak minder volwassen dan veel van zijn andere reeksen, en toch kijk ik uit naar een vervolg. Het hoeft ook niet altijd ingewikkeld te zijn, toch?

Lectuur: “The Emperor’s Soul” van Brandon Sanderson

Nog een Sanderson? Jawel, die mens moet maar niet zo right up my alley schrijven. Aangezien ik door de meeste reeksen heen ben, neem ik nu zo’n beetje de stand alone boeken, zoals dit. Opnieuw is het een heel aparte insteek, zoals bij elk van zijn reeksen/boeken: Sanderson heeft een ongebreidelde fantasie én het vermogen daar iets heel samenhangends van te maken.

In dit boek bestaat er zoiets als ‘vervalsen’: een echte Vervalser kan om het even welk object ervan overtuigen, zolang het niet al te ver van het origineel af ligt, om iets anders te worden. Zo kan een simpele ordinaire vaas uit klei een prachtig versierd stuk worden, met de juiste Vervalsing. Op het moment dat Shai, een Meester-Vervalser, in het koninklijk Paleis een topstuk wil vervangen door een vervalsing, wordt ze gesnapt en krijgt – als gevangene – de meest vreemde opdracht ooit: ze moet de ziel van de keizer vervalsen. Die is namelijk neergestoken en enkel zijn lichaam overleeft nog. Ze krijgt exact 100 dagen – de rouwperiode van de keizer voor zijn vrouw, waarin hij zich opsluit in zijn paleis.

Opnieuw weet Sanderson hier een pareltje uit te puren, niet met de meest ingenieuze plottwists deze keer, maar wel met verfijnde karaktertekening. Ook deze heb ik dus zeer graag gelezen, omdat hij er als geen ander in slaagt je mee te voeren in zijn fantasiewereld waar alles zeer plausibel lijkt.

 

Lectuur: “Paper & Blood (Ink & Sigil #2)” van Kevin Hearne

Deze tweede in de reeks is eigenlijk gewoon meer van het amusante zelfde. De meester in inkten en zegels probeert nog steeds zijn eigen vervloeking op te lossen, maar gaat intussen ook naar Australië waar hij samen met de druïde Atticus – waar de hoofdreeks The Iron Druid om draait – op zoek gaat naar een verdwenen collega. De lijken stapelen zich op tot ze aan de ultieme oorzaak van al dat onheil komen.

Veel diepgang zit er andermaal niet in, maar dat hoeft ook helemaal niet. Hearne schrijft zeer vlot leesbare, zeer aangename pulp die je gewoon lekker meesleept in een consistente wereld vol magie.

Meer, maar ook niet minder.

Lectuur: “Ink & Sigil (Ink & Sigil #1)” van Kevin Hearne

Na de Aeneis was ik wel toe aan iets lichters, en aangezien ik wel had genoten van de Iron Druid van Kevin Hearne, ging ik kijken wat die mens nog had geschreven. Dat bleken onder andere twee boeken Ink & Sigil te zijn, opnieuw fantasy in een hedendaagse setting waarin ook diezelfde Iron Druid rondloopt.

Al MacBharrais is een sigil master, denk een notaris van de magische wereld. Hij kan met magische inkten en stempels contracten maken die bindend zijn voor de magische wezens, of zegels maken die een spreuk casten wanneer je het papier openvouwt. Enfin, een soortement magiër die op voorhand moet voorbereid zijn, want het duurt wel eventjes voor je zo’n zegel hebt opgesteld.

Oh, enne, hij heeft ook een dubbele vloek over zich: wanneer hij zijn stem gebruikt, gaan zijn toehoorders hem langzaamaan gaan haten, zodat hij altijd de spraakfunctie van zijn gsm gebruikt. Daarnaast gaat, zo ontdekt hij na een tijdje, iedereen die dicht bij hem staat, op een of andere manier dood, zoals al zijn leerlingen tot hiertoe.

Als er daarnaast nog een en ander misloopt, gaat hij op onderzoek uit naar wie hem zou kunnen vervloekt hebben en in welke kwalijke zaakjes zijn onlangs overleden leerling verzeild was geraakt.

Een en ander zorgt voor vederlicht maar zeer aangenaam en vlot lezend vertier: Hearne weet wat hij doet, kent zijn metier en weet hoe hij zijn personages interessant en net dat tikje irritant kan maken.

Fijn tussendoortje, inderdaad.