Rugby-avonturen
Er was vandaag dus rugbytoernooi voor beide jongens in Anderlecht. Adres: de RSCA, ofwel het adres van de grote paars-witte voetbalploeg. Tiens.
Maar bij aankomst rond half tien bleek dat er naast het grote stadion nog een klein, zeer knap clubhuisje staat voor de rugbyploeg van Anderlecht. Met een mooi gelegen, zij het bijzonder weinig grassig veld. We zagen het al meteen volledig zitten, zo uit de wind, in de stralende ochtendzon, en met de belofte van hete koffie.
Helaas.
Er waren inderdaad nogal veel ploegjes aanwezig, en het leek ons nogal krap, op dat ene veld. Bleek er nog een tweede veld te zijn, met even weinig gras, midden in open veld, met een kleine stenen tribune, en… vijftien minuten dwars door de velden stappen. Serieus. En toen verschenen er nog wolken ook, en verdween de heerlijk warme zon. Gelukkig had de organisatie wél een tafel voorzien met drank, croissants en hete koffie. Toch nog iets :-p
Kobe heb ik niet zien spelen wegens op het eerste veld gebleven, maar die heeft alle matchkes gewonnen. Ik ben bij Wolf op het tweede veld gebleven – hun spel is al een pak interessanter om zien – maar die heeft dan weer alles verloren, ook al speelden ze eigenlijk niet slecht. Tussendoor mocht ik wel nog even van veld naar veld crossen, want Kobe is al een week zijn bit kwijt, en Wolf moet het kwijt zijn geraakt bij de opwarming. Gelukkig zijn er reserve bitten in de EHBO-koffers – dank u, Nadine! – en is theewater heet genoeg om een bit te smelten. Zucht.
Enfin, het was al bij al een mooie dag, met massa’s foto’s die intussen op de rugbypagina van de jongens staan. Hier krijgt u er alvast een paar met Wolf op, ha ja.
365 – 14 maart 2015 – door Anderlechtse velden
Echte picknick
Dat is toch wat Merel het noemde. Want anders nemen we tijdens de rugby kant-en-klaar gesmeerde sandwiches mee, netjes in een grote brooddoos.
Vandaag had ik geen tijd meer gehad om ze te smeren, en dus had ik gewoon de zak mee, het beleg, twee bordjes en messen en een paar servetten. Merel vond het allemaal prachtig: een échte picknick! Op een tafel! Met bordjes!
We moesten en zouden naar de “kaarttafel” (er zit een soortement kaart in het tafelblad) gaan aan de ingang van de speeltuin, want dat is zowat de enige tafel die we al gevonden hebben. Ook heel leuk: we kwamen net tegelijk met Erik toe op de parking, en die ging dan gezellig mee. We hebben heerlijk gekletst en genoten van het fijne weer. Heerlijk zenmoment, tussen al het gejaag en alle drukte.
365 – 13 maart 2015 – toezichtselfie
Bonte specht
Drie keer per week ga ik – tenzij het regent dat het giet, en dat valt eigenlijk ongelofelijk goed mee – te voet met de kinderen naar school. Het is door een rustige woonwijk, en tien minuutjes stappen. Zij genieten daarvan, en ik ook: ze krijgen mijn onverdeelde aandacht, en babbelen, zingen en lachen honderduit. We kijken naar bloemen, knoppen, slakjes, enfin, alles wat kinderen leuk vinden.
En we luisteren naar de vogels. Al een paar weken horen we elke morgen weer een ijverige specht. Het geluid is onmiskenbaar: een serie van vijf razendsnelle klopjes in een seconde. We hebben ons al zot zitten turen, maar het geluid weerkaatst in de boomtoppen, en is dus ongelofelijk moeilijk te lokaliseren.
Tot deze morgen.
Toen ik rustig terug naar huis wandelde in de stralende zon, hoorde ik de specht weer, en keek ik van de weeromstuit omhoog. En bleek het geluid niet uit een trosje bomen te komen, maar uit een alleenstaande boom. Ha, dacht ik, dé uitgelezen kans om het beest te vinden! Ik bleef staan, tuurde even, en jawel! Ik zag niet één, maar twéé spechten vrolijk onnozel doen met elkaar in de bewuste boom, en af en toe eens een salvo afvuren tegen een dikke tak. Ze waren kleiner dan ik dacht: de grootte van een merel, maar veel, veel slanker, meer als een uitgerokken mees eigenlijk. Ze vielen in het niet naast de dikke duif die een tak verder zat, maar de rode kleur stak wel fel af tegen de blauwe lucht.
(foto van het net geplukt)
En ik, ik voelde me content als een kind op de kermis.
Gewoon, twee spechten in een boom. Soms moet een mens niet meer hebben om gelukkig te zijn.
365 – 12 maart 2015 – restafval
Fijne woensdag
Het was er weer eentje om in te kaderen, vandaag.
Stralend weer, daar wordt ne mens toch spontaan een pak vrolijker van, nee? De kinderen vonden het ijsjesweer, en wie ben ik om hen tegen te spreken?
Maar ook daarna bleven ze vrolijk onnozel doen, zelfs tot het punt waarop er al schaterend in mijn richting werd geroepen: “Mamaaaaa! Ik heb in mijn broek geplast van veel te hard te lachen!” Juist ja. Mama zal wel wassen :-p
En toen werd het tijd voor de rugby, en gingen Merel en ik picknicken, zoals altijd als het mooi weer is. We genoten van de aanwezigheid van onze vaste woerd, en van de prachtige zonsondergang.
En intussen werd er stevig gerugbyd, en namen we daar ook een paar foto’s.
En daarna was er nog een bijzonder aangename quiz van het Universitair Quizconvent, die we nota bene nog gewonnen hebben ook! Yupyup, een van de betere dagen, jawel.
365 – 11 maart 2015 – Blaarmeersen
Drie kinderen en een kokosnoot
Vorige week had ik een kokosnoot meegebracht van de winkel. De kinderen hadden dat namelijk nog nooit van dichtbij gezien, laat staan verse kokosmelk gedronken of vers vruchtvlees gegeten. En ook het gevecht met de kokosnoot was hen vreemd.
Daarstraks vroegen ze me of we het ding gingen openmaken. Ik diepte een els op uit de gereedschapskist, sloeg onder grote belangstelling drie gaatjes in de drie bolletjes, en haalde een rietje. Wolf lustte het niet, maar Merel vond het best lekker.
En toen mochten ze van mij de kokosnoot zelf openmaken, met voornoemde els en een hamer. Pret verzekerd, al was ik er toch niet helemaal gerust in. Zoals ik dacht, is geen van de drie echt zot van het vruchtvlees, maar bon, ze zijn weer een ervaring rijker. En vooral: ze hebben alweer drie kwartier topentertainment gehad! Of hoe je drie kinderen kan bezighouden met een kokosnoot…









