Liefje

Tsja, het zijn duidelijk niet alleen wij die Wolf missen, ook Arwen, zijn vriendinnetje, ziet hem niet meer alle dagen. Allez ja, toch niet in levenden lijve, want ik vermoed dat ze ook nu nog quasi alle dagen FaceTimen. Dat deden ze al toen hij nog gewoon thuis was en ze elkaar nog elke dag zagen op school. Tsja..
Nu had Wolf héél liefjes gevraagd of Arwen vandaag mocht komen, en ook haar ouders – twee collega’s van mij, ik ken Arwen dus al lang, anders zou ik niet akkoord gaan met het feit dat zij zomaar naar hier komt of hij naar ginder – zagen dat zitten, en dus werd zij hier rond elf uur afgedropt.
Nog zelden heb ik Wolf zo hard zien stralen…

Enfin, Arwen at mee, speelde mee met het slijm, keek mee met de rest naar een film, en speelde zelfs een gezelschapsspelletje mee.

Beetje bij beetje werd ze wat minder verlegen, kwam ze zowaar los, en deelde ze in het gesprek.

Tussendoor maakten de kinderen en ik nog ijs, en met de overblijvende eiwitten werd er dan meringue gemaakt.

Een beetje na achten werd ze opgehaald door haar vader, en ik zag dat Wolf er echt intens gelukkig van was geworden. En daar zou je toch alles voor doen, toch?

eKarten

Ga mee karten, zeiden ze, dat gaat wijs zijn, zeiden ze. Ja, wel wijs, maar ge wordt er ook zo misselijk als nen hond van, zo blijkt. Ugh…

Kobes verjaardagsfeestje was namelijk nog niet afgelopen. Om acht uur zaten ze hier voor een groooote doos koffiekoeken die Bart speciaal gaan halen was, want om negen uur moesten er twee stuks (kinderen, niet de koffiekoeken) in de mis zitten ter voorbereiding van hun plechtige communie. Tsja… Tiago’s mama was hen komen ophalen, en bracht hem daarna terug. Rhune zat helaas met zijn hand in de plaaster, die kon dus niet mee gaan ekarten. Yup, elektrisch karten: sneller, veel stiller, en vooral zonder uitlaatgassen: dik in orde!

Bart had zes plaatsen voorzien: Kobe, Tiago en Nathan, Wolf, hijzelf, en Merel. Voor mij hoefde het zo niet, met mijn rug en al. Ook ons pa was mee, maar die keek gelukkig ook alleen maar toe.

Merel begon eraan met een klein hartje, en dat beterde precies ook niet: het stuur was veel te hard, en na bijna een rondje begon ze te huilen… We lieten haar dan ook naar de pits komen, waar ik haar uit de auto viste, en troostte.

Intussen raceten de anderen vrolijk door, en ze genoten duidelijk!

Merel installeerde zich in de pauze bij opa, we dronken iets, en gingen na een goed kwartier een tweede rondje racen. Aangezien Merels beurt nu toch betaald was, nam ik die dan maar over. Man, zo geestig zeg! Ik ben als een zot beginnen rondscheuren op dat circuit, grandioos voorbijgestoken door Bart en Wolf, slippend in de bochten, enfin, het betere werk. Alleen sloeg ik af en toe in de knoop: zo’n kart trekt wat baangevoel betreft wel op een motor, en met je rechtervoet rem je op de motor, terwijl dat hier je gaspedaal is. Een paar keer willen bijremmen en extra gas gegeven, waarop je dan je rem toeklopt en dwars op de baan staat, dat is het toch niet. Tsja.

Maar… in het voorlaatste rondje begon ik plots misselijk te worden, en het laatste rondje was er gewoon te veel aan. Ik ben uitstapt, zo wit als een lijk, en zo misselijk als een hond. Bart is nog met ons pa en de kinderen iets gaan eten, ik ben naar huis gereden – we waren gelukkig met twee auto’s – heb thuis meteen overgegeven, en heb dan een uurtje geslapen.

Nope, ik denk niet dat karten nog iets voor mij is, als ik er zo slecht van word. Maar wel wreed amusant, jammer genoeg.

Goed gevulde dag

Yup, het was me het dagje wel, ja. Om tien uur zat ik al in de auto, op weg naar Oostende. De man van een van onze koorleden was overleden en werd er vandaag begraven. Aangezien ik toch om twee uur in De Haan moest zijn, kon ik evengoed naar de begrafenis gaan, toch?

Ik had gedacht om er om twaalf uur weer buiten te zijn, snel een croque of zo te eten, en nog wat te cachen. Alleen, de dienst duurde net iets langer, en ik was uiteraard ook niet de enige van ons koor. We zijn dan samen iets gaan eten, en dat duurde ook allemaal wat langer, zodat ik na het eten eigenlijk snel weggevlucht ben om pas tegen kwart over twee bij Wolf te staan. Tsja…

Ik had hem gemist, mijn grote zoon, en het deed deugd om samen in de auto te zitten en te praten, dat uurtje onderweg naar huis.

Thuis bleek dat ook de andere twee hem intens hadden gemist: op een bepaald moment had Wolf zich in de zetel gezet, en binnen de paar seconden zaten de andere twee elk in een arm genesteld, en waren ze zelfs allebei zachtjes aan het huilen omdat ze zo blij waren dat hij terug was. Ach, het zal wel wennen, maar ik ga toch ook blij zijn als hij weer definitief thuis zal zijn, mijn maatje.

Tegen zes uur kwamen hier dan drie tienjarigen toe: Kobe kreeg ein-de-lijk zijn verjaardagsfeestje. Van juli 2016 én juli 2017, jawel. Om een of andere reden was het er nooit van gekomen dat te organiseren, en het is niet alsof hij er zo veel achter zat… Enfin, Rhune, Tiago en Nathan amuseerden zich eerst nog wat in de tuin met het boogschieten en dergelijke, en daarna waren er – traditiegetrouw – croques monsieur.

Daarna ben ik er vanonder gemuisd, terwijl Bart de jongens boven installeerde voor een FortNite avondje. Ze hebben ervan genoten, heb ik de indruk.

Zelf reed ik naar Destelbergen, want daar was de boekvoorstelling van Ganda 3: Triskelion. Dat is het derde boek van Dirk Willaert waar ik een paar maanden aan een stuk aan zitten verbeteren heb, maar daarover zal ik later nog wel eens schrijven. In een kleine kunstgalerij was een hoop volk verzameld, deed Dirk uiteraard zijn uitleg, las ik een stuk voor, las iemand anders nog een stuk voor, pleegde de dorpsdichter van Destelbergen een gedicht over de inhoud van het boek, en was het al bij al dik in orde.

Zo rond tien uur was ik weer thuis na nog een paar schemercaches, nog op tijd om de jongens boven te zien spelen. Tegen half elf besloten ze zelf dat het welletjes was en kropen ze in bed, met zijn vieren in de twee tweepersoonsbedden op Wolfs kamer. Toen ik om half twaalf ging slapen, heb ik ze tot slapen aangemaand. Helaas…

Om half vier ben ik dan nog maar eens opgestaan en heb drie gsms afgepakt, terwijl Kobe netjes lag te snurken, jawel.

 

Zeg ma

Zeg ma, hebt ge het al gezien? De muguetjes zijn aan ’t bloeien, de geur is niet te doen. Wil ik er u een paar komen binnensteken? Die van u bloeien altijd twee weken later dan de mijne, dat weet ik.
Oh, en mag ik dan wat tsjoezemienen meepakken? Ik weet dat dat niet lang staat in een vaas, maar dat doet er niet toe, voor die paar dagen riekt het dan wel fantastisch.
Allez, salu e ma, ik bel nog wel.

Nog een paar cachekes in de buurt

Vorige week was ik al eens in dat kleine stukje verwilderd bos tussen de twee rijrichtingen van de R4 geweest, vandaag was het kouder, had ik een jeans en stevige schoenen aan, en wilde ik me wel aan het vervolg wagen. Ik reed met de auto tot de parking, en dook de tengels in. En jawel, een kilometertje later had ik de cache in handen, nadat ik eerst nog extra tengels te lijf was gegaan met een stevige stok. Fijne wandeling, fijn stukje bos, maar dus niet met blote benen. En dan nog een foto van langs de Vinderhoutsedam. Mooi daar…

’s Avonds was er natuurlijk koor, en daarna ging ik nog even de nieuwe cache aan de Vaneyckbrug oppikken, en een nieuw exemplaartje leggen aan de Brusselsepoortsluis, want die was verdwenen.

Ik ben toch wel echt een nachtmens: ik genoot er echt van om ’s nachts door de straten te dwalen. Allez, net zoals ik even hard kan genieten van een nachtwandeling door de natuur, daar niet van. Als het maar donker en buiten is ^^