Van wandelingen, dansers en caches.

Ons pa kwam, zoals gewoonlijk, eten, en daarna gingen we van het mooie weer profiteren – kon dat gisteren nu zo niet zijn?? – door een wandeling te maken in de Groene Velden, hier wat verderop in Mariakerke. Daar ligt een geocachewandeling, maar helaas, we liepen vast bij punt vier, waar we de coördinaten niet meer vonden. Jammer, jammer. Hopelijk wordt het hersteld, zodat we de rest ook kunnen lopen. Gelukkig gaf een bevriende cacher me de eindcoördinaten, zodat we wel de stash konden vinden.

We hadden wel allebei enorm genoten, het is er echt heel mooi.

Bon, er was nog taart en koffie, en daarna ging ons pa naar huis.

Een paar uur later zagen we elkaar opnieuw: de balletvoorstelling van de school waarbij blijkbaar niet alleen Alexander en Marie-Julie dansen, maar ook een handvol leerlingen. Ik moet het toegeven, ik had er niet zo heel veel van verwacht, maar ik was zeer aangenaam verrast door het niveau van zowel choreografieën als dansers. Mooi, mooi!

Om nog even uit te waaien en mijn hoofd helder te krijgen, zocht ik in Aalter nog een paar caches. Ik heb het lastiger en lastiger met veel volk om me heen, ik heb dan echt even stilte nodig.

Lentefeest

Jawel, ook Kobe gaat volgend jaar – zij het een jaartje te vroeg – naar het middelbaar, en mocht die overgang vieren. Waar Wolf nog koos voor zijn plechtige communie, kwam Kobe simpelweg met de uitspraak af: “Ik geloof niet in God” en dus kreeg hij een lentefeest.

Om twaalf uur stonden we in Volta, waar ze speciaal voor ons hadden opengedaan, en we boven aan één grote lange tafel zaten. Er waren hapjes, er waren asperges op een heel speciale wijze als voorgerecht, er was brasvark als hoofdgerecht, en iets met rabarber als dessert. Ik vond het superlekker, maar Bart had ervoor geopteerd om de kinderen hetzelfde te geven, en dat had iets minder succes.

Jammer ook dat het buiten zo koud en grauw was: dit feest leek totaal niet op het feest van Merel vorig jaar, en nochtans was het dezelfde locatie. Tsja…

De kinderen liepen nochtans regelmatig buiten en amuseerden zich best, maar boven zat de sfeer er precies niet zo goed in als anders. Niks aan te doen, zeker?

Om vier uur moesten zowel Sarah en Marne naar een optreden van K3, als Marie-Julie en Alexander zich gaan klaarmaken voor een balletoptreden ’s avonds, en dus vertrok meteen maar iedereen. Roeland kwam nog hier even zitten met Nand, en dat was eigenlijk nog ferm gezellig.

En ja, Kobe wordt groot…

Beetje nipt

Goh, ik en deadlines, het zal nooit goedkomen. En ik en procrastinatie – pro: vooruit, cras: morgen: dus uitstelgedrag – wij zijn dikke vriendjes. Helaas speelt ook Murphy wel een rol, ja.

Neem nu de foto’s voor Kobes lentefeestkaartje. Ik wilde die niet te vroeg nemen, omdat er dan nog niet echt veel in bloei staat. Hoe later, hoe liever dus, maar dat kan dus ook gevaarlijk zijn. Ik wilde ze zondag nemen, bij het zachte avondlicht, maar was een beetje vergeten dat ik Wolf naar het Zeepreventorium moest brengen. Maandag was het helaas bewolkt, maar geen nood, dinsdag ging het prachtig weer zijn, en dan had ik nog tijd genoeg om het kaartje te maken en te laten afdrukken. Beetje nipt, maar bon.

En toen werd het dinsdag, en was het inderdaad prachtig weer, maarre… Kobe was ziek. Als in: mottig, misselijk, wit, niks eten, en de ganse dag in de zetel. Geen foto’s dus. Woensdag voelde hij zich een klein beetje beter, zodat ik tussen de regenbuien door snelsnel een foto nam hier in de tuin voor de uitnodigingen per mail. Maar nog niks voor het kaartje dus.

Gisteren voelde hij zich gelukkig beter, maar ik was door een vergadering pas thuis om half zes. We zagen het niet meer zitten om nog naar de vijver in Zomergem te rijden, en trokken dan maar naar de Lange Velden hier wat verderop. Geen ideale locatie, maar gelukkig hier en daar wel een bruikbare foto. Oef! Ik heb er een paar uitgehaald, en gekeken wat ik toen ervan kon maken. En jawel, tegen half negen was het kaartje klaar en kon ik nog snel naar een stukje koorrepetitie.

Nog een chance dat je gewoon ter plekke kunt afdrukken in het Kruidvat, ook in het vierkant. Vierkante kaartjes hadden ze helaas niet, dat was nog beter geweest, maar aangezien het morgen al zijn feest is, mag ik blij zijn dat ze er zijn, die foto’s. Ugh.

Twee jaar…

Dag ma

ik dacht, ik bel nog rap efkes. ’t Is zo nen raren dag vandaag, weet ge? Twee jaar geleden waart ge op dit moment u al niet meer bewust van de wereld. Gij, nota bene, zo’n felle madame met een mening over alles. Ja, het was moeilijk, maar het was ook tijd dat het gedaan was. Ge weet het misschien niet, maar Roeland was bij u, daar, op ’t laatste moment. Dat was goed. Dat was zoals het moest zijn.

En nu, ma, goh, er is zoveel veranderd, en toch ook weer niet. Ons pa stelt het wonderwel goed, ge zoudt trots zijn op hem. Hij trekt zijn plan, heeft een nieuw gebit – helemaal zelf geregeld, echt waar – en zorgt al bij al redelijk goed voor zijn eigen. Natuurlijk houden wij drie een nogal scherp oogje in het zeil, of wat dacht ge? En de kinderen, ge zoudt ze niet meer herkennen, ma: Wolf is al groter oftekik, Alexander heeft just zijn communie gedaan, en ook Kobe gaat bijna naar ’t middelbaar. En de meiskes: ze zijn alle drie om ter schattigst en met om ter ’t meest karakter. Daar zoudt ge nog het meest van al deugd van hebben, van die drie spoken. En Wolf in ’t Zeepreventorium: ik denk dat ge speciaal voor hem zoudt uitgevist hebben hoe dat ge moet Facetimen met uwen iPad, zodat ge hem kondt volgen ginder.

En toch, he ma, is er geen barst veranderd. De rododendrons bloeien, en ons pa vertelde dat bij u thuis de klimrozen ook al in bloei staan. En bij elke bloem die ik zie, ma, vooral nu in de lente, moet ik aan u denken. Met weemoed, ja, maar vooral met plezier. Goh ma, dat mis ik het meest: dat lachen, dat onnozel doen, dat plat liggen van ’t lachen, dat schateren aan den telefoon… Wij hebben toch leutige dingen gedaan tesamen, weet ge. Ik mis dat wel, ja.

Maar ’t leven gaat voort he ma, voor ons wel. En dus heb ik net de orthodontist geregeld voor Wolf, en een picknick voor Kobe voor zijn schoolreis morgen, en ben ik toetsen aan ’t verbeteren.

Maar ik dacht, ma, ik bel rap efkes. Want vandaag is zo nen raren dag, weet ge.

Ik mis u.

Salu he, ik bel nog wel. Kus!

Malazan Book of the Fallen

Vorige week had ik ze eindelijk uit, de reeks ‘Malazan Book of the Fallen’ van Steven Erikson.
Ik had een goed jaar geleden op Facebook de vraag gesteld wat de mensen me zouden aanraden qua fantasy. Ik ben dan prompt de trilogie The Blade itself van Joe Abercrombie beginnen lezen, en daarna de hele reeks rond The Black Company, van Glenn Cook. Dat waren al tien stevige boeken, waar ik intens van genoten heb.

En toen kreeg ik de reeks Malazan Book of the Fallen aangeraden, met een duidelijke caveat: dat ik moest beseffen waar ik aan begon, want dat dat een stevige tijdsinvestering ging zijn. Ik keek even na, en jawel, 11216 pagina’s in van die kleine paperback edities. Maar bon, ik begon te lezen, en raakte er helemaal in meegesleept. Wat een taalgebruik! Wat een filosofische overpeinzingen! Wat een gigantische wereld, wat een plots, wat een meanderend verhaal dat dan toch weer samenkomt… Game of Thrones is er niks bij, en die heb ik nochtans ook graag gelezen.

Met andere woorden: lees je graag fantasy in het Engels, lees je veel, lees je snel, en heb je het ervoor over om een half jaartje aan het lezen te zijn of zo? Ga er dan voor: deze reeks is… overweldigend. Echt. Wow.