Kussengevecht en visjes

Ibis, de hotelketen, organiseerde deze morgen een kussengevecht in het Centraal Station in Antwerpen. De eerste duizend die zich in pyama aandienden om elf uur, kregen een voucher voor een overnachting in de Belux voor één euro. Niet slecht, maar vooral gewoon een wijs idee.

Daarom stapten Bart en ik met de kinderen om kwart na tien op de trein, om een paar minuten te laat in het station te arriveren. Uit de verte zagen we de kussens al vliegen. We hadden onze eigen kussens mee, maar dat bleek niet nodig. Er waren ganse stapels verenkussens voorzien, waardoor de hele hal in een mum van tijd een verenzee was geworden. Het leek wel een bijzonder intense sneeuwbui, met het verschil dat je een sneeuwvlok probleemloos kan inslikken, en dat dat met pluimen een stuk minder vanzelfsprekend is. Kobe had schrik, waardoor ik met hem aan de kant bleef staan, terwijl Bart en Wolf zich onvervaard in het gewoel storten.
Wolf leverde een duel met Sofie en won, kijk maar :-p

kussen1

kussen2

kussen3

(ik vermoed dat de foto’s van @zofie zijn)

Aansluitend hebben we iets gegeten in de Quick, en zijn we gaan rondlopen in Aquatopia. Vooral Kobe is bijzonder gek op vissen, en vooral de haaien konden op zijn belangstelling rekenen, al was hij wat bang.

aquatopia1

aquatopia2

aquatopia3

Oostende

Een tijdje geleden viel een bijzonder leuk cadeautje in de inbox: de dienst toerisme van de stad Oostende wilde graag dat we de Citypass gingen uitproberen met de kinderen, en bood ons daarvoor een gratis overnachting in een hotel aan.

hoofdbanner21

En wie zijn wij dan om dat te weigeren, zeker als je net in een verbouwing van je woonkamer zit, en je eigenlijk best wel graag een weekendje uit huis bent dan?

Het laatste weekend van juni pakte ik dus een grote weekendtas, wat speelgoed, en stonden we op een drie kwartier in Oostende. Altijd gedacht dat dat langer rijden was, dat was dus al een eerste meevaller.

Het hotel, hotel Europe, was een tweede meevaller: bijzonder netjes, nieuw en modern. De kinderen vonden vooral de autolift de max :-p Ook de kamer was bijzonder ruim: we hadden de suite gekregen, zodat Bart en ik in een groot bed sliepen,  Wolf in de aanpalende open ruimte op een zetelbed, en Kobe in een kinderbedje, zoals gevraagd. Daarnaast was er nog een badkamer (uiteraard), een apart toilet en een terras van zeker 12 vierkante meter. Royaal dus.

Maar het ging om de stad Oostende, en wat die te bieden heeft. Na de lunch gingen we dus een wandelingetje maken langs de dijk. Blijkbaar was er die dag iets te doen van de Socialistische Mutualiteiten, want de hele stad was roodgekleurd en druk. Omdat het niet echt bijzonder warm was en er een fikse zeebries stond, hebben we de kinderen weggehouden van het strand. We hadden vooral andere dingen te doen :-p

De Citypass was er eentje voor 72 uur, de XL versie dan nog, die ons recht gaf op een trip met de Franlis, een stevige boot die rondvaarten maakt langs kust, haven en stad van ongeveer een half uur. Dat was dan ook de eerste halte, zijnde op het Westerstaketsel, maar alles zag er nogal gesloten uit. We zijn dan maar met de kinderen tot het einde van het staketsel gelopen, en het gevoel dat je op het water liep, vonden beiden vreselijk amusant. Bij het terugwandelen voer de Franlis net terug  binnen en meerde aan. Ik informeerde wel even naar de afvaarturen van de volgende dag, maar toen ik het schip zag deinen, besloot ik wijselijk om de tocht maar over te slaan. We hebben twee kinderen die snel wagenziek zijn, en zelf ben ik daar ook nog steeds bijzonder gevoelig voor, dus we pasten toch maar liever. In de plaats daarvan kregen de jongens een ijsje, en maakten we een rondritje met de koets, iets waar ze bijzonder opgetogen over waren.

In het terugwandelen passeerden we het Noordzeeaquarium. Groot is dat zeker niet, ik schat een vijftiental grote aquaria en een hoop vitrinekasten met gedroogde dingen en afbeeldingen. Toch vonden vooral de kinderen het echt leuk: geen exotische vissen, maar dingen die ze kenden, zoals kreeften (en er waren doorzichtige babykreeftjes), zeepaardjes, baarzen, zeesterren, palingen, krabben, en zelfs kleine haaitjes!

aquarium

aquarium1

Toen probeerden we ergens avondeten te vinden (boterhamachtige dingen zijn niet makkelijk te vinden) en moesten de kleintjes in bed. Dat had uiteraard nogal wat voeten in de aarde wegens geen afgesloten kamer, en dus de aanwezigheid van een lezende mama en papa :-p

De volgende morgen, na een fijn en gevarieerd ontbijt, ruimden we op en gingen deze keer stadinwaarts. Stipt om tien uur stonden we aan het huis van James Ensor, dat zijn naam als rariteitenkabinet wel verdient.

ensor

Daarna wandelden we wat verder, langs Oostendes winkelstraat, met tussenstop voor een drankje en een koekje, tot aan de Mercator. Dit prachtig zeilschip is terecht een van de gekendste toeristische attracties in Oostende. Ik had hem al meermaals gezien, maar vooral Wolf was er wild van!


Vandaar keerden we terug langs het water, voorbij de Amandine. Deze laatste Ijslandvaarder, die trouwens op het droge ligt, is volledig als museum ingericht en geeft een verbazend goed beeld van wat ze deden. Ik kan goed begrijpen dat dit schip een onderdeel vormt van de zeeklassen bij ons op school.

Toen begonnen de voeten van onze kleine man toch wel pijn te doen, en knaagden de magen. Toch zijn we even blijven hangen bij een onverwacht hilarisch schouwspel: een dame in de havensluis had er niet beter op gevonden dan haar rubberbootje vast te maken aan een touw, en toen het water zakte, hing dat meteen te bungelen natuurlijk…

Soit, een maaltijd later haalden we de auto op in het hotel, en reden we naar Earth Explorer. Kobe was intussen zo moe dat hij op die vijf minuten rijden in slaap viel, en niet eens wakker werd toen ik hem daarna in zijn buggy zette.

slapeninbuggy

Zelf had ik het interactieve wetenschapspark al uitgebreid bezocht met school, zodat ik me met de slapende Kobe in de cafetaria nestelde met een paar National Geography-magazines die ik er gekregen had, terwijl Wolf laaiend enthousiast en helemaal opgewonden met zijn papa rondcrosste. Af en toe kwam hij bezweet en met blinkende oogjes verslag uitbrengen: “Mama, ik heb die vulkaan wel aangestoken he!” “Oh, mama, er is hier zo’n tornado, en ik was helemaal bang!” en ga zo maar door.

Daarna was ook zijn pijp compleet uit, zodat we maar naar huis reden. Toen ik hem achteraf vroeg wat hij het leukste had gevonden, bleek dat Earth Explorer en de Mercator geweest te zijn.

Wel jammer dat we de rest van de musea niet kunnen doen hebben, maar met kleine kinderen zijn de afstanden wat teveel gevraagd, en is het ook niet altijd even makkelijk om hen geboeid te houden.

Conclusie: twee fijne dagen, en een Citypass die toch wel de moeite is. Met andere woorden: ben je een paar dagen aan zee en zit het weer wat tegen, neem dan de kusttram naar Oostende en koop er zo’n pasje. Of neem gewoon de trein en ga musea doen. Een fijne dag gegarandeerd!

(En ja, dat had ik ook gezegd als we het niet gratis hadden gekregen van de Dienst Toerisme :-p )

Zeteltjes

Aangezien we enkel de grote zetel hebben gehouden, en de kleinere zetel weg hebben gedaan, hadden we nu niks meer om tegenover de zitbank te zetten. Ik had al lang mijn oog laten vallen op van die strakke lederen kleine eenzitjes, en in de Weba vond ik er met bijpassende poef/berging, die in de zetels zelf passen.

Misschien wat onduidelijk, maar bijgaande foto’s werken wel verhelderend. Ik vind ze alvast mooi.

zeteltjes1

zeteltjes2

Stoelen

Beetje per beetje ben ik ons huis aan het herinrichten. De kleuren voor de woonkamer zijn bepaald, nu is het wachten op de schilder. Voorlopig heb ik mijn oude gordijnen opnieuw opgehangen, maar later komen er nieuwe, als ik het huis op me heb laten inwerken.

Waar we wel al aan toe waren, zijn nieuwe stoelen in de keuken. We zaten nog steeds op oude geschilderde caféstoelen die ik destijds, toen we jong en veel armer waren, meegenomen had uit de kringwinkel. Onverwoestbare stoelen, dat wel, maar niet bepaald esthetisch verantwoord. De kinderen zaten elk nog op een kinderstoel.
Wolf is intussen vijfenhalf, en wilde steeds vaker op papa’s stoel zitten. “Ik ben wel al groot genoeg, he mama!”

Ik ben dus nieuwe stoelen gaan halen in de Weba vandaag. Ik had al wat rondgekeken, maar had uiteindelijk mijn zinnen gezet op witte (I know, maar ze zijn perfect afwasbaar) PVC exemplaren met een vrij speciaal design: de zitting is een stukje smaller dan de rugleuning, waardoor de achterste poten verder uit elkaar staan dan de voorste, en als het ware voortlopen uit de leuning. En ben ik ze beu als keukenstoel, ik kan ze altijd gebruiken als tuinstoelen want ze zijn weerbestendig.

Enfin, toen ik ze uitgepakt had en in de keuken had gezet, vielen ze nog veel meer mee dan gedacht. Ze zijn eigenlijk best mooi, zo tussen de witte kasten en tafel. Heel fris. Oordeel zelf maar (niet dat je er veel van ziet, maar ’t is ’t gedacht dat telt. Ge moet maar ne keer komen kijken :-p )

keuken

Campanula

Vanuit mijn bureau kijk ik uit op mijn mini-tuintje van vier vierkante meter achter het huis (er is een grotere tuin aan de zijkant en de voorkant). Er staat een rhodondendron, een azalea japonica en een hibiscus, tegen een felgeel geschilderde muur. Aan de smalle doorgang tussen garagemuur en tuinhuis groeit een winterjasmijn, die een prachtig gordijntje vormt.

Maar, in het midden bloeit er elk jaar één armzalig plantje, dat ik er blijkbaar jaren geleden heb geplant. Geloof me, dit is het plantje waar ik, in gans mijn tuin, het meest van geniet. De vorm, en vooral de kleur van de bloemen vind ik betoverend.

Kijk zelf maar, een prachtige variëteit Campanula…

campanula

Le 14 juillet

Gelukkig makkelijk te onthouden: gelukkige huwelijksverjaardag, Nelly en Jeroom!

Ik kan me geen betere schoonouders wensen!

Kak

We waren al laat, en toen zaten ze nog uren aan tafel. Soms kunnen de kinderen behoorlijk op mijn zenuwen werken. Ze moesten immers nog in bad, want Wolf had me geholpen in de tuin en het containerpark en viel wel onder het predicaat ‘vuil’ te klasseren.
Ik stelde nog de douche voor, maar twee paar grote smekende ogen vermurwden mijn moederhart, en Wolf liet het bad lopen, terwijl Kobe nog knabbelde op zijn laatste boterhammetje. Een goeie vijf minuten later zaten ze alletwee glimmend van plezier en zeep in bad te plonzen, omgeven door stapels speelgoed. Net genoeg tijd dus om me zelf ook even af te spoelen. Van tuinwerk word je stoffig en plakkig, het was dus geen overbodige luxe.
Ik stond al in mijn blootje en – zo stel ik het me toch voor – met één voet in de lucht om in de douche te stappen, toen Wolf een gesmoorde kreet slaakte. Ik liet mijn voet zakken en keek om.
Bruine vlokken verspreidden zich in het badwater, tussen het speelgoed en de kinderen door. Kobe staarde tussen zijn eigen beentjes, alwaar zich meer vlokken manifesteerden, tot zijn eigen grote ontzetting.

Zucht.

Wolf sprong recht, en begon het gecontamineerde speelgoed van tussen de vlokken te vissen, vrij stoïcijns. Kobe bleef staren. Ik trok weer een minimum aan kleren aan en liet de douche lopen. Wolf verhuisde uit eigen beweging, Kobe begon te huilen en wilde zo snel mogelijk ook onder een propere waterstraal staan. Beiden werden dus in de douche gedropt, terwijl mama het bad probeerde te ontdoen van resterende vlokken.
Enfin, een dik kwartier later waren ze opnieuw gewassen, gedroogd, in pyama’s gestoken, tanden gepoetst en in bed gestopt.

En toen kon ik eindelijk mezelf afspoelen.

(Noot voor de insiders: ik was eigenlijk nog steeds aan het grinniken, want Wolf had zich plots verschrikt de bedenking gemaakt: “Mama, ik denk, als jij die kaka doorspoelt, dat we toch wel een boze zwelpoet gaan hebben!” En toen schoot ik in de lach en kon het me eigenlijk allemaal niet zoveel meer deren :-p )

Mis

Bart zit zes dagen in de Verenigde Staten. Ik slaap dus vijf nachten alleen in ons grote bed.

Gisteren betrapte ik mezelf erop dat ik uitvluchten zocht om toch maar niet te gaan slapen. Mijn vriendinnen waren weg rond elf uur, maar ik keek mijn sites nog na. Las mijn feeds tot de teller op nul stond. Overliep alle statussen in Facebook die ik gemist had. Stak een was in, vouwde er nog eentje op. Ruimde de woonkamer op, gaf de planten water.

Rond half één lag ik uiteindelijk in bed. Alleen.

Ik denk, nee, ik weet wel zeker dat ik hem mis.

Wachten is een stiel apart.

Correcte afspraken maken blijkbaar ook.

Al kan ik daar met mijn verstrooide kop ook wel voor iets tussenzitten.
Vandaag verwachtte ik namelijk de elektricien. Zoals het een goeie bouwvakker betaamt, had ik hem dus rond half acht ingecalculeerd. Niet dus. En ja, ik weet dat het bouwverlof is, maar die mens werkt op zelfstandige basis, en blijft nog even doorwerken. Wellicht zat daar mijn fout: ik denk niet dat ik naar een uur gevraagd heb. De mens is namelijk werknemer bij de NMBS, maar werkt daarna nog als zelfstandige in bijberoep. Soit.

Negen uur, tien, elf… Geen elektrieker te zien. De kinderen hadden intussen uiteraard ontbeten, heel mooi zitten spelen, een koekje gekregen, en toen kon het me niet meer schelen of hij nog aan de deur ging staan, en bracht ik Kobe alsnog naar de creche. Ik moest namelijk nog een hoop dingen doen, waarbij ik hem niet echt kon gebruiken. Gekookt, opgeruimd, was gedaan, en toen was het twee uur, en verwachtte ik de kleurconsulent (ter verduidelijking: die mens is zijn geld meer dan waard, hij combineert de kleuren met je meubels, lichtinval en je wensen, en het is  altijd prachtig). Rond half drie belde ik toch maar even waar hij bleef. Bleek de afspraak in hun agenda te staan om half zes. Juist ja, dat was de vorige afspraak die gewoon verzet was, maar waarbij ze dus het uur waren vergeten te wijzigen. Humpf. Dan maar richting diverse winkels om boodschappen en dergelijke.

We waren amper weer thuis, ik was net begonnen aan een royale fruitsla, toen de elektricien verscheen. Veel kwam hij niet doen, ons gewoon uit de nood helpen, maar hij maakte meteen wel mijn dag goed: geen coaxkabel meer als waslijn door de living, maar een gewoon werkende televisie, en vooral: UTP in mijn bureau!  Yay, internet! Opnieuw een werkende PC! Al bij al was hij toch nog een uurtje zoet, schat ik.

Hij was nog niet weg toen Dirk van Colora al verscheen, en meteen een glimlach op mijn gezicht toverde. Toch ongelofelijk hoe hij mensen aanvoelt. Veel heb ik niet gezegd als aanwijzingen, ik heb hem gewoon laten doen. Ik vermoed dat ik wel het woord “accentkleur” heb laten vallen, en “warm grijs”. Na een hoop heen-en-weergeloop, gemompel, gezoek in zijn kleurenkaarten en geschets kwam hij met een palet af waarin ik me meteen kon vinden. Meer zelfs, het was wat ik eigenlijk zelf al in gedachten had: plafond en de lange muur wit, de andere muren diverse tinten warm grijs, de muur van de tv donker, en de kasten vlammend rode glanslak. En wat belangrijker is: het zijn Barts favoriete kleuren, en de kleuren van Netlash.

Daarna werd het hectisch: Kobe afhalen, de Coloraman spreken over rolgordijnen, kinderen eten geven, opruimen, wassen en in bed steken, en intussen mijn vriendinnen binnenlaten tegen acht uur. Gelukkig lieten die zichzelf binnen en zaten ze al netjes op de zetel, toen ik beneden kwam. We hebben Catan: de Val van Rome gespeeld, en het was best een fijn spel en een fijne avond.

Maar wil je geloven dat ik moe was? Van al dat wachten…

Moet er nog zand zijn?

Deze middag ben ik de jongens gaan ophalen bij mijn ouders. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik gisterenavond, ook al zat ik helemaal alleen, gewoon thuis ben gebleven omdat ik te moe was om pap te zeggen. Deze morgen heb ik meteen ook geslapen tot half tien. Daarna heb ik wel nog duchtig gebruik gemaakt van mijn kinderloze momenten en heb ik verder dingen geïnstalleerd.

Toen ik bij mijn ouders aankwam, waren de kinderen wel enthousiast om me te zien, maar waren ze vooral wild over de zandbak. Mijn ouders hebben namelijk een grote zandbak beneden in de tuin. Heel vroeger was het een hondenhok, maar toen ik vier was, kwam er een nieuw groot hondenhok achteraan in de tuin, en was er dus een ruimte van twee op twee, met een muur aan de achterkant en kleine muurtjes met hek aan de zijkanten en een dak, die vrij nutteloos was geworden. Mijn pa vond er toen niet beter op dan aan de voorkant een stevige houten plank te zetten, en dan ettelijke zakken (het waren ettelijke kruiwagens zelfs) zand erin te kieperen.
Ik weet niet hoeveel uren mijn broer en ik in die zandbak hebben doorgebracht. Naar mijn gevoel leefden we er de ganse zomer in. We haalden emmers water uit de regenput, en bouwden de meest grandioze forten, knikkerbanen, wildwatertoestanden, en wat je je eigenlijk maar kan indenken.
Ik weet dat we niet verondersteld werden om op eigen houtje terug naar boven te gaan (de leefruimtes zijn op het eerste, beneden is er garage en kantoor), we moesten ons uitkleden, roepen, en dan droeg mijn pa ons, elk onder een arm, de trap op, rechtstreeks het bad binnen. Dat was de enige manier om het alomtegenwoordige zand nog een beetje binnen de perken te houden.

Al die herinneringen kwamen me vandaag weer voor de geest, toen ik de jongens zag en hen (en mijn ouders) hoorde beschrijven wat ze allemaal gedaan hebben. Er zijn tunnels gegraven, liters water verbruikt, en ganse zandfeesten gehouden. Wolfs kleren van gisteren bleven op eigen houtje rechtstaan, met dank aan de kilo’s zand die er nog aan plakken. In zowat het hele huis knisperde het onder je voeten. Maar de gezichten van de gasten: onbetaalbaar! Ik moest en zou meekomen naar de zandbak, en ze toonden me wat ze gebouwd hadden. Wolfs blinkeblauwe ogen schitterden, hij genoot nog na.

Dank u, ma en pa. Die zandbak, dat wordt een familieherinnering. Voor hopelijk nog heel lang.