Afscheid

Vandaag is mijn vader overleden. Om 16.10 uur, meer bepaald, in het bijzijn van mijn broers.

Koppig als hij was, heeft hij het niet enkele uren, maar liefst nog 26 uur volgehouden. Du jamais vu, zeiden de artsen van intensieve zorgen.

Mijn broers zijn de hele nacht én dag bij hem gebleven. Tot hij zachtjes gewoon stopte met ademen.

Vandaag is mijn vader overleden.
Ik ben wees.

En het is goed zo. Ik heb er vrede mee.

Totaal onverwacht afscheid

Mijn vader…

Laat me beginnen met het begin: gisterenavond rond een uur of acht had ik plots de behoefte om naar mijn pa te gaan om hem zijn nieuwe shorts te brengen. Ik ga nooit in de week ’s avonds naar hem, hij komt hier altijd de zondag, dus dit was bepaald ongewoon. En die shorts lagen hier al sinds maandag, hij had er per slot van rekening eentje. Merel trok haar wenkbrauwen op: “Ga jij nu naar opa???”

Op het moment dat ik daar uit de lift stap, passeert er net iemand van de verpleging in vijf haasten, en roept me toe: “We zijn net bezig met uw papa, het gaat niet goed met hem, we hebben net de ambulance gebeld!” Euh?

In zijn kamer was het snikheet – 35° – maar hij had zelf niet naar de koelere dagzaal willen gaan, en een ventilator had hij ook afgeslagen want “dan zat hij in den trok, en hij kon goed tegen de warmte”. Er was een huisarts bij hem die zei dat hij precies koortsstuipen had, maar ik ontkende dat meteen: hij had gewoon serieus last van zijn Parkinson-tremor. Hij had wel 41° koorts en moest dus dringend afgekoeld worden, en ze dacht aan een dubbele longontsteking, maar ik vond zijn adem niet anders dan anders. Nu, ze gaven hem meteen antibiotica, koude kompressen en ijspakken, zetten er een ventilator bij, legden zuurstof aan en na enkele minuten kwam de spoedarts erbij. Die luisterde naar mijn anamnese maar oordeelde toch dat hij richting spoed moest om af te koelen, want dit was allesbehalve oké op zijn leeftijd en met zijn problemen. HIj ging daar zelf ook mee akkoord, maar voelde zich niet bijzonder slecht, zei hij.

Soit, ambulance in, en ik nog snel een valiesje klaargemaakt want de kans zat er wel in dat  hij wat langer ging moeten blijven. Ik fietste naar huis, bekwam daar even van de warmte en de adrenaline, en reed vervolgens ook richting spoed.

Daar lag hij al in een onderzoekskamer met een ijskoud infuus en enkele ijskompressen, en hadden ze hem al aan enkele machines gelegd. Zijn hartslag was 104, zijn bloeddruk normaal, maar zijn zuurstofsaturatie naar de lage kant. Een longfoto wees uit dat er wel iets was, maar eigenlijk niet abnormaal gezien zijn COPD. Ze gaven hem daarop een aerosol met Duovent om zijn longen open te zetten. Intussen was zijn koorts naar 39° gezakt, de goeie richting uit dus.

Was het nu die Duovent waarop hij is beginnen hyperventileren of zo? Of iets anders? Feit is dat plots zijn koorts terug omhoog schoot, zijn hartslag naar 160 ging en bleef, en dat het dus gewoon fout aan het gaan was. Intussen was Roeland tegen een uur of elf na een dinertje afgekomen om me af te lossen, want de rug is niet bepaald tuk op die stoelen daar.

Om één uur is pa dan naar de intensieve gebracht, want hij bleef met die hoge hartslag en die hoge koorts. Hmmm.

Deze voormiddag moest ik toevallig in het ziekenhuis zijn voor een bespreking van mijn rug – later meer daarover – en liep ik even langs de intensieve om te luisteren hoe het zat. Ze konden me nog niks vertellen, waren nog volop bezig met onderzoeken, hij was niet stabiel, maar ik mocht rond één uur terugkomen want dan kon de dokter even tijd maken voor mij.

Net toen ik wilde vertrekken thuis, kwart voor één, ging de telefoon: dat we best alle drie langskwamen, want dat het helemaal fout ging. Euhm….

Kwart over één zaten we alle drie aan een bureautje in intensieve en stond een ongelofelijk empathische, zorgende dokter ons te woord. Ons pa kreeg bloeddrukondersteuners, had een speciaal zuurstofmasker op, kreeg allerhande medicijnen, maar… ze zaten aan het maximum en ze kregen zijn zuurstof niet goed. Op zich was zijn saturatie oké, maar ze namen voortdurend bloedgassen, en daaruit bleek dat de zuurstof zijn spieren en organen niet bereikte en dat er altijd maar meer lactaatvorming was, verzuring dus. Ze konden proberen hem erdoor te sleuren, maar dan ging het echt trekken en sleuren zijn, mensonwaardig, en de kans was bijzonder groot dat er al organen zoals zijn nieren aangetast waren, en dat hij daarna drie keer per week naar de dialyse zou moeten. En intubatie bij een parkinsonpatiënt is sowieso om problemen vragen, want die mensen genezen daar vrijwel niet van.

We bleven stil.

Voorzichtig opperde ze dat zijn levenskwaliteit wellicht drastisch zou dalen, en of dat was wat we wilden voor hem. En ja, ze snapte dat het een bijzonder moeilijke beslissing ging zijn, want dat hij nu perfect helder en wakker was, maar dat ze dit al vaker gezien had, en dat hij mentaal misschien wel in orde was, maar dat zijn lichaam hem in de steek liet. En ze stelde voor dat we afscheid namen van hem, dat we hem zachtjes lieten gaan. Dan zouden ze de ondersteunende medicatie afbouwen en hem morfine geven, zodat hij langzaam zou wegzakken en in slaap vallen, in alle comfort.

En dat is wat we ook gedaan hebben. Ons pa wist het: hij is ook niet onnozel, als hij zijn drie kinderen samen ziet binnenkomen op zijn kamer in intensieve. Ik heb het hem ook uitgelegd: dat zijn lichaam op was, en dat dit het was. Hij knikte. En later, toen Jeroen hem vroeg of hij comfortabel was, zei hij: “Joak”. En of hij schrik had: “Neenk”. En dat, dat stemde me gerust.

Ik had zijn hand vast, we zaten alle drie bij hem, toen hij in slaap viel. Zijn hart klopt nog stevig, maar zijn ademhaling vermindert en zijn bloeddruk zakt gestaag. De verpleging zei dat het nu nog enkele uren kon duren, maar wellicht niet meer dan dat.

Rond acht uur ben ik naar huis gegaan: de rug was op. Mijn broers zijn nog bij hem, hij gaat niet alleen sterven, maar we waren erbij toen hij in slaap viel, we hebben afscheid genomen.

Totaal onverwacht dus. En ja, dat doet pijn. Maar ik ben er zeker van dat we de juiste beslissing hebben genomen, en dat stelt me gerust.

Elk jaar opnieuw, nu meer dan ooit.

Het was al een paar jaar geleden dat ik het gepost had, maar het wordt weer actueler dan ooit: de klaprozen, de poppies. Elk jaar opnieuw krijg ik kippevel.
Elk jaar opnieuw, wanneer ik de klaprozen zie in de bermen langs de wegen, in dit geval hier vlakbij aan het Turcqpleintje.

Elk jaar opnieuw denk ik dan aan het fameuze gedicht van John McCrae.

En elk jaar opnieuw weet ik: dit mogen we nooit vergeten. Dit mogen we nooit opnieuw meemaken. Dit mogen we nooit onze kinderen aandoen.

En daarom post ik opnieuw dit gedicht. Om niet te vergeten.

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

– John McCrae

Allerheiligen

Bart wil graag een nieuwe traditie opstarten: met het hele gezin, en dan later ook met de partners en kinderen, samen gaan eten op 1 november. Dan hoeft voor hem het nieuwjaren op zich niet, dat is sowieso een drukke periode.

Vandaag gingen we dus met zijn allen – Arwen kon niet mee – naar het kerkhof, waar voor het eerst ook Nelly lag. Het deed vreemd…

We reden voor het eerst ook eens door naar Wannegem, om daar het graf van de tanten te groeten, en dan door te rijden naar een uitstekende bistro, Het Landhuys, in Nokere. Bijzonder lekker, en ook echt wel aangenaam zitten. Het deed ook deugd om de kinderen zo ongedwongen om ons heen te hebben, zonder extra volk en zonder dringende besognes.

Het duurde allemaal wel wat langer dan we gehoopt hadden, zodat Wolf nog een vergadering begon te volgen vanuit de auto en we hem rechtstreeks afgegooid hebben aan de Loods, waar zijn fiets toch nog stond.

Tegen vier uur waren we opnieuw thuis in ons eigen comfortabele huis en kon de rest van de vreemde zaterdag zijn beloop hebben. Het voelde zondag aan, met als plus dat we morgen dus nog een dagje hebben. Oef.

Afscheid van Nelly

Het ging al lang niet zo goed met Nelly, Barts mama. Ze had veel pijn door de vorm van reuma die ze had, de pijnmedicatie werkte niet meer zoals het hoorde, en door de cortisol was ze opgezwollen. Zij die altijd overal voor iedereen had gezorgd, voor iedereen in de bres was gesprongen, iedereen had geholpen, was nu bijna volledig afhankelijk geworden van anderen, en was daardoor ook niet echt vrolijk geworden.

Enkele maanden geleden had ze de knoop doorgehakt: het was genoeg geweest. Het traject had nog even geduurd, maar vorige week is ze dan, in het bijzijn van haar zonen, volgens eigen wens en naar eigen keuze ingeslapen.

Vandaag was er de uitvaart, en ook daar hoorden we het vaak: een bijzonder zorgende, actieve vrouw met een heel eigen wil. Het deed deugd om haar vriendinnen te zien, want doorheen die meer dan dertig jaar dat ik een deel uitmaak van Barts leven, heb ik ook die vriendinnen leren kennen. Samen hebben we afscheid genomen.

Nelly, ik wil je bedanken voor alles, maar in het bijzonder voor die fantastische, onvoorstelbaar fijne en even zorgende zoon van jou. Het ga je goed, waar je ook bent.

Gelukkige tachtigste verjaardag, ma!

Hey ma,

ik bel om u ne gelukkige verjaardag te wensen he! Tachtig, een schoon getal. Ik denk dat ge nog altijd een wreed kranig geval zoudt geweest zijn, waarschijnlijk wel met last van uw knieën, maar toch niet opgevend en wellicht nog altijd op wandel aan het Sas.

Ik kan me nog altijd niet indenken dat ik u al negen jaar moet missen, ma. Ge zoudt zo mega trots zijn op uw drie kleinkinderen, maar geloof me, pa is dat in uw plaats. Elke keer als hij ze ziet, begint hij te glunderen. Elke week is Merel gegroeid, elke keer is Kobe ne langen en Wolf nen breden. Ja, hij komt hier nog elke zondag eten en de kousen sorteren en mijn blog lezen.

’t Is wel een gemak nu: sinds eind maart zit hij hier letterlijk om de hoek in een WZC, de Vroonstalle. Is het ideaal? Goh, er valt wellicht overal wel iets op aan te merken, maar ik heb er in elk geval een goed gevoel bij, en hij is er wel graag, zegt hij. Het is natuurlijk niet thuis, maar hier hoeft hij zelf ook nergens aan te denken en moet hij ook niet bang zijn dat hij iets vergeet: hij krijgt er drie deftige maaltijden per dag, koffie met iets bij, en vooral: hij krijgt zijn medicatie zoals het hoort, en daar liep het vroeger al eens fout. Hij eet ook geen ganse week meer van hetzelfde bord, maar zijn kleren, dat is nog altijd niet helemaal comme il faut: hij zou nog steeds een hele week met hetzelfde aanlopen, als ik er niet op aandrong om te wisselen. Hij moet nochtans zijn was niet doen of laten doen: ik pak die elke week mee, en vaak krijgt hij die dezelfde zondag nog terug. Verder kijkt hij tv en leest hij vooral veel. Het is nooit ne wreed sociale mens geweest, en dat verandert ook nu nog altijd niet: de activiteiten, dat ziet hij blijkbaar niet zitten.

Hij heeft wel – gelukkig – de cafetaria beneden ontdekt en gaat er af en toe eens in de tuin zitten om een ijscrème te eten, als er is. Daar ben ik blij om, want zelf initiatief nemen, dat is moeilijk.

Ach ma, ge zoudt hem onder zijn voeten geven en ge zoudt gelijk hebben ook.

Intussen staat het huis in Zomergem leeg, en ma, ik kijk er absoluut niet naar uit om het te moeten leeghalen. Man, maar gulder hebt rommel verzameld! Aan de andere kant zijn er ook miljoenen kleine dingetjes die mij aan u doen denken en waarvan ik het dus moeilijk heb om ze weg te doen. En er zijn dan ook nog heel veel dingen die nog altijd bruikbaar zijn. Het zal kringwinkel worden, denk ik dan. Gelukkig is er geen haast bij: het huis zal verkocht worden en wellicht afgesmeten om plaats te maken voor een appartementsblok, maar we hebben het geld niet nodig, en het wordt dus een werk van lange adem. Eerst moet Jeroen zijn eigen brol uit de garage halen voordat we daar kunnen beginnen verzamelen en sorteren. En dan mag iedereen langskomen om mee te nemen wat hij of zij wil. De jongens en ik gaan zeker nog eens langsgaan om de kast uit Roelands kamer mee te nemen voor Wolf zijn kamer op kot, en wellicht ook de wasmachine voor ginder. En dan nog wat kleine spullen, vermoed ik.

Ach ma…

Het zijn zo allemaal van die praktische dingen, maar ik zou er verdomd veel geld voor geven om nog echt ne keer met u aan telefoon te kunnen hangen. Pakt een uurke of twee dan, en ik denk dat we nog niet uitgetetterd zouden zijn.

Maar weete? Het is nen wreed schonen dag vandaag, de zon schijnt, de witte rozen in mijnen hof bloeien, en ik denk met weemoed terug aan u. Ge waart een straffe madam, een speciaal geval, een zotte doos, en een wreed goeie moeder. Geniet maar van uwen verjaardag, ma’tje. En ge hebt de groeten van Bart en de kinderen.

Afscheid van nonkel Staf

Vandaag hebben we afscheid genomen van nonkel Staf, Barts peter en de jongste broer van Nelly. Hij was de enige nonkel van Bart met wie ik ook echt contact had: zelfs in het prille begin, toen we nog niet lang samen waren, ben ik een paar keer gaan meehelpen op de boerderij om er hekkens, de pomp en vooral ook een dikke 15 op de brievenbus te schilderen. En stuurde hij me prompt om het lunkijzer, iets dat dus niet bestaat en waarmee ik algemene hilariteit over me heen kreeg.

Het was een beer van een man, maar dan wel van de gezellige, goedlachse soort, ne wijze mens in het plat Kruishoutems. En ik vond het dan ook jammer om hem stilaan te zien wegdeemsteren: eerst toen hij verhuisde van de boerderij naar zijn huis wat verderop, maar toch bleef meehelpen. Het was niet hetzelfde, echt niet. En toen werd het fysiek moeilijker en verhuisde hij naar een WZC in Zingem. En daar zagen we dat het ook mentaal achteruit ging: bij momenten was alles nog heel helder, op andere momenten was dat echt wel wat minder.

Staf ging ook niet meer mee op de etentjes voor kerstdag en dergelijke, dat hoefde al eventjes niet meer voor hem. Vaak zagen we hem dus niet, af en toe gingen we eens langs.

Tot Bart zondag het bericht kreeg dat er iets mis was met zijn maag en dat hij richting ziekenhuis was gevoerd, naar de afdeling intensieve. Maandag kwam dan de boodschap dat hij de ochtend niet had gehaald. Plots.

Maar eerlijk? Liever dit dan dat langzame wegzinken in dementie, zoals we bij zijn tantes hebben gezien. Staf was vrolijk, was graag gezien, was graag onder de mensen, en zo zal ik me hem ook herinneren. Een warme, hartelijke, soms strenge maar doorgaans bijzonder aangename mens, eenvoudig, simpel, rechtuit en eerlijk.

Stafke, waar dat ge ook zijt: het ga u goed. En drinkt er nog enen op, nen dreupel, maar dan enkel enen van Filliers. Zo hoort dat.