Dagje Antwerpse musea, met onverwachte afloop

Ik wilde al lang eens naar het KMSK in Antwerpen, zeker nu er die tentoonstelling van Anthony Gormley loopt, en Bart had vandaag tijd, dus… En kijk, zelfs Merel wilde mee, tot mijn grote vreugde.

Ze had het al helemaal gepland: vertrekken rond kwart over elf, iets eten in de buurt van het Modemuseum, dan richting KMSK, een koffietje, en weer naar huis. Dik in orde!

We parkeerden ons in de Nationalestraat, gingen iets eten op een gezellig terras, en moesten lachen met de stereotypering van de – jonge – ober. Bart had namelijk een salade besteld en ik een hamburger, maar die laatste werd automatisch voor Barts neus gedeponeerd en die eerste voor de mijne. Hetzelfde gebeurde bij het afrekenen: Bart kreeg spontaan de rekening, terwijl ik mijn kaart bovenhaalde. Tsja.

En toen gingen we in het MoMu de tentoonstelling bekijken rond de Antwerpse Zes. Ik wist het sowieso al langer, maar het werd bevestigd: mijn voorkeur gaat uit naar het kleurenpalet van Dries Van Noten en de zwarte silhouetten van Ann Demeulemeester. Prachtig gebouw, overigens.

Vervolgens reden we terug, naar het KMSK, om daar voornamelijk Gormley te bekijken en ook even doorheen de vaste collectie te struinen, waar een aantal creaties van modestudenten te bekijken waren, afgestemd op de museumzaal. Fijne dingen! Maar de rug gaf het op, zodat ik niet door de iconische gang ben gegaan met alle strepen en zo (ik ben het eerlijk gezegd gewoon vergeten). Bart had dat dus wel gedaan.

En toen wandelden we iets verderop naar een hippe koffiebar met terrasje, waar ze helaas geen red velvet cake hadden, waar Merel zo’n zin in had. Tsja. Je kan niet alles hebben, zeker?

Daarop reden we onvertogen terug richting Gent. Richting, want het duurde nét iets langer dan gepland om thuis te komen. Aan 120 km/uur over de E34 hoorden we plots een luid, zeer vreemd geluid! Ik dacht dat het mijn bumper was die losgekomen was – die hangt al bijna twee jaar los maar volgens de garage kan het geen kwaad – en schoot me op de pechstrook. Nope, de bumper hing waar hij moest zijn, maar mijn rechtervoorband stond niet alleen sjiekeplat, hij was gewoon aan flarden!

Mja, daar sta je dan! Gelukkig laat ik mijn Skoda altijd grondig onderhouden en heb ik dus ook gratis pechverhelping. Dat bleek in onderaanneming de VAB te zijn, en een dik half uur later laadde een sympathieke jongeman de auto op en stak ons in zijn cabine, waarna hij naar zijn VAB stelplaats reed. Ha ja, hij kon ons uiteraard ook naar de garage brengen, maar zaterdagnamiddag in de Gentse Feesten zijnde, ging dat geen soelaas brengen, wel integendeel. En op een vervangwagen had ik geen recht, ik ging mijn auto dus kwijt zijn. Maar in hun stelplaats ligt een reeks reservebanden, en er zat er wel eentje tussen die kon dienen. Wij dus naar ginder, waar hij zeer snel en professioneel mijn auto opkrikte, het wiel eraf haalde, de band verwijderde, een andere band oplegde, die uitlijnde, en dat bleek dat te zijn!

Bijna twee uur later dan gepland waren we thuis, maar met een perfect rijdende auto, en dat is veel waard.

Allez hup, weer iets afstrepen van de bullet list, denk ik dan maar.

Twee daagjes Big Rivers

Allez ja, die verliepen toch wat anders dan gedacht, maar bon.

Gisterenochtend stonden we vrij laat op, en Sabrina zorgde voor een heerlijk uitgebreid ontbijt.

Nog een geluk, want de rest verliep iets chaotischer.

Tegen een uur of twaalf waren we bij Hanneke, en nee, het gaat niet goed met haar, maar dat wisten we al. We zijn sowieso al tijden bezig met geleende tijd, want eind 2023 had ze te horen gekregen dat ze kanker had, en zonder behandeling had ze nog zes weken. We zijn toen bij haar geweest en hebben toen een eerste keer afscheid genomen. We hadden beter moeten weten: koppig als ze is, vond Hanneke dat ze niet ziek was. We gingen in 2024 nog naar Big Rivers, en zelfs in 2025 lukte dat. En af en toe gingen we ook tussendoor nog even, gewoon voor de gezelligheid en omdat elk gestolen moment met haar er eentje was. Maar deze keer kon het niet: de behandeling slaat niet meer aan, en Hanneke heeft gewoon geen energie meer. We zijn een half uurtje gebleven, maar wat een deugd heeft dat half uurtje gedaan! En die knuffel, dat is er eentje om nooit te vergeten.

Mireille had echter enorm last van haar rug – spieren die vast zaten – en Kevin, Hannekes zoon die er ook was bij zijn ma, is samen met Po, een Thaise jongedame die Ayurvedische massages geeft. Kev heeft gebeld en we mochten meteen komen! Wij dus naar huis en vandaar naar het massagesalon, dat vlakbij Sabrina’s huis is. Het deed duidelijk deugd!

Het resultaat was wel dat we alle drie blauw van de honger waren, en dat we dus snel richting De Klik liepen, ons favoriete lunchadresje bij Maarten en Annemarie, met dat fantastische balkonnetje waarvoor je door het raam moet klauteren. Het was het wachten waard, gelukkig maar.

We slenterden verder, richting Grote Kerk voor de obligate foto op het trappetje, snuisterden even in de merchandise van dit jaar, en gingen op het Kerkplein luisteren naar een goeie Herman Brood Tribute Band. Klonk goed!

Een ijsje kon uiteraard ook, en daarna liepen we nog rond en pikte ik links en rechts wat labcaches op, om uiteindelijk bij Within Tension te verzeilen, een goeie Within Temptation Tribute band. Net voor het einde vertrokken we om een heerlijke Italiaanse pizza te verorberen op een alweer zalig terras aan het water. Dat laatste is niet moeilijk: er is quasi overal water in Dordrecht.

En toen was ons pijp uit: we keerden langzaamaan terug richting appartement, praatten nog even en kropen toen in ons bed. Fijne dag met gemengde gevoelens, kan je wel stellen.

 

Vandaag stonden we iets vroeger en gedisciplineerder op, want Sabrina en ik wilden om tien uur in het park staan voor een Pokemon Go! Event. Jawel, moet kunnen, toch?

Alleen… werd ze gebeten door een hond van een van de andere spelers! Die wimpelde dat zo goed als af, maar Sabrina’s been was echt aan het bloeden en haar broek was kapot, dus nee, het was niet zomaar iets! Ik ben me naar die man geschoten, en na veel gedoe gaf die uiteindelijk toch zijn telefoonnummer. Ik denk niet dat Sabrina daar iets mee gaat doen, ze hoeft niet naar de dokter want haar tetanosspuit is nog geldig, maar man! Die kerel nam dus niet eens zijn verantwoordelijkheid, vroeg zelfs niet hoe het met haar was! Echt he!

Meteen was de toon gezet: we waren allemaal wat van slag!

Soit, we liepen uiteindelijk toch de stad in, gingen een focaccia eten op een stralend terrasje – we zijn echt in Italiaanse doen – en liepen langs Biblis, een verplicht nummertje waar ik een superlichte zwarte wijde broek meenam voor amper 15 euro. We waaiden even langs het nieuwe snoepwinkeltje van Margriet, gingen even luisteren naar het koor van vrienden van Sabrina en Hanneke, en liepen daarna rustig terug naar huis.

Tegen vijven zaten we in de auto, tegen zeven uur was ik weer thuis, met opnieuw een hoop fijne herinneringen aan mijn favoriete Nederlandse stad. En ik vermoed dat haar inwoonsters daar voor veel tussen zitten, ja.

Amsterdam: rustig terug naar huis

We zaten rond een uur of acht aan een uitstekend, uitgebreid ontbijt in een fijne soort veranda cum tuintje, maar voor dat laatste was het veel te koud.

Iets over negen stonden we buiten, voor een wandeling van zo’n klein half uurtje, om tegen tien uur onze trein terug te nemen vanuit Amsterdam Zuid. Eigenlijk is dat laatste een veel beter idee dan Amsterdam Centraal: veel rustiger, en ook veel beter bereikbaar voor taxi’s en dergelijke. En voor ons dus ook te voet. Het was bijzonder rustig op dat uur in die Amsterdamse straten op een zonnige Pinksterochtend, en we genoten van de wandeling.

Er was zelfs nog tijd om even rond te lopen rond het station, en ook in Antwerpen hoefden we ons deze keer niet te haasten. Tegen kwart voor één waren we thuis, alwaar Wolf opa al had gehaald en Bart zonder omhaal eten op tafel toverde.

Hadden we langer in Amsterdam kunnen blijven? Natuurlijk. Maar dan kon ons pa niet bij ons blijven eten, en ik weet dat hij daar naar uitkijkt. Hadden we de overnachting kunnen overslaan en gisterenavond nog de trein terug kunnen nemen? Nah, want dan waren niet kunnen gaan eten en had mijn rug dat niet aangekund.

Maar dit, dit was perfect. En nu nog voldoende tijd om die rug te laten rusten, de was te doen en examens op te stellen.

Voor herhaling vatbaar, jawel.

Dagje Amsterdam

Ik had al eerder gezien dat er een tentoonstelling was in het Rijksmuseum rond de Metamorphoses van Ovidius: allerhande werken die door hem geïnspireerd zijn. En dus kreeg ik van Bart gewoon een dagje – en nachtje – Amsterdam cadeau. Zalig, toch?

Rond acht uur zaten we op de trein naar Antwerpen, waar we moesten lopen in het station: onze trein had stilgestaan in Berchem, waardoor de comfortabele acht minuten overstaptijd plots gereduceerd waren tot drie minuten. Gelukkig hadden we één rugzak voor ons tweeën, geen gedoe met rolkoffers en zo, dus we crosten doorheen het station, vlogen de roltrappen af, en sprongen op het nippertje in de laatste openstaande deuren van de klaarstaande Eurostar. Net na ons gingen die dicht, dus oef! Alleen… bleek het een dubbele trein te zijn, met in het midden een gekoppelde locomotief, zodat je niet doorheen de trein kunt wandelen. En uiteraard zaten wij op het verkeerde stuk…  Gelukkig kon de train manager – zo’n Eurostar heeft geen conducteur, no siree – ons nog een plaatsje toewijzen, niet naast elkaar, maar dat gaf niet. Oef.

Iets voor twaalf stonden we in Amsterdam en ja, het was er al behoorlijk warm. Toch gingen we op pad, richting Museumplein, toch een uurtje stappen. We zochten zo veel mogelijk de schaduwkanten op, zagen dat alle terrasjes stampvol zaten, zochten en vonden een brasserie waar het aangenaam zitten was, en vonden dus even verkoeling. En intussen pikte ik alle mogelijke caches op, voornamelijk labcaches.

Tegen half drie stonden we in het Rijksmuseum, waar we de lange rij om binnen te kunnen – ondanks de gereserveerde tickets – konden omzeilen dankzij mijn gehandicaptenkaart. Chance, want na die wandeling vond mijn rug het even welletjes, en stilstaan is moordend.

Ik ging even zitten, en daarna wandelden we door de expo: knap! Een paar dingen gezien, zoals de Caravaggio, die ik ook in mijn cursus heb gezet. En een paar andere die ik er wellicht nu ga inzetten. En uiteraard moest ik ook een foto nemen van de Laocoöngroep die daar staat, dat hoort zo. Ook de gekendste Archimbaldo hing er, en tot mijn grote verrassing en blijdschap ook een versie van Maman van Louise Bourgeois. Ik wil nog steeds ergens naartoe waar er een grote versie staat, en pas nu heb ik ontdekt dat er blijkbaar een in Tokyo staat. Had ik dat eerder geweten…

Ik beet op mijn tanden en we liepen nog even tot bij de Nachtwacht, want dat hoor je te doen in het Rijksmuseum, toch? Ze zijn het aan het restaureren en het was knap om zien. En in het passeren zagen we uiteraard nog wat andere dingen en passeerden we bij de bibliotheek. Hoe machtig is dat, zeg?

Toen was het tijd voor een vreemd blauw drankje, een benadering van een milkshake, op een terrasje in de buurt van het museumplein. Het zitten deed deugd, de frisse drank ook.

En toen gingen we het Stedelijk Museum binnen, want daar was een tentoonstelling rond onder andere Kho Liang Ie, een ontwerper met wiens bureau (dat hij destijds mee opgericht heeft) Bart nu samenwerkt. Kho Liang Wie? Het Stedelijk presenteert het eerste grote museale overzicht van Kho Liang Ie, die met zijn ontwerpen voor meubels en interieurs van de jaren 50 tot mid jaren 70 van de vorige eeuw een centrale positie innam binnen de Nederlandse vormgeving. Met zijn poëtische benadering en bijzondere materiaalkeuze gaf hij een speelse touch aan het strakke modernisme. Ook omringde hij zich met een groot internationaal netwerk en introduceerde hij nieuwe ontwerpers in Nederland.

Ja, het was de moeite. Knappe dingen gezien, fijne ontwerpen, vooral ook een strakke visie. Hij is trouwens degene die Schiphol heeft vormgegeven.

En toen was de pijp echt wel uit, maar die laatste tien minuten wandelen naar ons boetiekhotel De Ware Jacob moest nog kunnen. Daar ben ik wel meteen gaan liggen voor een uurtje, om te bekomen en de pijn te laten zakken.

Niet groot, maar geriefelijk, en met beneden een fijne lounge en zelfs een terras, en we kregen een welkomstdrink, maar waren beiden te lui om nog naar beneden te gaan en dat te halen.

Tegen half acht hadden we gedoucht, verse kleren aan en gingen we richting BAK, een restaurant aan het water. In het begin hadden we helaas geen uitzicht van aan onze tafel, maar zodra er een tafeltje vrij kwam, hebben ze ons verzet, en ja, dat was fijn. En het restaurant? Oké, niet wow, beetje hipster, en luide muziek, wat wel jammer was. Maar het werd een fijne date night met mijn lief.

En toen was het tijd om te slapen. Echt wel.

Rare autootjes

Wat me meteen opviel in Tokyo en later ook in de rest van Japan: ze hebben er een enorme voorkeur voor een type auto dat wij hier niet of nauwelijks hebben. Als in: 1 op 5 auto’s, minstens, is er zo eentje. Wat bedoel ik dan? Wel, een soortement kruising tussen een jeep en een bestelwagen: klein, met zo’n grappig snuitje vooraan, en dan achteraan wat meer laadruimte, maar de grootte van een Kangoo of zo. Ik heb een paar foto’s genomen om te tonen wat ik precies bedoel, en het feit dat er zo’n aantal op één foto kunnen, zegt genoeg.

En ja, je hebt ze in alle kleuren en in alle merken, zowel Toyota, Honda, Subaru…

Vreemd.

Rare borden en teksten

In Japan vind je soms de raarste borden en meldingen. Veel daarvan liggen wellicht aan foutieve vertalingen, sommige gewoon ook aan die extreem voorzichtige en beleefde natuur van de Japanners. Bij sommige is het ook gewoon raden wat er bedoeld wordt.

Neem nu deze uit Shiboya: waarom staan die voetjes daarop? En die O lijkt wel een G met die sigaret?

Of neem nu deze: op zich niks speciaals, ware het niet van die 25.00 uur, waarmee ze 1 uur ’s morgens bedoelen. Ik moest dat een paar keer bekijken voor ik door had wat ze bedoelden.

Deze uit het Chinese vliegtuig snap ik nog steeds niet:

Onderstaand is op zich niet zo vreemd, maar het is iets dat wij in de verste verte niet zouden tegenkomen, toch?

Deze stond op de shinkansen. Hadden ze last van bedwantsen zoals in Parijs? Was er een softwareprobleem? Geen idee, maar het is wel voorbij, blijkbaar.

De beleefdheid zit echt overal: je maakt voortdurend lichte buigingen, neemt dingen aan met twee handen, overhandigt ze met twee handen, zegt continu dankje, en blijkbaar kan het dus ook zelfs op een verkeersbord.

Ze zijn er streng over luidop bellen. Je ziet het dan gelukkig ook quasi nergens.

Onderstaande gaat uiteraard over de drukte en hoe er normaal gezien joggers in het park zijn, maar het lijkt wel alsof je de bloesems niet aan het schrikken mag brengen…

Euh. Geen idee.

Dit.

Doubtful things? Zoals?
Ik denk dat we zowat allemaal elkaar hebben aangeraakt :-p

Dit ging over de Sonny Angels rage, en ze meenden het.

Beautification Enforcement Area.

En dan was er nog dit. De Nakasendo Juku is een enorm gekend, bijzonder druk bewandeld pad dat ook echt de moeite is. Maar je zal er dus maar langs wonen. Bij verschillende huizen stond er duidelijk dat het privaat eigendom was en dat het niet de bedoeling is dat je er gaat zitten.

Maar er woont dus ook een kunstenaar, en wij lagen strijk. Sophisticated.

Raar land. Serieus.

Putdeksels

Het is me jammer genoeg te laat opgevallen, ik heb in Tokyo niet echt rondgekeken, maar… blijkbaar zijn putdeksels in Japan ook iets speciaals. Nee, lang niet allemaal, in Hiroshima heb ik echt lopen rondkijken en niks gezien. Maar ze gaan ervan uit: waarom saaie putdeksels maken als je voor quasi hetzelfde geld ook een specialere vorm kan gieten?

Het was me voor het eerst opgevallen in Odawara, maar toen dacht ik er nog niet echt iets van:

Daarna zag ik deze in Nakatsugawa: een verwijzing naar het samoeraiverleden uit de Edoperiode. En ja, soms doen ze zelfs de moeite om ze in te kleuren.

Daarna ben ik er beginnen op letten. Allez, toch als ik eraan dacht. In Nara zag ik er zelfs twee: een ingekleurde van de herten en eentje van een brandweerwagen, geen idee waarom.

En in Kyoto was er dan eentje dat naar de typische tempels en sakura verwees.

Blijkbaar lagen er in Osaka zelfs met Pokémon op, maar die waren allemaal net iets te ver.

Als ik ooit nog eens opnieuw in Japan zou komen, ga ik er echt op beginnen letten. En waarom doen we dat hier niet? Kan een mooie verrijking voor het straatbeeld zijn, toch?

Bedenkingen bij Japan

Ik heb het hier een beetje laten liggen, omdat het nogal druk was, zou men kunnen zeggen. Maar toch wel een paar dingen die me opgevallen of bijgebleven zijn in Japan:

  • Japan is druk, en dat is blijkbaar algemeen geaccepteerd. Niemand doet moeilijk over stampvolle metrostellen, over lange wachtrijen aan restaurants – dat is blijkbaar standaard – over kleine kamertjes, weinig plaats aan tafel in een restaurant, veel te veel volk in een museum. Ik spreek dan niet enkel over grootsteden zoals Tokyo of Osaka, ook op andere plaatsen was dat zo. Neem nu Nakatsugawa: daar liep om tien uur ’s avonds geen kat meer over straat, het leek verlaten. En toch waren de kamers in het hotel echt wel klein, was er in het restaurant echt niet veel plaats, en meer van dat soort details. Ze zijn dat daar gewoon, en daarom dat ons hotel in Hakkone zo uitzonderlijk aanvoelde: ruimte, plaats, stilte, een eigen ruimte voor het avondeten en het ontbijt, zonder extra lawaai. Want dat hoort er dus onvermijdelijk bij, zo blijkt: lawaai. Op elke bus speelt er een schermpje met reclames, in elke taxi achteraan ook, overal op straat is er schreeuwerige muziek, in de wachtrij voor de kabelbaan stond er een reclamebord met luide repetitieve muziek. Ik had het daar soms echt moeilijk mee.
    .
  • de spreekwoordelijke vriendelijkheid is ook echt. In Tokyo op onze eerste dag sprak ik een jongeman aan om het bureau van de Japan Rail te vinden. Hij had ons aanwijzingen kunnen geven, maar nee, hij liep gewoon drie verdiepingen mee tot aan de deur. Idem bij dat sushirestaurant dat we maar niet vonden: een werknemer van de mediawinkel liep mee tot aan de lift en wees ons de juiste verdieping aan. En ja, dat was in Tokyo waar je struikelt over de toeristen en waar die wellicht ook bij momenten zwaar op het systeem van de bevolking werken, zoals in Brugge.
  • Het aanschuiven is een ding. Nette rijen, vaak ook aangeduid op de grond, zoals in de treinstations. En iedereen doet dat ook, probleemloos. Idem voor de roltrappen en dergelijke. Het contrast met Zaventem was dan ook groot, waar mensen stonden te drummen voor de roltrap naar omhoog, zich dan met valiezen tussen de paaltjes van de neergaande trap wrongen en dan ook meedogenloos – je kan ook niet anders – werden omvergeduwd door degenen die van de trap kwamen.
  • Stations. Wow. Dat zijn megagrote winkelcentra waar je alle mogelijke winkels vindt, en waar je soms zelfs al de betaalzone moet binnengaan om de winkels te vinden. Op zich is dat niet zo erg: je scant, zoals bij ons in de metro, je kaart wanneer je binnengaat en opnieuw wanneer je buitengaat, en als je dan een reis heb afgelegd, gaat het geld automatisch van je kaart. Je moet dus wel zorgen dat die opgeladen blijft, en dat kan, vreemd genoeg, enkel met cash. Wij hadden ook een veertiendaagse treinpas waarmee je ook op veel van die metro’s kan, en die kost zo’n 450 euro voor twee weken, maar dat geld hebben we er meer dan uitgehaald, denk ik dan. Praktische mensen, die Japanners. Behalve die cash dan.
  • Tattoos. Ik had wel gelezen dat tattoos een dingetje waren, dat Japanners daar zeer wantrouwig tegenover staan, omwille van het feit dat dat gelinkt wordt aan de Yakuza, de Japanse maffia. We waren gewaarschuwd dat in een onsen, een publiek bad, tattoos niet toegelaten waren. Ik had dat ook nog gezegd tegen Bart, want die heeft een half sleeve op zijn ene arm en een wolvenkop op zijn andere. Hij had dat toen al lachend afgewimpeld en gedacht dat dat wel ging meevallen. Niet dus.
    Kobe is in Hakkone in de bijzonder luxueuze onsen geweest, waar hij meer dan een half uur in het hete water naar de sterren heeft liggen staren. Daar stond dus expliciet aangegeven dat tattoos niet toegelaten waren, en dan niet alleen de grote, maar ook duidelijk bv. een klein bloemetje bij een dame. Euh juist ja. In Nakatsugawa was ik alleen en was het geen probleem, maar ik had dus teruggefloten kunnen worden. Meh.
  • Formulieren. Voor alles, maar dan ook echt alles moet je een formulier invullen. Elke keer dat Bart de valiezen moest versturen, moest hij eerst online een formulier invullen, en dan ook nog eens in drievoud op papier.
    Een treinticket reserveren voor een half uur later? Papieren invullen tiens! En alles wordt driemaal gecheckt. Een bestelling aan tafel? Je zegt je bestelling, de dame of heer herhaalt het, iedereen heeft besteld, en alles wordt minstens nog een keer herhaald. En aan de kassa wordt nog eens overlopen of het ook echt wel klopt wat ze aanrekenen. Meer dan één stuk kopen in een winkel? De rekening wordt met jou overlopen om zeker te zijn.
    Een drinkfles kopen voor Merel: elke fles werd nog eens uitgepakt om zeker te zijn dat het de juiste kleur was, opnieuw ingepakt, dichtgeplakt en pas dan aangerekend. En als die voor jou dan vijf flessen koopt, duurt dat tien minuten, jawel. Urgh.
  • De fameuze Japanse toiletten: nee dank je. Ik hou niet van een voorverwarmde toiletbril – misschien is dat in de winter anders – en ook niet van het water op mijn kont. Allez, dat water zou misschien nog wel oké zijn, als je er deftig papier bij kreeg om alles af te drogen, want op de meeste toiletten zit geen droogfunctie. Maar het toiletpapier is één laagje, het lijkt wel van dat papier uit schoendozen. Daar kan je dus niks mee aanvangen. En dat zo’n toilet opengaat zodra je in de buurt komt: laat mij met rust! Maar vooral: zo’n toilet spoelt dus ook vanzelf door. Ik weet niet hoe u uw kont afveegt – of in dit geval afdroogt – maar ik ga dan op één bil zitten. Goh, denkt dat toilet, die is klaar, ik spoel door. En dat is hoogst onaangenaam, zo’n toilet dat doorspoelt terwijl jij er nog op zit. Nee dank je. BTW, zelfs openbare toiletten en toiletten in winkelcentra en zo zijn van die speciale gevallen. Dat, of Franse hurkgevallen. Urgh.

Er zullen me wellicht nog wel dingen invallen, en dat schrijf ik dan later nog wel eens.

Japan.

Het is een speciaal land, jawel.