Fotograafje spelen

Elk jaar is er bij ons een mega schooltoneel. Dit klinkt een stuk erger dan het is, want eigenlijk is dat keer op keer echt goed. Alle leerlingen samen – dit jaar zo’n veertigtal – bouwen samen aan een stuk, onder leiding van één of meerdere regisseurs. Die leiden het project in goede banen, maken er een dramaturgisch geheel van en gieten het zelfs in een script.

Natuurlijk komt daar een hele hoop andere dingen bij kijken: het maken, drukken en ophangen van affiches, tickets en verkoop, het bestellen en opbouwen van een tribune, het leggen van vloerbescherming, de installatie en bediening van lichten en geluid, maar ook het voorzien van soep en eten tijdens de toneelweek, het zoeken naar kostuums, het bedienen van de bar tijdens de voorstellingen, het bakken van taarten voor de namiddagvoorstelling…

En dus ook het programmaboekje. Vroeger maakte ik dat, intussen doet een van de toneelmedewerkers dat, een van de jongere collega’s. En dit jaar ben ik dus weer foto’s gaan nemen, iets wat ik vroeger ook al gedaan heb. Een deel heb ik genomen met het oude Canon fototoestel, maar dat is intussen eigenlijk voorbijgestreefd en relatief korrelig. Ik had het mee omdat de telelens op dat toestel wel goeie foto’s maakt in het donker, maar alle lichten waren deze keer aangebleven, dus dat hielp wel. Het grootste deel van de foto’s heb ik dan ook gemaakt met mijn gsm, want daar zit een bijzonder goeie lens op én knappe software die alles meteen corrigeert. Alleen moet je dan heel dicht gaan staan, maar dat vonden ze niet erg, ik had de leerlingen dan ook gevraagd om me absoluut te negeren.

En die foto’s? Die vindt u binnenkort in het programmaboekje van tToneel, waarvan u hieronder de affiche kan zien. En tickets? Via de leerlingen of via mij. Gewoon doen.

GSM boven

Sinds Wolfs laatste stommiteit  vond ik dat hij een punt had: Bart en ik laten allebei principieel onze gsm beneden, zodat we niet in de verleiding komen om ook nog in ons bed te doomscrollen. Hij valt doorgaans binnen de halve minuut in slaap, ik lig nog even – tussen de vijf minuten en anderhalf uur, afhankelijk van hoe moe ik ben – te lezen op mijn Kindle, met de stand op warm licht.

Vroeger had ik ook nog een vaste telefoon op mijn nachtkastje, zodat ze me wel altijd konden bellen op dat vaste nummer. Ik denk dat we die ondertussen een jaar of acht geleden hebben weggehaald: sinds mijn ma gestorven is, gebruikte ik die toch zelden, in elk geval niet voldoende om het abonnementsgeld eruit te halen.

Maar het is dus een feit dat wij ’s nachts niet bereikbaar zijn. En eigenlijk is dat niet verantwoord met twee meerderjarige kinderen op kot, die dus vanalles kunnen tegenkomen. Als Merel weg is, blijf ik meestal op – ik ben toch een nachtmens – of neem ik de gsm mee naar boven. Maar Wolf stond dus gisteren voor een gesloten deur en kon ons niet wakker bellen. Allez ja, toch niet via de telefoon.

Intussen heb ik dus een laadkabel boven en leg ik mijn gsm een eindje verderop op te laden. Mét het belsignaal op luid. Bart ziet dat nog steeds niet zitten, want die krijgt berichtjes op de raarste uren en zou daar wakker van worden. Of misschien alsnog in de verleiding komen om hem ter hand te nemen. Daar heb ik eigenlijk geen last van: mijn bed is mijn bed, en dat dient om te slapen en te lezen.

Maar bon, de zonen zijn een pak geruster: als er nu eentje ’s nachts per ongeluk in een gracht verzeilt met zijn fiets, of niet binnengeraakt in ons huis, dan kan hij me bellen, en dan kom ik hen wel redden.

Zolang ze me maar geen berichtjes beginnen sturen ’s nachts.

Gentse wachtmuziek

Dat Gent eigenzinnig is, dat weten we al lang. Het zit hem vaak in de kleine dingen, en daarom hou ik zo van mijn stad.

Een van die dingen was me onlangs nog eens opgevallen: de wachtmuziek als je naar een van de stadsdiensten belt. Nu, voor de meeste dingen bellen we hier gewoon 09/210.10.10, Gentinfo, tenzij je een rechtstreeks nummer hebt natuurlijk. Zij kunnen gigantisch veel opzoeken, noteren meldingen en schakelen ook gewoon door als dat kan.

Maar het gaat me om het wachtmuziekje dus: dat is niet voor de zoveelste keer “Für Elise” of iets anders klassieks, dat is ook niet dat ene vréselijke muziekje dat blijkbaar standaard bij zo’n opstelling hoort, nee, dat is “Mia” van Gorki. Van ons aller Luc De Vos.

Alleen nog “Boven Gent rijst” gespeeld op de stadsbeiaard zou misschien nóg Gentser kunnen zijn, maar dat zou er misschien wel een klein beetje over zijn. En dus is het “Mia”, en vind ik het keer op keer niet erg dat ik even moet wachten aan de telefoon.

Goe gereên, Gent!

Snelladen

Ik heb mijn auto nu bijna vijf jaar, en ik heb dus in totaal al drie keer moeten laden, telkens wanneer ik van een larp kwam, omdat die in Frankrijk doorging, of in Nederland of zo.

Gisteren was dus geen uitzondering: Barchon bleek net te ver in deze kille temperaturen, en dus moest ik even bijladen. Op zich helemaal niet erg, want lang duurt dat niet. Om maar even mee te geven: ik kwam een twintigtal kilometer te kort, en ik koppelde dus even aan:

Op een dikke acht minuten – ik heb zitten lezen, maar meestal is dat nog niet eens de tijd die je nodig hebt om even naar het toilet te gaan of een koffie te halen – had ik 18% bij, ofte een dikke 60 kilometer, meer dan voldoende.

Fastned FTW, zou ik zo zeggen.

Herfstvaas

Na de zomervaas is er nu dus weer de herfstvaas.

Ons pa heeft bitter weinig persoonlijke dingen in zijn kamer, vind ik. Ja, er hangen enkele foto’s van ons ma, en een tekening uit Parijs, en zijn favoriete schilderij, maar dat is het dan ook. Er staat een – intussen uitgebloeide – zeer grote orchideeplant op de grond, ik heb een klein orchideetje voor hem op zijn tafel, en er staat zijn fauteuil van thuis. Verder is het gewoon het standaard gerief van het WZC, terwijl ik in veel andere kamers veel meer persoonlijke spullen zie. Nu, hij heeft daar blijkbaar niet zo veel behoefte aan, zeker?

Maar wat ik dus wel voor hem voorzie, is een vaas met lichtjes. Dat doe ik nu al een aantal jaar voor hem: een kerstvaas met kerstballen en slingers, een paasvaas met van die felgekleurde paaseieren, een zomervaas met schelpen en kralen en vrolijk gerief, en een herfstvaas met dennenappels, rode en bruine dingetjes, een bolster of twee, dat soort spul. En uiteraard lampjes die automatisch aanspringen en zes uur later weer uit gaan. Hij vindt het mooi en ook ’s nachts, als hij gaat slapen, is dat beetje licht leuk, zegt hij.

Soit, ik heb dus de zomervaas vervangen door de herfstvaas. Begin oktober moet dat kunnen, toch?

De jongens hun punten, maar… een jaar van mijn leven en extra grijs haar

Vandaag kregen de jongens hun uitslag: Wolf om vier uur, Kobe om vijf uur.

Stipt een minuut over vier liep het volgende bericht binnen van Wolf:

Hij is nu dus bachelor in de ingenieurswetenschappen, computerwetenschappen. Proficiat, lieverd! Mega trots dus.

Ik was er eigenlijk behoorlijk gerust in geweest: hij had maar één vak in tweede zit en had zichzelf al meer dan bewezen. Veel stress had ik dus niet gehad.

Voor Kobe daarentegen… Het is zijn eerste jaar, hij was er ‘maar’ voor 5 van de 13 geslaagd in eerste zit en moest er dus eigenlijk nog 8 doen. Maar omdat hij zowel analyse I als II moest herdoen, en chemie I en II, heeft hij alles gezet op de I en de II doorgeschoven naar volgend jaar, ook al omdat hij echt een zwaar rooster had in tweede zit. Bon, 6 examens dus, en hij had er geen idee van hoe ze geweest waren. Ik zat dus op hete kolen, en hij zat in Frankrijk met een ganse groep vrienden van de scouts. Ik had hem al een berichtje gestuurd: dat ik zijn uitslag een minuut na vijf verwachtte.

Rond half vijf ging mijn telefoon, een mij onbekend nummer. Ik nam op.

“Hallo mama? Ja het is Kobe hier. We hebben net een via ferrata gedaan, en die was de max, maar halverwege was ik efkes gestopt om het mega schone uitzicht te filmen, en toen heb ik mijn gsm gewoon naast mijn broekzak gestoken, en die is in het water gevallen. Maar ik weet precies waar hij gevallen is, en hij heeft geen rotsen of zo meegehad, dus we gaan straks allemaal samen gaan zoeken, maar nu kan ik dus niet inloggen in Oasis (platform van de unief waar zijn punten op gepubliceerd worden nvdr.) dus ge gaat nog even moeten wachten op mijn punten. Ja sorry… ”

Zucht. Mijn stresslevels gingen nog wat de lucht in.

Kwart na vijf: opnieuw telefoon, van een ander nummer.

“Ja mama? Ja, we zijn dus gaan zoeken, maar dat water is daar dus zo’n drie meter diep en ijskoud, en we hebben allemaal samen gezocht, maar we hebben hem niet gevonden. Ja sorry… En ge kunt dus niet met een ander toestel inloggen want er zit tweestapsverificatie op, en die authenticator is gelinkt aan dat toestel. En ge kunt ook vragen om een sms te sturen… naar uw gsm. Of ge kunt ze laten bellen… naar uw gsm. En ja, ik kan ook inloggen met een IDkaartlezer, maar die heb ik hier natuurlijk niet, dus nee, dikke shit, maar ik kan dus pas aan mijn punten als ik vrijdagavond thuis kom, via mijn computer. Sorry mama…”

Stresslevels piekten. Jawel. Serieus…

Bon.

Half zes: opnieuw telefoon, van een derde nummer.

“Mamaaaaa?? Ik ben er voor alles door!!!!!!”

Ik moet blijkbaar gegild hebben, want Merel kwam kijken van boven of alles oké was. Hoe had hij het nu opgelost? Wel, een van de gasten die mee was, zijn mama is ombudsvrouw aan ’t unief, en zij heeft dus toegang tot alle accounts. En met Kobes toestemming is ze dus naar zijn punten gaan kijken.

Dit is een prachtig resultaat voor mijn klein warhoofd, een jaar jonger dan de rest want nog maar net 18. Hij had helemaal geen studiemethode en wij hielden ons hart vast, maar hij heeft het toch maar mooi gedaan.

Volgend jaar dus eerst alles op die twee nog ontbrekende vakken zetten, zodat hij veilig is voor de knip, en dan is hij gelanceerd. Allez, hij is eigenlijk nu al gelanceerd, vinden we.

Man, trots op mijn jongens. Allebei.

Wat heb ik toch een zalige kinderen, al kost die tweede me vaak een extra jaar van mijn leven…

Fietspad door het ziekenhuis

Wat ik eigenlijk al altijd geweldig vind, is dat – vooral in Gent, misschien ook elders in Vlaanderen – mensen de meest logische weg kiezen, en dat we ons daar dan ook aan aanpassen.

Neem nu in Gent het fietspad dwars door de terreinen van het Sint-Lucasziekenhuis. Vanuit Wondelgem loopt er een heel mooi fietspad dwars doorheen een stukje natuur, met een eigen fietsbrug en dan zo richting ’t stad.

Alleen… die brug komt eigenlijk uit tegenover de ingang van het ziekenhuisterrein. Je kan als fietser uiteraard rond rijden, maar als je richting Sint-Jacobs wil, dan is de kortste weg gewoon dwars door het ziekenhuis. En dat hebben ze dan ook gewoon gedaan: er staat een fietsroute aangeduid, er staan verkeersborden, en het hek van de nacht- en spoedingang – dat vroeger dicht was en waarvoor je moest aanbellen – is niet helemaal gesloten, maar staat ongeveer een goeie meter open zodat je als fietser altijd kan passeren.

Persoonlijk vind ik dat dus de max, hé! En het neemt onmiddellijk ook een deel van de ziekenhuissfeer weg als daar vrolijk een aantal fietsers passeert.

Aardbeienautomaat

In Japan kan je blijkbaar zowat alles uit een automaat halen, hier valt dat wel nog mee, vind ik.

Wat je hier in Ertvelde, in Tervenen uit de automaat kan halen, zijn verse aardbeien. En dan bedoel ik ook verse: de dame van de kwekerij daar was de automaten net aan het opvullen en zei dat de aardbeien misschien hoop en al een uur in de frigo hadden gestaan, dat ze dus net geplukt waren. Ze hebben er een hele reeks, en toen ik daar was, stonden er mensen zelfs aan te schuiven. Ik vermoed dat dit gewoon een stuk goedkoper en efficiënter is dan een echte winkel, en het is ook 24/7, zolang de automaten niet leeg zijn.

Ik wilde graag nog extra confituur maken want die gaat er hier vlotjes door en reed dus de 10 kilometer naar daar. Dat vond ik meer dan de moeite: 3 euro voor een bakje van een halve kilo superverse kleine aardbeien: dik in orde. De grote kosten 4 euro, en als er confituuraardbeitjes zijn – niet al te vaak – dan zijn die 2 euro. Ik heb meteen acht bakjes meegenomen, vier kilo dus, en de confituur komt er gelukkig wel aan.