366 – 04 december 2024 – weeping angel 2024
Omen Valckensteyn, deel 2
Mijn tweede rol was die van Drusilla, een Orestiaanse handelaar die vooral dan met Koens personage speelde. Dik in orde, want ik beschouw Koen echt wel als een van mijn vrienden, en hij had met zijn groep ook een fantastische tent: een hele grote ronde yurt met in het midden een vuurschaal en een rookgat. Ik heb er quasi de hele tijd gezeten, alle gesprekken gehoord en op die manier ook alles doorgegeven aan de vijand. Ha ja, ik was de grote sponsor van de troepen van de Ram, maar niemand heeft de moeite gedaan om ook maar een paar woorden met me te wisselen. Ik heb links en rechts hele duidelijke hints gestrooid, maar bon. De gezichten op het eindgevecht waren dan ook mooi toen ik gewoon van de spelerskant naar de overkant wandelde, de officier van dienst een zoen gaf en toen een knuffel aan koning Fintan IV. Tsja…
Wolf speelde intussen ofwel een spook, een schildknaap die op zoek was naar het zwaard van zijn meester, ofwel een jonge edelman die zijn zus probeerde te redden. Veel is er van die laatste plot niet in huis gekomen – ook hier beten de spelers niet – en heeft hij vooral diverse vechtrolletjes gespeeld. Ik hoop dat hij zich toch een beetje geamuseerd heeft…
366 – 24 november 2024 – met de larpende zoon
Omen Valckensteyn
Ik heb lang getwijfeld of ik wel zou gaan, naar Omen. De rug is echt niet oké, ik ben niet voor niets in ziekteverlof. Aan de andere kant dacht ook de dokter dat het geen slecht idee zou zijn, op voorwaarde dat ik voldoende rekening hield met mijn eigen lijf en dus op tijd ging zitten of zelfs liggen. Zo’n larp is namelijk compleet stressvrij. Allez, er is stress als je aangevallen wordt door een ork of zoiets, maar dat is compleet anders dan anders.
En dus ja, ik laadde Wolf en Jarne – mijn vaste compagnon – in de auto en reed naar Hechtel-Eksel, nota bene via Brussel want Antwerpen was weer eens compleet onmogelijk.
Ik genoot van de avondrol als dokter-non, maar helaas was ik vrij snel uitgespeeld: ze hebben mijn patiënten vermoord maar mezelf als compleet onbelangrijk weggezet, terwijl mijn personage heel veel info had als ze me ondervraagd hadden, en ik ook heel veel dokterskills had kunnen doorleren als ze het simpelweg gevraagd hadden. Jammer genoeg ben ik zodanig afgeblaft dat ik het dan maar afgebold ben, met openlijke verklaring dat ik dan maar naar een van de rebellenkampen ging. Ik werd vrolijk genegeerd :-p
Ach ja… Ik ben dan maar mijn andere rol gaan spelen en heb heerlijk rustig in een tent gezeten, zodat de rug niet eens protesteerde.
366 – 19 november 2024 – Ia ia
Leesvirus
Kammekequiz 23
Ja ik weet het, we zijn 2024, maar door corona zijn we een aflevering misgelopen, waardoor we nu aan nr. 23 zitten.
Ik wilde eigenlijk wel weer meedoen met collega’s, maar die konden allemaal niet op een of andere manier. Ik had toen gezegd tegen Luc – de organisator die over de inschrijvingen gaat – dat hij me gerust nog ergens bij mocht zetten als ze een vierde man nodig hadden. Daardoor verzeilde ik bij een groepje meisjes, oud-leerlingen van vorig jaar. Wel euh… laat ons stellen dat ze niet bepaald doorgewinterde quizzers waren. Maar we eindigden uiteindelijk toch 21ste van de 50, dus dat viel best mee. Ik heb trouwens een paar rondes gepikt voor onze eigen quiz voor volgend jaar, er zaten een paar zeer goeie tussen.
Het verslag ervan heeft diezelfde Luc geschreven, hier op de schoolwebsite, compleet met grappige foto van mezelf. Hoezo? Wel, sinds een paar jaar organiseren ze ook een tombola waarbij je leuke dingetjes kan winnen die ergens in de quiz vermeld worden. Ik had zowaar prijs en won een pot muskaatnoten, iets wat inderdaad ergens een antwoord was. Ik heb in elk geval goed gelachen en er zelfs mijn inzet uit gehaald. We hebben nu wel nootmuskaat voor de komende twintig jaar, denk ik zo…
Maar misschien ga ik voor volgend jaar wel eens actief op zoek naar quizzers die een link hebben met onze school. Ik wil eigenlijk nog wel eens winnen, ja.
The Masks of Nyarlatothep: ongoing story
Begin 2023 was ik, tot mijn grote vreugde, opnieuw gestart met een Call of Cthulhu campagne, The Masks of Nyarlatothep. Mijn groepje was een bende wijze mannen, na verloop van tijd kwam er nog een jonge gast bij. Nu, The Masks is sowieso een grote campagne en we spelen maar om de veertien dagen, maar als we eerlijk zijn, gaat het niet bijzonder vlot vooruit. Daarvoor discussiëren we te veel, amuseren we ons te veel, durven we er al eens een klapke tussendoor placeren, dat soort dingen.
Is dat erg? Bijlange niet, want het is zeer gemoedelijk, we spelen ons eigen tempo en elke keer weer, hoe moe ik ook ben, geniet ik ten volle. Onze DM gaat er ook voluit voor: in al die jaren dat hij meestert, heeft hij bijzonder veel materiaal verzameld, en hij bouwt dan ook, wanneer nodig, prachtige scènes op. Neem nu de onderaardse ’tempel’ onder de piramide van Mykerinos: hij heeft zich er volledig in gesmeten, compleet met rare beeldjes en al.
Zalig, toch?









