Kunstroute in Sint-Denijs

Bart vroeg me eerder deze week of ik meeging naar Sint-Denijs-City. Huh? Wuk?

Sint-Denijs blijkt een dorpje – gehucht? – te zijn onder Kortrijk, deelgemeente van Zwevegem, dat voor het eerst een heuse kunstroute organiseert onder de ironische naam Sint-Denijs-City. Denk Watou, maar dan zonder de poëzie, het dédain en vooral langs trage wegen. En eerlijk? Dit vond ik een pak beter dan Watou.

We twijfelden even of we de fietsen zouden nemen, maar de route is een goeie vier kilometer lang en heeft twee zomerbars, wat me wel ging lukken dus. Best dat we de fiets niet genomen hebben, want soms loop je echt langs smalle wegeltjes dwars door de velden, en ja, het was er behoorlijk druk, zodat fietsen toch niet gelukt zou zijn.

Ook de kunstenaars die ze konden strikken, zijn niet min: onder andere Koen Van Mechelen. Was alle kunst van hetzelfde degelijke niveau? Nee, natuurlijk niet, maar dat verwachtten we ook niet. We waren dan ook echt aangenaam verrast. Oordeel gerust zelf:

Het is bovendien amper 10 euro, en de hoeve Ten Rooden Duifhuize heeft meer dan voldoende parking.

Met andere woorden: nog tot 24 september heb je geen excuus meer om niet te gaan kijken. Gewoon doen.

Lectuur: “Sherlock Holmes and the Sussex Sea-Devils (The Cthulhu Casebooks, #3)” van James Lovegrove

Ik had de twee vorige ergens in mei gelezen en zag het wel zitten om ook boek drie als snack tussendoor te lezen. Ook hier heb je het best de twee vorige gelezen om mee te zijn met alle details, maar verder is het hele verhaal een pak grimmiger. Er sneuvelen nogal wat personages, het gaat grondig mis, en jawel, de nodige Cthulhu mythos is duidelijk aanwezig, compleet met R’lyeh en al.

Het blijft natuurlijk wel in de eerste plaats een Sherlock Holmes-verhaal in de stijl van Arthur Conan Doyle en minder een Lovecraftverhaal, en het boek is ook het sterkst in de puur detectivemomenten. Het stuk in R’Lyeh vond ik persoonlijk wat minder, de horror zoals die bedoeld is, komt niet voldoende naar boven. Maar dat is een persoonlijke mening, natuurlijk.

Zou ik boek vier nog lezen, mocht dat er zijn? Ik denk het niet: de verhalen zijn net iets te veel mossel noch vis, en dan lees ik liever de pure verhalen.

Nog een dagje cachen, in Landegem deze keer

Nog een laatste mooie dagje voordat het weer gaat omslaan, en ik had eigenlijk wel zin om nog eens flink uit te waaien.

De fiets op de drager, en richting Landegem dus: daar ligt nog een aantal caches van de Zonnestelsel-reeks, en dat is een mooi fietstochtje langs de vaart tot in Nevele. En daar ligt dan weer een klein rondje van de Gezinsbond: ideaal.

Langs het kanaal heb ik een paar keer stevig moeten zoeken, één keertje heb ik de cache ook aan mij voorbij laten gaan wegens de immense netelzee waar ik door had moeten waden, en in Nevele moest ik met de zware elektrische fiets op een Finse piste, en dat bleek ook geen cadeau. En ja, soms vindt ne mens al eens rare dingen langs zijn baan. Maar verder? Nog eens heerlijk uitgewaaid, doorgefietst en fysiek moe. En vooral helder in het koppetje.

Nog een dagje hondjescaches

Mooi weer, en vanaf donderdag of zo gaat het beginnen regenen: ik ben dus nog eens gaan cachen daar in Gavere, de reeks Scott & Whisky. Het is fijner als Veronique mee is, maar alleen doet het eigenlijk ook wel eens deugd: rust en stilte om me heen. En prachtige landschappen en prachtige caches, dat ook. Ik ben wel nogal laat vertrokken, het was na vier uur, maar bon, het was dan ook net iets minder warm op die manier.

Ik heb genoten, maar ik heb beloofd aan Véro te wachten voor het laatste stuk tot ook zij nog eens mee kan.

 

Een tegenvallend Watou

Mooi weer + vrije zondag = dagje Watou. Vorig jaar hadden we er nog een weekendje van gemaakt, met twee overnachtingen in Poperinge. Dat hoefde nu ook weer niet, maar een dagje Watou was wel een van de dingen die ik op de planning staan had.

Bart zorgde dat de kinderen eten hadden ’s middags, en tegen elven vertrokken we richting de West-Vlaanders, meer bepaald kasteel De Lovie. Dat is zo’n vijf kilometer van Watou-centrum, maar daar is dus blijkbaar ook altijd een deel van de tentoonstelling. In plaats van in Watou te parkeren, daar alles te doen, naar de Lovie te fietsen en dan nog moeten terugkeren, had Bart dus het lumineuze idee om te beginnen met die fijne fietstocht doorheen het Poperingse platteland. Tegen kwart voor één waren we in Watou centrum, haalden we onze tickets en gingen we eerst iets eten, netjes in de schaduw.

Daarna deden we het parcours in Watou, maar… laat ons stellend dat we niet meteen onder de indruk waren, en dat is zachtjes uitgedrukt, noch van de kunstwerken, noch van de poëzie.

Eén werk sprong eruit, maar dat pakte echt niet op beeld, en ook het begeleidende gedicht was niet mis.

En toen fietsten we terug naar de Lovie, waar om 17.00 uur een voorstelling zou zijn, maar voor Bart hoefde het echt niet meer. We zijn zelfs de Lovie niet binnengegaan, want dat ging toch meer van hetzelfde zijn.
We hebben ons dan maar eventjes geïnstalleerd in de zomerbar aan de vijver, en ik ben nog een paar caches op het domein gaan bekijken, terwijl Bart rustig op een bankje zat.

Watou 2023? Niet bepaald een aanrader. Volgend jaar beter.

 

International Geocaching Day

Bij het geocachen kan je ook souvenirs verdienen, gewoon kleine beloningen voor speciale taken – zoals een bepaald aantal caches halen in een maand, of eentje wegsteken, of zo veel dagen op rij cachen… – en ook per land of streek waar je geweest bent. Een van die souvenirs is International Geocaching Day op 19 augustus – vandaag dus – en elk jaar houdt VCX1302 daarom een bijeenkomst van cachers in Melle: leuk om elkaar te zien én meteen een cache voor de dag.

Een andere reeks was ‘Wheel of Challenges’ waarbij je, voor de moeilijke souvenir, in de maand augustus acht verschillende cachetypes moest halen, waaronder dus een ‘event’. Ik had die nog nodig, en dus reed ik tegen zes uur naar ons pa voor een lange babbel over de jamboree en Berlijn en nog een hoop andere onderwerpen – ik was nog niet bij hem langsgeweest sinds we terug waren, schande – en reed daarna door richting Melle. Ik dacht: ik laat eventjes mijn gezicht zien, zeg hallo, babbel wat, en rijd tegen half acht naar Gentbrugge voor het laatste nodige type cache, een letterbox hybrid.

Wat graadt ge: het was kwart voor negen tegen dat ik daar weg was, na lange babbels met onder andere organisator VCX1302 en roemruchte cachers Styxcaver en Kejoti. Resultaat: het begon al te schemeren daar in Gentbrugge in het bos waar ik moest zijn. Gelukkig kon ik de majestueuze kastanje vrij snel lokaliseren, vond ik de bewerkte dode boom ernaast, kon ik de uitgesneden kevers en de totemnaam nog net zien, berekende ik de coördinaten en ging in de schemering zo’n 350 meter verder gaan zoeken bij het lichtje van mijn gsm. De stash lag gelukkig op knal het nulpunt op een logische plek, zodat ik hem onmiddellijk had.

Soit, het was tegen tien uur tegen dat ik thuis was, maar wel met een grote grijns op mijn gezicht. En dat souvenir? Dat is binnen, tiens!

Geocachen in Gavere: meer hondjes

Die fameuze hondjesgeocacheronde in Gavere, daar is werk aan. Zowel vanwege de legger – ze zijn stuk voor stuk knap gemaakt, er is echt veel werk in gestoken – als voor de cachers, want het zijn er meer dan 70. Ik ben er ook al een tijdje mee bezig: twee jaar geleden met Véronique, vorig jaar op mijn eentje, vandaag opnieuw. Het is niet altijd evident om een dag te vinden dat we allebei vrij zijn én dat het goed weer is.

Maar bon, vandaag lukte het en iets over twee stonden we allebei aan de Spar in Gavere en gingen we ietsje verder parkeren. Dat bleek nog niet voldoende, voor een van de buurtbewoners: die kwam naar buiten en wees ons fijntjes op de parking een zijstraatje verder. Wisten wij veel…

Enfin, het werd een mooie fietstocht met eerst twee vruchteloze pogingen, dan 14 vondsten om dan te eindigen opnieuw met twee zoekpartijen die op niks uitliepen. Tsja.

Tussendoor was er thee, of nee, toch niet: in gans Asper is er geen enkele bank. Toen we aan de kerk passeerden, zagen we plots enkele bistrotafeltjes staan. We hielden halt, klopten aan, riepen aan het hek van Quitapena, maar enkel een hond kwam even kijken, ondanks het feit dat er een bord “OPEN” stond. We hadden ons net geïnstalleerd en thee uitgegoten, toen er alsnog een dame kwam piepen. We hebben de thee dan terug in de thermos gegoten en zijn binnen in de fijne tuin een ijsthee gaan drinken.

De verfrissing deed deugd, want het was eigenlijk echt wel warm, en het was uiteindelijk ook na zessen toen we terug aan de auto stonden, en zeker tegen dat de fietsen opnieuw opgeladen waren.

En toen, toen was er alsnog thee. Nog steeds gloeiend heet, we hebben er gewoon koud water bij moeten kappen om het afgekoeld te krijgen, want eigenlijk had Véro tegen zes uur thuis willen zijn.

Ach ja, het is vakantie…

Bedenkingen bij Berlijn

  • Graffiti is alomtegenwoordig, maar de bussen en trams zijn perfect geel en proper. Bizar.
  • Er zijn geen zebrapaden. Oversteekplaatsen wel, maar enkel aangeduid via een kleine stippellijn links en rechts en dus zeker niet van ver zichtbaar. Ik erger er mij blauw aan, je ziet zeker in het donker amper waar je moet lope.
    EDIT: er zijn wel zebrapaden, maar enkel waar er geen lichten zijn. Je moet dus al goed zoeken.
  • Broodsnijmachines in het warenhuis. Oh. My. God. Maar echt. Dat zijn barbaarse bloeddorstige zaagbladen die spontaan doen denken aan Indiana Jones. Je legt dat brood erin, en dan komt er eerst een paar klauwen uw brood genadeloos vaststekken, en dan komt een zaagblad aan een hels tempo sneetje per sneetje afsnijden. Guillotinegewijs. Afspelen mét geluid.

  • Daklozen. Veel, en vaak met een tentje en gans hun hebben en houden op een vaste stek onder een brug.
  • Voor het eerst ook een vluchtelingenkamp gezien: Oekraïners in containers op Tempelhof. Brr. Wij zijn gelukkige mensen.
  • Zoals Bart het verwoordt: Berlijn is een zwaar getraumatiseerde stad. De meeste steden hebben een min of meer continu verloop, zoals bv. Londen: natuurlijk hebben de oorlogen een impact gehad, maar het leven ging verder. In Berlijn zijn er twee enorme breekpunten: de tweede wereldoorlog en de Berlijnse Muur. Zoals een van de gidsen zei: “Het is wat kort door de bocht, maar algemeen kan je zeggen dat na de tweede wereldoorlog een kwart van Berlijn volledig was verwoest, een kwart zwaar beschadigd en eigenlijk onbewoonbaar, een kwart gehavend maar doenbaar, en een kwart nog normaal bewoonbaar”. Dat doet wat met een stad: je moet volledig opnieuw beginnen, om van de menselijke en emotionele schade nog niet te spreken, en het verwerken van de nazigruwel. En dan was er de Stasi – zie vorige posts – en de Berlijnse Muur en het enorme litteken dat dat met zich heeft meegebracht, zowel fysiek in de stad als mentaal. De Berlijners leven ofwel in dat verleden dat alomtegenwoordig is, ofwel willen ze er resoluut mee breken en leven ze in het nu.
  • Stickers. Quasi elke verkeerspaal is volgeplakt met de meest waanzinnige stickers. Geen idee vanwaar de fascinatie.
  • Berlijn is groen. Volgens iemand waarmee we gesproken hebben, zou 40% van Berlijn bestaan uit groen of water. Of groen water. Wellicht zijn daar de privétuinen ook in gerekend, maar dan nog: er zijn echt veel parken en parkjes, en er is natuurlijk ook Tiergarten, het lokale Central Parc.
  • Berlijn is ook groot. Maar echt groot. Wij hebben verschillende keren een kleine tien kilometer in een bepaalde richting gefietst, en dan zit je nog steeds in een volgebouwd gebied. Toegegeven, je komt dan in wat vroeger voorsteden moeten zijn geweest, of industriegebied, maar wat intussen naadloos is opgegaan in de urbanisatie. Ik denk dat Berlijn zo’n 20 km in doorsnee is. Bij mooi weer zijn (elektrische) fietsen ideaal, en anders is er de prima metro.
  • Berlijn is (nog) geen echte fietsstad, maar er zijn merkelijk meer fietsers dan in veel andere steden. Het is natuurlijk geen Amsterdam of Kopenhagen, maar de fietsinfrastructuur is duidelijk in opkomst, een beetje zoals hier in Gent of in Antwerpen.
  • De verkeerslichten duren lang. LANG. Je kan makkelijk twee volle minuten staan wachten tot je als fietser kan oversteken, vooraleer dus de auto’s in alle richtingen hebben kunnen rijden en afslaan. Meh.
  • Ze houden hier ook nog wel van een fijn kasseibaantje. En net zoals hier in Gent vinden ze blijkbaar niet altijd de juiste mensen om die te onderhouden. Man, hebben wij gebobbeld af en toe!
  • Net zoals in elke grootstad ga je ook hier niet omkomen van de honger, verre van: om de paar stappen – zolang je min of meer in het centrum blijft – val je over een restaurant. Echte ketens hebben we nochtans niet veel gezien, zoals bv. de alomtegenwoordige Starbucks in New York of de Pain Quotidien in Parijs.
  • Heel veel binnenhofjes en binnenpleintjes. Sommige daarvan zijn openbaar, zoals de Hackesche Hofe, andere zijn wellicht privé, maar je ziet wel vaak door openstaande poorten of doorgangen een hoop groen.

Gaan we nog terug? Goh, er zijn nog zo veel andere boeiende steden te bezoeken en die krijgen de voorkeur, maar anders kwamen we wellicht nog wel terug: we hebben nog een massa dingen niet kunnen doen. Maar een volgende keer wordt het wellicht geen slaaptrein meer.

Cthulhu in de tuin

Veel hebben we eigenlijk nog niet kunnen genieten van onze tuin: in juni en juli was het veel te heet, daarna heeft het geregend, en toen zaten we in Berlijn.

Maar gisteren was het zalig weer, ging het gelukkig ook nog lang warm blijven, en dus was dat ideaal om eens Call of Cthulhu te spelen in de tuin. De heren zagen dat gelukkig zitten, de DM werd met een hele bak gerief opgepikt en we installeerden ons hier. En zagen dat het goed was. Zeg nu zelf…

Ik vrees dat het niet voor herhaling vatbaar zal zijn deze zomer: de volgende sessie is eind augustus en dan koelt het ’s avonds verdomd snel af…

Mja, we gaan niet klagen: het is toch één keer gelukt.