Gezapige zondag

Ik voelde me absoluut niet in orde: een vreselijke verkoudheid, moe, lamlendig… Het mocht dan nog prachtig weer zijn, geocachen zat er voor mij vandaag niet in, ook al omdat de rug op de rand van kraken staat.

Ik was dan ook blij dat Wolf gisteren bij Arwen was gaan slapen en deze voormiddag dus opa kon gaan ophalen. Een gemak, zo’n zoon met een rijbewijs, ge hebt er geen gedacht van!

Maar het was dus prachtig weer, en we hebben wel binnen gegeten omdat onze buitentafel echt maar voor vier personen is: vijf is al lastig, zes is quasi ondoenbaar. Maar voor taart en koffie kan het perfect, natuurlijk. En toen bleven Merel en Wolf gezellig met opa buiten zitten kletsen – Kobe was naar de scouts – en ik weet eigenlijk niet wie daar het meest deugd van heeft gehad: de kinderen of opa.

En toen ging Bart nog pizza maken en hebben we ons pa maar meteen uitgenodigd om mee pizza te eten. Hij kon niet rap genoeg “ja” zeggen, om eerlijk te zijn.

Enfin, fijne dag, alleen jammer dat ik me mottig voelde. Maar ons pa heeft ervan genoten, en dat is het belangrijkste.

Nieuw quizseizoen, eindelijk!

Ik denk dat ik al bijna dertig jaar meedoe met het kwisconvent van de UGent, het SQ. We zijn destijds begonnen met allemaal groepen oud-leden van de studentenclubs en -verenigingen, en via Jeroen zat ik dus bij het Oud-VEK. Ik heb jaren met ons ma meegespeeld en tal van vrienden en vriendinnen zijn er ook de revue gepasseerd. Jeroen zelf speelde minder en minder mee, en de laatste jaren hadden we zo’n beetje een vast basisteam: ikzelf dus, met Tom (doorgewinterd kwisser, zit ook in gerangschikt team Ali Chemicali), Stijn, Eddy en Nicolas. Met die laatste vier spelen we ook af en toe eens met Richard The Turd. Ja, dat komt ervan als je drie mannelijke veertigers je teamnaam laat beslissen…

Door corona lag uiteraard ook gans de quiz op zijn gat, en toen bleek het bijzonder moeilijk om het quizconvent terug opgestart te krijgen. Onze vaste locatie, de Union Sandeman onder de Sint-Pietersabdij, was plotseling echt duur geworden en is intussen blijkbaar ook zelfs opgedoekt. De zoektocht naar een nieuwe locatie bleek bijzonder moeizaam: we hadden iets dat toegezegd had maar op het laatste nippertje alsnog zijn staart introk.

In seizoen 2022-2023 is er dus ook niet gespeeld geweest, en ik vreesde het ergste voor het quizconvent. Maar kijk, er is een nieuwe locatie in Sint-Amandsberg, in het Westveld, en er zijn nog acht ploegen van de oorspronkelijke 30+ over, maar bon, we kunnen weer spelen!

We zijn zelfs akkoord gegaan om als eerste te organiseren, dus ik weet nog wat gedaan de komende weken, maar bon: op tien oktober gaan we weer van start! En ik, ik zie het compleet zitten!

Barts kleine broer ook al 50

Kleine broertjes worden niet verondersteld vijftig te worden, daar waren Bart en ik het roerend over eens. Maar kijk, je kan het blijkbaar niet tegenhouden, en Koen gaf dan ook nog eens een feestje in de Plantentuin van Meise.

Ik had in de namiddag zin om in dat heerlijke weer te gaan fietsen, maar ik ben braaf in mijn zeteltje gebleven, kwestie van tenminste nog een uurtje of twee of zo op dat feestje te kunnen blijven.

Tegen zes uur waren we aan de Plantentuin en maakten we nog een korte wandeling rond de vijver van het kasteel, tegen half zeven waren we op de staande receptie op de binnenkoer van het kasteel.

Het was er druk, het was gezellig, het was op een bepaald moment ook nat, het was lekker, en het was moordend voor de rug. Resultaat: tegen negen uur zaten we alweer in de auto, nog voor het dessert en het dansen. Maar het was genoeg geweest, ik wil volgende week ook nog kunnen werken en al.

Gelukkige verjaardag, Koentje!

Buitenklas

Elk jaar schrijf ik er wel eventjes over, en elk jaar ben ik er weer even opgetogen over: de mogelijkheid om buiten les te geven.

Vandaag ben ik ook weer buiten gegaan met mijn zesdes: ze zijn maar met een handvol en het was gewoonweg zalig.

Caesarfeesten

Eén keer om de vijfentwintig jaar – jawel!  – viert het Archeocentrum in Velzeke Caesarfeesten. Ik herinner me nog dat die van 25 jaar geleden compleet uitgeregend waren, en hopelijk haal ik de volgende editie ook nog!

Enfin, niemand hier had goesting om mee te gaan, en ook al deed de rug behoorlijk lastig, ik zorgde dat ik tegen een uur of vijf ter plekke was om de gladiatorengevechten te zien. Waarom niet eerder? Wel, een temperatuur van meer dan 30 graden is niet zo standaard in september, en op zo’n loeiheet grasveld zonder veel schaduw, met een zere rug… Maar ik had mijn lichtgewicht vouwkrukje mee, en daar was ik bijzonder blij om.

Eerst waren er dus de gladiatoren, waarbij onder andere Anthony ‘Sparta’ meevecht. Het bleef echt leuk om zien, ook al is het niet de eerste keer dat ik hen bezig zie.

Eigenlijk was ik toch beter iets vroeger gekomen, want tegen zes uur begonnen de meeste marktkramers op te kramen. De glasblazer had het tegen dan al lang voor bekeken gehouden wegens de loden hitte – al was zijn oven wel nog op temperatuur – en ook de smid en de pottenbakker zagen het niet meer zitten. Wat ik volkomen begrijp.

Ik pikte nog wel de demonstratie te paard mee, van twee legionairs en hun verschillende types wapens te paard. Fijn om zien, maar wellicht ook weer veel te heet voor die beesten.

Ik keek rond in het kampement van alle verschillende Romeinen en Kelten, en zag vooral dat veel van die mannen daar zeer ver in gaan. Fijn om zien, kudos voor de inzet.

Ik wilde nog iets fris gaan drinken, maar blijkbaar was de bar volkomen uitverkocht. Gelukkig had Farys in dit weer een watertap voorzien, zodat ik niet hoefde om te komen van de dorst.

Ik wandelde even tot aan het dorp en de muziekgroep daar, zag dat het enige kraam dat eten verkocht volkomen belegerd was door een rij van zeker vijftig man en besloot dat ik toch eigenlijk niet zo’n honger had.

En toen wandelde ik opnieuw naar boven, keek nog even rond, wilde salut gaan zeggen aan Anthony, en liep toen een jonge Wondelgemnaar tegen het lijf, oud-scoutsleiding van Wolf, en vooral ook classicus. Hij was bij het Legio Claudia als soldaat. En toen ging hij er even bij zitten en klapte ik mijn stoeltje open, en toen waren we plots meer dan een uur later. Tsja. Faeces accidit.

Al bij al was het tien uur tegen dat ik thuis was, met een hongertje maar ook met een rug die precies nog niet te moeilijk deed over de lange dag. En vooral met een zeer tevreden gevoel, jawel. Fijne, fijne namiddag.

Sociëteit ter bevordering van het archaïsch taalgebruik

Sinds enige tijd ben ik lid van de facebookgroep “Sociëteit ter bevordering van het archaïsch taalgebruik”, alwaar ik menig mij bekende naam zag opduiken.

Bijwijlen wordt er een bericht geschreven waarin een fictief, doorgaans ook compleet onjuist oud Nederlands gebezigd wordt. Amusant om te lezen, maar meer ook niet. Ik wil liever oude Nederlandse woorden herontdekken en eventueel zelfs opnieuw invoeren in mijn taalgebruik. Dat ik fan ben van ellenlange zinnen met stapels neven- en ondergeschikte fraseringen, bloemrijke adjectieven en schilderende substantieven, dat zal de trouwe en aandachtige lezer wellicht niet ontgaan zijn. Ieder zijn eigen stijl, en ik weet dat ik in het middelbaar onder mijn voeten kreeg voor deze stijl die blijkbaar als te omslachtig werd ervaren. Maar gelukkig: mijn blog is van mij en daar doe ik wat ik wil, dus ook naar hartenlust ellenlange zinnen debiteren. Af en toe is de linguïst in mij toch wel sterk aanwezig.

Ik schreef er ook het volgende bericht: “Ik maakte me gisteren in de auto de volgende bedenking: nogal wat mensen hier proberen – meestal puur voor de lol – een bijzonder archaïsch en dus ook compleet onbruikbaar taaltje uit. Mij gaat het eerder om het herinvoeren van in onbruik geraakte woorden. Toen ik daar wat verder over nadacht, kwam ik alras op het volgende uit het gaat niet zozeer om substantieven of adjectieven – veelal zijn die in onbruik geraakt, zoals die kloefen uit een der vorige berichten, omdat het voorwerp in kwestie obsoleet is geworden – maar om bijwoorden. Dra had ik er enkele verzameld in mijn gedachten: bijwijlen, schier, alras, dra, heeltegans, altegader, kwansuis, altoos…

Iemand een andere mening toegedaan? Of heb ik hier de juiste snaar geraakt?
Uiteraard zijn er daarnaast ook nog de talloze uitdrukkingen die niet roemloos ten onder mogen gaan in het moeras der moderne uitspraken, maar dat is een ander subject, mijn inziens.”
U weze gewaarschuwd: er kunnen hier wellicht vanaf nu nog meer archaïserende wendingen opduiken.
Caveat emptor.