Alle geluk voor Jarne en Jade
Ik geloof dat het ergens in februari was, dat Jarne – de jongste Vos en mijn trouwe metgezel in de auto op weg naar larp – me vroeg of hij me even mocht bellen, want dat hij me iets moest vragen. Dat ‘iets’ bleek te zijn: of ik de ceremoniemeester op zijn huwelijk met Jade wilde zijn. Ik voelde me meer dan vereerd.
We spraken later af voor een etentje bij hen thuis – Jade kende ik toen nog niet, maar ik had er uiteraard al gigantisch veel over gehoord – om de eerste krijtlijnen uit te zetten. Dat bleek een groots opgezet feest in verschillende onderdelen: de ceremonie zelf, dan de receptie, aansluitend een spel (om een uurtje tussentijd te vullen), dan het diner en tot slot het dansfeest. De bedoeling was dat ik de ceremonie ging leiden en daarna uiteraard bleef, en ook het spel in goede banen ging leiden, samen met een bevriend larper.
Een week of twee voor de grote dag zaten we nog eens samen voor details en zo, en op zaterdag 27 juni tekende ik present, in die gigantische hitte. Het werd een stralende dag, en niet alleen in de letterlijke zin van het woord. Het bruidspaar, zoals dat dan heet, zweette zich niet alleen te pletter – ik ben hen op een bepaald moment een glas water gaan brengen en heb hen waaiers toegestopt, tijdens een van de speeches – maar glunderde dat het geen naam meer had.
En ik, ik amuseerde me, en kreeg achteraf ook de nodige complimenten: “Oh, gij zijt hier nog? Gij blijft voor het feest? Oh, vriendin van Jarne? Serieus? Ik dacht dat gij een professioneel ceremoniemeester waart!”
Het was warm, het was fijn, het spel liep gesmeerd, het gezelschap was zeer aangenaam, en voor mij was het emotioneel een zeer moeilijke. Want ja, ongeveer op het moment dat ik hen het jawoord liet uitspreken en de linten van de handfasting knoopte, is mijn vader overleden. Dat was oké: ik had afscheid genomen voor hij in een coma ging, mijn broers waren bij hem, en ik wilde mijn vrienden niet in de steek laten. The circle of life, hij zou dat wel oké gevonden hebben. En toch…
Maar dit is voor Jarne en Jade: ik wens hen alle geluk toe, en dat ze mogen blijven stralen voor elkaar zoals ze dat die dag deden.
365 – 08 augustus 2026 – Spider-Man
Londen dag vijf: het is op
Omdat het gisteren zo laat was, sliepen we lang, ontbeten laat en trokken rond half elf de deur van ons excellente verblijf achter ons dicht. Ik geef u nog even een zicht op de privétuin mee van op ons terras.
We namen met onze spullen de metro vanuit Paddington richting St. Pancras om daar onze bagage al eerst even af te droppen, en lazen intussen de Metro, het gratis gazetje dat daar nog bestaat. We stelden wel vast dat we precies lang bleven stilstaan op Edgeware Road, en plots… reden we terug de andere richting uit en stonden we weer in Paddington! Als twee idioten hadden we er dus niet bij stilgestaan dat Edgeware Road de eindhalte is van de Circle Line in de ene richting, en dat we daar dus hadden moeten overstappen op de Circle Line in de andere richting. Goed bezig dus, extra gezeul voor Merel met de overvolle – wegens te veel boeken gekocht – en loodzware valiesjes, en bijna een uur kwijt. Het zorgde ervoor dat we onze bagage afgooiden en richting Charing Cross spoorden, maar daar eerst iets gingen eten in een of ander Italiaans restaurant. Het stikt daar echt van de Italiaanse dinges…
En toen was het tijd voor de National Gallery, iets wat bij Merel ook met stip op haar lijstje stond. Ja, het was het waard, alleen al voor de Monets die er hangen en waar zij compleet zot van is. Ze kocht dan ook een schriftje van Monet en kreeg van mij een T-shirt met de waterlelies op.
En toen… was het op bij Merel. Haar voet deed zeer – een ontstoken teennagel en blijkbaar, zo bleek achteraf thuis, een ontstoken pees – en ze voelde zich echt niet goed. Het plan was geweest om nog te voet, zo’n 40 minuten wandelen in totaal, richting St. Pancras te gaan met een tussenstop in het British Museum en daar ook een koffietje. Dat lukte dus niet meer, en ik troonde haar dan maar mee via de metro naar St. Paul’s Cathedral die ik ook wel wilde zien en waar ik nog een massa labcaches kon doen, zodat zij zich ook niet schuldig hoefde te voelen.
Zij installeerde zich daar in de tuin van de kathedraal onder een boom, en ik ging op wandel. 26£ voor de binnenkant van de kerk was me toch iets te veel, zodat ik me ook in de schaduw installeerde en een reeks labcaches afwerkte. De rust en de stilte – het was echt druk geweest in de buurt van Trafalgar Square – hadden Merel duidelijk goed gedaan, en een ijskoffie met koekje bij de Starbucks waren nog beter. We namen de metro’s terug richting Euston, haalden onze bagage op, waren tegen half zes in het station, zoals gevraagd, en gingen als een sneltrein doorheen bagagecheck, security check en paspoortcontrole: ze deden toevallig net voor onze neus telkens een nieuwe balie open. Een rustig half uur later konden we aan boord, zaten we te lezen, kregen we een deftige koude salade als avondeten, en om tien uur stonden we in Brussel. Daar hebben we gelopen om nog de trein van 22.07 uur naar Gent te halen, maar helaas: dat perron van de Eurostar is echt té lang en te druk, en we stonden om 22.08uur in de vertrekhal te kijken naar een bord waar net de trein naar Gent van verdween. Dju.
Dan maar een trein later, zodat we om elf uur Bart in de armen konden sluiten, en nog iets later in ons eigen bed lagen.
Oef.
Londen, u was fijn. Echt fijn.
Londen dag 4: wat minder en dan een knaller!
We gingen opnieuw ergens ontbijten, en stelden opnieuw vast at we daar gewoon meer voor betaalden dan een lunch. Tsja. Maar het was wel lekker.
We namen de underground richting Camden omdat ik daar zo goede herinneringen aan heb uit vervlogen tijden, maar die tijden bleken wel degelijk vervlogen. Camden is niet meer het walhalla van de alternativo’s, goths en punks, maar een gigantische toeristenval met voornamelijk goedkope eetstandjes en souvenirbrol. En veel te druk ook nog eens. We liepen wat rond, ik stelde vast dat mijn favoriete gothwinkel The Black Rose blijkbaar al jaren weg is, dat de Cyberdog nu vooral voor ravers is en dat verder de prijzen behoorlijk hoog liggen. Ik heb er wel de max van een paarse hoed gekocht, en nog afgedongen van 35 naar 30 pond, wat wel de prijs is voor een degelijke hoed uit 100% wol. Yup, in mijn nopjes.
Maar nog voor de middag maakten we dat we daar weg kwamen en spoorden richting St.James Park, om daar in een echte pub ons te goed te doen aan een pie. Vandaar liepen we naar Buckingham Palace om dat toch ook eens gezien te hebben, liepen de Mall af en kwamen uit op Trafalgar Square, waar we oog hadden voor de fijne verkeerslichten.
We keken even rond, aanschouwden Nelson,s Column en gingen dan naar Cecils Court, een straat die bekend staat om haar fijne antiquarische boekenwinkels. Dat had Merel toch zo opgezocht. Alleen bleek het eerder een straatJE en waren een winkel of vier-vijf en dat was het. We waren niet bepaald onder de indruk.
Tegen dan waren we allebei al wat moe, en we wilden vooral ook op tijd op het appartement zijn om nog wat te rusten, iets te eten en op tijd op West End te zijn, hier dus ongeveer terug. We namen de metro richting Euston en stelden vast dat dat niet hetzelfde is als Euston Square en dat je daar een vijftal minuten bovengronds moet voor een aansluiting. Ideaal voor een ijskoffie in zo’n straatstandje dus. Oh, en opnieuw enkele boodschappen voor het avondeten en morgen het ontbijt.
Het uurtje rust deed deugd: we fristen ons op, ik trok zelfs een kleedje aan, en iets over half zeven gingen we de deur uit. Ik had gerekend op een half uur verplaatsing – de show begon om half acht – maar dat was dus een behoorlijke misrekening, zeker omdat we plots tien minuten moesten wachten op een volgende metro. Ouch. Het zorgde ervoor dat we buiten adem, op een holletje maar wel nog op tijd kwamen voor Hadestown, het aangepaste en naar musical vertaalde verhaal van Orpheus en Eurydice. En ja, het was ook écht goed! We hadden ook degelijke plaatsen, al was ik blij dat ik geen 2 meter ben want dan had ik niet in die stoel gepast.
Behoorlijk onder de indruk van zowel het spektakel zelf als van de zangprestaties. Wanneer de gefilmde versie in oktober uitkomt op de Engelse markt, ga ik toch eens kijken of ik dat kan vastkrijgen en eventueel tijdens uren studie of zo aan mijn leerlingen voorschotelen.
We liepen op het gemak door de drukte terug naar de underground, waren tegen goed half twaalf thuis, en dat was dat voor dag vier.
365 – 06 augustus 2026 – liefde uit Londen!
Londen dag 3: goed beter best
We hadden geleerd van gisteren en dus aten we gewoon ontbijt op het appartement, gezond met yoghurt en fruit en al. We wilden ook niet al te veel tijd verliezen, want om half elf wilden we aan het Design Museum zijn voor de Wes Anderson tentoonstelling. Ik moet toegeven dat ik niet veel van zijn films gezien heb, maar ik ben nu wel getriggerd, ja. Merel was laaiend enthousiast, en het is inderdaad allemaal heel esthetisch.
We hadden nog meer dan een uur voordat we aan onze lunchplek moesten zijn, zodat we ook nog even door de rest van het museum liepen.
En toen was het dus tijd voor High Tea, en die stelde niet teleur! Merel ging voor een Black Vanilla – en kreeg als cadeautje van mij nog een pakje mee naar huis, ik koos een zwarte thee Cream Caramel. En dan was er het eten… Merel was helemaal door het dolle heen, en ik geef haar geen ongelijk: het was een ervaring!
Er waren vijf hartige hapjes per persoon, twee ronduit fantastische scones met clotted cream and jam, en vijf taartjes te verdelen onder ons. En jawel, er was red velvet cake bij voor Merel! Het was ook gewoon te veel, maar we mochten de twee overgebleven scones ook gewoon meenemen in een doosje, gelukkig maar.
Helaas was het toen tijd voor iets dat een pak minder vrolijk was: een van mijn goeie vriendinnen en medevosje Hanneke werd vandaag begraven, en gelukkig was de plechtigheid ook online te volgen. Merel troonde me dus mee naar het nabijgelegen Hyde Park waar we ons onder een boom posteerden en ik kon volgen. Het deed deugd, maar god, ik ga Hanneke missen…
Daarna liet ze me even wat tijd om op mijn positieven te komen, en liepen we richting Picadilly Circus en vooral de grote Waterstones, een mega boekenwinkel. Ik installeerde me met een koffietje want Merel was ik kwijt voor toch wel bijna een uur. Ze heeft zich gigantisch ingehouden en hield het bij vier boeken, ook al omdat ze die voor de helft zelf moet betalen.
We liepen vervolgens verder naar Leicester Square. Man, wat een drukte! Dit was eigenlijk niet meer zo leuk, en Merel was echt moe – ze had slecht geslapen – waardoor we richting huis gingen, maar niet voordat ik eerst nog enkele foto’s van standbeelden had genomen.
Brood was er nog van gisteren, en we hadden nog de halve pizza van maandag, om eten hoefden we ons niet te bekommeren. Blij dat we thuis waren. Ik heb nog even geprutst met een handdoek en een rolsysteem om Merels kamer beter te verduisteren, en toen ging voor ons beiden het licht uit. Zeer geslaagde dag, jawel.
365 – 05 augustus 2026 – dromerig
Londen dag 2: de toerist uithangen
We sliepen tot een uur of zeven – zalig verblijf, heel erg rustig en ruim en met een fijn terrasje – en zaten rond kwart voor tien aan een heerlijk ontbijtje wat verderop: de beste cinnamon rolls die ik al gegeten heb, zelfs beter dan die uit Tallin.
Alleen… ze bleken een pak zwaarder dan gedacht, zodat ik mijn bestelde pistachekoekje gewoon meenam. Merel had echter ook nog een pistachecroissant naar binnen gespeeld, allebei met heel veel boter, en was zowaar wat van slag.
Maar we lieten het niet aan ons hart komen, namen de underground naar Westminster en deden daar de touristy things samen met duizend andere toeristen. We keken naar Big Ben, the Houses of Parliament, Westminster Cathedral, alle beelden daar in de buurt, en zagen dat het goed maar pokkedruk was.
We namen daarop de River Bus richting Tate Modern, met zo’n hop-on-hop-off dagticket. Normaal gezien zou dat 59 pond geweest zijn voor ons twee, nu betaalde ik 16 pond met mijn EDC en ik was daar onbetamelijk mee in mijn nopjes.
Ginder zijn we eerst iets gaan eten bij een Italiaans ding, en dat viel best wel mee, een heerlijke ravioli voor mij. Merel voelde zich alleen nog steeds niet zo goed…
En toen was het tijd voor het Tate Modern. Ik wilde vooral Maman van Louise Bourgois zien, maar die was blijkbaar niet thuis. De schilderijen van Rothko waren dat gelukkig wel, en Merel snapte een klein beetje waarom Bart en ik daar zo kunnen blijven naar kijken, maar toch nog niet helemaal. Moderne kunst, dat is niks voor haar. Alleen die pamfletten van de Guerilla Girls, daar bleef ze echt lang bij staan, dat deed iets met haar, zei ze.
Eenmaal buiten hoorde ik plots: “Mevrouw Rombaut!” Ik verschoot me dood, maar het bleken twee fijne collega’s met hun kinderen te zijn, die we puur toevallig tegen het lijf liepen. Dat zou nog niet eens lukken als je het zou afspreken, denk ik…
Wij liepen even over de Millenium Bridge, maar moesten op onze stappen terugkeren omdat we opnieuw de boot op wilden maar de Blackfriar halte niet bediend werd.
En toen werd Merel ook nog eens zeeziek, want het was opkomend tij en er stond behoorlijk wat wind. Het leidde ertoe dat we even doorbeten tot we aan de halte Greenwich waren, zoals gepland, dan even doorliepen tot aan het park en ons daar onder een boom installeerden, in alle rust, weg van de drukte en het gewoel, in de schaduw. Het hielp: ze begon zich iets beter te voelen.
We liepen verder door het kurkdroge park naar boven, naar het observatorium en de nulmeridiaan en kregen zowaar enkele druppels op onze kop! Ik ging even poseren voor die nulmeridiaan en daarna ging ik een ijskoffie halen en Merel een bretzel, en kijk: ze knapte helemaal op! Wellicht hielp het zout haar bloeddruk omhoog en was het daaraan gelegen!
Enfin, wij de heuvel weer af, door het park, voorbij wat parkieten en de boot weer op, waar ik door mijn EDC niet hoefde aan te schuiven, en dan tot aan de Tower Bridge, want daar wou ze graag eens over lopen.
Blijkbaar moet je daarvoor eerst helemaal rond the Tower zelf lopen, en die ha ik nog nooit van dichtbij gezien. Best wel indrukwekkend,,,
Tegen dan was mijn pijp uit, moesten we wel nog een eind tot aan het metrostation, namen we de underground tot aan Paddington, haalden we brood, beleg, melk en yoghurtjes voor het ontbijt bij de Sainsbury, liepen nog tien minuten tot aan het appartement, en toen verklaarden we onszelf een beetje dood.
Enfin, het brood had gelukkig wel wat herlevende krachten, maar veel poot hebben we niet meer verzet.
20000 stappen.







