Al jà ren zeggen we met de vakgroep dat we naar de Gallische Hoeve in Destelbergen willen: dat is doenbaar met de schoolbus en is niet zo lang, en het sluit perfect aan bij de leerstof van het derde jaar. Mijn collega woont daar letterlijk om de hoek en zegt dan altijd dat zij dat zal regelen, maar helaas, het is er nog nooit van gekomen.
Onze jaarlijkse uitstap naar Velzeke is dit jaar in het water gevallen door de Vlaamse Toetsen, maar ik wilde de tweedes toch iets geven, en toen ik deze paasvakantie naar de Gallische Hoeve ging, probeerde ik dat toch te regelen.
Het had nogal wat voeten in de aarde – in mei mogen er eigenlijk geen uitstappen meer, maar aangezien het tijdens mijn eigen lessen viel, kon het nog – vooral dan qua busvervoer waar we maar geen antwoord op kregen, maar alla, vandaag stond ik toch met 22 tweedes en een stagiair – een collega mocht geen lessen meer verliezen – in de Gallische Hoeve. Drie vrijwilligers gaven een uitleg: eentje over het maken, spinnen, weven en kleuren van wol, eentje over de huisvesting in onze streken ten tijde van de Gallo-Romeinen, en eentje over de verschillende types wapens en beschermende kledij.
De leerlingen vonden niet alles even interessant, en dat had ik ook niet verwacht van veertienjarigen, maar al bij al werd het wel positief geëvalueerd, en dat maakt het zeker voor herhaling vatbaar. Ik zou het in het vervolg wel doen voor de derdes, want die zien dan Caesar en dus Gallo-Romeinen.
Zoals gezegd was het een bijzonder drukke week. Om half zes stond ik in de Sint-Coletakerk voor de raccord, om acht uur zongen we ons concert met Cantandum en deed ik de presentatie.
Om half tien waren we klaar, en terwijl de rest nog iets dronk en napraatte, sprong ik in de auto en reed naar Deurne. Ha ja, want Philip werd 40 en gaf een feestje en daar wilde ik echt wel bij zijn.
Het grootste deel van de avond – om niet te zeggen de hele tijd – heb ik met Koen en met Veerle zitten kletsen en het werd een aangename avond, jawel. Ik was blij dat ik er toch nog geraakt was, want ik had er niet op gerekend. Drukke week + concert + presentatie = pijnlijke rug, dacht ik, maar dat bleek goed mee te vallen. Zelfs de stem werkte nog volop mee, want anders was ik ook niet gegaan.
Ook al sinds een jaar of tien – als het niet langer is – ben ik de leerkracht die die Uitvaart een beetje bij sta. Als in: praktische informatie doorgeven, dingen regelen met directie, dat soort dingen. Over de inhoud ga ik niet, die wil ik ook op voorhand niet eens weten.
En – ik geef het toe, ik was er niet helemaal gerust in want het ging precies niet vooruit – het was uiteindelijk een van de beste uitvaarten van de laatste jaren. Ik heb me ziek gelachen met een bepaald filmpje dat niet online komt, maar ook met de rest van de overval heb ik meer dan smakelijk gelachen. Serieus, gasten!
Yup, vorig jaar was hij er niet, maar dit jaar dus wel weer: de English Day op school. Merel had er al tijden naar uitgekeken, ze had een speciale outfit voorzien: een prachtig plooirokje met bijpassend kostuumvestje, lange zwarte kniekousen en ik had vorige week nog speciaal in de kringwinkel een wit bloesje voor haar gekocht. Het was de perfecte outfit, en toen durfde ze plots niet meer en ging ze toch in gewone kleren naar school. Ja, ik was nijdig, ja: daar heb ik dus wel wat geld aan gehangen, en behoorlijk wat moeite ook. Bleh.
De meeste leerlingen van de lagere jaren durfden dus precies niet meedoen, en dat was wel wat jammer, ja. Ook bij de leraars was er precies weinig animo, in vergelijking met anders. Kobe was wel in kostuum gegaan, net zoals de meesten van zijn klas. En er was versiering overal. En uiteraard ook The English Theatre Company met hun bizarre toneelstukken. Oh, en mijn collega had schitterende scones gebakken met clotted cream: ze waren zalig!
Ik was gewaarschuwd voor dit boek: in het Engels noemen ze het een ‘slog’, een bijzonder traag, saai boek dus. Al bij al viel dat best mee, vond ik. Ja, het tempo ligt laag en er gebeurt niet veel, maar Jordan kan hier een hoop extra achtergrondinfo meegeven, al had hij daar misschien geen 700 pagina’s voor hoeven te gebruiken.
Wat me vooral ergerde, is dat Jordan blijkbaar toch nog altijd een vrouwenhater is. Ja, de meeste samenlevingen zijn in handen van of bepaald door vrouwen: Ebou Dar, waar het verhaal begint, heeft een matriarchale samenleving, de Aes Sedai zijn allesbepalend, Elayne wil de kroon van Andor want dat is steevast een koningin, geen koning, de Atha’an Miere zijn matriarchaal, bij de Seanchan zijn het duidelijk de vrouwen die aan de macht zijn… Maar het enige wat die zogenaamd machtige, zelfbewuste en waardige vrouwen doen, is ruziemaken, de bitch uithangen, elkaar de loef afsteken, jaloers zijn… terwijl de machtige mannen veel meer hun waardigheid behouden. Enfin, als we Perrin even niet meerekenen. Ik heb hem al nooit sympathiek gevonden, maar zoals die jongen onder de sloef ligt, is gewoon niet meer mooi. Serieus, wat een vreselijke relatie heeft die man! Die hoofdstukken waren dan ook niet aangenaam om te lezen. Maar ook Elayne is niet bepaald sympathiek: wat een bitch! Nynaeve, die met opzet minder sympathiek wordt neergezet, valt dan wel beter mee. En mijn lievelingspersonage, Mat, komt hier helaas niet eens in voor, en het blijft raden wat er met hem zal gebeuren.
Er gebeurt dus wel wat, maar geen grote plottwists: Elayne komt eindelijk in Caemlyn aan, het weer wordt gerepareerd, Egwene verklaart officieel de oorlog aan Elaida en krijgt daardoor meer grip op de Aes Sedai, Rand voert strijd met de Seanchan en verliest op een bepaald moment controle over de Power waardoor er massa’s doden vallen, Faile valt met een aantal anderen in handen van de Shaido. Op zich zijn het niet eens spoilers, want je verwacht dit soort dingen. Mja. Ik lees zeker verder.
We waren uitgenodigd bij Tom en Birgit vanavond: dat zijn behoorlijk cultureel aangelegde mensen, en hij is blijkbaar ook een niet onverdienstelijk muzikant, en dat is nog zacht uitgedrukt.
Zo’n veertigtal genodigden verzamelde zich op de prachtige zolder van Toms huis in het Elisabethbegijnhof, waar we vergast werden op een kort concert van Tom zelf – hij speelt vooral reggae en ska, heeft nog meegespeeld in een Doe Maar-musical – en daarna een allereerste try-out van nieuw materiaal van Wouter Deprez. Ik heb het altijd al gehad voor die mens en zijn prachtige stem, maar nu heb ik tranen gelachen. Serieus, wat die allemaal tegenkomt, en vooral de manier waarop hij dat dan ook vertelt… We gaan echt uitkijken wanneer we naar zijn show kunnen gaan, ik wil wel eens de evolutie zien van dit materiaal.
Soit, andermaal een cultureel hoogstaande avond dus. We zijn goed bezig de laatste tijd!
Zoals gezegd doen we geen meerdaagse dingen deze vakantie, maar Amsterdam is niet zo ver natuurlijk, daar kan je makkelijk op een dag heen en terug. Bart wilde zeer graag de tentoonstelling van Marina Abramovic zien, en ik gaf hem geen ongelijk.
Wolf gooide ons dus om kwart voor acht af aan het station, zodat we de trein richting Brussel konden nemen. In mijn hoofd was Antwerpen logischer, maar volgens de NMBS kon dat niet om daar op te stappen op de HST. Waarop we prompt een tussenstop in Antwerpen maakten natuurlijk. Meh. Maar gelukkig was de trein wel rood: Bart wenst zich enkel in rode voertuigen te verplaatsen.
Enfin, iets over tien stonden we in Amsterdam Centraal en kreeg ik prompt een bericht van Jeroen dat ons pa bloed had overgegeven, en wat hij nu moest doen. Euh, de dokter bellen tiens? Die kwam langs, en stuurde, zoals verwacht, ons pa richting spoed. Ik vrat mijn kas op, daar in Amsterdam, het moest weer lukken natuurlijk. Soit, Jeroen bracht hem, en Roeland nam over in het ziekenhuis. En ik, ik nam extra maagmedicatie en stapte met Bart in een Uber richting Fabrique des Lumières voor een prachtig lichtspektakel zoals we al gezien hadden in Bordeaux.
Bart was eigenlijk ook op prospectie voor een latere reis met mensen uit zijn sector en had gedacht dat dit misschien wat te licht zou zijn, maar ik vond het prachtig. Het moet ook niet allemaal zwaar zijn, toch? En ja, je kan hier foto’s en filmpjes van blijven nemen…
Bon, we stapten buiten, genoten even van de prachtige omgeving en namen opnieuw een Über, richting Nxt Museum, gewijd aan digitale kunst. En ja, dit is zeker een aanrader. Niet bijzonder groot, maar wel indrukwekkend, als dit je ding is.
(Nog twee filmpjes komen eraan, maar ik moet even wachten van YouTube wegens spamgevaar)
Vanuit dit fijne museum wandelden we dan te voet richting ons restaurant: Moon in de A’Dam toren. Wij gaan enkel nog voor lunches in hoge ronddraaiende restaurants, toch? Maar waar de kwaliteit van het eten in Berlijn te wensen overliet, was dit echt wel goed. En een fijne ober, dat ook.
We namen het veer naar de overkant en daar dan opnieuw een Über naar het Stedelijk Museum voor Abramovic. Het was er druk, maar het was wel de moeite. Dat mens is echt wel een paar vijzen kwijt. Dat wist ik al, maar als je alles samen ziet zoals hier, spreekt daar toch echt wel enige vastberadenheid en engagement uit.
Eigenlijk was het plan om nog naar het MoCo te gaan, maar de rug was het echt wel aan het opgeven. Maar we waren nu toch al in het Stedelijk, en ik wilde dan toch nog de moeite doen om even naar de vaste collectie te gaan kijken. Daar heb ik geen spijt van gehad: prachtige, prachtige dingen.
Ook voor Bart was het welletjes nu. Het plan was om te voet terug te lopen naar het station, dat is een mooie wandeling dwars over de grachten heen. Alleen bleek gans Amsterdam buiten gekomen te zijn op deze eerste echt mooie zaterdag en zaten alle terrasjes ook overvol. We zijn dan ergens binnen – met groot open raam – iets gaan drinken om even te rusten en tot aan het station gewandeld. Dat gaat dan gelukkig wel weer voor de rug, al mag het niet al te lang zijn.
En toen bleek de trein terug geen HST te zijn, maar een gewone trein, zodat we er meer dan twee uur op zaten. Och ja, we zaten redelijk op ons gemak, dat viel dus wel mee. De trein vanuit Antwerpen naar Gent viel dan wel weer tegen: nog eens anderhalf uur, wegens boemeltrein met omleiding door werken. En nee, er was geen snellere trein meer, en ook geen betere verbinding vanuit Brussel. Meh. We waren dus pas om 22.50 uur in Gent, maar gelukkig stond onze trouwe zoon ons weer op te wachten.
Yup, goed gevulde dag, zou je kunnen zeggen. Maar het heeft deugd gedaan.
Gisteren zaten we in Brussel, vandaag reed ik naar Ronse om Nelly te bezoeken in het ziekenhuis – ze is gevallen en heeft haar heup gebroken – en wat spulletjes te halen op haar appartement.
Maar eergisteren was het al bij al wel mooi weer, en wilde ik opnieuw niet gewoon binnen zitten. Ik dacht dat de magnolia’s nog zouden bloeien en reed naar Eeklo, naar het Leen, om daar in het arboretum de prachtige collectie te bewonderen. De laatste keer dat ik geweest was, was in 2016 met ons ma en pa, en toen stonden ze op 05 april nog volop in bloei. In 2015 was ik er op 16 april, dus nog een week later dan dit jaar, en ook toen kon ik ze nog in al hun glorie aanschouwen. Helaas, op die tien jaar is de lente duidelijk opgeschoven, want ik was op 10 april dus te laat. Hier en daar bloeide er nog een laatbloeier, maar ik genoot al meer van de rododendrons die het beste van zichzelf aan het geven waren.
Meteen pikte ik vijf labcachekes daar ter plaatse mee, en enkele gewone caches. Ik genoot van de camelia’s en ook van de uitkijktoren, al vond ik dat ding wel wat griezelig. En toen reed ik ook nog Eeklo zelf binnen om nog enkele extra caches te vinden, wat niet altijd even vlot lukte.
Mooie dingen gezien, dat wel. Ik was pas na zevenen thuis, dat zegt genoeg. En gelukkig ook geen regen gehad, ik heb zelfs in mijn T-shirt kunnen lopen. Komt dat tegen, zeg!