Laatavondeditie op het Puppetbuskerfestival

Ik ben dit jaar amper op de Gentse Feesten geraakt: twee keer in de Willem De Beersteeg voor het Puppetbuskerfestival, en dat is alles, maar dat was voldoende, al had ik graag nog meer voorstellingen bijgewoond.

Maar op vrijdagavond kwam ik nog van ergens anders, en zocht ik – tevergeefs – een legale parkeerplaats op wandelafstand die me nog op tijd zou doen zijn voor de voorstelling. Eigenlijk was er een Maleisische groep gepland, Tambur Malaya, maar die zijn door omstandigheden niet in België geraakt, doodjammer. Hun voorstelling werd daarom vervangen door de voorstelling ‘Rhapsody for passerby’ (20 minuten) van het Mexicaanse Cosmonautas Teatro de Sombras. Ik miste de eerste seconden van de voorstelling, maar op zich maakte dat niet uit, want er zat niet bepaald een verhaal in. De artieste was voorzien van een sterke lamp ter hoogte van haar middenrif, en een aantal schaduwfiguren, die ze op zachte muziek liet bewegen op de omliggende gevels. Bij het eerste stukje waren we er niet meteen uit of het meisje aan het dansen was, dan wel aan het vegen.

Na het eerste stukje liep ze wat verderop naar een andere gevel, waar een vogel zijn jongen voederde, een jongen met een vlinder speelde, en nog wat verder liet ze een kind met een kat spelen. Mooi, poëtisch, maar niet meer dan dat.

Waar ik meer van onder de indruk was, was de voorstelling “Maandochter” van de jonge Nederlandse Robin Puijk. Eigenlijk viel die onder ‘Jong talent’ maar de organisatie wilde de voorstelling toch kenbaar maken voor een breder publiek, zeker nu de Maleisische voorstelling niet langer doorging.

Robin laat zichzelf zien, in schaduwtheater, terwijl ze aan het schrijven is en hoe langer hoe meer gefrustreerd raakt over dat schrijven. Lukt het wel nog om origineel te zijn? Kan je nog dromen? En dan komen die dromen. Ze laat haar bureau dansen, kraken, buigen, nog net niet barsten, en uiteindelijk ontwaakt ze in de vorm van een pop. En gutsen de ideeën en verhalen uit haar.

Een hele mooie, dromerige voorstelling die je doet nadenken. Een knappe afsluiter van een mooie avond.

En die boete voor dat illegale parkeren? Die nemen we er dan maar bij.

Komanigroen warmhartig lieveheersbeestje

Het was al eventjes geleden, maar ik schilderde nog eens een scoutshemdje. Kwestie van bezig te blijven en al.

Best wel goed gelukt, al had het beestje wat ronder mogen zijn, achteraf bekeken. Soit, het is wel oké, denk ik.

Er liggen nog twee hemden klaar om van tekening te worden voorzien, maar ik wilde er niet meer aan beginnen voordat we op reis vertrokken, en het is absoluut niet dringend. En volgens Kobe zijn er nog wel wat van de leiding die dat graag zouden hebben. Ik zou het gewoon fijn vinden mocht de voltallige leiding netjes zijn naam en tekening op het hemd staan hebben, dan horen ze lekker samen op van die algemene activiteiten.

En ik doe ondertussen geen ander kwaad.

Koffietje in het Parkkaffee

Mijn nicht – allez, aangetrouwde nicht – Sofie en ik, wij komen eigenlijk bijzonder goed overeen, maar sinds ze geen adjunct meer is op onze school, zie ik haar nog nauwelijks. In de vakantie proberen we toch minstens één keer af te spreken, het liefst op het Parkkaffee. Laat ons stellen dat het weer niet ideaal was, maar dat we toch begonnen onder een stralende zon, en dat de luifel daarna echt waterdicht bleek. Het was gelukkig niet koud, en we hadden meer dan genoeg gespreksstof, zoals onze kinderen. Nummer twee bij haar is intussen ook afgestudeerd en werk aan het zoeken, nummer één gaat definitief het huis uit, samenwonen met het lief en al. Tsja, zo gaat dat.

En verder hadden we het over het werk en al, en alle verschuivingen en irritaties en ergernissen en dergelijke. Meer dan genoeg om twee uur over te tetteren. Langer had zeker gekund, maar ik moest om kwart voor vier al bij de tandarts zijn: er zit te veel spanning op het kapotte tandje naast het implantaat, en het doet behoorlijk veel zeer. Saar had gelukkig nog een gaatje – pun intended – door een afzegging, dus kon ze me ertussen nemen, en daar zei ik geen nee tegen.

Misschien toch eens kijken, na Tallinn, of we nog eens een koffie kunnen gaan drinken. Was echt wel gezellig zo, zelfs in de regen.

Lectuur: “Deadly Wrong” (Preternatural Affairs #5)” van S.M. Reine

Deel vijf in de reeks, maar deze keer niet rond agent Cèsar Hawke, wel rond het interessante nevenpersonage Isobel Stonecrow. In het vorige boek is namelijk aan het licht gekomen dat ze ondood is. Nee, geen echte zombie, maar door een contract van vijf jaar in leven gehouden op het moment dat ze aan het sterven was. Alleen is er nu een en ander misgelopen met dat contract en heeft ze maar een maand en een paar weken te leven. Allez ja, leven is een groot woord, want haar lichaam begint al af te sterven.

Beetje bij beetje komen daardoor ook haar herinneringen aan haar vroegere leven terug, en het is maar de vraag of Isobel daar blij mee is. Wat ze zich wel herinnert, is dat ze een speciale band had met Fritz Friederling, de directeur van de OPA, en dat is zowat de enige die haar kan helpen. Want ze moet naar de hel. Letterlijk. De Hel, thuis van alle mogelijke demonen, en ook de enige plaats waar dat contract kan herbekeken worden.

Het is wel leuk om eens een ander perspectief te hebben, maar het maakt het daarom niet diepgaander. Het blijft gelukkig wel even amusant om lezen, en dus lezen we verder.

Museum voor Schone Kunsten

Veel wil Merel op dit moment niet doen met haar mama – ik vermoed dat dat niet strookt met haar puber zijn momenteel – maar ze zag een dagje MSK wel helemaal zitten. Geen moderne kunst – het SMAK wilde ze duidelijk niet – maar wel bij voorkeur impressionisme, fauvisme, zelfs barok.

Na het middageten trokken mijn dochter en ik dus richting de Heuvelpoort, liepen twee uur rond en zagen dat het goed was. Zeer goed, zelfs. Sommige werken vond ze maar niks, andere vond ze prachtig. En ik, ik nam, zoals altijd, weer veel te veel foto’s.

Er hing zelfs een schilderij dat ik onmiddellijk herkende als onze eigen Wondelgemse kerk. Merel vond dat raar, dat ik dat herkende…

Tegen vier uur waren we buiten en wilden we iets drinken en iets van vieruurtje, maar de Mub’Art sloot net, en in het SMAK was het café zelfs niet open. We liepen dan naar de Plantentuin, maar in het GUM is er zelfs geen café of zo. Meh. We liepen wel even doorheen de prachtige serres en werden omvergeblazen door de vochtige tropische hitte.

Vandaar reden we naar Gentbrugge, naar de Torfs, want Merel moest nieuwe schoenen hebben en ons pa nieuwe pantoffels. Jammer genoeg vonden we onderweg ook geen leuk terras – Gent is gewoon dood na de Gentse Feesten – en dus reden we maar gewoon naar huis, waar per definitie goeie koffie, lekkere koekjes en een deftige zetel met een wifiverbinding op ons wachtten.

Maar een geslaagde namiddag? Jawel.

Belzeelse velden, wegels, weiden en onvindbare paden

Nog een dagje gaan werken in het huis van mijn vader? Nee dank u, dat ziet de rug echt niet zitten. Ik moet echt opletten hoeveel ik doe, of het gaat fout. Maar in de loop van de namiddag had ik echt geen zin meer om nog te blijven zitten, de rug kon wel wat beweging zonder inspanning gebruiken, en dus stapte ik de fiets op, om net over de Ringvaart, in Belzele, te gaan cachen. Daar ligt een rondje dat ik eigenlijk wilde houden om af en toe een cacheke te doen om de lege dagen in de cachekalender op te vullen – je kan zien op welke dagen van het jaar je nog niks gevonden hebt – maar deze waren sowieso langs paden die niet met de auto bereikbaar zijn.

Dat ga ik ook geweten hebben: ik fietste eerst langs de Nieuwe Kale, maar kwam daarna in velden, wegels, parken en dies meer terecht. Prachtig gewoon! Als Wolf het ooit weer in zijn hoofd krijgt om te gaan lopen, moet hij in het vervolg als opwarmertje maar tot daar fietsen en dan daar gaan lopen. Echt. Sommige paden waren intussen wel helemaal verdwenen, opgegaan in onkruid, grassen of een boer die iets te enthousiast geploegd en gezaaid had. Tsja.

Ik ben zelfs deels in een boom gekropen. Compleet onverantwoord, ik weet het, maar zo leuk… En ik had echt goeie grip en zo, dus het viel wel mee.

Er ligt daar dus ook een mooi park, en je rijdt zelfs door stukjes bos. Een heel mooi rondje, en als het ooit nog eens een warme avond is en Bart ziet het zitten om eens te gaan fietsen, dan weet ik alvast waar naartoe.

 

Een verjaardagsdagje

Kobe werd dus achttien gisteren, waarvoor ik hem dan ook eens ongestoord liet slapen. Ongestoord is eigenlijk niet helemaal het woord, want de poetsvrouw ging vrolijk te keer in de gang met stofzuigers en dweilen, maar dat stoorde blijkbaar niet. Pas tegen kwart voor twee kwam de meerderjarige boven water, zodat ik naar de winkel kon om koffiekoeken en boodschappen voor de grote ketel macaroni met hesp en kaas ’s avonds.

Ik had Merel al tegen elf uur naar het appartement gevoerd, waar ze Wolf en Arwen ging helpen met schilderen. Tegen zes uur – ik was onderwijl aan het koken – ging Bart ze weer ophalen, zodat we met zijn zessen aan tafel zaten. Daarna had ik nog taart voorzien, gewoon omdat die zo leuk was: een grote minion. Alleen had iedereen eigenlijk al te veel gegeten, maar Kobe kon het toch niet laten om vakkundig het oog te verwijderen. Zo is hij dan wel weer.

En toen reden we in twee auto’s richting de Kinepolis, voor de Fantastic Four. Kobe had er geen behoefte aan om vanavond nog uit te gaan met zijn vrienden, gezien het feit dat hij zijn verjaardag vrolijk had ingezet ergens op het Sint-Baafsplein en pas tegen vijf uur in zijn bed was gerold. Maar de film met zijn allen, dat zag hij dan wel weer zitten natuurlijk. En toen bleken zijn vrienden alsnog naar de Feesten te gaan, en kon hij daar niet voor onderdoen natuurlijk.

Ik denk dat zijn verjaardag adequaat is gevierd, ja.

Zomertruitje (nr. 6)

Het begint hier afgezaagd te worden, ik weet het, maar dit fungeert ook als mijn archief, dus… zomertruitje nr. 6, het tweede voor mezelf. Dat eerste was in een heel licht katoen, met kleurverloop, en dat was me zo goed bevallen dat ik er nog eentje wou, maar dan niet van paars naar zwart, maar van lila naar wit. Het resultaat is een pak zomerser, een pak lichter. Je kan die dingen trouwens op twee manieren dragen, de voor- en achterkant zijn identiek qua model.

Het volgende is zo’n licht dingetje in een licht beige, eerder ecru, voor Peggy. De vorige zijn wat zwaarder en eerder tussenseizoen, maar ook dit lichte is heerlijk om dragen en toch nog warmer dan dat je zou denken.

Soit, mocht er nog iemand zo eentje willen of een dergelijk iets: laat maar weten, het eerste is aan kostprijs van het garen, daarna aan 25 euro per stuk, toch in dat katoen.