Kapper voor Kobe

Kobes haar moest dringend af, en nu hij gezien had wat de kapper met Wolfs haar kon doen, wilde hij dat ook wel. Na het middageten reden we dus fluks richting Wondelgemstraat en kapper Erkan. Kobe vond het eigenlijk wel spannend, want het was voor hem de eerste keer ooit dat hij bij de kapper zat en het dus niet zijn mama was die zijn haar onder handen nam (lees: erover ging met de tondeuse).

IMG_1708

Het resultaat mag best gezien zijn, en het viel me vooral op hoe beide broertjes op elkaar lijken, eigenlijk feitelijk.

En toen was Merel helemaal geïnspireerd geraakt, en wilde ze zelf ook kapster zijn. Wolf zag het helemaal zitten om haar te helpen, en dus belandde ik plots in een heus kapsalon, waar vervaarlijk met schaar en tondeuse boven mijn hoofd werd gezwaaid. Merel vond het zalig!

Arduyn

Dat het goed was, Arduyn. Knap neergezet, grimmige sfeer, goeie gevechten, leuke roleplay. En ik heb het gevoel dat de meesten daar wel hetzelfde over dachten, ja.

Om maar iets te zeggen: op vrijdagavond heb ik tot vier uur aan het kampvuur gezeten. En op zaterdag duurde het wel even voor ik terug in het spel zat: ik had net anderhalf uur gereden, na een bijzonder lastige openschooldag, en de sfeer was er voor mij een beetje uit. En mijn benen deden echt zeer. Maar na een uurtje chillen in het spelkot en een fijne babbel met Bard, en een stevige spaghetti, zag ik het weer helemaal zitten. Ik trok het kostuum weer aan, en ging ervoor. En bleef ervoor gaan tot zes uur ’s morgens, no kidding. Ik heb me echt te pletter geamuseerd.

Ik heb meteen ook vastgesteld dat ik blijkbaar op een echte hoorn kan blazen, een koehoorn. En dat ik de Omenband nog steeds niet gezien heb, maar dat ik wel wil mee beginnen doen. En dat ik het nog wel heb, want toen ik een jonge gast zijn hoorn overnam met de woorden “I will toot your horn any time, darling!”, zakte spontaan zijn broek af.

Oh, en ik denk dat ik er ook wel een fijne vriend aan overgehouden heb, met wie ik samen wil zingen en lekker onnozel doen. Here’s to you, Lorre!

Van die kleine dingen die je doen glimlachen

Meestal zijn het niet de grote dingen die je gelukkig maken. Neem nu vandaag. Merel was nog steeds niet in orde, en dus bleef Bart thuis van kantoor. En kwam ik dus vanmiddag thuis, en hoefde ik maar mijn voeten onder tafel te steken, want hij had eten gemaakt voor ons.

Een collega van vorig jaar die nu niet meer op school zit bij ons, had me vanmorgen even gezien terwijl hij zijn zoontje afzette. En dus belde hij ’s middags, gewoon, zomaar, om te vragen hoe het was en even bij te kletsen. Zalig, toch?

Een leerlinge liep even langs om te zeggen dat ze wel een gedicht wilde voordragen op de proclamatie van de zesdes.

En last but not least: Merel begon in de loop van de middag steeds levendiger en levendiger te worden, en dus zag ze het ook zitten om met dit zalige weer te picknicken aan de Blaarmeersen, en te spelen in het zand. En ik, ik had mijn boek mee, en een kommetje aardbeien, en was oprecht gelukkig.

Streep door de rekening

Half zeven: Merel roept dat ze zich niet zo lekker voelt. Mja. Ik vraag haar nog even te slapen, en dat het wellicht wel zal beteren. Niet dus. Ze is beginnen overgeven, en daarna voelde ze zich zo fris als een hoentje, zei ze. Tot ze netjes gedoucht en aangekleed, vrolijk rondspringend, beneden kwam, één hapje van een boterham nam, en weer ging liggen. En toen bleek uitsloeg en weer begon over te geven.

Streep door de rekening: ik moest deze voormiddag geen les geven aan mijn zesdes, maar met hen een lezing bijwonen. Tsja. Maar ons ma en ons pa zijn ’s middags Merel wel komen halen: ze kwamen terug van het ziekenhuis, en pikten haar op. Op die manier kon ik rustig zelf gaan lesgeven, en na de les ging ik Wolf halen om samen naar de kapper te gaan. En toen bleek dat het avondlicht perfect zat, dat de zon nog volop scheen, en dat we toch naar Zomergem moesten om Merel op te halen, en dat we dus eigenlijk feitelijk evengoed konden proberen om zelf foto’s te maken voor Wolfs communie. Ik zie anders eerlijk gezegd niet zo goed wanneer dat nog zou moeten….

Enfin, wij even bij ons ma binnen, Wolf zich snel omgekleed in zijn schone kleren, en wij naar de vijver. Ik geef u hier een paar foto’s mee, de geselecteerde voor het kaartje krijgt u later nog te zien.

En ja, we waren zelfs nog net op tijd voor Wolfs gitaarles.

Verjaardagsfeestje voor Marie-Julie

Mijn metekindje werd zes vorige week, en kreeg vandaag daarom een zeer fijn feestje! Er was, zoals de traditie intussen vereist, een véél te grote koude schotel, er waren vooral massa’s hapjes vooraf (kan niet missen dat die koude schotel te groot was) en er was taart. Er was ook bijzonder veel gejoel boven, vooral toen Jeroen even “oortjesvlees” ging spelen. En eigenlijk was het vooral een zeer gezellige, fijne middag.

Cantabile

Ik had het er in februari al over: ik ben weer beginnen zingen! Ik weet nog niet of het wel een goed idee is, en ik heb het eigenlijk al behoorlijk druk, maar aan de andere kant: zingen werkt ongelofelijk ontspannend, en ik heb er echt deugd van.

Het is natuurlijk wel wennen, want behalve de dirigent ken ik er niemand, en ik ben ook echt niet meer gewoon om te zingen. Mijn longinhoud is een beetje bedroevend, en ik vermoed dat mijn stem het ook wel lastig zal krijgen.

Maar vandaag zijn we begonnen aan de mis in C-mol van Mozart, en man, dat deed zo goed… En het niveau is ook echt wel hoog, dus da’s fijn. Hoog als in: “Neemt ne keer die Kyrie? Oké, iedereen? Bon, dit is de toon, en zing maar meteen op tekst he, ’t is niet alsof ge die niet kent.” Op zicht, dus.

Maar ik red me blijkbaar wel behoorlijk, het lukt toch min of meer. En mijn draai, die zal ik nog wel vinden. Als nu mijn stem het maar uithoudt…

Blaarmeersen

Eigenlijk blijven de Blaarmeersen gigantisch dankbaar om er te spelen, te picknicken en foto’s te nemen. Dat laatste begint ook Merel te intrigeren, en ze neemt steeds vaker zelf foto’s. Ik moet haar dus een beetje leren zoomen, kadreren en dat soort dingen. En dus moest ik ook voor model spelen voor haar. En eigenlijk feitelijk heeft ze dat nog zo slecht niet gedaan, vind ik.

Cliché zondag

Dat ik soms niet vaker de mist in ga, ik snap het zelf niet. Maar vandaag was het toch wel bijna van dat.

Ik was netjes om half negen opgestaan, had ontbeten met de kinderen, Kobes lunchpakket gesmeerd, en tegen half tien reden vrolijke scout Kobe en ik samen naar het scoutslokaal voor de groepstocht. Alleen… ik rook al onraad toen ik de straat inreed en geen extra verkeer zag, laat staan toestromende kinderen. Hmm. Toen ook het hek gewoon dicht bleek, reden we vliegensvlug terug naar huis, waar ik de betreffende mail opentrok, en bleek dat er om half tien aan het Dampoortstation diende gestaan te worden. Juist ja.
Racen is een groot woord, maar aan een fluks tempo spoedden we ons richting het station, terwijl ik probeerde de verantwoordelijke aan de lijn te krijgen. En jawel, de bus was pas om tien uur, meer dan tijd genoeg. In een heel wat rustiger tempo gooide ik Kobe af bij zijn vriendjes, en reed terug naar huis om een snelle koffie te drinken.

Half elf was namelijk weer catechesetijd, en Wolf werd er netjes met de rest van zijn vriendenbende afgezet door Wouts mama, bij wie hij dus was blijven slapen. Ik observeerde hem van een paar rijen verder, en stelde vast dat hij toch maar “piepoogjes” had. Er zal weer veel geslapen zijn, net zoals op de voorbije week in Center Parcs. Tot mijn grote verbazing wilde hij tóch naar de scouts, want “anders is Lucas daar alleen, hé mama!”. We reden naar huis, ik smeerde zijn lunchpakket, en vrolijke scout Wolf en ik reden samen naar Puyenbroeck. Een telefoontje later wist ik dat ze net op de speeltuin zaten, gooide ik Wolf daar af, en dat was dat.

Bart ging Merel eigenlijk ook nog meenemen naar Ronse zodat ik de middag in alle stilte helemaal voor mij alleen had, maar dat zag Merel dan weer niet zitten. Ze heeft wel prachtig alleen gespeeld, zonder me te storen, en ik heb zowaar een tukje in de hangmat gedaan, heerlijk in de zon.

En toen waren er nog toetsen, was er de razend spannende Parijs-Roubaix, waren er kinderen die van het station moesten gehaald worden, was er eten, en plots was de vakantie gedaan. Zomaar.

Tsja.