Half dagje Antwerpen

Nu ja, Antwerpen: ik stond rond half twaalf bij Lorre in Ter Hagen, deelgemeente van Rumst. Onderweg was ik nog een paar caches tegengekomen, onder andere een wel fijne in Temse.

We reden fluks door naar Antwerpen, want daar moest Lorre om drie uur zijn nieuwe contract tekenen, yay!
We zochten ons een gezellig hipsterrestaurantje, Fabrik, en zaten heerlijk op het terrasje in de zon te tetteren.

Ik  gooide hem om de hoek af aan zijn nieuwe kantoor en ging zelf – ik had nog een dik uur op overschot, ik wilde om vijf uur in Gent zijn voor Merels blokfluitles – geocachen in het stadspark. Mooi park, mooie beelden, lekke vijver :-p

Bij dat laatste beeld had ik trouwens touche: drie twintigers die uiteraard benieuwd waren wat ik daar liep te zoeken, en na de uitleg me gerust wilden helpen, en vooral om de halve minuut vroegen of ik wel oké was, daar in het struikgewas. En dat ik voorzichtig moest zijn. En dat ze ouder waren dan dat ze eruit zagen, en dat ik een knappe dame was, enzovoort enzoverder. Heel respectvol en best wel grappig!

Ik reed naar huis, pikte Merel op en samen gingen we nog snel naar de blokfluitles, voor de laatste keer (volgende week zit ik op klassenraden).

Aangename dag, zowaar!

Lectuur: “Matthew Swift” van Kate Griffin

Na de reeks rond Harry Dresden had Birgit me de veel kortere reeks van Kate Griffin aangeraden rond de urban sorcerer Matthew Swift. Tot op zekere hoogte zijn de twee reeksen vergelijkbaar: het gaat in beide gevallen over een eenzaat, een tovenaar die zijn magie haalt uit de stad, daar ook mee werkt, en eigenlijk de wereld moet redden van een aantal catastrofes.

Maar daar houdt het eigenlijk mee op. De Dresden Files zijn veel meer fantasie, spelen zich af over de hele wereld, maar grotendeels in Chicago. Die stad lijkt wel eerder toeval dan wat anders.
In de reeks rond Matthew Swift ligt dat helemaal anders: ook hier is het hoofdpersonage een eenzaat, die in verpauperde omstandigheden te werk gaat. Maar de stad Londen is minstens evengoed een hoofdpersonage. Het soort urban magic dat hier beschreven wordt, werkt niet in een plattelandsomgeving. Je kan zo de routes doorheen de stad volgen, Swift verlaat de stad ook niet, en zijn magie komt uit de elektriciteitsleidingen, de straatlampen, de metro, de vuilbakken en de stadsvossen.
De humor is ook helemaal anders, als in: quasi onbestaande. Waar The Dresden Files puberaal sarcastisch zijn, is het hier allemaal bittere ernst, met af en toe een cynische ondertoon.

Heb ik de vier boeken graag gelezen? Jawel. Maar het leest niet als de razendsnelle pulp rond Dresden, en het laat je ook niet met een adrenalinestoot achter. De reeks is zoals de achterbuurten van Londen waarin ze zich afspeelt: donker, duister, vuil, grijs, met roet en uitlaatgassen besmeurd, maar daarom niet minder intrigerend.

Op simpele vraag digitaal te leen.

Confituur van eigen kweek!

Ik had het hier eerder al gezegd dat ons klein aardbeienveldje gigantisch zijn best doet dit jaar. Ik heb er zelf verschillende keren een ganse pot van geplukt, Véronique is twee keer komen plukken, en we kregen ze eigenlijk gewoon bijtijds niet op.
Vandaag ben ik nog eens het perkje ingedoken en heb er 1,290 kilo uitgehaald: ideaal om een portie confituur van te maken en nog milkshake ook.

Zelfgemaakte confituur is sowieso lekker, maar die van zelfgekweekte aardbeien, dat is nog iets anders. Smaak, man, maar smaak! Ongelofelijk!

Geocachen in en rond Destelbergen

Gisteren had ik geen zin om de hele dag thuis te zitten: het weer leek best wel oké, en met die examens en het gedoe rond ons pa wilde ik eens stevig doorstappen.

Ik ging dan maar eens wat geocaches opkuisen in de buurt van Sint-Amandsberg en Destelbergen: er lagen er daar nog een hoop losse die ik wel nog wilde doen.

Het ging van een voortuintje naar een moeilijk bereikbare maar wel knap uitgevoerde cache in de Rozenbroeken, via een pleintje waar ik nu al de derde keer stond te kijken en niet snap dat ik de vorige twee keren de cache niet zag zitten, en dan verder naar blijkbaar een soortement bedevaartsoord. Mooi!

Ik pikte wat verderop in een wegel nog eentje op, nam een kijkje bij de Gallische hoeve en vond daar een prachtig Travel Bug hotel, en eindigde de cachedag nog net niet in de regen met een speciale constructie.

Helemaal uitgewaaid en met een fris hoofd kon ik terug naar huis.

Vaderdag

Wat moet je in hemelsnaam iemand geven die alles al heeft?

Wel, snoep dus. In grote hoeveelheden.

En verse fruitsla en extra knuffels. Merel had een heel fijne papakrant gemaakt, met zijn sterktes.

En vooral: ze had beloofd vandaag geen rommel te maken, en daar heeft ze zich ook aan gehouden. Oef.

Volière

Een doodgewone zaterdag, en toen zag ik plots op mijn facebookfeed passeren dat Mieke, een soprane die op ons eerste concert van Cantandum heeft meegezongen én daarnaast ook nog eens classica is, haar bachelorconcert zong deze namiddag.

Meteen dacht ik: waarom niet? Kobe moet toch nog een concert bespreken voor zijn MCV+, en dan was dit toch ideaal?

Ik laadde zowel Kobe als Merel in de auto en tufte vrolijk richting Sint-Jacobs om netjes tegen zessen in het conservatorium te zijn.

Het concert zelf was… speciaal, maar op een heel knappe manier. Mieke had als thema vogels genomen, en daar zaten zowel liederen van Schubert tussen als een aantal Russische dingen en iets van Britten. Mooi, oprecht.

En toen waren we met ons drietjes in ’t stad en konden we toch gewoon niet anders dan een ijsje gaan halen. Tsja…

De Mensheid

Met Véronique naar het theater is telkens weer een belevenis. Dinsdagnacht – of eigenlijk al woensdagmorgen – stuurde ze me een bericht: “Ga je morgen mee naar NTG? Het zal goed zijn!” Meer heb ik niet nodig, en dus waren we netjes tegen acht uur present op het Sint-Baafsplein.

“De Mensheid” van Grunberg en De Pauw is op zich ook een belevenis, vooral impressionant door de sopraan Claron McFadden. Wat een stem! En een toch wel indrukwekkende tekst.
Josse De Pauw neemt als advocaat de verdediging van de mensheid op zich, een diersoort die het meest van al belasterd en beledigd wordt, en dat is niet fair, vindt hij. Nu ja, vindt schrijver Arnon Grunberg, die, vreemd genoeg, de hele tijd netjes in pak op een vreemdsoortige roeimachine zit te zwoegen zonder een woord te zeggen.

Het geheel wordt opgeluisterd door de muziek van Claron McFadden en pianist Kris Defoort, die vaak zelfs gezongen commentaar geven op wat er gezegd wordt. Die tekst is… vintage Grunberg, zou ik zeggen. Prachtig geschreven, vaak nogal zwaar op de hand, en met schitterende quotes. Twee die ik (min of meer, sorry) onthouden heb, zijn:

“Het zijn alleen maar helden die willen sterven voor hun principes. De meeste helden zijn dan ook dood.”

“Liefde is als een onwerkzame pijnstiller. Ze doet de pijn wel verminderen, maar neemt de oorzaak niet weg. “

En dan… lijkt het alsof De Pauw aan het einde van zijn tekst is, maar dat betekent nog niet het einde van het stuk. Plots komt Grunberg van zijn roeimachine en moeit hij zich als auteur over de manier waarop de tekst gebracht werd. En gaan beide heren dieper in op de betekenis van de tekst, maken ze zelfs ruzie, ontpopt de auteur zich tot een waar acteur en weet De Pauw even van geen hout pijlen maken. Die epiloog is verwarrend, maar tilt het stuk wel naar een hoger niveau.

Al bij al een zeer fijn stuk, als je van teksttheater houdt. En van een glasheldere sopraanstem.

En als je dan nog kan afsluiten met een cocktail… Tsja, dan kan het helemaal niet meer stuk.


Bedankt voor de fijne avond, lieverd!

Een hele fijne bespreking van het stuk vind je overigens ook hier.