Nog eens picknicken!

Tsja, nu Kobe gestopt is met rugby en Wolf al een hele tijd niet meer mocht spelen, gingen Merel en ik uiteraard ook niet meer picknicken aan de Blaarmeersen.
Tot gisteren dus. Want Wolf staat eindelijk weer op een plein, en het was prachtig weer, dus hadden Merel en ik een rugzakje met boterhammetjes mee. Ze danste om me heen, we liepen zoals altijd langs de tennisvelden en verzeilden op het speeltuintje. Geloof me, blijkbaar is dat nog altijd even leuk voor een quasi negenjarige als voor een zesjarige. Alleen maakte ze er nu meteen maar een filmpje van. En wat doet mama dan? Filmen, natuurlijk. Ik heb alleen het gevoel dat ze nogal vaak naar youtubers kijkt…

We aten er een deel van onze boterhammen op, de rest bewaarden we voor op de pier. En daar bekeek ik ook even onze geocache die daar zit en het blijkbaar nog altijd goed doet.

Eindigen deden we natuurlijk in het clubhuis, en het voelde wel een beetje als thuiskomen: er is in die tijd nog geen haar veranderd, en ook de mensen zijn grotendeels dezelfde.

Cora

In 2016 was mijn favoriete kledingmerk failliet gegaan. Favoriet als in: ik draag vrijwel niks anders, als ik eerlijk ben. Ja, een gewone jeans, maar verder? Cora Kemperman quasi all the way.

Intussen is al een paar jaar de webshop opgestart met steun van de ontwerpster – die had destijds haar merk verkocht en dat was dus door mismanagement over kop gegaan – en zijn de klassiekers weer allemaal te krijg, samen met een reeks ontwerpen die echt volledig trouw blijven aan het oorspronkelijke concept. Oef.

Daarnaast is er ook een bloeiend tweedehandscircuit opgestart. Want ja, blijkbaar ben je voor Cora of niet, en dan ga je er ook volledig voor. Vooral in Nederland lopen er nogal wat “Corameisjes” – lees: meestal vrouwen van iets gevorderde leeftijd – rond. Sinds een jaar of wat ben ik medemoderator van de groep Cora Kemperman addicts op Facebook, en ja, ik durf daar ook nog wel eens wat kopen, ja. Zo was de top die ik aanhad op Roelands trouw zo’n tweedehands stuk, en er zijn er wel meer. Eigenlijk zou ik gerust zelf een winkel kunnen beginnen in Cora Kemperman kledij, ik heb vlot 60 stuks, denk ik.

Goh.

’t Is een hobby als een ander zeker?

Dit was de vakantie van 2019

Vaak heb ik op het einde van de grote vakantie het gevoel dat ik niks gedaan heb en dat die vakantie voorbij is gevlogen. Nu, dat vliegen, ja, dat was ook deze keer het geval, maar ik heb wel enorm veel gedaan. Het is eigenlijk mijn meest sociale vakantie sinds jaren, en ik denk dat dat vooral aan mijn sterke carpe diem-gevoel ligt: ik moet meepakken wat ik kan nu de rug het nog min of meer doet. Het kan echt elk moment gedaan zijn, dat ik in een rolstoel verzeil. Memento mori, als het ware. En dus heb ik een prachtige vakantie achter de rug. Eivol, dat ook.

– we zetten een zwembad op en het zat meteen vol pubers
– ik trok met Gwen naar Brussel voor het Certaminacomité
– ik ging met Véronique en de kinderen geocachen in Moerbeke
– met Bart ging ik voor het eerst naar Gent Jazz en ik zag dat het goed was
– ik nam afscheid van een fijne larpvriend
– we gingen eten met Barts familie om Jeroom te gedenken
– ik reed naar Herentals voor Kobes GEJOkamp en ging meteen ook geocachen
– ik kreeg een pràchtige introductie in Antwerpen van Philip
– ik ging nog eens cachen in Moerbeke met Véronique, met andere kinderen
– ik spendeerde een weekendje in Dordrecht met de Vossen…
– … en ging er ook geocachen
– ik ging met Sandra en de kinderen zwemmen in de Rozenbroeken
– en de volgende dag kwam Feija bij ons zwemmen
– mijn lief nam me mee naar Oak
– we trokken een middagje naar ’t stad en het Design Museum
– en ik ging eten met een vriendin die ik in jaren niet meer had gezien
– ik ging zowaar naar Tomorrowland!
– kinderloos, en dus met mijn lief naar de Gentse Feesten
– en opnieuw naar de GF, met jonge larpvrienden deze keer
– het was bloedheet – lang leve het zwembad
– maar de gerbils overleefden de hitte niet
– mijn lief en ik fietsten met Merel door de haven
– Wolf en ik gingen naar een feestje in Balen
– Mathias kwam een dagje naar Gent
– Ik ging met Merel cachen in de halve regen
– ook Poppy kwam in het zwembad ploeteren
– we reden naar mijn oma
– ons pa kwam eindelijk weer eten op zondag
– ik ging geocachen in Balen
– Robbe kwam zetelhangen in de tuin
– we gingen vliegenmeppen in de bib
– ik spendeerde een zalige dag met Véronique in Sint-Niklaas
– en ging uitgebreid fietsen en cachen in Hyfte
– we gingen met zijn allen naar Center Parcs
– alwaar ik uiteraard ook ging geocachen
– Merels vriendinnetjes kwamen slapen
– ik ging koffieleuten bij Vallery
– en rondhangen in Gentbrugge
– uiteraard gingen we ook naar de vijver
– we hielden de jaarlijkse picknick in het Middelheim
– ons pa moest naar de audioloog
– en ik ging met de kinderen cachen in Ronse bij Véronique
– Barts fiets werd gestolen én teruggevonden
– ons pa moest naar zijn dokters
– en ik moest een dag naar school
– ik zat een dag tussen heerlijke Latinofielen
– ik ging naar een begrafenis

en dat was dat. Bijna elke dag sociale interactie, dat is bijzonder ongewoon voor me. Maar het heeft me wel deugd gedaan. Het was een vakantie om in te kaderen.

Nu ben ik echter wel blij dat de gewone dagelijkse routine er opnieuw is. En ja, zelfs in mijn 25ste lesjaar doe ik het nog steeds bijzonder graag. Dik in orde!

78

Jawel, ons pa wordt woensdag 78 jaar, en het gaat goed met hem. Allez ja, dat vind ik toch, en dat zegt hij ook zelf. Ja, hij blijft ons ma keihard missen, en ja, het is moeilijk om telkens weer een extra stukje zelfstandigheid op te geven, maar hij is er toch nog steeds. En elke zondag opnieuw vragen de kinderen hoopvol of opa komt, en vrijwel elke zondag gaat Merel mee om hem op te halen. Want die grootvader van hen, dat is toch iets speciaals. Ze zijn al twee grootouders kwijt, en Omaly woont nogal ver, en daar kunnen ze precies ook minder mee praten. Maar opa, ja, die hebben ze graag in de buurt, ja.

Ik had in de loop van de week een berichtje gestuurd naar de broers om te vragen of ze mee konden iets gaan eten vandaag. Voor Roeland lukte dat, Jeroen had helaas al andere verplichtingen. Maar dat hield ons niet tegen om stipt tegen twaalf uur in de Auberge du Pêcheur in Sint-Martens-Latem te zijn. Bart was nog zijn moeder gaan ophalen in Ronse en kwam een paar minuten later ook toe.

We hadden voor de menu gekozen, en daar kregen we geen spijt van: het eten was zeer in orde, zij het soms wat traag. Dat snap ik wel: er waren twee feesten en Bart had toch nog wel wat moeten aandringen om er nog een gezelschap van 11 man bij te krijgen. Maar we zaten op het terras vooraan, onder een luifel, en het was er toch wel zeer aangenaam zitten, ja.

Ons pa kreeg tekeningen van de kleinkinderen, lekker eten, veel aandacht, en ik denk wel dat iedereen een fijne namiddag had. Ik in elk geval wel.

 

 

Euroclassica

Elk jaar wordt er een conventie gehouden van classici, afwisselend in twintig verschillende landen van de EU, blijkbaar. Om de twintig jaar is dat dus in België, en laat het nu vandaag in Antwerpen zijn. Lid zijnde van het certaminacomité kon ik eigenlijk niet niét gaan, en dus stond ik tegen acht uur in het station van Dampoort. Nu, dat klinkt iets vanzelfsprekender dan het eigenlijk was: Bart had me de avond voordien, maar blijkbaar al lachend, gevraagd wanneer hij me wakker moest maken. Kwart voor zeven, had ik gezegd, en ik had mijn wekker dus niet gezet. Alleen… ik ben wakker geschoten vijf over zeven, in sneltempo gedoucht, raprap een boterhammetje binnengestampt en om vijf over half acht zat ik op de fiets richting Dampoort. Blijkbaar kunt ge dus wreed rap fietsen als het echt moet. Ik had nota bene nog dik tien minuten over en was zelfs eerder in het station dan Gwen.

Al tetterend stapten we naar het perron, en zodra de trein aankwam, stapten we op. Een dikke vijf minuten later zie ik staan: “Volgende halte: Beervelde”. Huh? Zaten wij niet op een intercity? In al ons getetter hadden we er niet bij stilgestaan dat er blijkbaar vertraging op de lijn zat, en dat er eerst nog een trein naar Lokeren halt hield, ene die inderdaad te laat was geweest. Zucht. Maar gelukkig waren we eigenlijk, zo wist een medereiziger die ons had horen sakkeren te vertellen, de trein naar Antwerpen gewoon voor en ging die vijf minuten later wel stoppen in Lokeren. Oef, toch nog op het gewenste schema.

We stapten in Antwerpen gezwind naar het universiteitsgebouw en waren nog mooi op tijd om de mensen te helpen opvangen. Ha ja, Gwen was ingeschakeld en ik hielp dan ook maar mee.

Eerst waren er drie sprekers in plenum. Professor Mark Janse had echt wel de max van een verhaal. Hij was Cappadocisch gaan bestuderen, een taal die verwant is met het Grieks maar toch een eigen taal is. Overal staat die taal geattesteerd als intussen uitgestorven: de laatste paar sprekers zijn overleden. De Cappadociërs woonden oorspronkelijk in huidig Turks gebied.  Er is in 1924 een gedwongen switch geweest tussen christenen die in Turkije leefden en moslims in Griekenland. Daardoor voelden die mensen zich eigenlijk helemaal ontheemd: ze spraken een andere taal dan de rest, wel verwant, maar alla, en ze verborgen die taal eigenlijk. In Turkije stierf ze effectief uit, maar groot was de verbazing toen Janse in Griekenland toch onder oude mensen nog de taal ontdekte. Een heilige graal, als het ware! De max, toch?

De tweede spreker was, goh, in het Frans en is me niet eens bijgebleven. De derde spreker was prof. Christian Laes die het had over polyglotten in de oudheid, maar dan wel in het… Latijn! Die mens spreekt eigenlijk even vlot Latijn als ik Engels: hij sprak voor de vuist weg en met ontegensprekelijk gemak. Zo wijs, maat!

Enfin, er was lunch, er waren de nodige computer- en beamerproblemen waarbij ondergetekende een handje toestak, en ik volgde nog twee seminaries, eentje over een onderzoek waarom veel leerlingen na het tweede jaar afhaken, en eentje over hoe je eigenlijk best gewoon les geeft in het Latijn, uiteraard zelf ook in een rad en humoristisch Latijn.

Eigenlijk ben ik gewoon jaloers op die mensen!

Ik dronk nog snel een glas op de afsluitende receptie, had tijd voor een snelle ice tea in de Geek Street Summer Bar, en repte me naar het station. Alwaar mijn trein afgeschaft bleek en ik alsnog een half uur zat te koekeloeren. Ik was beter wat langer in de Geek Street blijven hangen, me dunkt!

Enfin, zware dag, interessante dag, maar of hij daarom 100 euro waard was? Hmm…