Nachtwacht

Eigenlijk al een heel oud berichtje, maar ik vond de foto’s zo leuk, dat ik het hier toch nog wilde posten.

Het is namelijk een berichtje van begin november, toen Bart met Merel naar de boekenbeurs is getrokken om er de acteurs van de Nachtwacht te zien. Ze schoven aan, en Merel kreeg niet alleen de gesigneerde boeken, maar ook een foto met de drie hoofdrolspelers. En glunderen dat ze deed!

Lectuur: “Baru Cormorant” van Seth Dickinson

De twee boeken van Baru Cormorant, ook wel The Masquerade genoemd, werden me via verschillende mensen aangeraden, en wel onder de noemer fantasy.

En fantasy mag je het wel noemen, ja: de auteur heeft een heel eigen wereld opgebouwd waarin een veroveraarsvolk de wereld wil overheersen, en onder andere het eiland van Baru overneemt, een van haar vaders vermoordt, iedereen brainwasht, hun gebruiken strafbaar maakt en hun eigen cultuur opdringt. Baru wil wraak, maar wil vooral het volk ten gronde richten, zodat iedereen weer vrij is om zijn leven en zijn cultuur op eigen manier te beleven. En daarvoor laat ze zich gewillig opnemen in dat vreemde volk, waarin ze beetje bij beetje opklimt tot een van de hoogste machthebbers. En daarbij een nietsontziend spoor van lijken en gebroken levens achter zich laat.

Het is vlot geschreven, dat zeker, maar bij momenten voor mij iets te filosofisch, iets te langdradig, iets te beschrijvend. Op andere momenten zit er dan weer heel veel vaart en heel veel spanning in, en de wereld is ook magnifiek opgebouwd, je leeft echt mee.

Ik zou het wel bij de betere fantasy indelen, jazeker, en ik kijk al uit naar het vervolg. Nog eentje om in het oog te houden dus.

Dé Van Eyck tentoonstelling

Bart had deze al maanden op voorhand geboekt, en ik had natuurlijk mijn vossenweekendje niet in mijn agenda gezet omdat het nog niet helemaal zeker was. Tsja.

Een en ander zorgde ervoor dat ik dus deze morgen al om negen uur in de auto wilde zitten, richting Gent. En we aten dus met zijn allen zeer rustig, gezellig en gemoedelijk om acht uur. Zeer uitgebreid, dat ook, ja ^^ De Vossen, het is toch iets aparts…

Enfin, tegen half elf was ik thuis, en toen bleek Bart zich een half uur miskeken te hebben: we konden maar binnen om half twaalf, niet eerder. Bon, opgejaagd voor niks dus. Ons pa was er ook al: een beetje bang voor dat fameuze coronavirus, maar we hebben hem ook gezegd dat het voorlopig nog niet echt aan de orde is, en dat er daar misschien wel veel volk ging zijn, maar dat je ze nu niet bepaald aanraakt.

Dat vele volk, dat was een beetje een understatement. Je hebt dus een window van twintig minuten waarin je naar binnen mag. Niet vroeger, niet later. We schoven even aan voor de vestiaire, en waagden ons dan in de meute. Helaas, het was er – ondanks de strenge afbakening – onaangenaam druk: je moest aanschuiven om bepaalde dingen te zien, liep door een menigte, botste tegen anderen aan… Maar de tentoonstelling op zich is echt wel de moeite: vele werken van Van Eyck, van omringende meesters, van inspiratiebronnen en navolgers, en uiteraard ook een aantal gerestaureerde panelen van het echte Lam Gods, zoals de Adam en Eva, de twee Veyts en de Mariafiguren. Ook de uitleg op de audiogids is uitstekend, zij het een beetje lang.

En – echt waar, ik zever niet – op een bepaald moment stond ik naar de Annunciatie te kijken, naar de prachtige lichtinval op de kleren van de figuur en hoe die kleren zelf licht lijken te geven, en ik kreeg kippenvel. De foto doet het echt geen recht aan, geloof me. En de details zijn… adembenemend. Onwaarschijnlijk.

Enfin, ik verloor me een beetje in de schilderijen, ons pa eigenlijk ook, en het was een dik uur later toen ik weer buitenstapte uit de eigenlijk niet eens zo grote expositie. Mijn rug had het geweten…

Bart had plaats gereserveerd in de Mub’Art, het bijhorende restaurant, en dat bleek voor een keer niet zo’n goed idee geweest te zijn: het zat er ronduit stampvol en je kon er ook alleen de basismenu krijgen, zonder keuze.

Eerst hadden ze ons in een hoekje in de tweede zaal gezet waar een groep zat die eigenlijk zeer luidruchtig was, en dat was het echt niet: we verstonden elkaar met moeite. Gelukkig is Bart er een reguliere gast en versluisde de gerant ons na een tiental minuten naar het eerste, veel rustiger deel van het restaurant. Oef.

Ons dessert hebben we zelfs aan ons voorbij laten gaan, we zijn gewoon naar huis gereden en Bart heeft in het passeren zelfs nog een taartje gekocht.

Oh, en mijlpaal: ons pa is voor het eerst weer zelf met de auto tot bij ons gereden! Hij voelde zich altijd schuldig omdat ik hem moest komen halen en terugbrengen, en dat was met alle liefde gedaan, maar het is toch wel iets makkelijker als hij zelf kan rijden natuurlijk.

Enfin, zeer fijne dag vandaag.

 

Vossenweekendje

Het is een beetje een lastige bevalling geweest om een datum te vinden die voor iedereen ging, maar bon, vandaag spraken we met de Vossen af in Dordrecht, in het nieuwe huisje van Hanneke.

Ik kon maar vertrekken na het middageten en Jarne, onze nieuwste Vos, reed met mij mee. Stefaan en Mireille waren er al vroeger.

Het werd andermaal een zeer gezellige middag: de boekhouding van Haven werd in orde gebracht, Jarnes personage kreeg vorm, er was koffie en taart en ’s avonds een zeer lekkere curry, we gingen even langs bij Sabrina thuis om haar larpspullen te bekijken en te zien wat we zouden overkopen, en Mireille leerde ons dreads te maken. Het is blijkbaar echt niet moeilijk, het is gewoon een kwestie van het juiste materiaal en wat geduld.

Yup yup, die Vosjes van me, het blijft een hele fijne vriendengroep, en dat doet echt deugd. En net daardoor ben ik compleet vergeten foto’s te nemen, zelfs onze traditionele groepsfoto. Ach ja…

Uitvaart

Neenee, maak u geen zorgen, nikske begrafenis! De uitvaart waarover ik het heb, is de naam binnen de GO!-scholen voor de 100 dagen. Al een aantal jaar doe ik daar de begeleiding van, al hebben ze me dit jaar eigenlijk niet veel geconsulteerd. Ik heb ze vooral laten doen, en het viel allemaal best mee.

Het thema was “Kinderseries”, maar veel inspiratie had ik niet, en ik ben dan maar gegaan als Roodkapje van de Sprookjesboom. Och ja…

De show zelf was best wel oké. Ik heb al beter gezien, maar zeker ook al veel slechter. En de opkuis was ook vrij snel gedaan, al was er alweer een grote groep die er zeer snel vanonder was gemuisd. Jammer, jammer.

Leuk was wel dat ze me dit jaar voor het eerst gevraagd hebben een speech te houden voor mijn zesdes. Pas op, het is pas de vierde of vijfde keer dat dat gebeurt, ze hebben dat maar een paar jaar geleden ingevoerd. Maar mijn zesdekes wilden dus graag dat ik hen besprak, en dat heb ik dan ook maar gedaan. Met veel inside jokes, natuurlijk.

“Toen ik vorig jaar voor het eerst mijn huidige zesdes in de klas kreeg, zat ik al snel met de handen in het haar. Wat was me dat, zeg?

Een zootje ongeregeld met een grote bek of een kritische blik, en geen flauw idee waar al die grammatica eigenlijk voor moest dienen. En vertalen? Latijn? Zijt ge zot, of wa?

Ik slikte, en nam me voor er het beste van te maken.

Intussen zijn we bijna twee jaar verder, en ik ga telkens weer met een grote glimlach naar mijn kleine klasje. Maar, al  zijn ze met niet zo veel, ze tellen allemaal voor twee.

Neem nu de Grieken. Standaard saaie mensen, wordt wel eens gezegd. Huh, was dat maar waar. Want om te beginnen is er James. Of Gwendolyn. Of nee, toch maar James. Al was ik deze week toch eventjes de kluts kwijt. Wat was het nu? Toen bleek het genderswitchdag te zijn, en dat verklaarde veel. Maar hoe je hem ook noemt, de glimlach, het enthousiasme en de inzet zijn er zo goed als altijd. Gelukkig maar.

Rosalie, dat is een ander paar mouwen. Want als zij slecht gezind is, zal je het merken ook: ze steekt haar gevoelens niet bepaald weg. Haar meningen ook niet, trouwens: je zal steevast weten wat ze over een bepaald onderwerp denkt, en ze trekt zich niks aan van wat een ander daarvan zegt. Chapeau!

En dan is er natuurlijk ook Saurelle: de rustige standvastigheid binnen de woelige Griekjes. Tenzij er per ongeluk een kat binnenwandelt in het lokaal: haar gegil doet zelfs nu nog het haar op mijn armen rechtstaan, en mijn les was meteen om zeep.

Naast de Grieken heb ik ook de infame Latijn-Moderne Talen. Dat infame, dat heb ik vooral van horen zeggen, want ik moet het toegeven, in mijn les zijn het meestal lammetjes, ja, zelfs Edis.

Om te beginnen is er onze Sloveense schone, Lejla. Ik dacht dat dat zo’n braaf verlegen stil meisje was, maar zet haar naast Noussaïba, en zo stil is ze niet meer, zeker als beide dames op de kap van de heren kunnen zitten. Want ja, ook Noussaïba durft al eens haar prachtig gestifte mondje opentrekken tegen haar klasgenoten, zeker als daar een vrouwonvriendelijke opmerking is gekomen. Weet je, Noussaïba? Ik zie de heren hun ogen al op voorhand fonkelen van de voorpret, want ze weten maar al te goed hoe jij zal reageren. Al verschieten ze nog wel eens als jij ze een lap met je pennenzak geeft.

Aan Ramses zal het niet liggen. Die zit doorgaans zeer rustig de rots in de branding van de klas te wezen. Hij zegt niet veel, of het zou een gevatte opmerking in het oor van Nathan moeten zijn. Ik vind het soms jammer dat ik niet kan horen wat je zegt, Ramses, want aan Nathans ingehouden lach te zien, is het er soms gewoon klop op. Wat die lach betreft, de jouwe is intussen legendarisch. Jouw geluidloze manier van schateren is zo ongelofelijk aanstekelijk, dat ik er zelf al de slappe lach van gekregen heb. Héérlijk gewoon!

Milan is dan weer een beetje het tegenovergestelde: zo rustig als Ramses is, zo hyper kan Milan bij momenten zijn. Ik snap het niet, Milan: heb jij op het einde van een schooldag geen stijve nek? Want je zit meer achter je te kijken om toch maar commentaar te kunnen geven tegen je klasgenoten. Of om daarna bij je buur te kijken wat je nu ook weer moest opschrijven, of waar we zitten, of wat er gezegd werd, of waarover het ging, of… Als het maar geen wiskunde is…

Gelukkig is er ook Nathan, samen met Ramses het tegengewicht voor al het verbale geweld van de rest van de klas. Van aan de zijlijn bekijkt hij rustig de wereld, denkt er het zijne van, en geeft af en toe gevatte commentaar. En al eens een correct antwoord, dat ook.

Oeps, heb ik nu per ongeluk Jibbe overgeslagen? Sorry, blondie, ik wilde je niet wakker maken! Al mag het gezegd worden: je Latijnse grammatica heb je bijzonder goed opgefrist, en voor een keer is dat niet sarcastisch bedoeld.

En dan, ja, dan is er nog Edis. De nagel aan mijn doodskist. Gelukkig was ik vroeger een gothic en heb ik het wel voor doodskisten. Edis, je bent blijkbaar een man van vele gezichten. Mijn collega’s kunnen maar niet geloven dat jij in mijn klas een lammetje bent, wanneer je tenminste niet te laat bent, of aan het ruziemaken met Léon. En ik kan dan op mijn beurt bijna niet de halve horrorverhalen geloven over jouw gedrag in combinatie met andere, niet nader genoemde klassen. Ik kijk er al naar uit om jou een extra jaartje in mijn klas te hebben!

En hoe zou ik hem nog kunnen vergeten, de man van de Latijn-Wetenschappen! Oh dèè! Raar maar waar, de klasbepalende factor is bij mij niet Edis, maar wel deze jongeman. Want ik heb nog maar het woord ‘toets’ uitgesproken, en ik krijg al een hele litanie van Léon! “Maar mevrouw!! Nog een toets, of wa? Allez, dat is toch niet meer normaal? Weet gij wel hoeveel toetsen wij hebben? En hoeveel werk? En dan begin ik nog niet eens aan dat boek voor Frans, want allez zeg, dat kan toch niet! Dat wij een boek moeten lezen voor Frans! Stel u voor zeg!” Weet ge, Leon, met uw gewurtel kunt ge een ganse kolonie konijnen voor jàren in leven houden! Aan de andere kant, met een paar verse aardbeien ben je wel stil te krijgen.

Maar…

Ik voelde me oprecht vereerd dat ze mij vroegen om hen hier even door de mangel te halen. Want, hoe je het ook draait of keert, het zijn mijn zesdekes. Mijn zesdes, die misschien wel een stevige mening hebben, maar bij wie ik me telkens weer welkom voel, ongeacht de toetsen. Mijn Latinisten, die trouw elke woensdag taart meebrengen. Mijn lieverds, bij wie ik tot rust kom.

Weet je, in het begin van het vijfde had ik nooit gedacht dat ik dit nog zou zeggen, maar – en ik meen het uit de grond van mijn hart – ik ga jullie missen. Echt waar. En ik hoop dat jullie ons hier op school ook niet snel zullen vergeten.”

 

Lectuur: “Birdsong” van Sebastian Faulks

Dit was eentje van de lectuurlijst van de BBC waar ik nog nooit van gehoord had, noch van het boek, noch van de schrijver. Het was voor mij dus een grote onbekende, en toch vond ik het een zalig boek.

Het begin viel me, om eerlijk te zijn, toch wel wat tegen. Om kort te gaan: een jonge Engelsman die op bedrijfsbezoek is in Frankrijk, wordt verliefd op de vrouw van de fabriekseigenaar en begint een stomende affaire met haar. Op dit punt vond ik het eerder nog een beetje een stationsromannetje. Goed geschreven, dat wel, maar qua plot? Hmm…

Maar dan springt het verhaal naar de eerste wereldoorlog. Alweer, na “Oorlog en terpentijn” en “No Man’s Land”. Hoe Faulks daar de psychologische impact van de wreedheden en de gruwel beschrijft, deed me denken aan “Catch 22”. En tegelijk is er de connectie met het verleden en de vrouw die het hoofdpersonage achter zich heeft gelaten. Of toch niet. Of eigenlijk toch wel.

Simultaan is er het verhaal in de jaren ’70 van de kleindochter van het hoofdpersonage dat aan de hand van zijn dagboeken probeert te achterhalen wie hij was en hoe hij leefde. Maar uiteraard heeft zij ook zelf haar eigen leven en bekommernissen.

Ik geef het toe, het springen naar de jaren ’70 stoorde me bij momenten: ik wilde bij het verhaal van Wraysford blijven en niet plots in een andere verhaallijn terechtkomen, dat me pakken minder interesseerde.

Vind ik het een aanrader? Goh, ik weet het zo niet. Het is een vreemd boek met een zeer apart hoofdkarakter dat soms wel autistiforme trekjes lijkt te hebben. Maar heb ik het graag gelezen? Zeker. Een boek voor mensen die graag wat uitdaging hebben, me dunkt.