Het larpen staat een beetje op een laag pitje: been there, done that, en mijn lievelingslarp Haven is gestopt, en Omen ook. Meh.
Er is natuurlijk nog de steampunky Aether, maar dat was in het laatste weekend van Japan, dus dat lukte even niet.
En toen wist Mireille me te overhalen om mee te komen naar Testament van De Heren van Ternat, waar ze al een tijdje lyrisch over is, en waar ze nu zelfs in de crew zit. Het woord dat ze ervoor gebruikte was ‘gezellig’, en ja, dat is het eigenlijk wel.
Gisteren nam ik Manon – de 17jarige dochter van vrienden – mee in de auto en we waren er op een mooi uur, tijd genoeg om rustig te bekomen van bijna drie uur in de auto. Ik dacht dat ik een relatief kleine, onbelangrijke rol had, maar toen bleek dat ze zelfs een hele tent voor me hadden opgezet en ingericht. En ze gaan echt the extra mile: Arend had speciaal voor mij een extra goeie stoel neergezet, met schapenvachtje en met zelfs een elektrisch vuurtje zodat mijn rug niet afkoelde ’s nachts. En dan weet je: ja, hier wordt voor je gezorgd, het wordt gezellig.
Een deel van de spelers kende ik totaal niet, en blijkbaar degenen die op mijn stuk scenario kwamen al helemaal niet, maar dat gaf niet: het was mooi, het was goed, ik heb echt knappe dingen gezien.
En het mooiste? Ik lag vandaag om half twee in mijn eigen bedje hier thuis, want het was door omstandigheden iets vroeger gedaan.
En ik vrees dat ik mezelf erin geluld heb qua scenario: ik ga wel niet anders kunnen dan de volgende keer ook gaan, heb ik het vermoeden. En erg dat ik dat ga vinden.
In Japan vind je soms de raarste borden en meldingen. Veel daarvan liggen wellicht aan foutieve vertalingen, sommige gewoon ook aan die extreem voorzichtige en beleefde natuur van de Japanners. Bij sommige is het ook gewoon raden wat er bedoeld wordt.
Neem nu deze uit Shiboya: waarom staan die voetjes daarop? En die O lijkt wel een G met die sigaret?
Of neem nu deze: op zich niks speciaals, ware het niet van die 25.00 uur, waarmee ze 1 uur ’s morgens bedoelen. Ik moest dat een paar keer bekijken voor ik door had wat ze bedoelden.
Deze uit het Chinese vliegtuig snap ik nog steeds niet:
Onderstaand is op zich niet zo vreemd, maar het is iets dat wij in de verste verte niet zouden tegenkomen, toch?
Deze stond op de shinkansen. Hadden ze last van bedwantsen zoals in Parijs? Was er een softwareprobleem? Geen idee, maar het is wel voorbij, blijkbaar.
De beleefdheid zit echt overal: je maakt voortdurend lichte buigingen, neemt dingen aan met twee handen, overhandigt ze met twee handen, zegt continu dankje, en blijkbaar kan het dus ook zelfs op een verkeersbord.
Ze zijn er streng over luidop bellen. Je ziet het dan gelukkig ook quasi nergens.
Onderstaande gaat uiteraard over de drukte en hoe er normaal gezien joggers in het park zijn, maar het lijkt wel alsof je de bloesems niet aan het schrikken mag brengen…
Euh. Geen idee.
Dit.
Doubtful things? Zoals?
Ik denk dat we zowat allemaal elkaar hebben aangeraakt :-p
Dit ging over de Sonny Angels rage, en ze meenden het.
Beautification Enforcement Area.
En dan was er nog dit. De Nakasendo Juku is een enorm gekend, bijzonder druk bewandeld pad dat ook echt de moeite is. Maar je zal er dus maar langs wonen. Bij verschillende huizen stond er duidelijk dat het privaat eigendom was en dat het niet de bedoeling is dat je er gaat zitten.
Maar er woont dus ook een kunstenaar, en wij lagen strijk. Sophisticated.
Een stevig eindje gefietst vandaag, na het werk. Enkele van mijn caches waren dringend aan onderhoud toe, dus ik had mijn cachebak in mijn fietstassen gestoken en genoot van het mooie weer. En ja, het is echt wel een mooi rondje, zo langs dat fietspad. Enkele logboekjes waren volledig vol, andere gewoon klam, en hier en daar was er ook eentje verdwenen. Shit happens, denk ik dan. Enfin, ik heb er weer een mooie fietstocht op zitten, dik twee uur en een extra 11 kilometer, in totaal dus rond de 20. Goed gereden.
Leuk detail: sommige mensen van de Gentse groendienst weten echt wel wat cachen is. Kijk maar naar de foto waarin de berm van het fietspad is gemaaid: ze hebben ook netjes rond de paal gemaaid waarachter mijn cache zit, terwijl ze dat rond de andere palen niet hebben gedaan.
En op een andere plek had ik een nano, een magnetisch doosje van ongeveer een kubieke centimeter, verstopt aan de achterkant van een fietsknooppuntbordje. Dat bordje, compleet met paal en al, bleek verdwenen, en ik vreesde dus het ergste. Maar nee, er stond een nieuw bordje aan de overkant van de weg, en jawel, daar vond ik dus de cache terug.
Dit was een van de boeken van de Kleine Cervantes, en nee, het lag me niet zo. Pas op, ik vond het niet slecht, maar er is beter. De rest van de juryleden bij ons sabelde het genadeloos neer: er was niemand die het goed vond.
Ik vermoed dat het is omdat het een beetje afstandelijk is geschreven, bij momenten. Je wordt als lezer niet echt meegesleept in het verhaal, vond ik.
Het speelt zich af ergens in de jaren 50, in een fictieve Vlaamse (of Nederlandse) stad. Barend is een weesjongen met een gave voor tekenen, en daarom wordt hij opgepikt door Meester Pieter om voor diens veilinghuis te komen werken. En dan wordt duidelijk dat daar meer aan de hand is, want er is een manier om door de tijd te reizen. Meester Pieter laat hem – en anderen – naar het verleden teruggaan om er verloren kunstwerken te redden, kunstwerken die anders toch geen rol meer zouden gespeeld hebben in de geschiedenis. Maar Barend wordt ziek van dat reizen, en telkens zieker en zieker… En waar zijn zijn voorgangers, de vorige tijdreizigers, naartoe?
Samen met Lize probeert hij de duistere kantjes van het hele gegeven te achterhalen, en samen zoeken ze ook een uitweg.
Het boek liet me wat op mijn honger zitten. Ik vond de premisse schitterend, maar laat dit eens uitgewerkt worden door pakweg een Sanderson? Het bleef wat te vrijblijvend, te veel losse eindjes, te weinig diepgang in de personages. Wat gebeurt er met de zwendel van het veilingshuis? Waarom zit Lize daar? Of een van de andere kinderen?
Mja. Veelbelovend, maar voor een kritisch fantasy- en science fictionlezer net niet.
Bart heeft een zalig compilatiefilmpje gemaakt. On that note: nu we weer thuis zijn, is het een pak makkelijker om overal ook de filmpjes in te zetten, zoals in de laatste drie postjes. Wie dus filmpjes wil zien, moet maar eens opnieuw de verslagen van Japan bekijken: ik ben ze er beetje bij beetje aan het bijzetten, want het is wel een werkje, ja.
Na een succulent ontbijt zagen Arwen en Kobe het niet zitten om nog veel te doen, maar Bart, Wolf, Merel en ik wilden ook onze laatste dag in schoonheid afsluiten, en dus gingen we nog even tot bij het kasteel van Osaka, te midden van een groot park en omgeven door twee slotgrachten. Vlakbij staat overigens een ziekenhuis waarbij het wel lijkt alsof de Enterprise is geland…
We liepen rond, ik deed een paar caches, en we zagen dat het goed en warm was.
We waren vrij snel terug, tegen kwart over elf, meer dan voldoende tijd dus om nog twee caches aan beide zijden van het hotel te zoeken, en dan tegen twaalf uur uit te checken.
En helemaal afsluiten wilden we doen in stijl, en dus had Bart voor ons allemaal in het hotel een teppanyaki lunch gereserveerd: met een eigen chef die netjes toonde wat hij deed, en ons een vijfgangenmenu voorschotelde. En eigenlijk hadden we nog geen honger na dat uitgebreide ontbijt :-p
Nog een laatste zicht op Osaka, en weg waren we, de taxi in richting luchthaven. Die ligt trouwens volledig op een eiland, wel wijs om zien.
Om kwart voor twee opgehaald, om kwart voor drie op de luchthaven, tegen kwart na drie door alle administratieve onzin en in de lounge. Om vijf uur het vliegtuig op, vier uur later in Hong Kong, tegen negen uur dus.
Ik was nog maar eens kotsmisselijk, en een uurtje op de grond in de lounge liggen slapen hielp niet, dus nog maar eens mijn maaginhoud afgestaan aan een toilet in die lounge. En tegen kwart voor twaalf – eigenlijk kwart voor een, maar we waren al een tijdzone geminderd – terug het vliegtuig op, voor nog eens dertien uur. Yay. Not.
En ja, achter ons vormde zich een rij. Stipt om tien uur ging het open, drie na tien kwamen de meesten uit de rij al weer naar buiten, net zoals wij: helaas geen kaarten binnen. Meh. Intussen had Bart al de shinkansen geregeld, maar die was pas om half twaalf. Geen nood, een koffietje gaat altijd binnen, en in Japan heb je altijd wel iets in de buurt waar je kan naar kijken en dat lawaai maakt.
In Osaka werden we netjes door een taxi aan het Conrad afgezet, en blijkbaar heeft Lien, onze reisagent, het beste voor het laatste gehouden: dit hotel zit in een gigantisch gebouw en beslaat de 8 bovenste verdiepingen. Je moet dus van een hal beneden de lift nemen naar de 40ste verdieping waar de lobby is, en dat uitzicht, dat is verbluffend!
Onze kamers waren al klaar, en onze valiezen waren aangekomen maar nog niet op de kamers. Geen probleem: snel even opfrissen en iets gaan eten, want het was vrijwel twee uur intussen, en we hadden wel een hongertje. Maar wat een luxe, wat een oog voor detail, en vooral: wat een uitzicht!
Wolf leidde ons naar een ramending, maar dat bleek volzet, en dus gingen we maar ergens anders binnen, in iets dat het equivalent bleek van ons frietkot. De ramen of udon kostten vrijwel niks, je kon er diverse soorten tempura bij krijgen, en er waren enkele zitplaatsen aan een toogje. Geen probleem, we wilden toch gewoon iets kleins eten.
Dan terug naar het hotel, om een uurtje te bekomen, tukje te doen, douche te nemen, andere kleren aan te trekken, dat soort dingen. Want ja, vandaag was het opnieuw 23 graden en stralende zon.
Tegen vier uur stonden we een eind verder in Osaka, in de toeristische buurt, voor een workshop sushi maken. Eerst zag ik dat niet zo zitten, want het was met het typische Japanse opgeklopte gedoe, wild enthousiasme, dat soort dingen, en dat is niet aan mij besteed. Maar dat meisje deed dat goed, en we maakte dus zowel maki als nigiri. Ze waren verre van perfect, maar we weten nu wel hoe het moet. En we hebben dan ook alles nog moeten opeten, waardoor we dus om vijf uur in de namiddag eigenlijk al ons avondeten binnen hadden. Veel te veel gegeten!
Tegen half zes stonden we in Dotonbori, een hippe en zeer drukke, toeristische buurt met vooral veel neonlicht en, jawel, een Don Quijote, blijkbaar een heel erg bekende en grote winkel. Je kan er alles kopen, van snacks – Kitkat in de vreemdste smaken – en make up tot valiezen en juwelen. En druk, druk!
Vooral Arwen en Wolf hebben er vanalles gekocht, onder andere een extra valies voor haar wegens alle eerdere aankopen. Ik denk dat we er bijna een uur kwijt waren. Serieus, wat een maf gedoe was dat!
Enfin, we liepen verder – schoven aan – om nog langs een ABC Mart te gaan voor speciale Japanse VANS T-shirts, passeerden nog langs een Owalaflessenstand waar de flessen vrijwel de helft minder kosten dan bij ons, en vonden het toen echt allemaal welletjes. We zijn allemaal geen fan van drukte en lawaai, en dit, dit was erger dan pakweg de Gentse Feesten.
Zoals het brave mensen betaamt, waren we dus terug op het hotel tegen acht uur. Ideaal om even tot rust te komen, even te zwemmen en voor mij ook nog even in het grote bubbelbad te gaan. De sauna hoefde even niet meer. Maar wat een heerlijk hotel is dit: de avondservice had een theesetje klaargezet met extra chocolaatjes, slaapkleren klaargelegd en het beertje – dat blijkbaar een soort mascotte is – een slaapzakje gegeven met een kaartje erbij. Op onze nachttafeltjes stond een flesje water en een glas intussen, en jawel, de handdoeken waren nu al ververst. Dat was nu ook weer niet nodig geweest, maar bon.
Bart ging een voormiddagje werken – in België zitten ze niet stil – en ik, ik had het plan opgevat om eerst naar een apotheek te gaan en dan in een park wat verderop te gaan geocachen. Euhm… Van de vijf minuten naar dat winkelcentrum was ik al behoorlijk nat, ondanks regenvestje en paraplu, en dus heb ik rondgedwaald in Fuji Grand: eerst mijn ogen uitgekeken in de mega supermarkt met alle rare spullen – en meteen ook middageten, aka. sushi voor Bart en mezelf gekocht – en dan door de rest van de winkels. Denk zowat alles wat je kan vinden in de Lange Munt, maar dan in een concept van de Inno. Ik vond er warempel drie mooie waaiertjes voor elk 100 yen, dus ongeveer een halve euro. Oh, en ook een setje eetstokjes, want we hadden geen bestek op ons kamer.
Tegen twee uur trokken Bart en ik naar het Hiroshima Museum of Contemporary Art, een speciaal gebouw temidden van een mooi park. Het museum was niet zo speciaal: veel Japanse kunstenaars, Broothaers, Duchamp, Giacometti… Niet groot ook, maar je betaalt dan ook nog geen 3 euro per persoon als inkom.