Blaarmeersen!

Sinds een paar weken heeft Wolf opnieuw één keer per week rugbytraining. Twee keer lukt niet wegens het feit dat ze maar in groepen van max. 20 personen mogen trainen, en dus zijn er twee groepen. Tsja. Full contact mag ook nog niet, voorlopig is het conditietraining, balbeheersing, kicken, en tactiek: ze “tackelen” door elkaar een lel te geven met zo’n zwembadworst: op afstand, niet pijnlijk, maar wel prima voor het spel. ’t Is ne keer wat anders!

Vandaag had hij training van kwart na zeven tot kwart na acht, en Merel en ik namen de gelegenheid te baat om een wandelingetje over de Blaarmeersen te maken. Je mag er opnieuw rondlopen maar nog niet op het strand of in het water. Begrijp ik ergens wel. En overal waren er buitensporters, aangezien je binnen nog niet in groep mag sporten. Maar wij hadden ons boek mee en hebben ons toch even op een bankje geïnstalleerd. Het was een zalig warme avond.

Bubbelbezoek!

Toen ik dit weekend Wolf ging afzetten bij Arwen, bleef ik, zoals altijd, nog even kletsen met Ann. Ik opperde toen, aangezien we omwille van onze kinderen met elkaar “gebubbeld” zijn, dat ze dinsdag met zijn allen bij ons zouden komen zwemmen. Het ging de laatste dag prachtig weer zijn, en hun eigen – grotere – zwembad was nog niet zwemklaar. Toen ik dan ook voorstelde om hen na mijn livelessen, rond een uur of drie te komen oppikken (want Jarno zat op school) was de zaak meteen beklonken.
Nodeloos om te zeggen dat iedereen ernaar uit keek, zeker? Voor ons het allereerste bezoek in maanden, voor hen de allereerste keer dat ze uit hun kot kwamen voor iets anders dan boodschappen. Ann en ik installeerden ons in de schaduw, de kinderen zaten binnen een paar tellen met zijn allen in het zwembad. Ik had nog overschot van de aardbeientaart, Merel had speciaal een vlaai gemaakt, er was nog fruitsla en er waren warempel zelfs nog aardbeien. Moh.

Tegen half vijf kwam ook Jarno erbij en zijn we nog een hele tijd rustig blijven zitten, terwijl de kinderen genoeg hadden gezwommen en Uno begonnen te spelen. Ook zij hadden duidelijk enorm veel deugd van wat eigenlijk gewoon een normale dag leek. Corona was eventjes ver weg. Oef.

Aardbeien

Gisteren stond hier plotseling, en vooral heel onverwacht, een jongeman voor de deur met een kistje aardbeien. Kistje als in: 8 bakjes ofwel 4 kilo. Euh? Het was een bedanking voor het werk voor Hadewig en dus ook zeer geapprecieerd, maar wat doe je plots met vier kilo prachtige eetaardbeien? Confituur maken vond ik zo zonde, eigenlijk feitelijk, daarvoor waren ze veel te mooi.

Bart verwerkte er een aantal in een fruitsla, Kobe verwerkte minstens een bakje in zijn maag, en ik maakte aardbeienmilkshake en aardbeienijs en aardbeientaart…

Recept van Jeroen Meus, met zelfgemaakte kruimeldeeg – je smaakt echt het verschil – en een hele dikke banketbakkerscrème, omdat ik het geduld niet had er nog slagroom bij te doen en vier uur te wachten tot alles opgesteven was. Tsja. Maar wel heel erg lekker, een aanrader.

Enfin, ik zal nog zien wat ik met de rest doe, maar ik heb er intussen wel vertrouwen in dat ze zullen verdwijnen voor ik de kans krijg er confituur van te maken. Dik in orde, en bedankt, Hadewig!

Lectuur: “The Grail Trilogy” van Bernard Cornwell

Deze trilogie werd me aangeraden door verschillende mensen, en ik kan ze geen ongelijk geven. Ik heb al beter gelezen, maar zeker ook al slechter.

Het verhaal, dat over drie boeken loopt – The Archer’s Tale, Vagabond, Heretic – gaat over een jonge boogschutter, Thomas, wiens dorp uitgemoord wordt en die dan zelf ook maar een onderdeel van het Engelse leger wordt, met alle gevolgen vandien. Maar eigenlijk zit er een heuse zoektocht in naar de Heilige Graal – afhankelijk van de bron: de beker waaruit Christus dronk tijdens het laatste avondmaal, of de beker waarin zijn bloed is opgevangen toen hij aan het kruis hing. Het geheel speelt zich af in de veertiende eeuw in een zo correct mogelijk weergegeven Middeleeuwen: de belegeringen en veldslagen zijn historisch, de meeste personages ook. En toch voelt het verhaal zeker niet geforceerd aan: Thomas is van vlees en bloed en beweegt zich als Engelse boogschutter moeiteloos in de dorpen, steden en donkerte van die tijden. Verwacht dus geen echte fantasy of magie, die is er niet. De gevechten zijn dan ook heel realistisch en navenant bloederig beschreven, de verkrachtingen zijn, tsja, niets aan de verbeelding overlatend, en de hele geschetste wereld is ruw en rauw, met een diepe verachting voor de toenmalige kerk.

En ik denk dat het net dat was dat me eigenlijk wel aansprak, al zijn sommige beschrijvingen bij momenten nogal lang uitgesponnen. En hoe verliefd kan je zijn op de Engelse grote handboog? Ja, het was een machtig maar aartsmoeilijk wapen, maar Cornwell beschrijft het wel bijzonder uitgebreid.

Maar heb je graag de rauwe Middeleeuwen, met realistische beschrijvingen en een toch wel goed verhaal? Dan is dit zeker iets voor jou.

Zwemmen!

Het heeft nog wel eventjes geduurd, en Merel had eigenlijk niet het geduld om te wachten tot het zwembad vol was en zat er dus al eerder in. Lekker koud!

Maar tegen het einde van de namiddag was het toch wel vol en zaten ze er allebei in. Ik had intussen een thermometertje gehaald – ik was eigenlijk gaan zoeken naar een zo’n thermische mat waar het water doorstroomt en door de zon opgewarmd wordt, maar die was nergens meer te krijgen. Intussen was het water toch wel al 22°. Mij niet gezien dus om er nu al in te gaan, maar de kinderen vonden het zalig!

En dan vooral het spelletje hipposcampi: dan zijn zij twee kleine, tsja, hipposcampi dus, die klaar staan om een speeltje dat ik in het water gooi, te apporteren. En dan demonstreren ze even dat je zelf in een klein zwembad kan duiken…

Zwembadtijd!

Het zijn al prachtige dagen geweest, hier in ons kot, maar het weer belooft alleen nog maar mooier te worden. En dus besloten we om uiteindelijk toch alweer het zwembad op te zetten. Je weet wel, dat opzet Intex ding waar de Merel en Kobe vorig jaar bijna de hele zomer in rondgeplonst hebben.

Kobe zag dat helemaal zitten en zette quasi op zijn eentje het frame op, compleet met zeil en al.

Daarna tilden we het met man en macht op zijn plaats, want daar moest alles uit de weg gezet worden, alles ook heel grondig geborsteld en dan het zeil helemaal glad getrokken. Ik herinnerde me wel nog vorig jaar dat ik, toen we het afbraken, een paar kleine gaatjes had ontdekt. Wellicht kwam dat door kleine steentjes onder het zeil, maar was dat toen niet aan het lekken door het gewicht van het water. Bon, alles was snel geplakt, maar toen er zo’n 10 cm water in stond, zag ik dat het toch nog begon uit te lopen. Zucht. Wolf kon de zijkant optillen en toen zagen we inderdaad dat het water naar buiten spoot via een klein gaatje dat aan de binnenkant gewoon niet te zien was. Bon, ik heb het aan de buitenkant kunnen plakken zonder veel problemen. Oef.

Enfin, ik hoop dat we het tegen morgen toch min of meer gevuld krijgen. Warm zal het niet zijn, maar dat zal Merel in elk geval niet tegen houden.

Lectuur: “Stone Cold” van Robert Swindells

Nu Wolf wat ouder is, begin ik eigenlijk ook de boeken te lezen die hij verplicht moet lezen voor school. Hij is echt geen lezer, en zo kan ik hem wat aanmoedigen en hier en daar extra uitleg geven als hij iets niet gesnapt heeft. Maar ik ga écht geen book reports voor hem schrijven, dat moet hij echt zelf doen.

Zo las ik dus “Stone Cold” van Robert Swindells, een kort boekje van amper 100 pagina’s dat ik op een uurtje of twee uit had. En ja, ik snap wel dat mijn collega Engels dit als lectuur opgeeft: het is echt toch wel op maat van pubers geschreven. Het verhaal gaat over Link, een jongen van 16 die door omstandigheden dakloos wordt in Londen, midden in de winter. Hij maakt gelukkig een paar vrienden, maar die blijken te verdwijnen…
Het verhaal gaat dus niet alleen over een jonge gast zoals de leerlingen zelf, maar er zit een stevig thrilleraspect in, zodat het ook spannend blijft.

Het enige minpuntje is misschien de taal: de auteur gebruikt Engelse jongerentaal, waar de meeste leerlingen absoluut niet mee vertrouwd zijn. Wolf haalde dat ook aan, dat hij sommige dingen niet begreep. Zo duurde het even voor hij doorhad wat een punter was, of dat dosh eigenlijk gewoon geld betekende, en dat is niet zo simpel als je al tegen je zin leest.

Maar al bij al is dit wel een fijn boekje voor de gemiddelde zestienjarige. Het einde is misschien wat abrupt en voorspelbaar, zelfs een tikje teleurstellend, maar al bij al best een fijn boekje.

Lange fietstocht

Ik had eigenlijk de hele dag al rondgelopen en les gegeven, en de rug deed het niet helemaal. En vooral: het was prachtig weer.

Ik ben dan maar op de fiets gesprongen en ben helemaal tot in Ertvelde gefietst, een goeie tien kilometer, om daar een paar caches te vinden. Langs de R4 ligt een heel mooi fietspad, vaak afgescheiden zelfs door een geluidswand of een hoge berm, en verder is het ook gewoon een heel mooi baantje. Ik genoot met volle teugen.

Cache nummer 1 deed me gewoon in de lach schieten: een lange buis met daarin het kleine rolletje. En hoe krijg je dat er dan uit? Wel onderaan kon ik aan een hendeltje trekken, en prompt schoot het rolletje quasi in mijn gezicht.

Cache twee liet zich eerst echt niet vinden, want de tip zei op 1.60 meter, en dus zocht ik ook op die hoogte. Hij hing echter een pak lager, waardoor ik vrijwel een half uur verloor. Maar wel een fijne half uur in een zonnig, fijn bos.

Ik stak de R4 over en dacht dat ik de volgende cache wel kon bereiken via de veldweg die parallel met de R4 liep. Prachtig baantje, zeker omdat iemand er een hoop bloemen had gezaaid, wellicht een zaadbom of zo. Ik reed dus vrolijk de ‘slag’ af, maar helaas, in de buurt van de cache leek ik niet te geraken. Ik kon uiteindelijk wel aan de voet van een windturbine gaan staan, en nog verder aan een prachtig vissersplekje, en na nog een halve kilometer toch nog over het water in de richting van de cache. En dan via een gigantisch hobbelbaantje door mul zand, waarna ik uiteindelijk de fiets heb geparkeerd midden in het veld en te voet ben verder gegaan. En die cache? Die zat bijzonder kunstig verstopt in een prachtige gigantische oude wilg. Ik heb, denk ik, een half uur gezocht tot ik de legger contacteerde en die me een paar hints kon geven zodat ik hem vond. En intussen was de zon zo goed als onder.

Ik moest nog een dikke tien kilometer fietsen en passeerde nog wel een paar mooie plekjes, maar bleef vooral aan de rechterkant van de R4. Ik had de linkerkant geprobeerd, maar op een bepaald moment kan je daar per fiets écht niet verder, zodat ik een tweetal kilometer om mocht rijden. Hmm.

Maar ik was helemaal uitgewaaid en mijn hoofd was helemaal leeggemaakt toen ik tegen half elf thuis kwam. Zalig.

Feestje voor Lieze

Merel had het al weken op voorhand gezegd: Lieze, haar allerbeste vriendinnetje, verjaart tijdens de quarantaine en mag dus geen feestje. En dat dat echt geen leuke verjaardag is. En of ze dan eigenlijk niet bij Lieze zou mogen gaan spelen in de tuin, met afstand en al.

Gisteren stak ze nog een cadeautje in elkaar dat we zouden gaan afgeven, en vandaag… kwam Lieze gewoon in de namiddag hier spelen! Buiten, en met afstand, ja, maar wel heerlijk kletsen, toch?

De jongens hielpen Merel om buiten alles te versieren, en Lieze wist niet wat ze zag!

Er werd getetterd, getekend, spelletjes gespeeld met de ontsmettende handgel binnen bereik, en Merel had zelfs vlaai gemaakt, waar ik dan kaarsjes aan toevoegde.

Ik denk dat al bij al Lieze toch nog een fijne verjaardag heeft gehad. Ze straalde in elk geval, en Merel ook.

Toch zalig, zo’n vriendschap?