Lectuur: “Peace Talks” van Jim Butcher

Ik was dan wel The Witcher reeks van Sapkowski aan het lezen, op 15 juli kwam “Peace Talks” uit, het 17de boek in de reeks rond Harry Dresden van Jim Butcher. Ik had net boek drie van de Witcher uit en ben dus onmiddellijk naar dit boek overgestapt, gewoon omdat ik de Dresdenreeks zo goed vind.

Peace Talks heeft me daarin niet echt teleurgesteld: dezelfde vlotte schrijfstijl, dezelfde opbouw van verhaal, dezelfde sarcastische humor, ook al is dat laatste wat minder omdat Dresden nu eenmaal volwassener is geworden.

En toch bleef ik op mijn honger zitten: het hele boek is een aanloop naar, een klaarzetten van, een inleiding tot. Er gebeurt uiteraard een aantal dingen, maar de meeste daarvan blijven voorlopig nog in het ongewisse hangen. Een bundel losse draadjes, als het ware. Het boek eindigt dan ook, goh, niet eens op een echte cliffhanger, gewoon onaf, als een half boek. En dat smaakt naar meer.

Wat me wel stoorde, blijkbaar veel duidelijker dan in de vorige boeken, was het seksisme. Pas op, aan het hoofd van de drie belangrijkste facties in het boek  – the two Fae courts and the White Vampire court – staan vrouwen, de meeste bodyguards zijn vrouwen en het zit vol sterke vrouwelijke personages, daar niet van. Maar telkens Dresden een vrouw ziet, is het maar best dat hij geen baggy trousers draagt: telkens opnieuw worden de vrouwelijke curves beschreven en de lustgevoelens die dat bij hem opwekt, zelfs al gaat het om een vrouw die makkelijk zijn dochter zou kunnen zijn. Toegegeven, de vrouwen uit bovenstaande facties hebben als onvervreemdbare eigenschap een bovennatuurlijke schoonheid en seksuele uitstraling, maar moet dat nu echt élke keer? Ik mag hopen dat niet elke man bij elke vrouw iets dergelijks denkt, of ik moet mijn visie op de mannelijke bevolking herzien. Tsja.

Maar bon, ik heb genoten van het boek en ik kijk uit naar het vervolg.

Scoutskampen

Kobe en Merel zijn allebei op scoutskamp geweest, elk in hun eigen bubbel. Normaal gezien gingen zowel kabouters, welpen als kapoenen tegelijk op kamp zijn, maar dan waren de bubbels te groot, en dus bleven de kleintjes gewoon hier op ons eigen, gelukkig onverhuurd terrein en zat Merel ergens in Limburg, netjes afgescheiden van de welpen.

Kobe kon gewoon naar de Ardennen voor tien dagen, zo’n tentenkamp in openlucht is al iets minder vatbaar voor virussen, én de bubbel was ook klein genoeg.

Het is normaal dat je tijdens zo’n kamp niks van hen hoort, maar gelukkig is er tegenwoordig sociale media en durft de leiding al eens iets posten. En achteraf zijn er de kampfoto’s. Van Merel vond ik meteen ook nog een aantal losse foto’s van op de zondagse vergaderingen.

En Kobe, die heeft ook zichtbaar genoten…

Lectuur: The Witcher-reeks van Andrzej Sapkowski

Ik had een tijd geleden het eerste seizoen van “The Witcher” bekeken op Netflix, en dat was me zo bevallen, ondanks de gaten in de plot, dat het eigenlijk vooral naar meer  smaakte. Meer was er voorlopig echter niet op tv, en na wat rondgevraag bleken de boeken ook nog niet zo slecht te zijn. Misschien wat onevenwichtig geschreven en met lange beschrijvingen, was de raad, maar best wel oké. Goh, dacht ik toen, wie voor zijn plezier boeken leest uit de 19de eeuw zoals van Charles Dickens of George Eliot, die kan wel tegen een beschrijvinkske van een paar pagina’s meer of  minder.

Er zijn momenteel in totaal acht boeken, waarvan 1-6 een overkoepelende plotlijn hebben en dan 0.5 en 0.75 later geschreven zijn maar wel veel meer inzicht geven in de wereld en het hoofdpersonage. Al weet ik eigenlijk niet zo goed wie precies het hoofdpersonage is: de witcher uit de titel, of Ciri, een meisje met een Lot om wie het eigenlijk, uiteindelijk allemaal draait.

Sapkowski’s wereld zit prachtig in elkaar: de witcher is een door tovenaars gecreëerde mutant met buitengewone fysieke gaven, gemaakt om de monsters van de wereld te verslaan. Er hoort ook een zeer zware training bij, en veel jongeren overleven die training niet eens. Je krijgt dus meteen een schitterend uitgewerkte wereld met tovenaars, tovenaressen, landen en koningen die met elkaar in oorlog liggen, monsters, zangers, elfen en dwergen die wegens hun ras worden uitgemoord… Het is geen fraaie wereld die geschetst wordt, maar wel eentje die klopt in een middeleeuwse setting. High fantasy, als het ware.

En daarin beweegt Geralt, de witcher uit de titel, zich voort als een knuppel in een hoenderhok. Als mutant wordt hij nergens geaccepteerd, overal scheef bekeken, en zijn sociale vaardigheden zijn op zijn minst niet optimaal te noemen. In de serie geeft Henry Cavill gestalte aan het personage, en het is een waar feest om naar te kijken.

Maar langzaam verschuift de focus van het verhaal naar Ciri, heb ik de indruk. Soms vind ik dat wat jammer, want de witcher is intrigerend, maar aan de andere kant kan je die mens niet tot in den treure monsters laten verslaan zonder dat het eentonig wordt ook, natuurlijk.

Ik kijk uit naar het vervolg van de reeks, ik heb net het derde boek achter de kiezen. En die uitweidingen? Die zijn me niet eens opgevallen…

Een typische vakantiedag…

Sommige dagen zijn gewoon de quintessens van vakantie, toch?

Vandaag was er zo eentje. Arwen was hier, het was bloedheet en er werd gezwommen en er was versgemaakt ijs.

En ’s avonds, na het eten, haalden we de vuurkorf te voorschijn, gooiden er een paar blokken hout in, installeerden ons rondomrond en roosterden marshmallows.

Meer moet dat toch niet zijn, zo in de zomer?

Geocachen in Lemberge

Véronique had het al eventjes gezegd: ze waren begin augustus terug uit Italië en moest vandaag met Léonore naar de tandarts hier in Gent. Ideaal dus om dan samen iets te doen, en wat beter dan geocachen?

Eerst gingen we met zijn allen – minus Bart, want die zat op kantoor – eten in Villa Ooievaar en de bedoeling was dat we van daaruit meteen doorreden naar Lemberge om daar te cachen – dat is al een beetje in Véroniques richting, aangezien ze nu in Ronse woont – maar er was nog zó veel over van de macaroni dat we toch maar eerst even langs huis gepasseerd zijn om het restorestje in de ijskast te gaan zetten. In Lemberge was het warm maar wel fijn om wandelen, en af en toen ook frustrerend omdat we sommige caches niet vonden.

Een terrasje zat er wegens tijdsgebrek niet in, maar het was alweer een zeer fijne, rustgevende en aangename middag. Vakantiegevoel, iemand?

Pairi Daiza dag 2

Om half acht gingen onze wekkers, want om acht uur wilden we aan het uitgebreide ontbijtbuffet zitten, waar vooral de jongens het zich bijzonder goed lieten smaken. Maar daarvoor hadden we alweer uitgebreid de beren bestudeerd. Het heeft wel wat, zo een paar beren bij je ochtendkoffie.

Tegen negen uur hadden we een groot deel ingepakt en zaten we klaar voor het voederen van de bruine beren aan ons raam, en jawel, dat was echt wel eens de moeite om te zien.

We zetten onze valiesjes klaar zodat we die later op de dag aan de receptie konden ophalen, zeiden salu tegen het huisje, en gingen kijken naar het voeren van de ijsberen. Allez ja, dat deed de rest toch, want goed halverwege merkte ik dat ik blijkbaar mijn gsm nog ergens in het huisje laten liggen had. Goed bezig. Maar in het teruglopen had ik wel een zeer tamme ooievaar op mijn pad, én zag ik eindelijk eens deftig de vrouwelijke eland. Ons logement was schuin tegenover de elanden, maar het mannetje heeft zich in twee dagen niet laten zien. Zij was net iets minder schuw, maar bon.

We spraken af bij de Canadese wolven want die werden dan weer om tien uur gevoederd – leuk, zo’n uurtje in het park voordat de deuren opengaan – en dan ging de tocht naar het Australische deel van het park.

Wolf en Kobe hadden goed in de gaten gehouden wat we nog moesten zien, en dus zagen we een babynijlpaard bij zijn moeder, nog gorilla’s, maar ook de lemuren en dergelijke, en vooral ook het aquarium. Bart had nog even getwijfeld of we niet beter rond elf uur naar huis konden gaan, maar ik ben bijzonder blij dat we alsnog wat langer gebleven zijn, want dat aquarium was echt de moeite.

En toen hadden we natuurlijk honger en waaiden we het Aziatische  restaurant binnen. Ook hier eigenlijk niet het fastfoodgevoel dat je in de meeste dierentuinen en pretparken hebt, maar een deftig restaurant. En vooral ook veel te veel.

Maar toen deden iedereen zijn voeten alweer pijn en vonden we het welletjes. We passeerden op weg naar de uitgang wel nog even de eland, en het vrouwtje stond rustig te eten. Maar dat mannetje? Koppig mormel, zeg ik u.

Enfin, mocht u nog twijfelen of Pairi Daiza een aanrader is? Dan hebt u dit verslag niet gelezen, denk ik zo.