Colmar

Gisteren zijn we met zijn alle gaan eten in de Colmar in Sint-Denijs. We moesten toch Merel oppikken om half twaalf in De Pinte, dus waarom ook niet?

Bij mij was het zeer lang geleden dat ik nog in een Colmar was geweest, en het was dan nog die van Lochristi, voordat hij vernieuwd werd. Bart kende het niet echt, maar wist wel ongeveer de formule.

Die is: je kiest een hoofdgerecht, kiest of je er het voorgerechtenbuffet bij wil, of je voor het dessertbuffet gaat, en je mag onbeperkt soft drinks nemen. Wijn en koffie en zo moet je wel betalen.

De kinderen gingen voor barbecue spare ribs, Bart en ik voor gegrilde beenham, en het waren zeer royale porties, vrees ik. Dat van Merel was dan nog de kinderportie…

Eigenlijk had ik al genoeg gegeten, maar dat dessertbuffet zag er zeer aanlokkelijk uit, vooral dan de nog warme pasteis de nata. Ook de rest liet zich niet onbetuigd.

Zoals de jongens het zeiden: geen standaard restaurant, maar best wel gezellig, en ze zouden het wel zien zitten voor een verjaardag of zo. En dan vooral een kleiner hoofdgerecht nemen :-p

Lectuur: “De Upgrade” van Steven Van Belleghem

Vorige week kwam Bart thuis met een boek, dat hij meteen in mijn handen stak. “Hier”, zei hij, “de nieuwste van Steven. Maar ik ben zo geen lezer. Als ge goesting hebt…” Ik stelde vast dat het om het tweede in een reeks ging, maar Bart stelde me gerust: deel één stond ook in zijn bureau.

Dat eerste boek nam ik dan maar ter hand, las het op twee dagen, en schreef er een bespreking voor.

En toen kwam uiteraard deel twee. Ook die werd op twee dagen gelezen, en eigenlijk vond ik die beter dan de eerste: Van Belleghem heeft iets meer zijn eigen draai gevonden, ik vind het ook iets vlotter geschreven. De auteur heeft niet meer de behoefte om telkens naar 2020 terug te keren, te refereren aan de gebeurtenissen van nu, zoals hij dat in het eerste boek wel vaker deed. Alleen heeft hij hier en daar nog steeds de aandrang om bij élke auto te vermelden dat die wel degelijk zelfrijdend is, zodat we zeker niet vergeten dat dit de toekomst is.

Het verhaal situeert zich in 2045, en Romy Bell, het hoofdpersonage uit Eternal is ook hier weer de centrale figuur. Nu staat ze aan het hoofd van een internationale federatie rond ethiek en heeft ze de gebeurtenissen van vijf jaar geleden grotendeels achter zich gelaten. Ze verdiept zich momenteel voornamelijk in DNA-modificatie, vooral dan bij embryo’s, via de crispr-techniek. Genetische modificatie om bepaalde ziektes uit te schakelen is misschien wel verantwoord, maar wanneer ga je te ver? Schakel je de techniek ook in om een blonde baby met blauwe ogen en een atletisch lijfje te krijgen? Eugenetica dus. Maar blijkbaar kan de techniek ook gebruikt worden om virussen te ontwikkelen die enkel op bepaalde DNA-kenmerken reageren, positief of negatief. En wanneer er doden beginnen te vallen onder DNA-wetenschappers en er blijkbaar met data is geknoeid, kan Romy niet anders dan zich in het onderzoek moeien, zeker wanneer een van de doden een goede vriendin blijkt te zijn met wie ze de avond voor haar dood nog had afgesproken…

De plot zit knap in elkaar en je wordt echt wel meegesleept in het verhaal. Alleen vond ik het boek op het einde een beetje inzakken: Van Belleghem wou per se nog een oplossing vinden voor een bijkomend probleem, nadat de hoofdplot was afgerond, en dat was er eigenlijk een beetje te veel aan. Hij had daar beter een andere draai aan gegeven, maar dat is een persoonlijke mening natuurlijk. Het feit dat Bell ook zomaar alle mogelijke presidenten aan de lijn krijgt, ongeacht de positie die ze heeft in de federatie, lijkt me ook wat gemakkelijk, als je weet hoe moeilijk het is om zelfs maar verschillende bedrijfsleiders in éénzelfde vergadering te krijgen.

Verder is dit best een aangename thriller, als je van het genre houdt: goed geschreven, een aannemelijke plot, een genuanceerd hoofdpersonage en een knappe setting. Conclusie: als er een deel drie komt, ga ik het ook lezen, al hou ik doorgaans niet van Nederlandstalig of van thrillers. Maar dit zijn fijne tussendoortjes.

Kooravond op verplaatsing

Wat doe je, wanneer je repetitielokaal op het parcours van het Lichtfestival ligt en je dus in geen velden en wegen parkeerplaats zal vinden? De repetitie verplaatsen naar de kerk van De Pinte.

De nieuwe leden – en dat zijn er wel een pak – waren grotendeels verontschuldigd: het zijn vaak studenten zonder vervoer en vooral met een lang weekend en dus niet in Gent. Goh, voor een keertje kon dat wel, vond dirigent Geert Soenen.

Het was dus vooral de harde kern, maar we zongen op niveau, zei Geert, en hij was meer dan tevreden. Dat belooft voor ons concert op 30 januari!

Maar ik wilde nog even de adrenaline die zingen me toch altijd oplevert, uit het systeem en deed een korte wandeling in De Pinte centrum om er een paar – of wat had u gedacht? – labcaches te vinden. Op een klein half uurtje stond ik terug aan mijn auto, en ik wist nog maar eens hoe graag ik ’s nachts eigenlijk rondloop in een stad of dorp.

 

Elfdeverjaardagsfeestje

Merel wilde graag een verjaardagsfeestje, maar dan met heel weinig volk, want de vorige edities met meer personen waren altijd fout gelopen, wegens te druk en altijd wel een van de dames die  begon te huilen of ruzie te zoeken.

Ze heeft dan geopteerd voor haar dansvriendinnetjes: Lieze en Julie zijn al altijd een vaste waarde, maar eigenlijk is er sinds dit jaar ook wel altijd Jeanne bij. Met hun viertjes dus, en Merel vroeg of we een soort quiz wilden organiseren, een beetje een Slimste Mens of zo. Maar dan met modeshow op het einde, want dat wilden ze ook wel allemaal. Oh, en oliebollen. Zucht.

Ik moest eerst nog onder de scanner – later meer daarover – en dus was het feestje al opgestart onder auspiciën van een fantastische grote broer. Er werden cadeautjes uitgedeeld en Wolf had een fantastisch scorebord getekend met elk al 60 seconden. Ze moesten een kahoot doen, pictionary spelen, dingen proeven – dat blijft toch nog altijd een van de favorieten – en uiteindelijk mochten ze de gewonnen seconden gebruiken om kleren te gaan zoeken die her en der verstopt lagen. Met die kleren hebben ze dan een modeshow gehouden en hebben ze vooral gigantisch veel gegiecheld.

Blijkbaar blijven Merels feestjes nog altijd legendarisch en vonden ze het allemaal de max, veel leuker dan naar Jumpsky of de film of zoiets.

Duister Gent: November Rain

Ik schreef het al in augustus: ik ben tegenwoordig opnieuw begonnen met Vampire Larp. Eén keer per maand amuseren we ons hier in het Gentse met een avondje Kindred of Camarilla of hoe je het ook wil noemen: een avond waarop de anders niet zo zichtbare vampieren socializen op een elysium, een plek waar geen geweld mag gebruikt worden. Vampieren, in tegenstelling tot wat men al eens durft denken, zijn hogelijk georganiseerd, bestaan uit verschillende clans en spelen vooral een zeer politiek spelletje.

Ik ben figurant, maar nu al een paar keer een harpy, een soortement van sociale controle op het doen en laten van andere vampieren. Een beetje een vreemde rol om spelen voor mij, aangezien ik mij doorgaans niet te veel aantrek van sociale conventies en wat mensen van elkaar denken. Maar bon, het is wel een fijne rol.

En deze keer heb ik het grootste deel van de avond doorgebracht met andere harpies en zware discussies. Ik was, toen het spel afsloot rond middernacht, helemaal opgedraaid en vol adrenaline. Fijn spel, zowaar.

Lectuur: “Eternal” van Steven Van Belleghem

Bart kwam gisteren thuis met een boek. “Ha ja”, zei hij, “dat is de nieuwste roman van Steven Van Belleghem”. Nu ken ik Steven als schrijver van managementsboeken en gever van talloze lezingen en speeches. Dat hij ook fictie schreef, wist ik niet. “Oh”, zei Bart, “dit is al zijn tweede hoor! De eerste staat in mijn bureau. Steven stuurt me altijd zijn boeken op, ook al ben ik eigenlijk geen lezer.”

Mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld en mijn vorige boek was net, net uit. Ik bekeek dus De Upgrade, las de achterflap, en viste meteen boek één, Eternal, uit Barts bureau op. Een Nederlandstalige thriller die zich afspeelt in Silicon Valley in 2041? Waarom ook niet?

Deze ochtend was hij dus al uit. Nog geen 400 bladzijden, dat leest vlotjes, en ook de schrijfstijl leent zich tot tempolezen. Van Belleghem schrijft een zeer vlot Nederlands met hier en daar wel een iets technischer jargon, maar voor een geek zoals ik – en voor de gemiddelde jongere lezer – is dat geen enkel probleem.

Aangenaam aan deze thriller is dat hij zich afspeelt in de nabije en ook wel zeer realistische toekomst. Geen dystopisch toekomstbeeld dus, wel iets dat perfect plausibel lijkt. Smartphones zijn vervangen door AI assistenten via een oortje. Denk Siri, maar een stapje verder. Niet zo onlogisch, als je denkt dat de allereerste GSMs – en dan heb ik het nog niet over smartphones – ook maar amper 20 jaar geleden algemeen gebruikt werden, en het internet zelf ook nog maar 30 jaar oud is. Auto’s zijn allemaal elektrisch en zelfrijdend, en domotica is alomtegenwoordig, Big Brother ook.

X-Com, de nieuwe grote speler op de technologiemarkt, wil Eternal uitrollen: een systeem van nanobots in je bloed dat ziektes opspoort en, waar het kan, oplost, maar vooral ook wil voorkomen. Op zich een nobel streven natuurlijk, en er heeft zich een ethische commissie zeer grondig over gebogen. En waar kan het dan mislopen? Goh…

Hoofdpersonage Romy Bell, een van de topmanagers van het bedrijf, ziet haar leven aan een razendsnel tempo in elkaar stuiken.

De plot zit goed in elkaar, gaat bij momenten ook razendsnel, en het is een page turner, toch wel. Ik had al eventjes door wie uiteindelijk de bad guy bleek te zijn, maar dat vond ik niet eens erg. Iets storender, maar wel essentieel voor het verhaal, was dat eraan gerefereerd wordt door de andere slechteriken als “Nummer Drie”. Waarom spreken ze elkaar dan verder aan met de voornaam en deze persoon  niet? Ze kennen die toch ook voldoende? Uiteraard zou het de plot weggeven zodra je de naam kent, maar toch… En de “James Bond”-achtige babbelziekte van de hoofdslechterik om toch maar alle beweegredenen en motieven uit de doeken te doen vooraleer de tegenstanders af te maken, goh… Dat had misschien ook wel op een andere manier gekund.

Maar toch is dit een meer dan deftige thriller die ik eigenlijk zo meteen als filmplot zag. Niet de blockbuster in de zalen, wel de betere film op tv of Netflix. En ook verfrissend: het is geen politiethriller.

Lees ik deel twee? Welzeker. Het is eens een aangename afwisseling met mijn standaard fantasy- of klassiekerslectuur.

Dune!

Zeggen dat Bart en ik fan zijn van de boeken van Frank Herbert, dat is een beetje een understatement. Ik heb de film van David Lynch ook meermaals gezien, en ik keek echt wel uit naar de versie van Villeneuve.

En nee, ik ben niet teleurgesteld, behalve dan in het feit dat ik nog zo lang moet wachten op deel twee.

De regisseur is toch wel hondstrouw gebleven aan het boek, alleen hier en daar een beetje ingekort. Maar de sfeer, de landschappen, het vanzelfsprekende van de ruimteschepen, de Shai-Hulud, de test… Het beantwoordde eigenlijk allemaal aan wat ik er destijds van had gemaakt in mijn fantasie, veel meer dan de versie van Lynch. En dan was er ook nog Timothée Chalamet, die in mijn ogen gewoon perfect gecast is: dat androgyne, dat onzekere maar aan de andere kant dat ongelofelijk zelfzekere…

Bart en ik keken al van de eerste beelden instemmend naar elkaar: ja, dit is het wel.

En ik, ik moet dus dringend de boeken herlezen, heb ik zo de indruk. Maar ik denk dat ik dat eerder ga doen als de tweede film eraan zit te komen. En intussen heb ik een soort “Ik wil terug”-gevoel zoals ik dat kan hebben na een larp.

Ja, ik ben fan.