Lectuur: “Les Fiancés de l’hiver” (La Passe-Miroir #1) van Christelle Dabos

Wolf kwam onlangs naar beneden met een tip voor mij: “Mama, ik ben een Frans boek aan het lezen, en ik denk dat jij dat wreed wijs gaat vinden.”

Mijn wenkbrauwen gingen omhoog: Wolf die leest en iets nog goed vindt ook, en dan nog in het Frans, of wa? Bleek dat hij enkel de eerste twee hoofdstukken moest lezen, maar dat het Franstalige, zeer goed geschreven fantasy bleek te zijn. Yup, mijn interesse was geprikkeld.

Dat bleek overigens zeer terecht: mijn zoon kent mij goed, ja. Het verhaal is gesitueerd in een compleet nieuwe wereld, of althans een verre toekomst waarin onze huidige wereld geëxplodeerd is en grote stukken – des arches – zweven in een vaste baan rond een ontoegankelijke kern. Elk stuk heeft zijn eigen kenmerken waarin wel een aantal kenmerken van hedendaagse landen terug te vinden zijn. Alleen hebben veel van de inwoners een speciale gave ontwikkeld, specifiek per ‘arche’. Zo is er Anima, het stuk waar Ophélie geboren is, en waar veel inwoners in staat zijn materie te manipuleren. Dat hun huizen en hun inboedel dan ook vaak geanimeerd zijn – letterlijk – en een eigen karakter hebben, dat moeten ze er dan maar bij nemen. Anima straalt de sfeer uit van een conservatief, gemoedelijk Frankrijk, en Ophélie heeft een dubbele gave: ze kan door aanraking het verleden van objecten ‘lezen’ en zich verplaatsen via spiegels.

En dan is er bijvoorbeeld ook Le Pôle, een zeer hiërarchisch gestructureerde ‘arche’ waar een polair klimaat heerst en dat nog het meest doet denken aan keizerlijk Rusland. De inwoners zijn er meesters in de illusie, maar ook bijvoorbeeld in gedachtenlezen en dergelijke. En laat daar nu ene Thorn wonen, een zeer enigmatisch figuur dat tegen wil en dank de verloofde wordt van Ophélie. Zij wordt gedwongen hem te volgen naar de Pool, maar er blijken – uiteraard – heel wat andere motieven mee te spelen…

Ik was, zoals gezegd, zeer, zéér aangenaam verrast. Dabos schrijft een helder, verzorgd, zeer bloemrijk proza in de passé simple, en ik was wel blij dat ik elektronisch las zodat ik regelmatig woorden kon aanklikken met de woordenboekfunctie. De wereld is zeer knap en logisch opgebouwd, heeft een sterk steampunk gevoel en ja, Ophélie is jong en heeft een eerste relatie, je kan het ook young adult noemen, denk ik.

Niet gedacht, maar ik las deze 600 pagina’s op een dag of vier en ging meteen voor deel twee: echt een van de betere reeksen. Zitten er minpuntjes aan? Tuurlijk: soms gaat het verhaal wat traag, en Ophélie kan echt soms een twijfelende, chronisch verkouden zaag zijn, maar meestal gaat het verhaal aan een immens tempo, is het intens spannend en, tsja, gewoon goed geschreven.

Aanrader? Vast en zeker!

Halloweenfuif!

Vorig jaar stak corona nog stokken in de wielen, dit jaar kon het wél doorgaan, en iedereen was ook netjes gevaccineerd: het beruchte Halloweenfeestje bij Bart en Birgit!

Ik had me in een heksenoutfit gestoken, maar vooral een bananenkostuum daarboven, gewoon omdat dat voor één welbepaalde persoon best wel griezelig is – long story, don’t ask. Maar ik zag het niet zitten om de hele avond een veel te hete banaan te zijn, vandaar de heks.

Ik was er tegen een uur of negen en ben weer vertrokken rond een uur of één, maar had zoals altijd een zeer, zeer fijne avond. Die feestjes, die zijn berucht voor een goeie reden, en ik ben eigenlijk zeer blij dat wij telkens weer uitgenodigd worden. Nog eens een dikke dankjewel, Bart en Birgit!

Halloweentocht

Vorig jaar was er geen Halloweentocht in de Lange Velden – waar zowel Lieze als Julie wonen – maar twee jaar geleden wel. Toen was Merel nog een mega schattige heks.

Dit jaar had ze haar zinnen gezet op Evil Roodkapje. Een rood kleedje hadden we niet meer gevonden, maar een zwart rokje, zwarte leggings en een zwarte T-shirt waren ook meer dan oké. Daarover ging haar roestbruine larpcape, die er in het donker rood uit ziet, en dan uiteraard nog wat schmink. En de wolf, die lag onthoofd met een dolk door zijn oog in een mandje. Nee, voor deze Roodkapje geen slachtofferrol.

Ik was gisteren doodop van die sportdag, maar was in de zetel prompt in slaap gevallen en net voor acht uur wakker geworden. Merel was na de dansles meteen al meegegaan naar Lieze, en ik ging dan de dames komen schminken. Bon, door die tuk voelde mijn rug zo veel beter aan dat ik eigenlijk gewoon mee ging met Els en de meisjes op tocht. Goed gelachen, en veel knappe dingen gezien. Sommige mensen gaan er echt helemaal in op!

Alleen jammer dat Merel het dolkje van haar broer verloren is. Ik heb nog gans onze route opnieuw afgelopen, en Els ook, maar helaas, niks meer gevonden. Niks aan te doen, het was wel een fijne avond.

Sportdag

Ik heb echt wel lieve collega’s!

Op vrijdag heb ik normaal gezien vijf uur les, maar vandaag was het sportdag voor de tweede en derde graad. Ze hadden me kunnen inschakelen voor de laatste projectdag van de eerstes, of dus een ganse dag doen meegaan met een bepaalde klas op die sportdag. Dat eerste doe ik écht niet graag, en dat tweede is zelfmoord voor mijn rug, want een hele dag mee met een groep, dat trek ik niet. Maar niet inschakelen, dat is eigenlijk ook niet fair.

Maar daar hadden ze dus wel iets op gevonden: ik werd ingeschakeld om foto’s te nemen! Als in: ik rij gewoon van de ene locatie naar de andere en zorg dat er foto’s zijn, bovenop de foto’s die mijn collega’s trekken en doorsturen. En dat, dat zag ik dan wel weer helemaal zitten!

’s Morgens heb ik wel eerst nog een dringende boodschap op alle kanalen van de school moeten zetten, maar daarna kon ik rustig naar Langerbrugge rijden, hier zo’n 3 kilometer van, om te kijken wat onze zesdes daar aan het uitspoken waren.

Daarna reed ik via Zomergem naar Beernem: blijkbaar was de autostrade geen goed idee op dit moment. Niet erg, zo kon ik snel nog papieren gaan tekenen bij mijn broer op kantoor.

Tegen elf uur stond ik in Beernem om daar foto’s te nemen van alle mogelijke sporten tegen een strakblauwe lucht. Heerlijk! Die foto’s zijn hier terug te vinden, overigens.

Maar ik kreeg wel wat honger en ging op zoek naar iets om te eten. Hmm, niet in Sint-Joris-Ten-Distel zelf, zo bleek. Gelukkig lagen daar wel een aantal caches en vooral ook een fijne labcache. Ik heb die dan maar opgelost.

Het was mijn bedoeling om tegen twee uur terug richting de sportdag te gaan om nog extra foto’s te nemen, maar het was tegen dan beginnen regenen, en dan is de lol er natuurlijk wel wat af, al zeker omdat mijn fototoestel nu niet direct waterbestendig is.

Ik reed via Ursel naar huis en dacht dat het het ideale moment was om toch nog ne keer binnen te springen bij mijn nog nét geen honderdjarige oma. Ik heb haar in meer dan een jaar niet gezien: corona en andere toestanden. Maar jawel, ik kom in de gang en die is afgesloten met een lint. Hmm? Bleek er sinds die ochtend een uitbraak te zijn van corona en ze zat dus in quarantaine. Allez hup.

Ik ben dan maar twee koffiekoeken gaan halen bij de bakker om de hoek en ben naar huis gereden. Een mooie dag om de vakantie mee in te zetten, alleen jammer van de regen.

Van schoenen, rode kleedjes, paarse truien en zonsondergangen

Merel gaat vrijdagavond met haar vriendinnen op trick or treat in de Lange Velden, zoals elk jaar. Qua outfit heeft ze haar zinnen gezet op “Evil Roodkapje”. Daar heeft ze al de cape, het mandje en de dode wolf voor, maar ze had graag een rood kleedje gehad, dat ze dan ook kan aandoen voor kerst en dergelijke.

Aangezien ik dringend nieuwe schoenen moet hebben – er zitten gaten in mijn zolen – trokken we deze namiddag richting Lochristi. Helaas, we hebben tal van winkels afgelopen maar geen resultaat. Allez ja, toch niet wat we zochten, want Merel zag en kreeg een prachtige paarse pull.

Die schoenen en dat kleedje, helaas, dat vonden we dus niet. En we waren, dankzij de fijne files, ook net te laat voor haar muziekles, maar bon, ze was er toch nog.

En ’s avonds bracht ik Wolf naar de rugbytraining en wilde meteen mijn natte geocache daar aan de Blaarmeersen vervangen, maar ook daar moest ik onverrichterzake terugkeren: er zat een ganse troep jonge gasten op de pier, en dan kon ik nu niet meteen aan die cache beginnen prutsen. Maar het leverde me wel een paar mooie beelden op.

Zo’n zondag met een stoofpotje en wat caches

Bart zit in Dubai, ik moest dus voor een keertje zelf koken. Geen probleem, ik had gisterenavond in de Delhaize een wildstoofpotje gekocht met alle ingrediënten in één pakket. Het leuke eraan is dat het anderhalf uur moest pruttelen en dat ik dus tijd genoeg had om ons pa te gaan ophalen.

’t Heeft gesmaakt!

Daarna was er was, waren er kousen, was er taart, en waren er vooral nog een paar caches langs de vaart in Landegem/Merendree. Ons pa pruttelde, naar gewoonte, wat tegen, maar zag zelf ook in dat het prachtig weer was en dus ook wel nodig om te gaan wandelen. En ja, het was prachtig.

En voor alle duidelijkheid – na een stevige discussie – nog even meegeven: de overkant van de vaart, tussen Merendree en het eiland, dat is een JAAGPAD, dus niet toegankelijk voor auto’s, ook al rijdt ge daar al heel uw leven langs en hebt ge nooit anders geweten. Neh.