Lectuur: “The Silence of the Girls” (Women of Troy #1) van Pat Barker

Ik weet eigenlijk niet meer hoe dit boek onder mijn aandacht is gekomen. Wellicht was het een recensie van de Nederlandse vertaling in de krant. Ik had het in elk geval toegevoegd aan mijn to read-lijst, en ik heb daar geen spijt van.

Het boek vertelt het verhaal van Briseïs, koningin van Lyrnessos, een kleine stad in de buurt van Troje. Tijdens de Trojaanse oorlog wordt zij, samen met de rest van haar stad, veroverd door de Grieken en zij wordt als oorlogsbuit toegewezen aan Achilles.

In de ik-persoon vertelt Briseïs hoe het is om van koningin een slavin te worden, speelbal van mannen. Vrouwen hebben sowieso niks te zeggen in deze door mannen gedomineerde maatschappij. Maar als slavin ben je eigenlijk gewoon een voorwerp, een ‘it’, en doe je wat je opgedragen wordt. De meerwaarde van een vrouw is dat ze haar benen kan spreiden en dat ze daar niks op te zeggen heeft. Een van de reviews op Goodreads klaagde dat, als het vanuit het perspectief van de vrouwen geschreven is, alles nog steeds draait om de mannen. Yup, deal with it, een vrouw bestond alleen bij de gratie van de haar omringende mannen. Sommige hoofdstukken zijn dan ook in de derde persoon geschreven vanuit het standpunt van Achilles of Patroclus, kwestie van een ander licht te laten schijnen over de gebeurtenissen.

Briseïs wordt de favoriet van Achilles, al ziet hij haar nog steeds niet als persoon. Gelukkig is er Patroclus, Achilles’ beste vriend en soulmate, die haar wel nog met enige vriendelijkheid behandelt.

Maar dan, door omstandigheden die je uiteraard in de Ilias kan lezen, eist Agamemnon haar op. Net zoals je een paard of een schild opeist. Achilles laat haar zonder meer vertrekken – hij vecht niet voor haar, dat is ze blijkbaar niet waard – maar is zodanig in zijn eer gekrenkt dat hij weigert om überhaupt nog te vechten, met de nodige gevolgen.

Barker deinst er niet voor terug om de wreedheid van de oorlog in de verf te zetten: verwondingen, terechtstellingen, ingewanden die uit een buikholte vallen, de pest in het kamp, maar vooral ook de verkrachtingen, de vernederingen… Iets wat ze ook zeer vaak beschrijft, is het geurenpalet dat daarmee samenhangt, iets wat wij in onze westerse maatschappij heel vaak gewoon vergeten.

Kan je dit boek lezen zonder de Ilias gelezen te hebben? Goh, misschien wel, maar dat is nu eentje dat ik zelf moeilijk kan beoordelen natuurlijk. Aan de andere kant: ik heb het verhaal van Achilles en Patroklos al die jaren blijkbaar verkeerd verteld aan mijn leerlingen! Blijkbaar was ik toch iets te veel beïnvloed door de verschillende films en reeksen die ik door de jaren gezien heb. Ik stelde me een aantal vragen bij dit boek en heb het even opgezocht, en jawel, de feiten zijn volledig gebaseerd op de Ilias. Alleen zie je hier de achterkant, de nooit vertelde stem van de vrouwen.

Ik heb me vooral gerealiseerd dat ik dringend, DRINGEND zowel Ilias, Odyssea als Aeneis nog eens volledig moet herlezen. Jawel, ook de Aeneis, ook al heb ik die destijds zo’n zeven keer gelezen in het Latijn zelf. Maar dat is intussen ook al dertig jaar geleden en ik ben de details volledig kwijt.

Ik weet dus waar ik mijn leeslijst in 2022 ga beginnen, of toch een van de eerste boeken.

En raad ik deze aan? Jazeker, ik zou hem zelfs durven voorstellen aan mijn leesgrage leerlingen. En ik ga eerst nog boek twee lezen ook.

Nieuwjaren, deel 3

Zaten we gisteren nog in Machelen bij Roeland, dan waren we vandaag op restaurant met de De Waelekes. Bij Nelly in Triamant is er wel een degelijk restaurant, maar toch niet voor dit soort dingen. Bij Koen geraakt Nelly de trap niet meer op, en kerstmis was al bij ons. Nelly is gelukkig fan van ’t Konijntje, en wij ook, en we zaten deze keer ook met ons familie achteraan, een pak rustiger.

Er werd gegeten, er werden nieuwjaarsbrieven voorgelezen – Wolf is peter van Bo, Bart van Liv, en Koen van Wolf en Else van Merel, brieven genoeg – en er werd fijn gediscussieerd over vanalles en nog wat, van corona-impact over woke tot alle mogelijke financiële onderwerpen.

Merel was door het dolle heen over het cadeau van haar meter: een escape gezelschapsspel en vooral het plan om samen ook eens een échte escape room te doen. Ze stond zowaar te springen!

En het eten was opnieuw meer dan oké.

En als kers op de taart stopte ik op de terugweg nog even bij de molen op de Hotond, het hoogste punt van Oost-Vlaanderen, voor een snelle geocachefoto.

Fijne afsluiter van de kerstvakantie!

Nieuwjaren, deel 2

We hadden op nieuwjaar zelf bij Gwen en Erik ‘gevierd’, vandaag hadden we met de Rombautjes afgesproken bij Roeland thuis. Er waren uitgebreide hapjes, een nog veel uitgebreidere kaasschotel, en uiteraard waren er nieuwjaarsbrieven. Zo hoort dat, al is het bijna gedaan. Voor Merel en Marie-Julie waren het de laatste, Marne hangt er nog één jaartje aan. En de jongens, die hadden er allemaal eentje opgezocht op hun telefoon en die voorgelezen.

Het werd eigenlijk een best gezellige en vooral lekkere avond, en het deed wel deugd de familie nog eens samen te hebben, ook al werd er niet gekust en geknuffeld. Tsja.

We hopen nog steeds op een beter jaar…

Geocachetoerist in Kortrijk. Met Véro natuurlijk.

Dat het al de hele week, en eigenlijk ook zowat de hele vorige week aan het regenen is, dat moet ik u niet vertellen. Gisteren in het containerpark ben ik zeiknat geregend.

Maar voor vandaag gaven ze droog en zelfs zonnig weer, en dus had ik met Véronique afgesproken om elf uur in Kortrijk. Ha ja, we wilden geocachen, maar ergens in ‘de blakke veld’ kun je nogal snel verkleumen en heb je geen schuilmogelijkheden. De stad werd het dus, en Kortrijk is voor beiden rond het half uur rijden. Ik ken Kortrijk trouwens aan geen kanten.

We spraken af op een parkingetje iets buiten ’t stad en reden dan samen de Budaparking binnen, waar we meteen konden starten met een korte multi. Er liggen twee reeksen van 5 labcachen + bonus en 6 korte multi’s met een bonusmulti, stof genoeg dus voor een hele middag.

We genoten van de zon, liepen ettelijke kilometers, regelmatig ook hetzelfde traject, en namen allebei behoorlijk wat foto’s. We zagen natuurlijk de Broeltorens, maar liepen ook een kerk binnen waar achteraan aan het plafond verschillende gulden sporen ophangen. Dat zouden we nooit geweten hebben zonder geocaching.

We moesten ons nog reppen om iets te eten te vinden, want om half twee gaan blijkbaar de meeste keukens toe. Maar bon, we waaiden nog op het nippertje binnen bij een uitstekende Italiaan en namen er de dagschotel. Dik in orde. Aansluitend gingen we het begijnhof verkennen en de caches daar opzoeken.

We doolden verder door de straten, zagen het Belfort, liepen tot aan het station en keerden op onze stappen terug, kriskras door Kortrijk heen. We vonden er trouwens ook – op aanraden van een jongmens dat ons CST moest scannen – de max van een schoenwinkel die felgekleurde schoenen op maat maakt. Daar ga ik volgende winter terug, zeker weten.

Tegen half zes was het behoorlijk donker geworden en dronken we nog een koffie in het Buda centrum, we waren blij dat we even konden zitten.

Omdat we nog wel eventjes tijd hadden en Véro’s gsm dringend moest opladen, reden we nog even tot aan de Groeninghepoort om daar nog een laatste paar caches te vinden. Toen was het welletjes voor Véronique, zodat ik haar terugbracht naar haar auto. Maar bij mij kriebelde het nog: er waren nog drie bonussen te vinden, en dat op ocharme een kilometer. Met de auto is dat een fluitje van een cent, zodat ik alsnog in het donker de drie bonussen ging oppikken.

Al bij al was het een zeer aangename, goed gevulde namiddag in bijzonder fijn gezelschap. Ik bedoel maar: twee dames van begin de vijftig die een volledige winkelstraat doorlopen om aan het begin en het einde de camera’s te tellen, zonder ook maar één etalage een blik waardig te keuren: dàt is de reden dat ik zo ongelofelijk graag de straten afdweil met Véronique.

Ik was stikkapot toen ik tegen kwart na acht thuis was, maar man, wat een héérlijke dag!

Van gitaren en versterkers. En blijkbaar ook basgitaren.

Wolf heeft vijf of zes jaar klassieke gitaar gespeeld, maar is gestopt door de rugperikelen: gitaar spelen deed gewoon veel te veel zeer. Hij is daarna nog een jaartje herbegonnen, maar het was hem wat te veel.

Nu wilde hij dit schooljaar herbeginnen, maar aan de academie zou dat er nog een uur samenspel en een uur muziekcultuur bij betekend hebben, en dat, in combinatie met een 6 Wiskunde-Wetenschappen, rugby en een sociaal leven, was gewoon voor hem te veel.

Hij is dan les beginnen volgen hier wat verderop bij Ars Musica, wat eigenlijk neerkomt op privéles. Een pak duurder, ja, maar veel meer op maat, eigenlijk. Hij vindt het in elk geval leuk.

Nu had ik een paar maanden geleden mijn oude, oude elektrische gitaar meengenomen uit Zomergem, meer voor de lol dan voor wat anders, en omdat het wel een fijne decoratie is voor op Wolf zijn kamer. Het ding is een merkloos stratocastermodel, maar heb ik destijds, toen ik 14 jaar was of zo, tweedehands gekocht voor een appel en een ei. De frets zijn afgesleten, de microfoons verroest en er zit ergens een slecht contact op. Brol, met andere woorden. Maar ik moest toch nieuwe snaren meebrengen voor Wolfs akoestische gitaar en had ook een setje voor die elektrische meegenomen, want een gitaar zonder snaren, dat ziet er niet uit.

Blijkbaar is hij er toch op beginnen spelen en nam hij die zelfs mee naar zijn gitaarles. Zonder versterker, weliswaar, ik zou dat ook niet aangeraden hebben, gegarandeerd kortsluiting. Maar eigenlijk was hij dus wel toe aan een deftige elektrische gitaar. En een van mijn credo’s is: muziekinstrumenten moet je niet zelf kopen, dat zijn eigenlijk niet eens cadeaus, dat zijn gewoon… basisgegevens. Merel heeft ook haar gewone fluit (150 euro) en een altblokfluit (380 euro), Kobe heeft zelfs een eigen fagot van, jawel, 7500 euro.

Vandaag hadden we dus afgesproken met Nikolaas, collega Engels en vooral gitaaraficionado, om samen een gitaar en versterker te gaan kopen bij Van de Moer. Hij kent er alles van, we gaan dus zeker niet bedrogen uitkomen.

En jawel, ze keken rond, we keken vooral ook naar de prijs, we luisterden, Nikolaas speelde eventjes, en we kwamen uit op een Squier Affinity Strat als gitaar en een stevig versterkertje van Blackstar. En toen zag ik een schattige basgitaar staan, en die kostte nu eens geen geld, en het zou toch zonde geweest zijn om die te laten staan, en ik was nu toch geld aan het uitgeven, en… Enfin, het werd een zwarte Ibanez. Reken daar dan nog twee draagriemen bij, en twee kabels, en het werd een stevige rekening.

Maar die lichtjes in Wolfs ogen, en die brede grijns, daar doe je het toch gewoon voor? En daarbij, het zijn instrumenten. Duh.

 

Lectuur: “Words of Radiance” (The Stormlight Archive #2) van Brandon Sanderson

Wat een rollercoaster zeg! Dit boek krijgt op Goodreads maar liefst een score van 4.73 op 5, en ik snap dat best. Had het eerste deel nog te lijden onder het situeren van de wereld, het ‘klaarzetten’ van de personages, dan hoeft Sanderson daar nu alvast geen tijd meer in te steken.

Ja, hij gaat nog regelmatig flashbacks gebruiken om meer duidelijkheid te scheppen over de achtergrond van zijn personages – met schokkende onthullingen bij momenten – en er zijn ook nog beschrijvende passages, vooral waar het om politiek gaat, maar in dit boek zit veel meer actie. Veel meer verontrusting, ook.

Dat de drie hoofdpersonages beetje bij beetje samenkomen, dat was uiteraard te verwachten – en de bedoeling, vermoed ik. Alleen is het mooi hoe Sanderson het aanpakt, niet volgens de geijkte wegen, maar toch telkens met een twist.

Over de plot zelf ga ik niks vertellen: dat lukt niet zonder er spoilers van te maken, is het niet voor dit boek zelf, dan is het voor boek één. Maar het draait nog steeds om Kaladin Stormblessed, de soldaat die opgeklommen is, Shallan Davar, de intussen iets minder naïeve edeldame, en Dalinar Kholin, nog steeds getormenteerde nonkel van de koning en de eigenlijke machthebber. Sommige nevenpersonages zijn verdwenen – net zoals George Martin draait Sanderson zijn hand er niet voor om om personages te laten sterven – maar er zijn dan weer andere bijgekomen.

Er zat een aantal razendspannende scènes in, sommige stukken lees je dan ook gewoon in een rotvaart door. En ja, je leeft mee met de personages, want ook al zullen de echte hoofdpersonages misschien niet meteen sterven, ze zullen sowieso niet gespaard blijven.

1200 + pagina’s? Jawel, laat maar komen.