Een tijdje geleden was er een nieuw geocacherondje uitgekomen, 11 stuks in Vinderhoute.
Gisteren deden ons pa en ik dus eerst van taart en koffie, en gingen we daarna gaan geocachen, in plaats van andersom. Ha ja, Vinderhoute ligt op weg naar Zomergem, het zou idioot geweest zijn om het anders te doen.
Donderdagavond was het een stralende avond, maar ik kon niet gaan zingen wegens zo een klein beetje nog steeds geen stem.
En toen ben ik maar meteen een hele reeks nieuwe geocaches gaan leggen. Ik had er in maart al drie weggestoken, maar toen kreeg ik het bericht dat iemand anders in de buurt al caches had klaar staan, en dat ze konden zien dat daar nog steeds aan gewerkt werd. Mijn caches moesten dus ofwel verplaatst worden, ofwel afwachten tot die andere gepubliceerd werden.
Een blokfluitconsort, zegt u? Ja, en dat blokfluitconsort gaf een blokfluitconcert, om het nog verwarrender te maken.
Een blokfluitconsort is eigenlijk, voor zover ik het begrepen heb, een blokfluitensemble waarin alle types blofluiten vertegenwoordigd zijn, bij voorkeur trouwens met fluiten van dezelfde maker.
Vanaf volgend jaar is Merel klaar met haar notenleer en moet ze dus ook samenspel beginnen volgen. Als blokfluitje kan je eigenlijk niks gaan doen in een orkest, maar zijn er dus wel ensembles die oude muziek spelen, en er is dus ook een heus consort van de academie.
Vandaag was er een toonmomentje voor zowel de kleintjes als het consort, en die lieten meteen ook zien dat het niet altijd oude muziek hoeft te zijn. Ik moest lachen en heb het meteen ook een stukje gefilmd, gewoon omdat ik het zo leuk vond. Let op: gevaar op oorwurm!
Deel 3 was al geleden van in januari, en ondertussen heb ik tal van andere boeken gelezen, waaronder nog een reeksje fantasy van Joe Abercrombie.
Maar deze bleven wel degelijk in mijn hoofd spoken en dus ging ik nog eens voor een klepper van meer dan 1200 bladzijden. Nee, zelfs ik begin niet lichtzinnig aan een dergelijk boek.
Was het het waard? Oh ja. Net zoals de vorige drie delen krijgt ook deze vlotjes 5 sterren van mij, en ook al is het zo’n klepper, dan nog is het telkens weer jammer wanneer hij uit is, en smaakt het naar meer.
We zitten opnieuw bij dezelfde hoofdpersonages, maar er komt een aantal nieuwe personages bij, enfin, toch als hoofdpersonages met een eigen point of view. De hele oorlog wordt daardoor opnieuw een pak genuanceerder, er is geen wit of zwart en elke partij is overtuigd van zijn eigen gelijk.
Wat ik vooral ook mooi vind, is dat een van de hoofdpersonages, een van de meest overtuigde strijders, Kaladin Stormblessed, stevig gebukt gaat onder PTSD, ofte een trauma dat hem verhindert zijn heldenrol op te nemen. Hij moet een andere manier zien te vinden om mee te draaien, een vredelievende rol op zich nemen, en hij mag alle twijfels laten zien, hij mag blokkeren.
Ja, ook in dit boek toont Sanderson zich een meester. Qua plot zitten er eigenlijk nergens dei ex machina tussen, het lijkt allemaal plausibel en zit ongelofelijk mooi in elkaar. En toch blijft het bij momenten gigantisch spannend…
Nog half ziek zijnde, zag ik het niet zitten om vandaag te gaan geocachen, ook al was het prachtig weer. Maar toen ik ons pa naar huis voerde, wilde ik toch nog wel even met hem in Rijvers een cache oppikken. We hadden die vlug in handen, parkeerden voor zijn deur, en wandelden samen nog even tot in de tuin van de dekenij. Daar zat namelijk nog de laatste labcache van Zomergem en ons pa was ook al in geen tijden nog in den hof geweest.
We waren allebei aangenaam verrast: het is echt een publiek park geworden, en ik genoot. En ik moest vooral terugdenken aan die keer, ik vermoed 35 jaar geleden, dat de toenmalige deken zijn Engelse hoendertjes ontsnapt waren en hij ze al dagen probeerde te vangen, zonder resultaat. Hij heeft toen aan ons pa gevraagd om ze te komen schieten omdat ze de gansen hof naar de *** hielpen. Ons pa heeft dan een heel licht kaliber cartouche gezocht en die hoendertjes geschoten, we hebben vooral tranen gelachen want die beesten waren gigantisch rap, en als beloning hebben we er eentje gekregen voor in de pot. Dik in orde.
Het was me het evenementje wel! Sinds ik maandelijks mee doe aan Duister Gent, het lokale chapter van Vampire The Masquerade, een larp dus, amuseer ik me daar echt goed mee.
Het was echt zot: een honderdtal mensen, waaronder Nederlanders, Duitsers, Fransen, Oostenrijkers, Polen en vooral ook een aantal mensen uit Budapest en Kroatië. Goed zot, zeg ik u.
Ik was zowaar bij de narrators ingedeeld, die enkele figuranten die spelers die niks aan het doen waren, opnieuw in het verhaal moesten trekken. De rol die ik speelde, had ik al een paar keer gespeeld als figurant op de zaterdagavonden, maar toch… Goed geamuseerd, me geen moment verveeld, heel veel gepraat, zowaar in stevige politiek verzeild… Enfin, een fijne, fijne avond.
En op een goed half uur stond ik ook weer thuis, wat meteen ook mooi meegenomen was natuurlijk. Dik in orde!
Ja, het deed pijn, daar op het einde. Er zijn tranen gevloeid en we hebben Lorre en co gewoon een groepsknuffel gegeven. Moet kunnen.
Ze hadden gezegd dat ze er niet veel meer mee gingen doen, maar eerder ons laten spelen en afscheid nemen van elkaar, meer gewoon ons eigen rollenspel uitspelen. Maar uiteindelijk hebben we toch weer keihard op scenario gespeeld, is de laatste kluis ontmanteld en Bahadur verslagen. Ik ben weer eens onder laserstralen (lees: rode draden) geslopen op een manier die mijn rug niet fijn vond, maar ik heb er zo gigantisch van genoten…
We zijn hard aangepakt en Vilmar, mijn lief binnen het spel, is gesneuveld. Maar we hebben eindelijk allemaal samengewerkt onder de tsarina, er was eindelijk – het was ook nodig – eenheid en we hebben het gehaald. We sluiten dit prachtige larpavontuur af met een goed gevoel, en dat is mooi.
Na de middag zijn we beginnen opruimen, zoals altijd, maar we hoefden nog niet naar huis: wie wilde, mocht gerust nog blijven tot de maandagmiddag, en aangezien we toch Pinkstermaandag zijn morgen, besloten de Vossen nog even te blijven, blijkbaar samen met het merendeel van de Strigoi. En gelukkig ook Lorre, want die had daar duidelijk nood aan.
In de namiddag zijn we trouwens ook tot aan de plaatselijke kabelbaan gereden. Ik wist niet goed wat ik moest verwachten, maar hier in het Heuvelland heb je dus een heuse stoeltjeslift zoals bij het skiën, en die is een pak hoger dan gedacht. Ik ging samen met Mireille in een liftje en we hebben zitten gillen en gieren van het lachen, omdat we eigenlijk allebei een beetje hoogtevrees hebben. Zalig, echt een aanrader voor de vijf euro die het maar kost. Jammer dat het bewolkt was, het was nog net niet aan het regenen, want ik vermoed dat het zicht anders nog veel spectaculairder is.
Je moet trouwens het filmpje tot het einde bekijken…
En verder? Hebben we gepraat, gebarbecued, gedronken en nog veel meer gepraat. Ik ga die mensen missen…
En nee, we zijn er nog niet uit naar welke live we nu trekken met onze Vosjes…
Ik zeg al meer dan een jaar tegen Peggy (onze personeelsverantwoordelijke) dat ze eens mee moet komen op vrijdag naar de Villa Ooievaar. Zij is klaar met werken om twaalf uur, en dit jaar heb ook ik tijd tussen 12.05 uur en 13.30 uur, meer dan genoeg dus om te lunchen.
Vandaag zei ik al lachend tegen Peggy: ” ’t Gaat er zo gelijk precies niet meer van komen hè, dit jaar?” Waarop zij plompverloren: “Awel, vandaag heb ik eigenlijk wel tijd!”
Ik meteen naar de Villa gebeld of ze twee plaatsen ipv eentje hadden, en dat was geen enkel probleem. Ik heb dus een zeer aangename laatste vrijdaglunch gehad in de Villa. Ha ja, volgend week zijn de examens al begonnen en ga ik naar huis om te koken voor de jongens.
Maar op de valreep heb ik Peggy dus nog kennis laten maken met de eenvoudige maar lekkere maaltijden, het heel erg fijne terras en de aparte bediening. Dik in orde, zou ik zo zeggen.