Aether Huwelijk
Ik hou echt van die eendagsevenementen van Aether. Nu, ik heb nog maar één volledig weekend meegemaakt, ik kan nog niet veel zeggen, maar toch…
Er was een online sessie van een hele avond, waarbij ik me gigantisch goed geamuseerd heb en tranen heb gelachen. Er was de opening van het notariaat met een zelfverzonnen personage. Er was het casino met ongelofelijk veel glamour, en nu was er dus het huwelijk.
Het fijne is dat er twee spelers in het huwelijk traden, die in het echt een jaar geleden zijn getrouwd, ook al in jaren 20 stijl, zij kon dus perfect haar echte trouwkleed dragen. Het gaf vooral ook een speciale sfeer, aangezien ze de kussen en zo niet hoefden te faken.
De omgeving was alweer prachtig: een echt kasteel met omliggend park waar blijkbaar regelmatig trouwfeesten gehouden worden. Er werden zelfs op dat moment foto’s genomen voor een echte trouw, maar ik vond het wat zielig: wij zagen er gewoon veel beter uit! Er was de aankomst met geschenken, een lange receptie, dan de ceremonie zelf, en dan het diner, compleet met schitterende maaltijd, bediening, en een dessertenbuffet mét bruidstaart in drie verdiepingen. De uitwerking, het oog voor detail is gewoon onvoorstelbaar…
Mijn rol was dezelfde als de vorige keer op Casino, ik was “le scandal du jour” volgens een van de aanwezige dames, maar ik denk dat ik zowat al mijn doelen gehaald heb. En vooral, ik heb me enorm geamuseerd. Het deed deugd, zo aan het begin van de vakantie.
Ik kijk enorm uit naar eind september, naar een volledig weekend…
365 – 02 juli 2022 – Leona Smekens
Lectuur: “Circe” van Madeline Miller
Omdat “The Song of Achilles” me zo gigantisch goed bevallen was, wilde ik ook deze ‘Circe’ lezen. En ja, die was ook meer dan oké, maar niet het niveau van Achilles, maar dat kan gerust ook aan mij liggen.
De tovenares Circe is een van de personages uit Homeros’ Odyssea: Odysseus komt op haar eiland aan, blijft er een behoorlijk lange tijd, en is de vader van haar kind Telegonus.
Miller neemt ons mee naar de kinderjaren van Circe: ze is de dochter van de zonnegod Helios en een nimf, maar heeft noch het uiterlijk, noch de stem van de goden. Daardoor wordt ze uitgelachen en niet aanvaard, zodat ze haar heil eerder zoekt bij de stervelingen. Ze komt er ook achter dat ze beschikt over toverkracht, iets wat bij de goden niet toegelaten is. Wanneer ze een liefdesrivale betovert, wordt ze verbannen naar het eiland Aiaia waar ze de enige bewoonster is. Ze temt er de dieren, de natuur en ook de occasionele voorbijganger. Daedalus passeert er, Hermes komt regelmatig op bezoek, en dan is er ook Odysseus… Ze perfectioneert met eindeloos geduld – het helpt wel als je onsterfelijk bent – haar toverdranken en spreuken, voedt met veel moeite haar kind op en laat hem met nog veel meer moeite ook los…
Miller maakt er een prachtig verhaal van, maar op een of andere manier werd ik er minder emotioneel in betrokken als bij Patroclus. Maar heb ik het graag gelezen? Welzeker, alleen staat het niet bovenaan mijn lijst.
365 – 01 juli 2022 – nostalgie
Eindelijk de playmobil in orde!
Eind 2020 had ik de reeks Playmobil History van de Olympische goden besteld, maar ik had er nog maar een paar in mijn kastje gezet.
Ha ja, toen was er volop corona, werden de scholen zelfs weer even gesloten, hadden de leerlingen een vast lokaal en niet wij, en gaf ik zelfs geen uur les meer in mijn lokaal. Ik heb de playmobil dan ook maar gewoon in een doos gestoken zodat ik ze kon gebruiken in de les.
Nu had ik, tijdens het wachten voor de klassenraden, wel wat tijd gisteren, en dus liet ik de wachtende collega’s de andere sets in elkaar steken en vulde ik intussen het kastje met de Olympische goden. Ik vind het best goed gelukt, ja.
Dan heb ik nog de set Daedalos en Ikaros en Herakles, maar helaas, die kan er maar gedeeltelijk in, want die hydra is gewoon veel te groot, die kan er zelfs niet in. En erbovenop zetten is geen optie want dan verdwijnt die gegarandeerd. Oh, en dan ook nog een strijdwagen en twee soldaten.
Hmm. Ik denk dat ik op zoek moet naar een extra vitrinekastje…
Vinderhoutse caches en vondsten
Vandaag ben ik met ons pa, zoals de vorige keer, naar Vinderhoute getrokken: we moesten de rest van het rondje “Ontdek Vinderhoute” nog doen én een ijsje gaan eten in dat tuincafé ’t Wegeltje.
Het had nochtans niet veel gescholen of ik had ons pa met zijn klikken en zijn klakken thuis afgegooid: we zaten al in de auto toen ik plots merkte dat ik vergeten was zijn haar bij te werken. Martine, zijn kuisvrouw, is nen crème van een mens, maar een kapper is ze niet… Hij had nochtans bij haar aangedrongen, enkele weken geleden, om zijn haar te doen, maar zijn nek was niet uitgeschoren, zijn bakkebaarden waren scheef en er stonden hier en daar gewoon nog plukken terwijl hij voor de rest bijna kaal was. Volgende week is er het communiefeest van Marie-Julie en ik wilde dat hij proper was. Ik had hem gesommeerd om naar de kapper bij hem om de hoek te gaan, maar dat wilde hij niet, want ‘hij kende die mensen niet’. Nooit geweten dat mijn pa schuchter was, maar bon.
Ik zag het niet zitten om nog terug naar huis te rijden om het te doen en zei dat hij toch maar naar die kapper ging moeten. Waarop hij een pruillip trok en zei: “Gij gaat dus mijn haar niet doen? Ik vind dat erg…” Ik keek eventjes ongelovig opzij, waarop hij herhaalde: “Ik vind dat erg…” En toen ben ik gigantisch uit mijn krammen geschoten. Ik ben echt beginnen roepen tegen hem, dat hij niet beschaamd was, alsof ik nooit iets deed voor hem, alsof hij niet elke godse zondag bij ons mag komen eten en nog eten mee krijgt, alsof ik niet vanalles regel voor hem en met hem naar alle mogelijke dokters en zo loop… Ik heb mijn remmen toegeslagen, mijn kar gekeerd en ben richting Zomergem beginnen rijden, vastbesloten om hem zonder meer bij hem thuis af te gooien. Maar toen had ik een nog beter idee: het was zondagnamiddag, maar de lokale Turkse kapper, Classmen, is open. Normaal gezien is het na afspraak, maar soms kan ne mens geluk hebben, zoals vandaag: de assistent was nog bezig, maar Ibrahim zelf had twintig minuten tijd voor zijn volgende afspraak. Ik ben daar binnen gestoomd, heb ons pa in die stoel geplonkt en heb Ibrahim wel vijf keer bedankt.
Twintig minuten later en 25 euro armer zag ons pa er weer bijzonder convenabel uit: netjes geknipt, nek uitgeschoren, oren en neus ontdaan van haar, wenkbrauwen kort gezet, soit, weer helemaal proper. En twintig minuten bleek ook voldoende te zijn om mijn woede te doen zakken, zodat we alsnog naar Vinderhoute zijn gereden en een bijzonder aangename middag hadden. Ik heb er zowaar een pracht van een kasteeltje ontdekt dat ik helemaal niet kende, met blijkbaar de dikste eiken van België.
Eindigen deden we effectief in ’t Wegeltje, waarvan bovenstaande foto de naamgever is. We namen elk een stevige ijscrème, maar ons pa kon voor de foto precies niet lachen, ik weet niet goed waarom. De andere foto is nochtans genomen toen we allebei aan het schateren waren en hij een poging deed om zijn lach onder controle te houden.
We pikten nog een laatste cache op onder Bierstal brug en besloten dat het goed was. Yup, dit zijn van die aangename zondagen. Zonder de kappersperikelen dan…
Nieuw kapsel
Lectuur: “Amongst our weapons” (Rivers of London #9) van Ben Aaronovitch
In 2020 draaide ik er de volledige reeks “Rivers of London” met veel plezier door, intussen was er dus ook aflevering 9.
De hoofdpersoon is uiteraard nog steeds Peter Grant, politieagent in Londen en beginnend magiër, al is hij nu niet echt meer een beginneling. Daarom heeft hij ondertussen ook een leerling, Sarah Guleed, zowel politieagente als magiër in opleiding.
En ja, hij is nog steeds samen met Beverly, de godin van de river Brook, die op het punt staat te bevallen van een tweeling, met alle bijhorende poespas.
Maar vooral krijgen we hier opnieuw een case: een bizarre moord in een van Londens meest beveiligde plaatsen, de Silver Vaults.
Enfin, alle ingrediënten dus voor een licht, luchtig boek met een magische inslag maar vooral een fijne blik op Londen. Geen hoogstaande literatuur, wel een fijn tussendoortje, zoals altijd.
Ontbijtje in De Mokke
Ik had met Gwen tegen negen uur afgesproken in De Mokke op de Antwerpsesteenweg. Het was een prachtige, al warme ochtend en ik fietste dus vrolijk naar ginder, nog net niet fluitend.
Het fietspad langs de Houtdokken is ronduit prachtig te noemen.
Aan De Mokke zelf waren de tafeltjes aan de straat al bezet, maar ik denk niet dat ik daar graag had gezeten wegens het drukke verkeer. Er was ook een heel mooi terrasje binnenin, maar helaas, daar had een buurvrouw van een huis of vier verder de vergunning voor laten intrekken. Op zich had ze niks tegen het ontbijtadresje, maar als die vergunning er was en er kwam later pakweg een café in de plaats van de ontbijtplek, dan zou dat terras wél veel overlast betekenen en kon die vergunning niet ingetrokken worden. Jammer!
Maar Gwen en ik posteerden ons bij het grote open raam, bestelden koffie en thee en elk een grote stapel Amerikaanse pancakes. Héérlijk!
Ook al had Gwen zichzelf eigenlijk maar een uurtje toegemeten, het was na half elf tegen dat we er buiten waren, gewoon te heerlijk aan het kletsen.
Ik fietste nog naar de Sint-Pietersabdij om daar eventjes mijn ogen uit te kijken en een cache op te pikken.
Daarna reed ik nog naar de kop van de Coupure om er een cache te herstellen, en fietste toen vrolijk naar huis. Wat een zalige voormiddag zeg!









