Masculien quizmilieu

Deze avond reed ik richting een bordjesquiz in Aalter, net zoals vorige week. Amusant, maar pokkemoeilijk, en toch waren we niet de laatste tussen al die sterrenploegen, dus hiep hoi.

Een bordjesquiz is een genre op zich, eentje dat ik wel kan smaken, ja. De vraag wordt gesteld, elke ploeg schrijft zijn antwoord op een klein witbordje. Simultaan worden alle bordjes omhoog gestoken, het antwoord wordt gegeven, en wie het juist had, blijft zijn bordje ophouden en krijgt punten. Die punten hangen af van de moeilijkheidsgraad van de vraag: als iedereen het juist had, krijgt elke ploeg één punt. Als jouw ploeg de enige is die het juist heeft, krijg je zo veel punten als er ploegen zijn, en uiteraard alle mogelijke percentages daar tussenin.

Het zorgt ervoor dat je moeilijk wint tegen topploegen: we hadden wel redelijk wat juist, maar wat wij wisten, wisten de anderen ook, en wat wij niet wisten, wisten anderen vaak wel. Tsja. Maar als jij dan de enige bent die een bepaald antwoord weet, spring je wel omhoog in de stand.

Nog goed gelachen op die quiz ook: de vorige keer was het me opgevallen dat er op de 17 ploegen van 4 man nog één andere vrouw was, en bij het binnenkomen hadden ze me bekeken alsof ik van Venus kwam. Ik had toen ook wel een vrij chique kleedje aan, maar dan nog.

Vandaag had ik dus een extra inspanning gedaan: een zomerbroek in roodtinten, een wit bohémien hemdje, rood vestachtig ding, rood gelakte nagels, lange oorbellen en een rode hoed. Deze keer leek ik eerder van Pluto te komen, als ik mocht afgaan op de blikken. Er waren deze keer maar liefst twéé vrouwen op het totaal van 64 deelnemers, stel je voor!

Ik had me nog maar goed en wel geïnstalleerd aan onze tafel, toen er eentje – een nog vrij jonge gast, geen 40 denk ik – naar me toe kwam: “Er was feitelijk geen deliberatie nodig, u heeft zonder meer de prijs gewonnen van “Meest stijlvol” deze avond. Proficiat!” En weg was hij.

Ik ben in de lach geschoten, ja.

Twee drukke dagen…

Na een rustige zondag schoot het hier weer een beetje in gang.

Gisteren crosste ik dus eerst naar de rugspecialist om de juiste papieren, waarna ik even een cache in orde ging zetten in het Begijnhof – ik was er nu toch – en de planten ging water geven op het appartement. En daar stelde ik vast wat voor een verstrooide geest die tweede zoon van mij toch is.

Hij was aan het schilderen geslagen in zijn kamer – eerder mag hij zijn tweepersoonsbed niet opzetten van mij – en had daarvoor al zijn meubels buiten op het terras aan zijn kamer gezet. En was toen op de laatste dag voor hij weer ging studeren, toch weer iets anders gaan doen. Zonder die meubels binnen te zetten, want die was hij compleet vergeten.

Ik zag dus een aantal compleet verregende meubels staan. Zijn bed – matras en donsdeken lagen gelukkig binnen – en lattenbodem zijn wel nog oké, maar zijn kast is er compleet aan, en ook zijn nachtkastje heeft betere tijden gekend. Ook de net gekochte legplanken voor in die kast zijn kapot. Zucht.

Soit, ik liet het voor wat het was – zelf kan ik dat niet verzetten – en reed richting school om een aantal praktische dingen te regelen, want ik krijg eindelijk weer een vast lokaal. En yes, ik kreeg ook mijn prachtige lesrooster in handen. Ik ben gewoon op maandag lesvrij, en op donderdag en vrijdag begin ik pas om 10.10 uur, wat voor mij echt een verschil maakt. Alleen jammer dat dat enkel voor september is…

Thuis had Merel al hamburgers gebakken en de tafel gezet, zodat ik maar mijn voeten onder tafel hoefde te schuiven en mijn hamburger te assembleren. Een gemak, jong, zo’n grote dochter!

Vervolgens reden we samen richting Decathlon voor nieuwe sportkleren voor haar, waarna we nog even de Weba binnenstruinden en ook de Jumbo – die we beiden niet kenden – onveilig gingen maken en een hoop typisch Nederlands gerief kochten, zoals gevulde koeken en Schuddebuikjes.

Waarom we dat deden? Wel, Wolf kwam thuis van een weekje Duitsland met UGent Racing en moest rond kwart over vier opgehaald worden daar. Het zou onnozel geweest zijn om eerst naar huis te rijden, vijf minuten thuis te zijn en dan weer terug te rijden om hem op te pikken. En op die manier kon ik met beide kinderen nog even langs het kot rijden om de meubels die nog te redden waren, alsnog binnen te zetten.

Vandaag begon wel een pak rustiger, maar tegen half twaalf reed ik richting het station, want ik had eindelijk – eindelijk! – afgesproken om te gaan lunchen in Café Parti met Barbara. Barbara wie? Wel, de Barbara die zes jaar lang als mijn beste vriendin in de Latijn-Griekse mijn jeugd heeft gekleurd. Mijn redder in nood als ik weer eens mijn boek niet bij had, degene die af en toe van mij een blok papier kreeg omdat ik de mijne toch niet mee had en ik dan telkens blaadjes van haar schooide. De Barbara die steevast naast mij zat en me telkens een djoef verkocht – of toch in elk geval eens wreed vies naar mij keek – als ik weer eens zat te kletsen of te dromen. Wat uiteraard nooit gebeurde.

We hebben elkaar twintig jaar niet gezien, of toch enkel in het voorbijgaan op een quiz. Bij die laatste gelegenheid, ergens in juni, had ik gezegd dat zij me maar na haar gezinsvakantie moest contacteren en dat we dan concreet gingen afspreken.

Het was vreemd, eigenlijk: het voelde alsof we elkaar zowat elke maand of zo nog gesproken hadden. Uiteraard moesten we elkaar updaten over de kinderen en zo, en wilde ik weten hoe het met haar broer en zus gesteld was intussen, maar verder? We zijn ouder, ja, hebben veel meegemaakt, maar het voelde vertrouwd aan, het klikte meteen weer. Ik heb haar dan ook zeer goed gekend natuurlijk, en vice versa, en dat gaf ons wel wat stof tot praten, en dan ook door Zuhal Demir, want Barbara geeft les in het avondonderwijs. Al jaren gaf ze enkel Portugees, maar dat is gigantisch sterk verminderd door het optrekken van die prijzen, zodat ze nu ook weer Frans moet geven, zelfs op twee verschillende vestigingen. Tsja.

Enfin, we hadden afgesproken om twaalf uur en ze heeft pas de trein van vier uur terug genomen, en dat wil wel wat zeggen.

Het was zeker voor herhaling vatbaar, vonden we allebei, en dus heb ik de rekening betaald, goed wetende dat zij dan zeker het initiatief gaat nemen om opnieuw af te spreken zodat zij de volgende keer kan betalen. Hey, als het werkt, werkt het, toch?

Een nieuw geval van Kafka

Woensdag, net voor ik ging vertrekken naar zee, kreeg ik een mailtje van Certimed: dat mijn aanvraag afgekeurd was.

Waarover gaat dit? Wel, in de loop van vorig jaar was ik tot de conclusie gekomen dat voltijds voor de klas staan eigenlijk niet meer lukt. Ja, ik heb het nu twee jaar gedaan – de jaren daarvoor gaf ik 4/5 les en 1/5 communicatie en website –  maar ik viel af en toe gewoon uit, en vaak kwam ik doodop thuis en moest ik eerst een uur slapen om van de pijn af te geraken. Ik stopte al met het koor, ik liet andere dingen ook vallen… Nope, mijn levenskwaliteit was er niet bepaald op vooruit gegaan.

Ik wil dus deeltijds gaan lesgeven, en vorig jaar was de arbeidsgeneesheer volledig akkoord met 50%, net als mijn rugspecialist. Dat zie ik dan weer niet zitten: 4/5 moet perfect lukken, denk ik. Eind juni was ik langsgegaan bij de specialist en had samen met hem 80% aangevraagd via een “langdurig verlof verminderde prestaties voor medische redenen” (LVVPMR).
En wat houdt dat dan in? Ze verwoorden het zo: “Met dit formulier vraagt u een verlof voor verminderde prestaties aan als u langdurig medisch ongeschikt bent. Dat betekent dat u volgens de huidige stand van de medische wetenschap uw totale opdracht van aanstelling of vaste benoeming niet meer kunt uitoefenen tot aan het einde van uw loopbaan.”

Alleen kan je die aanvraag voor een LVVPMR alleen maar aanvragen als je
a) al deeltijds hebt gewerkt maar NIET om medische redenen (!)
of
b) minstens dertig dagen in ziekteverlof bent.
Begrijpe wie begrijpen kan.

De dokter had me dus thuis geschreven gedurende de hele grote vakantie. Tsja. En netjes op 1 augustus heb ik de aanvraag voor dat LVVPMR ingestuurd, met compleet dossier en al, richting Certimed, de organisatie die instaat voor controle en toekenning van alle ziektedinges in het onderwijs.

En ja, net voor ik vertrok dus een mailtje dat mijn aanvraag was afgekeurd. Zo’n LVVPMR moet tussen de 50% en 75% bedragen, en ik vroeg om 80%. Dat kan dus niet, ik zou te veel werken. Euh. Paniekske. Ik meteen gebeld naar Peggy, de fantastische dame van onze personeelsdienst en me dik verontschuldigd dat ik haar stoorde in haar vakantie. Ze vond het gelukkig niet erg, want ja, als ik op 1 september voor de klas wil staan, moet dat nu opgelost worden. Ze zeggen dat ze elke aanvraag behandelen binnen de 14 dagen, maar gelukkig hadden we dus wel wat marge gerekend. Peggy ging een en ander navragen bij het werkstation (= de dienst van de overheid die over de lonen en zo gaat) en me het laten weten als ze meer wist.

Deze morgen kreeg ik dus een mailtje terug: dat dat wel degelijk klopte – we hadden allebei die percentages over het hoofd gezien, zo blijkt – en dat ik dus een nieuwe aanvraag moest indienen. Meteen gebeld naar de specialist, ik mocht gelukkig bij hem thuis langskomen, hij vulde de papieren in, ik scande en stuurde alles weer in.

Maar serieus… 80% mag niet, want dan werk ik te veel? Wat voor onzin is dat nu weer? Nu ja, er is hopelijk wel een mouw aan gepast, het komt in orde.

EDIT: op donderdag 20/08 kreeg ik bericht dat ik me op dinsdag 25/08 ter controle moet aanbieden bij een arts in Hansbeke. Of all places.
Maar bon, er komt schot in de zaak dus.

Lectuur: “Medea” van Christa Wolf

Ik had het eigenlijk moeten weten: ik had eerder al “Cassandra” van dezelfde auteur gelezen, en dat boek wist me toen niet te raken. Ik dacht dat het toen aan het feit lag dat ik het verhaal echt goed kende, maar niet dus. Het verhaal van Medea was me enkel in grote lijnen bekend, en dan nog: daar kan het dus niet aan liggen dat ook dit boek me niet echt kon bekoren.

Zoals het vorige is ook dit uit het standpunt van de vrouw beschreven: Medea, die als buitenstaander in Korinthe terechtkomt met een deel landgenoten, maar daar dus niet aanvaard wordt en gezien wordt als barbaars. En dan komt ze een vreselijk geheim van de koning te weten, waardoor ze ook nog als staatsgevaarlijk beschouwd wordt. Beetje bij beetje wordt haar status en gezag ondermijnd, tot er niks meer overblijft…

Zoals gezegd vermoed ik dat het eerder de schrijfstijl van de auteur is die me niet ligt, maar ook dit boek wist me emotioneel niet te raken. Nochtans is het verhaal van Medea tragisch genoeg, maar… ze is hooghartig, trots, arrogant en bepaald niet empatisch. Allez ja, dat is toch hoe ze bij mij overkomt, en dan is het moeilijk om je in te leven in een personage en betrokken te zijn bij wat haar overkomt.

Anderzijds ben ik wel blij dat ik het gelezen heb, want ik weet dat Wolf zich wel aan de mythologische feiten houdt, waardoor ik ook nu wel mee ben met wat er gebeurd is in dit diep tragische verhaal.

Mja.

Peppi en Kokki aan zee: dag vier

Rond een uur of negen maakten Gwen en ik een ochtendwandelingetje over de dijk richting bakker, want tegen tien uur stonden Erik en Lena-Mare aan het appartement voor een fijn gezamenlijk ontbijtje.

Daarna gingen zij met zijn drietjes te voet richting centrum, toch een wandeling van een dik uur, want Gwen wilde een van de kunstwerken tonen aan Lena-Mare. Ik zag dat wandelen niet zitten, want dat is te traag en te lang voor de rug. Ik ging dan maar de fiets op om het ontbrekende stuk van The Crystal Ship te doen. Ik zag andermaal mooie dingen en zorgde dat ik rond een uur of twee terug in het centrum was om daar te geocachen: de afspraak was dat ze me gingen verwittigen waar ze gingen lunchen.

Na de lunch gingen zij verder wandelen en trok ik per fiets richting Stene en dergelijke om daar de muurkunstwerken nog te spotten. Ik kwam echt in een buitendorp terecht met prachtige fietspaden doorheen de velden. Mooi mooi mooi!

Tegen zes uur was ik terug, waarna Gwen, Erik en Lena-Mare richting huis vertrokken. Ik mocht gerust nog blijven, want ik wilde het vuurwerk zien dat quasi voor het appartement ging afgestoken worden om half elf.

Ik installeerde me, at nog wat granola als avondeten, keek naar het verdwijnen van het licht boven de zee, las een beetje, haakte wat, ruimde op, laadde de auto in, en keek uiteindelijk naar het prachtige vuurwerk.

En dat was een knaller van een afsluiter voor een zeer fijne vakantie, met schitterend gezelschap, op een knappe locatie. Zoals iemand op het strand schreef: