Een paar weken geleden had ik een bijzonder interessante… discussie mag ik het niet noemen, eerder een gesprek met een van mijn leerlingen uit het eerste jaar.
We waren aan het lezen over Romulus en Remus, en dat zij de zonen waren van de oorlogsgod Mars, en dat hun oom hen daarom niet durfde te vermoorden, want wie wil er nu boel met Mars?
Waarop een van mijn jongens de hand opstak en voorzichtig vroeg: “Mevrouw, geloofden zij daar nu echt in, in die oude goden?”
Ik keek hem aan en vroeg: “Ben jij gelovig?”
Hij knikte.
– “En heb jij jouw god ooit al gezien?”
– “Euh, nee?”
– “En moet je die gezien hebben om te geloven in je god?”
– “Euh…” Hij dacht even diep na, de rest van de klas volgde gefascineerd in stilte. “Nee, want dat is toch net geloven, mevrouw?”
– “Klopt. Want anders zou het wetenschap zijn.” Ik liet even een stilte. “En kan jij bewijzen dat jouw god bestaat?”
– “Euh… nee.”
– “Maar kan iemand bewijzen dat hij níet bestaat?”
– “Nee, dat zeker niet!”
– “Wel?”
Het werd stil, ik hoorde hersens kraken in de klas.
– “Dan kan je hen het toch niet kwalijk nemen dat zij geloven in hun goden, ook al lijkt dat nogal raar voor ons? Want wat geldt voor jouw god, geldt toch ook voor hun goden? En wat voor hun goden geldt, geldt toch ook voor God, Allah, Jahweh en andere goden? Niemand heeft hen ooit gezien, niemand kan het bewijzen, er zijn enkel geschriften, maar niemand kan ook bewijzen dat ze niet bestaan. Daarom net moet je elkaars geloof respecteren. Of respecteren dat je in geen enkele god gelooft, zoals ik. En daarom is het ook belangrijk dat je, ook al geloof je zelf niet in een god, andermans geloof respecteert.
En wil Amulius geloven dat zijn nichtje zwanger is van de god Mars, dan is dat zijn volste recht. Ook al denk ik persoonlijk dat het eerder van de tuinman zal geweest zijn.”
Met die laatste opmerking was de zware sfeer gelukkig weer gebroken, maar ik heb zelden een klas twaalfjarigen zo ernstig, zo aandachtig geweten.
Nee, onze jeugd is niet minder dan vroeger. Ze gaan op een andere manier met de wereld en de realiteit om, maar ze zijn nog steeds de prachtige hoop voor de toekomst.
