Een tijdje geleden zei ik dat ik met Duolingo was gestart, puur voor de lol, met Turks.
Een tijdje geleden waren we bezig over de reis naar Japan in de paasvakantie, en Wolf zei dat Arwen het ook al volledig zag zitten, dat ze zelfs al met Japans bezig was op Duolingo. Zo ver had ik helemaal niet gedacht, maar dat leek me een super idee!
Ik ben nu dus overgeschakeld naar Japans, maar man, dat is echt soms next level. Je hebt uiteraard niks om aan vast te knopen, en Duolingo is nu niet bepaald sterk in grammatica. Maar bon, dat is – voorlopig – niet zo moeilijk. Er zijn blijkbaar geen naamvallen, maar ik heb nog steeds geen werkwoorden gezien, alleen maar desu, en dat is alle mogelijke vormen van het werkwoord zijn in het praesens. Tsja.
Een ander paar mouwen is het schrift. Ik dacht dat ze vooral kanji gebruikten, maar dat is enkel voor namen en vreemde woorden. Standaard gebruiken de Japanners hiragana, een systeem met lettergrepen, en ja, dat moet je dus ook leren. Er zijn behoorlijk wat oefeningen op, maar ik sla zowat alles door elkaar. Hier en daar herken ik wel wat, maar zelf schrijven? Ho maar! Ik zal al blij zijn als ik, over een paar maanden, de straatnaamborden kan lezen en de bestemmingen in de treinstations. Al kan ik wel al vragen waar het station is: eki wa doko desu ka? En ik denk dat ik dat zelfs al in hiragana zou kunnen lezen.
Bon, we doen dapper voort. Benieuwd of ik er ook maar iets terecht van zal brengen in de paasvakantie. Gelukkig is er Google Translate. En spreekt het merendeel in de grote steden Engels. Oef.
