Zomer

Ik had geen echte plannen vandaag, behalve dan boodschappen doen en dergelijke. Nog een chance, want geef toe, vandaag was _eindelijk_ een zomerdag. En wat doet ne mens op een zomerse zaterdag?

* Ik heb knuffels gewassen, en die waren aan de waslijn op een paar uur droog.
* Bart heeft met de jongens de zandbak schoongemaakt. Die was gewoon, dank zij het prachtige weer van de voorbije maanden, nog niet eens open geweest. En ze hebben in hun blootje in het zand gespeeld, met een kuip water erbij. En een babybadje met warmer water.
* Merel heeft eindelijk buiten kunnen zitten op een dekentje. Ze keek voortdurend naar alle bewegende groene dingen, maar was zelf niet al te zot van het gras.
* We hebben buiten gegeten. Zelfs.
* Ik heb een grote kom fruitsla gemaakt, en die in de ijskast gezet tot die door en door koud was. Man, dat smaakt, zo in de zomer.
* Ik heb in een ligstoel liggen lezen. En ben zelfs naar binnen gegaan omdat het te warm was in de zon. Stel. U. Voor.
* Toen de kinderen in bed zaten, ben ik een fietstochtje gaan maken. Door Evergemse woonwijken, zo’n achttal kilometer.
* Ik ben buiten blijven zitten lezen tot het te donker werd, en ook wat klammig.

Ik zou bijna gedacht hebben dat het zomer was vandaag. Maar één zwaluw maakt toch geen lente? Maakt één zomerdag dan een zomer? Het moet bijna wel.

2 Antwoorden op “Zomer”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *