UGent Racing: Callisto!

Voor Wolf zijn er momenteel eigenlijk maar twee dingen in zijn leven: Arwen en Callisto. Voor de eerste is het een geluk dat de tweede geen echte vrouw is, maar een elektrische racewagen, van scratch ontworpen en gebouwd door een bende compleet gekke studenten. Jawel, UGent Racing dus, waar ik het uiteraard al eerder over had. In zijn eerste jaar had Wolf zich kandidaat gesteld, in zijn tweede jaar zat hij bij Mechanical Composites en ontwierp en bouwde hij onder andere de stoel voor  Orion, en de body panelen en zo.

Maar als burgerlijk ingenieur (in spe) computerwetenschappen zat hij daar niet bepaald op zijn plaats, en dus verhuisde hij in zijn derde jaar – tweede jaar UGent Racing – naar Autonomous, ofte de afdeling waarbij ze, voornamelijk software gestuurd, het ding volledig autonoom – en dus niet met afstandsbediening of zo – kunnen laten rijden. De max van een uitdaging, waarbij hij vol trots in 2025 Elektra kon laten zien aan ons.

Ambitieus als hij is, ging hij dan maar dit jaar voor Chief Autonomous, ofte een rol in het bestuur, als hoofd van zijn afdeling. Het slorpte gigantisch veel van zijn tijd op, bezorgde hem tonnen kopbrekens en frustratie, maar hij genoot ervan, en nog geen klein beetje.

En vandaag stond hij dus, doodzenuwachtig maar zo fier als een gieter, op een podium in het Wintercircus, voor 750 genodigden, om Callisto voor te stellen, de auto van 2026 die er alweer schitterend uitziet. Het evenement verliep vlekkeloos, maar ik weet wat er allemaal achter de schermen voor nodig was, onder andere een presentatie van ettelijke gigabytes, en een mama die nog op het laatste stekske voor een proper wit hemd moest zorgen want er was een vlek op zijn gewone hemd, en dat hemd moest ook nog gestreken worden uiteraard, enzovoort enzoverder.

Maar het was dus meer dan in orde. De presentatie was meer een show met alles erop en eraan, de speeches en uitleg waren to the point, de drankjes en hapjes zoals het hoort, en de auto? Tsja, dat zullen de competities in Tsjechië, Oostenrijk en Duitsland moeten bewijzen.

Wolf had me een stoel bezorgd en ik zat vlak bij de auto, zodat ik een perfect zicht had op de onthulling.

Je bent eigenlijk als ouder altijd wel trots op je kinderen als ze goed bezig zijn, maar er zijn toch van die momenten, als ze mega professioneel bezig zijn, met passie en overgave, dat je extra trots bent.

Yup.

Ontbijtje bij Bakker Klaas

Het was tijd dat we nog eens afspraken, Gwen en ik, en dus zaten we vandaag tegen kwart voor tien samen aan het ontbijt in het Wintercircus, bij Bakker Klaas. Het werd een stevig ontbijt, met yoghurt met vers fruit en granola, en daardoor was de kaneelbol die ik ook nog had besteld, eigenlijk wat te veel. Geen nood, ik heb die in de namiddag nog opgegeten met veel smaak.

We hadden eigenlijk weer veel te vertellen – allez ja, ik heb weer haar oren van haar hoofd getetterd, vrees ik – zodat het bijna al middag was voor we nog even gingen rondlopen. Het was tegen dan gelukkig gestopt met regenen, en dus liepen we eerst door de Vlaanderenstraat, zo door de Brabantdam – nog een Think Twice die ik niet kende – en dan via de Walpoortstraat terug naar boven. Zij moest nog in de bibliotheek zijn, en ik had ook nog een boek nodig voor de Kleine Cervantes, zodat we beiden naar binnen liepen.

En toen had ik een chanceke: ik vroeg terloops aan een balie bij de jeugdafdeling waar ik dat boek precies zou kunnen vinden, waarop een vriendelijke dame zei dat ik bij de kinderen moest zijn, maar dat ze wel even ging meelopen, want dat boek was sowieso moeilijk te vinden wegens de Leesjury en de Kleine Cervantes. Waarop ik bevestigde dat ik het ook daarvoor aan het lezen was, en zij plots stopte en me aankeek: “Ken ik u soms?” Euh? Bleek dat zij degene was die de long list lezers samenstelde en dat zij ook dinsdag naar onze school ging komen om de vergadering bij te wonen. En dat ik dus gerust haar exemplaar van De Wonderverteller mocht meenemen, als ik haar dat dinsdag dan kon teruggeven. Deal, uiteraard.

En zo was ik pas tegen half twee thuis, maar had ik een bijzonder aangename voormiddag achter de rug.

Circus in het Circus

Nam ik gisterenavond Bart nog mee voor een verjaardagsuitje, dan trakteerde hij me deze avond met een circusvoorstelling in het wintercircus. Jawel, officieel valt het onder circus wegens georganiseerd door het Circuscentrum, maar het was bijzonder poëtisch en eerder acrobatie, onder de titel Arbo.

Ik was nog niet eerder in het Wintercircus geweest sinds het gerestaureerd is, en was dan ook aangenaam verrast. Blijkbaar kunnen ze voor evenementen het centrale deel afsluiten. Daar stond nu een grote kubus met metalen ribben van 6m op 6m, vol hangende lichtjes. Daarrond kon je als publiek gaan liggen in een soort strandstoelen of op een lage tribune gaan zitten, zodat je makkelijk omhoog kon kijken. Mijn rug protesteerde niet tegen de strandstoelen, zodat we netjes vooraan konden kijken. En ja, dat was de moeite. Het begon bijzonder traag, dat wel, met de acrobaat die gewoon rondliep op de bovenste ribben van de kubus, rondkijkend en onderwijl een prachtige schaduw werpend op de wanden van het Wintercircus. Heel knap uitgelicht. Hij evoceerde duidelijk een gevoel van eenzaamheid, van verloren zijn.

En dan kwam er een lichtje. Eentje maar. Dat van hem wegliep, telkens wanneer hij het probeerde te pakken. En uiteindelijk kwam er een symbiose, een prachtig samenspel van de acteur, de lichtjes en de muziek., alsof de lichtjes een levend wezen waren.

Wij zaten ademloos te kijken en genoten. Circus? Goh… Dans, acrobatie, poëzie? Jawel.

Mooi.