Kevin de emotional support fish

Haven zit er weer op, en ik ben moe, maar zo, zo gelukkig…

Ik heb me helemaal uitgeleefd, ik ben er helemaal voor gegaan, en we zijn weer eens gigantisch in de plot verzeild. Andere dingen heb ik dan ook weer absoluut niet gezien, zoals de piraten, de boten, andere dinges..

Gisterenavond heb ik me trouwens ook tranen gelachen: Jorik, ons propwonder en latexmaestro, had een hoop spullen voorzien voor een heuse barfight: er waren latex krukken, latex bierpullen, latex biertonnen en zelfs een grote latex vis. Op een bepaald moment brak er een bargevecht uit en ik heb me daar onversaagd in gesmeten. Binnen de kortste keren had ik de vis vast en heb ik iedereen vakkundig afgelapt, voor zover ik niet ergens dubbeltoe van ’t lachen op een stoel hing. En op het einde hing iedereen wel ergens en had ik nog steeds de vis vast: gewonnen!!!

Ik heb het ding dan ook niet meer afgegeven en bij mij gehouden als emotional support fish en heb hem Kevin gedoopt. Ik was namelijk nog steeds laaiend op zowat alle spelers omdat die ons genadeloos in de steek hadden gelaten. Maar de foto’s zijn daardoor wel bijzonder amusant.

Haven: een zalige dag

Ge hebt er geen gedacht van hoe deugd het doet! Op weekend, zonder mondmasker, met eindelijk weer alle larpvrienden. Zoals iemand het al zei: “Het is een tribe, een gemeenschap.” Hoeven we elkaar wekelijks of zelfs maar maandelijks te zien? Belange niet. Maar het zijn wel my kind of people, en ik heb ze gemist, zoveel is duidelijk.

Ik heb geen moment rust gehad vandaag. Zelfs toen ik, in dit heerlijke weer, een dekentje in de schaduw bij onze – ingame – tenten neerlegde met het idee een middagdutje te doen en de rug wat rust te gunnen, kwam er voortdurend iemand gewoon naast me liggen om dingen te bespreken. De rug heeft gerust, dat wel, mijn geest was nog meer bezig dan anders.

En ’s avonds ben ik gemarteld, in de steek gelaten, diep teleurgesteld, en heb ik gewoon gehuild van woede en machteloosheid. En ook van opluchting, op een bepaald moment.

Het was intens en het deed zo ongelofelijk veel deugd…

Eindelijk larpen!

Het was niet meteen de meest ideale timing, zo het eerste weekend van het nieuwe schooljaar.

Maar bon, ik moest enkel in de voormiddag lesgeven, we konden hier dus rond een uur of twee afspreken en dan rond een uur of drie vertrekken. Mijn wagen werd nota bene gevuld met en door jonge gasten: het jongste Vosje Jarne reed mee, en Jesse ook nog. En ik had de tank – aka. mijn Ford S-Max – ook nog ter beschikking. Maar best, want het ding zat ei- en stampvol.

Zelf voelde ik me niet bijzonder lekker, geef ik toe: doodop van de wisseling van vakantie naar lesgeven en een rug die dat niet fijn vond. Tsja.

We reden fluks naar Antwerpen om er Mireille op te vissen en reden dan door naar Nederland, naar een hele fijne locatie net over de grens. En jawel, stralend, maar echt stralend weer! Klein chanceke, precies!

Maar het was een klein beetje op, geef ik toe. Ik ben hallo gaan zeggen op ’t strand bij de tenten, aan spelkot en dergelijke, en tegen dan had Jarne onze spullen uitgeleegd. De auto werd geparkeerd, en ik ook. Als in: ik ben een uur in mijn bed gekropen vooraleer het spel in te gaan. Een paar mensen van spelleiding protesteerde daartegen, maar Lorre kent me meer dan goed genoeg: één blik op mijn gezicht was voldoende om me richting bed te sturen.

Ik heb diep geslapen, geloof ik, en daarna lukte het echt wel weer. Aankleden, schminken – vooral dat – en het spel in. En deugd dat dat deed, ge hebt er geen gedacht van!

Haven 7.5: Baken

Het zijn barre tijden voor het larpen, tegenwoordig, zoals voor zovele dingen. Maar larpen, dat kan je op quasi geen enkele manier coronaproof uitvoeren. Ik bedoel maar: op de grote evenementen zijn er ongeveer 150 mensen op een relatief kleine oppervlakte die samen in een herberg zitten, in grote slaapzalen slapen – van die scoutsdingen met stapelbedden per twee naast elkaar – eten in grote eetzalen en op tijd en stond stevig met elkaar op de – latex – vuist gaan, close combat en vaak full contact. En dat vermijden, tsja, dan heb je geen larp meer.

Larpen is dus al meer dan een jaar – wat zeg ik, anderhalf jaar – geschrapt, en het ziet er niet naar uit dat het binnenkort weer zal mogen. Meh.

In december was er nog een online Aether, deze keer ging het om een heuse Haven. Jawel, compleet met volledige setting, figuranten, en zes verhalen waarin je telkens met zes spelers een probleem moest zien op te lossen, eigenlijk zoals je op een evenement een missie gaat doen met een groep van zes.

Ik had gekozen voor het onderzoeken van een ruîne van een vorige beschaving, iets waarin ik intussen een beetje een expert ben geworden en zowat de enige, naast mijn medevossen, die de taal kan begrijpen.

Ik heb eigenlijk een zeer amusante avond gehad, en het leuke is dat je dingen kan doen die je in het echt niet kan waarmaken, zoals bijvoorbeeld aangevallen worden door een honderdtal kurkdroge mummies, en die dan in brand steken. En dan er eentje van die brandend op mijn staf spietsen en daarmee een mumakil doen, zijnde van links naar rechts zwieren – die dingen wegen niks – en er de rest mee omverkegelen en in brand steken.

Na het avontuur zijn we nog aan een virtueel kampvuur beland, met toch wel nog wat spelers, en zijn we zoals in het echt tot vier uur blijven kletsen. Net echt.

Yup.

Ik miste de koude voeten, de rook van het vuur in mijn kleren, en de doorgegeven fles mede – dat laatste komt nu ook wellicht nooit meer terug – maar verder was het wel right in them feels.

Ik mis het larpen zo keihard, maat…

Haven: de bedenkingen

Ja, ik heb mij keigoed geamuseerd. Het was een heftige, deze larp, maar niet op de manier waarop ik gedacht had dat het zou zijn.

Ik dacht: een universiteit, daar ga ik eindelijk meer info vinden over de Eshki Ganu. Wel, niet dus. Geen boeken in de bib, geen faculteitshoofd geschiedenis te bespeuren, de hoofdbibliothecaris die nauwelijks in het spel was. Frustratie, frustratie. Maar dan was er wel tonnen ander spel dat ons parten speelde en waar onze aandacht naartoe ging.

  • Twee van de onze werden beschuldigd van een misdaad en moesten daar een zware prijs voor betalen. Waar we allemaal aan gewerkt hebben, natuurlijk.
  • Het ontdekken van een nieuw geschrift dat we, dankzij gelukkig toeval én het scherpe inzicht van een van de onze, konden ontcijferen. En waarmee we dan ook de halve nacht zijn bezig geweest. Eindelijk wat extra info.
  • Ingesloten worden door een soort blob, en daarin dan uw minnaar verliezen. Er u met het nodige drama bij neerleggen dat hij gesneuveld is, en dan blijkt dat ze hem nog kunnen rechtzetten. Waarbij hij begint te flippen en te hallucineren (Koen, ge hebt dat prachtig gespeeld) en uiteindelijk in uw armen in slaap valt. Juist ja.
  • Ons Vespertje, mijn toyboy, verliezen aan een ritueel. Want zijn bloed was het enige dat ons kon redden, uiteraard. En ik die hem gezegd had mee te gaan, want het kwam wel goed. Wist ik veel. En dus tranen van woede en frustratie. Maar wel een NPC die nu in onze groep komt spelen ^^ Pluimkes FTW!
  • De zorgvuldig opgebouwde verstandhouding met de Strigoi kwijtspelen door een stom misverstand, en dan nog bijna iemand op zijn bek slaan. Raaah!
  • Ingame blijven aan uw kampvuur tot vier uur ’s nachts. Twee verloren zielen die er voor de gezelligheid willen bij komen zitten en zich verbazen over het gesprek. Dat was er namelijk eentje met twee Breaghan over hun fascisme en algemene ingesteldheid. Nooit gedacht dat die aan mijn kampvuur gingen mogen zitten, maar bon, blijkbaar waren ze zelfs sympathiek! Komt dat tegen!

Een hoop losse eindjes en stukjes, veel tranen gezien, er een paar vergoten, en vooral gezien dat het best wel goed was.

Haven

Het was me nog de moeite gisteren: we zijn alle vier in één auto geraakt, maar Jarne zat gewoon helemaal ingekapseld ^^

Enfin, we waren nog net op tijd om in de schemering onze tent op te zetten en in te richten. Niet dat we erin geslapen hebben hoor, zo zot zijn we op onze leeftijd – ik ben de jongste van de vijf – niet meer, maar het was wel zalig om een echte uitvalsbasis te hebben, een ingerichte tent met zitplaatsen en bedjes en parafernalia, waar zieken zijn genezen, hypnoses zijn uitgevoerd en het vooral ook heeft gezomerd. Meermaals zelfs.

Voor het eerst was ook ons kampvuur een drukke aangelegenheid: er heeft veel volk gezeten, van allerlei rassen, en voor het eerst zelfs een duo Breaghan. Nooit gedacht dat ik die nog aan ons vuur zou laten zitten. Maar blijkbaar kan het dus wel, al leidt dat om vier uur ’s nachts tot een stevige ingame discussie over fascisme en dergelijke. Moet kunnen.

De vuurkorf van 20 euro in den Aldi is trouwens helemaal goedgekeurd. Fijn ding, dik in orde.

Haven VI: beschouwing

Wat ik schreef op de Haven Facebookpagina:

“We schrijven dinsdagavond, en ik heb Haven nog steeds niet uit mijn systeem. Op zich wil dat wel wat zeggen, want sommige lives zijn bij wijze van spreken vergeten zodra je in de auto stapt. Deze niet dus.

Voor het eerst waren de Vossen (Taoxka) weer voltallig, en dat deed deugd, en dat deed veel aan het spelplezier. Ik ben vrijwel continu bezig geweest, heb een paar rustige momenten aan het kampvuur beleefd, en minder rustige in een of andere ruïne.

Het personage heeft jammer genoeg wel wat nadelen: als je niet zo sociaal bent en niet houdt van formele toestanden, heb je weinig mee van zo’n fantastische setting. Ik heb amper met lokale bevolking gepraat, vrijwel niks gezien van de nochtans schitterend ingeklede locatie, en sommige mensen zelfs niet eens opgemerkt. Met de meeste spelersgroepen heb ik eigenlijk ook geen enkel contact gehad, en ik ben eigenlijk ook nergens geraakt behalve in ons eigen kamp en in de herberg. Jammer, maar dat ligt aan het personage. Dat neemt totaal niet weg dat ik me fantastisch geamuseerd heb.

Enkele hoogtepunten;
– het eten. Yup. Al had ik geen tijd voor de nochtans speciaal voor mij gemaakte sushi. Jullie zijn schatjes!
– de faun porn. Serieus zeg!! BTW, ga niet googlen op faun porn. Geen. Goed. Idee.
– de speciaal voor ons gemaakte begeleidende reclameteksten. Serieus wat tijd in gestoken, om dan vast te stellen dat het om “nieuwe meisjes” ging, en dat soort dingen.
– het binnengaan van de ruïne, en dan het gewoon niet kunnen laten om ondanks het kapotte lijf toch naar boven te klimmen, gewoon omdat het moet. En het niet anders kan. En ik het vooral niet anders wil.
– het half uurtje hot tub met mijn twee “toy boys” en mijn zusje. Ongelofelijke oase van rust, en een wereld van vervreemding voor Uqatl.
– de echo van Sergei, en meer bepaald de snor van Erik. Trànen gelachen!
– van tranen gelachen gesproken: de one-man-show van Koen met Petit Papa. Voor het eerst iemand een kiwiplantage horen uitspreken, en dat was dan nog wegens geen adem meer van het lachen.
– van Petit Papa gesproken: als ochtendbegroeting dat popje voor uw neus krijgen, zorgt er meteen voor dat ge wakker zijt. Koen, ge hebt een evil mind, en mijn gezicht moet de moeite waard geweest zijn. Ik zie u gewoon graag, gast!
– van graag zien gesproken: merci, Jarne, om zo enthousiast mee te spelen. Ik was al een pak meer op mijn gemak in uw buurt dan de vorige Haven. Ge moogt nog mijn pluimen dragen
– van dragen gesproken: ’s nachts om drie uur lopen zeulen met een imaginair lijk, met een aantal Franssprekenden: het was eens wat anders. En dan als begroeting bij het ontbijt een knipoog krijgen van de Strigoi: het doet wat met een vrouw.
– van vrouw gesproken: de lentebloesem van Agnes. Een persoonlijke check op mijn bucket list. Ik heb ervan gedróómd! Nogmaals merci, Freya, om het me toe te staan.

Enfin, ik kan nog wel een aantal momenten bedenken, maar dat zou op den duur een beetje veel worden. In elk geval aan iedereen (figuranten, spelers, keukenploeg, en vooral crew) een ongelofelijk merci. Het is geen evidente wereld, maar het is een mooie. Hij mag er zijn, en ik wou dat ik er nu al naar terug kon.

Ik mis Aturi. En dat zegt wel wat, ja.”

Het enige grote minpunt is dat bij de eindstrijd Mireille haar personage is gesneuveld. Zucht. Maar bon, we zien wel weer dan.