Heupmysterie

De heup blijft voorlopig een mysterie. Donderdag zat ik bij de radioloog, en die wist niet goed wat hij ervan moest denken. Nee, het was geen slijmbeursontsteking, en ja, de pees bij de gluteus medius (mijn middenbilspier) stond wat dikker, en die spier stabiliseert mijn bekken, dus dat zou wel kunnen ja. Maar dat mocht op zich niet zo’n pijnklachten geven. Artrose ofte een versleten heup zag hij niet, maar er was wel wat verkalking aan de binnenkant van mijn heupkom. Maar opnieuw: niet dit soort pijnklachten. Hij wist het dus eigenlijk niet. Hmpf.

Uiteraard wist mijn huisdokter het daardoor ook niet meer. Er was dus wel iets van ontsteking, maar waar, hoe en waarom? We zijn in samenspraak tot de conclusie gekomen dat ik eerst eens een dag of vijf diclofenac neem, en als het dan niet betert, dat het een afspraak wordt bij de rugspecialist want dat het wellicht van daar komt. Maar of die het gaat weten?

Geen idee. Hmpf.

Nu de heup weer…

Eigenlijk heb ik al behoorlijk lang last van mijn linkerheup. Als in: voordat we naar Japan vertrokken. Last was toen een groot woord: wanneer ik ging zitten, trok mijn dijbeen wat tegen en voelde ik wel iets, ja. Wandelen was gelukkig geen enkel probleem, dus ik ging ervan uit dat ik ergens iets verrokken had of zo, geen erg.

In Japan begon ik te merken dat ik het soms wat lastig kreeg bij het beklimmen van trappen, dat ’s morgens mijn sokken en schoenen aandoen niet evident was, en dat gaan zitten in pakweg de metro wel eventjes pijn deed, ja. Mijn knie optillen bleek dus moeilijk, maar zoals gezegd: wandelen was gelukkig geen enkel probleem, en ook dat optillen viel wel mee na een paar trappen. En fietsen was ook oké, daar in Kyoto, na een paar honderd meter. Mja.

Het is niet alsof mijn heup dus rust kreeg in Japan, ik maakte er nog steeds niet echt een probleem van. Tot we opnieuw thuis waren, en de pijn erger werd. Nog steeds niet bij het stappen, maar de trap omhoog was een pijnlijke bedoening, en vooral naar toilet gaan werd een opgave: zo’n toilet is lager dan een gewone stoel, en man, ik heb op een bepaald moment zelfs even een kreet geslaakt bij het gaan zitten. Nope, dat was het dus duidelijk niet.

Kine dacht aan een slijmbeursontsteking, want een standaard heuptest – wanneer je artrose hebt in die heup, een versleten heup dus – leverde geen probleem op, ik heb nog alle mobiliteit daar. Hmpf. Intussen was ook mijn keel, of meer bepaald mijn stem, lastig beginnen doen. Ik kon amper nog geluid produceren, en dan moet je eens proberen lesgeven.

Soit, ik nam een kleine week ibuprofen 400, drie keer per dag, maar dat maakte geen enkel verschil. Vandaag dus naar de huisarts, en die stuurde me naar de radioloog voor foto’s en een echo om vast te stellen wat er nu precies aan de hand is. Donderdag mag ik langsgaan. En de stem? Goh, ze zag absoluut niks aan mijn keel terwijl die dus wel pijn doet, maar mijn oren zien blijkbaar rood. Ze heeft me een spray voorgeschreven om mijn Eustachiusbuizen te ontstoppen en dinsdag over twee weken kan ik bij de specialist langs. Hmpf.

Allez bon. Ik ben benieuwd, maar ik hoop vooral dat er een deftige diagnose komt zodat ik iets kan doen aan de pijn, want ik heb het er stilaan mee gehad. En nu maar hopen dat het niet van mijn rug komt…

Onverwacht op zwier, eigenlijk feitelijk

Deze morgen was het voor het eerst weer vroeg: ons ma moest om acht uur in het UZ zijn, en ik ben haar dus gaan oppikken in Zomergem en gaan afzetten. Dat betekende wel dat ik helemaal klaar en fris en al om half negen al aan mijn bureau zat. ’t Was vooral eens wat anders :-p

Ik prutste wat rond, en laadde tegen half elf de kinderen in de auto om naar de dokter te gaan. Wolfs vinger, die hij vorige maand verstuikt had en die toen helemaal dik en blauw zag, doet namelijk nog steeds pijn, en dat verontrust me een beetje. Maar aangezien je dus niet zomaar bij een radioloog kunt binnenlopen, gingen we eerst naar de huisdokter. Die zei: “Naar de radioloog”. Tiens. Maar die kon wel onmiddellijk bellen, en we reden dus aansluitend naar de Rooigemlaan. We waren daar eigenlijk vrij snel buiten, en passeerden nog langs de C&A omdat ik eerder al, in een andere vestiging, een prachtig kleedje voor Merel had gezien, alleen een maatje te groot. Helaas, ze hadden het er niet. De jongens kozen wel elk een Tshirt met korte mouwen, want daar is tegenwoordig al weer eens nood aan.

En toen stonden we kwart voor twaalf buiten, keken we elkaar aan, en besloten dat we deze vakantie nog geen fast food hadden gegeten, zoals ik eigenlijk elke vakantie beloof. Wij dus naar ’t stad, parkeren in de Sint-Michiels, en naar de Pizza Hut. Tip: kies er nooit frietjes, zoals Merel deed, want die worden ook in de oven gebakken en zijn het vreten niet waard.

Enfin, we waren nu toch in ’t stad, we konden even goed eens rondkijken voor een fietshelm voor Wolf, voor een docking station voor Wolf zijn iPhone voor in zijn kamer, en een nieuwe muis voor zowel de kindercomputer als ma’s nieuwe laptop. In de Hema verkopen ze verschillende soorten kabeltjes, maar blijkbaar geen muizen, en veel fietsgerief, maar geen helmen. We zijn dan maar de Veldstraat ingewandeld, waar ik het gewilde kleedje voor Merel toch nog vond, en waar we de FNAC onveilig hebben gemaakt. In de Zonnestraat vonden we de gewenste fietshelm in felblauw, en in het terugwandelen naar de parkeergarage tikte ik bij M.A.R.T.H.A. alsnog een ring op de kop.

Onverwacht veel geld uitgegeven dus, maar wel een fijne middag. Al had Kobe precies te veel gegeten: hij voelde zich misselijk thuis. En Wolf, die ging op zijn kamer de puber uithangen met zijn muziek 🙂

Rond vijf uur ging ik ons ma weer ophalen, en prutste ik bij haar thuis aan de instellingen van de WIFI, want dat internet bleef maar ambetant doen. De modem deed terug normaal na een volledige reset, maar de router sputterde behoorlijk tegen, en ik moest online hulp vragen aan mijn vaste sysadmin, die me dan ook feilloos kon helpen. Joepie!

Al bij al was ik laat thuis, en ben ik dan maar in de zetel geploft. Poeh.