Nog meer geocaches, maar dan vooral herstellen

Dat het een bezigheid is, zelf geocaches plaatsen en in orde houden. Mijn rondje in het park van Mariakerke was nog maar eens aan onderhoud toe: de 1 die een nieuw plekje had gekregen, lag blijkbaar te dicht bij een andere cache en was afgekeurd, en de 2 was verdwenen. Een cache wat verderop aan een kapelletje was toe aan een nieuw logrolletje wegens compleet vol.

Bon, ik deed boodschappen voor Marleen en reed daarna door naar het park. Ik ging verplaatsen, vervangen en vernieuwen en genoot van de heerlijke zon.

Meteen passeerde ik ook even langs de school en kon het niet laten om daar een foto voor Instagram te nemen.

En toen had ik nog wat tijd voor het oudercontact van Merel en ik reed nog door naar de Blaarmeersen. Daar ligt namelijk al lang een cache naast de pier die al weken kleddernat is. Ik dacht voortdurend van hem te gaan vervangen tijdens een rugbytraining, maar ofwel was het aan het regenen, ofwel was er om een of andere reden geen training.

Er was veel volk, maar het is me toch gelukt om hem redelijk onopvallend te vervangen, denk ik.

Ik kwam thuis, plofte in de zetel, luisterde naar juf Liesbeth voor het oudercontact van Merel, en opende daarna mijn mail. Moh! Een nieuwe cache, uitgekomen om half drie in de namiddag, op drie kilometer van mijn deur! Langs de fietsostrade rond Gent, tussen Mariakerke en Wondelgem, een stukje dat ik wel kende. Ik twijfelde even tussen fiets en auto, maar sprong toch in de auto. Na een kort wandelingetje kwam ik aan een brugje en begon ik te zoeken met een pillamp. Eerst stond ik duidelijk aan de verkeerde kant te zoeken, maar toen ik het brugje overstak en naar de andere kant liep, had ik hem snel in handen. Een waar avontuur in het donker, maar wel een “first to find” voor ondergetekende. Yep!

Een geslaagd cachedagje, zou ik zo zeggen.

Samen op de fiets

Gisteren was het echt nog prachtig weer, en dus vonden Merel en ik dat we die diem maar moesten carpen, sprongen op de fiets en reden naar het park Claeys-Boüüaert naast mijn school. Een van de caches daar was aan vervanging toe, vandaar. Maar die vijf kilometer heen en dan nog eens terug, met een brug bij én een zeer oneffen bospad, dat leek me nog geen goed idee voor Merel.

Even nagedacht, en jawel, een strak plan ontvouwde zich spontaan: Merel ging meefietsen tot aan de voet van de brug, daar gingen we haar fiets in het fietsenrek zetten, stevig op slot, en dan kon ze achterop bij mij op de elektrische fiets voor de brug en het stuk bos. Terugfietsen kon ze dan weer zelf. En voilà, strak plan strak uitgevoerd! Het bleek achteraf ook een zeer goed idee, want zo konden haar jonge ongeoefende beentjes nog wat uitrusten ook.

We checkten alle caches, stelden vast dat vooral de bonus een beetje verdwenen was, vervingen de andere verdwenen cache en zagen dat de rest nog wel in orde was. Oh, en we genoten ook oprecht van dat zalige bos.

We zijn ook nog even langs mijn school gepasseerd, die er om half vijf al vervaarlijk dicht uitzag. En heel erg eenzaam en verlaten. Ocharme.

 

 

Het park

Was ik dinsdag in Gent zelf gaan rondfietsen om er mijn caches in orde te zetten, dan was het vandaag de beurt aan de caches in en rond het Claeys-Bouüaertpark. Alleen, daarvoor had ik een van de jongens nodig, want een van de caches die regelmatig gemolesteerd wordt, is eentje die op vijf meter hoog in een boom hangt, en die kan ik dus niet zelf in orde zetten.

Soit, Wolf en ik de fiets op, Merel achterop, en wij naar het park naast de school, zo’n vijf kilometer. We hebben het hele rondje gecontroleerd, papiertjes vervangen, en die in de boom effectief steviger en iets hoger vastgehangen en voorzien van vers papier en een dekseltje. Met dank aan Wolf die vakkundig de boom in kon.

Oh, en in het passeren hebben we ook nog de brieven naar oma en opa gepost. Ik lag wel strijk: geen van drie had ook maar enig idee waar je precies het adres schrijft en de postzegel plakt, en aan het postkantoor wist Wolf ook niet wat hij precies met die brief aanmoest. Gewoon in de brievenbus steken, uiteraard. Sign of the times, zeker?

Parkje

’t Is prachtig weer vandaag, en ik ben dus met de fiets naar school gegaan. Maar eigenlijk had ik nog helemaal geen zin om weer gewoon binnen te gaan zitten na de les – op donderdag ben ik klaar met lesgeven om 12.55 uur – ook al ligt er een pak werk op me te wachten.
Ik ben dan maar even met de fiets in het parkje naast de school mijn caches gaan bekijken. Lees: gaan controleren of alles nog wel in orde was, of ze er nog zaten, nog droog waren en nog niet vol. Cache-onderhoud dus, zoals ik eind december al met ééntje ervan had gedaan.

Ik fietste van cache naar cache en stelde vast dat alles nog was zoals het hoorde. En stelde ook vast dat het park er in dit weer wel vreselijk modderig bij ligt: mijn jeans zat compleet onder de spatten, en op een bepaald moment dreigde ik zelfs vast te rijden met mijn fiets. Ugh.

Maar andere plekjes zijn dan wel weer prachtig. In elk geval genoot ik van het zalige weer en mijn elektrische fiets. Dat het maar snel lente wordt!

Cache-onderhoud

Het nadeel aan caches wegsteken, is dat je er soms wel wat onderhoud aan hebt. Als in: die rotdingen verdwijnen regelmatig, soms door vandalisme, soms door snoeiwerken of soms omdat mensen ze in het water laten vallen. Allez ja, toch bij mijn sluisreeksje.

Nu heb ik een ganse reeks weggestoken in het park Claeys-Bouüaert voor school: 6 gewone + een bonus. Die worden vlot gevonden, maar eentje daarvan, een bescheiden boomklimcache, blijft verdwijnen. Ofwel zijn alle mensen die die boom inklimmen, nogal lomp, ofwel is er iemand die het grappig vindt om hem telkens weg te halen.

Nu moest ik hem dringend in orde zetten, want ik had al onder mijn voeten gekregen dat hij te lang onbeschikbaar stond en dat ze hem gingen archiveren. Vandaag moest ik Kobe ophalen na een slaapfeestje bij een vriendje en kon hij meteen aapje van dienst spelen. Ha ja, want ik kan die cache echt niet zelf ophangen, daar heb ik een van de jongens voor nodig.

Daardoor liepen we heel even in het park rond, zaten Merel en Kobe in dé klimboom en kon er ook even op het speeltuintje gespeeld worden. Meteen goed voor een fijne frisse neus.

Domme duiven

Deze lente vond een wilde duif het nodig om boven ons terras, in de blauwe regen, een nest te bouwen. Hmpf. En uiteraard zat ze er te broeden, met twee duivenjongen tot gevolg.

Deze middag zaten Kobe en Merel toevallig net buiten, toen ze een luide “plof” hoorden. Hmm? Een van de jongen was uit het nest gevallen, of had een premature poging tot vliegen gedaan: er staat nog wat dons op het kopje, maar de vleugels zijn zo goed als volgroeid.

Meteen was de interesse van de katten gewekt natuurlijk, waarop wij een doos namen en het beest zonder veel plichtplegingen in de doos pleurden. En nu?

Het Vogelasiel in Merelbeke zag ik niet zitten, da’s zo’n vijfentwintig minuten rijden met de auto, en ik wilde met Kobe en Merel nog de caches in het park naast de school in orde zetten. We zetten het beestje op een veilige plaats en fietsten naar Mariakerke.

Tegen dat we thuis waren, was ook Bart thuis, en samen haalden we de grote ladder uit, positioneerden die voorzichtig tegen de plant, en ik legde het piepende jong terug in het nest, waar het zich onmiddellijk weer installeerde.

Ik ben benieuwd. Domme duiven!