Een héérlijke brief uit 1980

Mijn ouders gingen altijd veertien dagen op reis in juni: dat was een pak goedkoper, en wij konden terecht bij mijn grootmoeder, een straat verderop. En later zaten we toch op internaat en gingen we in het weekend bij een favoriete tante. Dik in orde.

Ons pa schreef dan ook brieven. En dat waren niet zomaar brieven, dat waren héérlijke nonsensicale epistels waar we reikhalzend naar uit keken, gelardeerd met de zaligste tekeningetjes. Jeroen heeft er eentje teruggevonden en me bezorgd, en ik wil die ook digitaliseren en vereeuwigen.

De kinderen hebben ze al gelezen en zijn luidop in de lach geschoten, en ik geef ze hier dus ook weer. Het begint allemaal redelijk ernstig, maar dan… Geniet mee…

Beste Jeroen en Gudrun,

Zoals gij al gehoord hebt aan de telefoon zijn wij goed aangekomen in ons hotel, na een uiterst gevaarlijke reis (en dat is niet voor te lachen). Ik heb zelf dikwijls schrik gehad, wanneer ik naast mij keek, terwijl wij haarspeldbochten aan het draaien waren: links een steile bergwand, rechts een steile afgrond zonder afboording of zelfs zonder witte streep. En altijd maar tegenliggers en zelfs autobussen, die de volle breedte van de weg nodig hebben, en die achteruit moeten rijden tot aan een verbreding waar wij elkaar kunnen kruisen.

Het werd altijd zorgwekkend wanneer uw mama begon te zwijgen: dan zat zij met schrik voor de grote diepte en wilde mij niet afleiden in de draaien door te babbelen. En rechte stukken weg komen er in de bergen niet voor: er zijn niets anders dan draaien, gevaarlijke, onoverzichtelijke draaien. Het land is eigenaardig: hoge bergen overal, die bijna recht in de zee eindigen. De bergen zijn ruw en onherbergzaam: veel heide, veel bos op lagere stukken. En heet: de hitte van de blakende zon hangt in de dalen; overal riekt men bloemen en hoort men bijen gonzen. Vogels ziet men niet in het binnenland. Gedurende kilometers ziet men geen levende ziel: geen auto’s, geen mensen, niets. Alleen in een draai belandt men plots midden een bende koeien, die liggen te herkauwen midden op de weg. De stieren die er bij lopen kijken kwaad. Die koeien leven in het wild. Verderop loopt er opeens een kudde varkens te knorren die zijn werkelijk wild, en slaan op de vlucht van zodra ge uitstapt. De mensen hebben hier speciale honden voor de varkens en de geiten te hoeden. Die geiten zijn echte acrobaten: zij lopen in groepjes op kleine muurtjes aan de rand van afgronden. Zij huppelen over rotsblokken en stormen langs steile hellingen omlaag. En ze hebben haar dat tot op de grond hangt. De geitekudden (sic) verstoppen de wegen.
En dan de ezels: overal komt ge loslopende ezels tegen. Op een middag reden we door een slaperig dorpje met drie slaperige ezels (een dorpje dat is 10 huizen en een kerk; er wonen 30 mensen). Het was gloeiend heet en we reden met de ramen open. Mama zat aan het stuur; zij stopt en kijkt naar de kaart, langs waar wij moeten rijden. Ik wacht en kijk rond; opeens, naast haar hoofd, verschijnt er een reusachtige schaduw, een ezelskop! Pardoes steekt die ezel zijn kop in de auto, en mama roepen!

Ik schrok van mama’s geroep. De ezel gaf mama een kus op haar voorhoofd en mama begon in haar broek te p…. van de schrik (Het is altijd hetzelfde!). Wij gaven de ezel een klontje en voor ons plezier likte hij de ruit schoon. Achteraf hebben wij lang en veel gelachen, maar wat waren wij geschrokken. Ik denk dat die ezel verliefd was op mama: bloed trekt. Waarom zou hij haar anders op haar voorhoofd komen kussen zijn?

Ik heb hier een lastig leven. op het ogenblik zit ik in mijn bungalow te schrijven terwijl het buiten 48° warm is: verschrikkelijk. De zon brandt zo hard, dat tegen de avond de zee gedeeltelijk opgedroogd is. De vissen komen uit het water gekropen, om in de schaduw van de palmbomen zichzelf met hun vinnen een beetje koelte toe te wuiven! Af en toe vliegt er een vliegende vis al jodelend voorbij. Ik kan mijn ogen niet geloven.

In de verte spelen de dolfijnen en de walvissen. Wij zijn haast in een andere wereld. Robinson Crusoë heeft hier gewoond, tot hij door de Corsikaanse (sic) bandieten ontvoerd is. Die bandieten zijn gevaarlijk, wordt er verteld! Wij hebben een oude man gezien, die zijn varkens zat te hoeden in de bergen; hij hing vol met messen en pistolen, en liep op zijn blote voeten. “Bandito?” vroeg ik. “Si, si” antwoordde hij, en gaf twee grote pistoolschoten in de lucht, met een achtste pistool dat hij achter zijn rug gehouden had. Mama vond het beter om niet subiet weg te rijden, want ge weet nooit! Ik denk dat het een bandiet was die weggelopen was uit een cirkus (sic) of een stoet, maar hij rolde gevaarlijk met het wit van zijn ogen en wilde ons een klein zwart varken verkopen. Mama (die altijd moeilijkheden zoekt) stapte uit en wil dat varken eens strelen.

Ik zeg al lachend dat ik al drie varkens en een hond thuis heb, en die bandiet begint te vloeken en te schieten, en kwaad dat hij is omdat we met zijn (blote) voeten spelen en met zijn varkens! Gelukkig vernesselde hij in zijn pistolen en struikelde over zijn messen, zodat mama rap in de auto gesprongen is en wij subiet weg! Drie draaien verder heb ik nog eens omgekeken, en hij was bezig zijn pistolen te herladen. Tien minuten later stond hij op de top van een berg, met zijn blote voeten in de sneeuw, te zoeken waar wij naartoe waren, en van pure koleire loste hij om de vijf minuten een schot! Voor alle zekerheid hebben wij ons schuifdak toegedaan, want die bergwegen draaien zo eigenaardig, dat wij gemakkelijk onderaan zijn berg hadden kunnen uitkomen. Ho maar! Hopelijk komen wij hem niet meer tegen in het teruggaan. Wij zullen hem herkennen aan zijn zwarte voeten.
Hier hebben wij tijd om te bekomen van onze schrik voor de afgronden, de ezels en de banditos. Wij spelen tennis ’s morgens en ’s avonds; overdag ga ik zeilen en surfen (dat is met een plank en een zeil over de golven vliegen). Tot nu toe ben ik 128 keer gevallen, maar de leraars zeggen dat ik rap bijleer. Mama moet dat eens filmen.

Het eten is hier buitengewoon: elke middag groot koud (vriespunt!) buffet, daarna nog wat biefstukken en als dessert twee borden fruitsla en vijf taartjes per persoon. Het is zelfbediening, dus als ge u van niets gebaart en nog twee keer teruggaat, kunt ge tot 15 taartjes opeten. Al de mensen lopen hier met dikke buiken te puffen van de warmte (48°) en de taartjes (15). Alleen de kinderen krijgen er maar drie: zij zouden ziek worden. Mama is al 16 kg verdikt zodat al haar bikini’s spannen. Ze wordt al mooi bruin.

Tot binnenkort!

Papa Koen

En toen, als ge goed kijkt bovenaan de vierde bladzijde, krabbelde mijn ma daar droogweg ook nog enkele zinnetjes bij.

Ik heb weeral geen plaats meer om te schrijven hé. Papa kan het nogal uitleggen, hé, ‘k heb nogal moeten lachen als ik de brief las! En overdrijven!! Het is wel mooi weer, hoor! En ik ben nog niet verdikt! Hij wel, haha! Als we maandag op tijd kunnen thuis zijn, zullen we telefoneren, dan moogt ge thuis komen slapen, of ge moogt toch opblijven.

Vele groetjes en kusjes

Mama.

Verrassing!

Vrijdagnamiddag kreeg ik plots een verrassing: ik stond net buiten om de was op te hangen, toen ik iemand aan de voordeur zag staan: een van de verzorgers van ons pa!

Ze waren vrolijk aan het fietsen – een elektrische fiets om een rolstoel in te zetten en eentje met een zijwaartse tandem, waar ons pa eigenlijk zelf niet eens hoeft mee te trappen – en hij had gevraagd of het niet mogelijk was om hier even te passeren, aangezien dat dat amper een straat van het woonzorgcentrum is. Hij had hen dan ook feilloos naar mijn deur geleid, en dus stonden ze hier plots voor mijn neus. Al een chance dat ik thuis was, maar ze konden maar proberen natuurlijk. En ons pa, die genoot duidelijk, al kijkt hij op de foto redelijk ernstig. Fijn dat ze dit doen!

Rondje dokters voor ons pa

Althans, dat was de bedoeling. Ik ging hem ophalen en we stonden netjes op tijd in het ziekenhuis, alwaar ik hem aanmeldde aan de balie van de afdeling. Voor dokter De Meulemeester en dokter Claeys. Ha nee, kreeg ik als antwoord, niet bij dokter Claeys, want die is met verlof. Euh?

We hadden al sinds augustus een dubbele afspraak, maar blijkbaar was de psychiater met vakantie en hadden ze dat ons niet laten weten. Er was zelfs een nieuwe afspraak ingeboekt voor hem, op vrijdag 8 mei in de voormiddag, zonder me te raadplegen daarover. Ik ben dan aan het lesgeven, dus dat kon ook gewoonweg niet. Soit, het zij zo. We hadden tenminste wel een afspraak bij De Meulemeester, ons pa zijn gerespecteerde neuroloog die met pensioen gaat en hem toch graag nog een laatste keer wilde zien. Ik ga haar missen…

Ons pa zijn geheugentesten zijn prima, zijn Parkinson is eigenlijk best wel stabiel, maar hij schudt vrij veel en daar kunnen we niks aan veranderen: zijn medicatie verhogen zou een groot impact hebben op zijn andere medicatie, en dat is dus niet bepaald het gewenste effect.

Ze stelde ook vast, net zoals wij dat al wisten, dat hij eigenlijk wel behoorlijk wat achteruit is qua houding en qua stappen. Hij beweegt dan ook veel te weinig: kine krijgt hij om een of andere reden niet in het rusthuis, ook al zijn daar twee kinesisten en heeft hij een uitdrukkelijk voorschrift. Hij weet dat hij zelf minstens twee keer per dag de gang zou moeten op- en neerwandelen, maar ook dat gebeurt niet meteen. Wel zei ze meteen dat zijn rollator hoger moet staan, iets wat hij van ons altijd geweigerd heeft. Hij loopt nu wel wat rechter, ja.

Soit, al bij al geen slecht nieuws dus: hij is stabiel, gewoon al bijna 85…

En de volgende afspraken? Die liggen meteen in september. En nu maar hopen dat de psychiater dan niet opnieuw met vakantie is.

Kerstversiering bij ons pa

Al jaren ziet ons pa het niet zitten om zelf een kerstboom te zetten – ons ma deed dat altijd – en dan kreeg hij steevast een kerstvaas van mij, een mooie vaas gevuld met kerstballen en lichtjes.

Ik zag geen reden om van dat principe af te wijken, zeker omdat ik hem al eerder een paasvaas, zomervaas en herfstvaas had gemaakt voor op zijn kamer. Dit weekend kreeg hij dus een kerstvaas, maar hing ik ook een kerstbal aan zijn naamplaatje, een mannetje aan een venster en zelfs drie kerstballen aan zijn rollator. Hij vindt het namelijk moeilijk om ’s middags zijn rollator te onderscheiden van die van de rest, en had een kartonnen bekertje in het netje gestoken. Het had geen zicht, geloof me, maar ik mocht het er dus niet uithalen. Nu hangen er dus kerstballen aan, en voor de lente zoek ik dan wel iets van een bloem of zo. Ik heb nog wel wat liggen :-p

 

Kapper

Al jaren ga ik met ons pa op zondag naar de kapper, naar Classmen. Die doen dat daar grondig, met zorg en met respect voor zijn leeftijd.

Nu, er is ook een kapper in De Vroonstalle, en ik had de vorige keer ons pa gevraagd om daar naar de kapper te gaan. Dat is wel zo makkelijk en het breekt meteen ook zijn week. Maar… we waren echt niet tevreden: het was slordig gedaan, eigenlijk nog veel te lang en het stond hem niet.

Omdat we vrijdag een nieuwe identiteitskaart moeten bestellen en er dus ook een nieuwe foto moest genomen worden, troonde ik hem vandaag opnieuw mee naar Classmen. Wel, het was duidelijk, geen enkele twijfel: we gaan zijn haar niet meer ergens anders laten knippen. Ze zijn voorkomend, respectvol, begrijpend, en vooral: het is prima gedaan. Ook zijn wenkbrauwen, oren, neusgaten zijn mee geschoren en ze hebben zelfs zijn niet al te grondig geschoren baard bijgewerkt. Het is me de moeite echt wel waard om naar daar te gaan. Echt.

84

Ons pa werd afgelopen donderdag 84 jaar. Een hele prestatie, zeer zeker, al is hij intussen wat wankel te been, bij momenten nogal afwezig en dus ook niet aandachtig als we iets willen zeggen. Maar dat neemt niet weg dat hij nog steeds graag leeft, met smaak eet, veel leest en af en toe tv kijkt.

Zoals elke zondag kwam hij ook vandaag bij ons eten, en ook Roeland was erbij met de rest van zijn gezin. Door een misverstand was Jeroen helaas niet van de partij, maar dat had er wel voor gezorgd dat de hoop beperkt bleef, zodat ik simpelweg spaghetti met bollekes heb gemaakt zoals ons ma dat altijd deed, en dat er dan taart was en zo.

We zaten buiten, genoten van het heerlijke weer en tetterden honderduit. En ons pa zat erbij, keek ernaar, en vond dat het goed was.