Eindelijk de Sluizen afgewerkt!

Koud of niet koud, het was eindelijk nog eens niet aan het regenen en dus wilde ik per se nog eens naar buiten.
Het was nodig ook: ik moest mijn bonuscache van de Sluizenreeks nog gaan versteken, die lag al een tijdje te wachten.

Half november was ik twee locaties gaan spotten: eentje voor sluis nummer 8 aan het Rabot en eentje voor de bonus. Alleen is een stad geen evidente locatie voor nieuwe caches: altijd ligt er wel ergens eentje in de buurt die je al dan niet al gevonden hebt.

Midden november was ik die van het Rabot gaan wegsteken: afgekeurd wegens een andere te dicht. Wellicht eentje van een vaarcache, die heb ik namelijk niet gedaan wegens met mijn rug niet kunnen kayakken, maar bon. Eind november deed ik een nieuwe poging met drie verschillende locaties, maar alle drie afgekeurd. Hmpf. Blijkbaar ligt er een fysieke cache echt aan het Rabot zelf dus. Bon, ik heb er dan een multi van gemaakt: je moet eerst aan het Rabot een plakkaat gaan lezen en daar dan nieuwe coördinaten mee berekenen. De cache lag dan een 200 meter verderop. Té dicht bij een andere cache, waar ik begot niet op gelet had. Grr. Dan maar een nieuwe eindlocatie in de andere richting gezocht, en toen kreeg ik de commentaar dat het te dicht bij de tramsporen lag. Ik zat op mijn paard, maar toen ik ging kijken, had de reviewer eigenlijk wel een punt: anderhalve meter van tramsporen is misschien wel oké, maar niet voor kinderen. Bon, ik heb hem dan vorige week nog een eindje verder in een verkeersbord gestoken. Zevende keer, goeie keer: goedgekeurd!

Intussen had ik ook een coördinatencheck aangevraagd voor het Rabot, en ook daar bleek er eentje te dicht bij te liggen. Ik vroeg rond bij de cache-eigenaars en yup, ik kreeg prompt de coördinaten van Google Street View, een mysteriecache. Oef. De locatie die ik in gedachten had, aan het Sluizeken – waar anders? – was maar een paar meter te dicht en ik had de mogelijkheid om hem verder te steken.

Vandaag sommeerde ik dus ons pa om zijn sjaal en pet aan te doen en we trokken op pad. Hij was wel aan het grommelen: het was hem veel te koud, vond hij. Maar ik had geen medelijden: mee moest hij! Enfin, we hebben de bonuscache verstoken, hebben er een klein ommetje bij gemaakt, en zijn toen nog een andere cache hier in een Wondelgems park gaan controleren. Die was als onvindbaar opgegeven, maar zat nog netjes op zijn plaatsje. Oef.

Enfin, we zijn een uurtje weggeweest en de koffie en de taart smaakten. Maar het mag van mij echt snel lente beginnen worden, want dit weer hangt gigantisch mijn voeten uit!

Nog eens het ziekenhuis

Geen nood, het was opnieuw niet voor mezelf en het was ook niet erg: ons pa moest een scan hebben. Toen ze voor die huidkanker een echo namen, zag de radioloog dat hij een cyste had in de buurt van zijn nieren. Zijn commentaar was eigenlijk nogal vreemd: niks aan de hand, niks erg, maar toch een scan graag.

Hmm?

Enfin, toch maar het zekere voor het onzekere genomen en met ons pa richting ziekenhuis getuft. Allez ja, hij tuft eerst tot hier en dan rijden we samen naar het ziekenhuis. Op zich heeft hij mij niet echt nodig, maar ik ben wel zijn extern geheugen én extern gehoorapparaat ^^ En op die manier zijn we er allebei zeker van dat het verloopt zoals het hoort.

We hebben wel een behoorlijk tijdje moeten wachten – er kwamen twee spoedgevallen tussen, blijkbaar – en ons pa moest zo maar eventjes anderhalve liter water met contrastvloeistof drinken. De instructie was: “Zo veel mogelijk, maar als het niet lukt, is dat niet erg hoor!” Dat moet ge niet tegen ons koppige pa zeggen: op een dik kwartier had hij de hele fles soldaat gemaakt. En nog een kwartier later was hij al twee keer naar ’t toilet gelopen :-p

Enfin, scan, dan hier eten  en dan nam hij gewoon nog even de kousenmand voor zijn rekening. Een kwestie van gezellig nog een beetje blijven hangen, zei hij. Van mij niet gelaten.

Nu eens benieuwd wat de uitslag van die scan zal zeggen.

Het eerste cachetochtje van het jaar

Vandaag scheen de zon toch wel enthousiast, en ik vond dat ons pa dus geen poot had om op te staan om niet mee te gaan cachen. Hij is al weken niet gaan wandelen en dat is niet gezond voor hem en zijn evenwicht.

Dus, zonder pardon, voorzien van een petje en een sjaal uit de kast alhier, sommeerde ik hem de auto in en reden we naar Ertvelde, want daar lagen nog een paar onontdekte cachekes. Aan de eerste hebben we staan kijken als nen uil op ne kluit, want ook al wisten we wat we zochten, we vonden het maar niet. Ik heb dan een berichtje gestuurd naar de cache-eigenaar en kreeg prompt een antwoord met de precieze locatie, en een halve minuut later had ik een valse graspol in handen. Echt, vrijwel niet te bespeuren in dat gras.

We zijn dan verder gereden, hebben nog een paar andere gezocht en eentje gevonden met een wel zeer originele logrol, en dan een mini zoektochtje rond een replica van een oude molen. Origineel, dat zeker!

Al bij al waren we op een kleine twee uur terug, maar hadden we een frisse neus gehaald en meteen ook vijf nieuwe caches.

Goe gereden!

Dagje dokters met ons pa, deel 2

Ook vandaag was het bij momenten pittig. Na school, om half vier dus, reed ik naar Zomergem om ons pa op te pikken en te zorgen dat we om half vijf netjes in het Jan Palfijn stonden: tijd voor ons pa zijn halfjaarlijkse afspraak bij de neuroloog en de neuropsychiater. Alleen… het was deze keer meer dan een jaar geleden: in april, in volle coronatijd, was ons pa half in paniek geslagen bij het idee van een ziekenhuisbezoek alleen al, en omdat hij eigenlijk bijzonder goed is, hadden we het dan maar overgeslagen.

Deze keer vond ik het wel noodzakelijk en dat zei hij zelf ook. Bij de psychiater kwamen we tot de vaststelling dat hij zelf vond dat hij behoorlijk depressief is – Roeland en ik vonden eigenlijk van niet, maar we zien hem natuurlijk niet op een doodgewone ochtend alleen in zijn grote huis – maar dat hij zijn stabilisatiemedicatie niet stipt genoeg neemt. Ha ja, ’t kan niet missen dan!

Afspraak is dat hij ze nu veertien dagen echt wel twee per dag neemt, het uur is niet zo belangrijk, en dat er dan een bloedstaal wordt afgenomen zodat we zien of het niveau van dat medicijn voldoende hoog staat in zijn bloed. Als dat niet het geval is, wordt de medicatie bijgestuurd, maar hij zou zich in elk geval beter moeten voelen.

Een behoorlijk tijdje later mocht hij dan zijn uitleg doen bij de neuroloog, en die stelde vast dat zijn beven toch wel erger was geworden, dat zijn ogen achteruit zijn op een manier die niks te maken heeft met ouderdom en dat dat korte-termijngeheugen iets sneller achteruit gaat dan dat op zijn leeftijd normaal is. Alzheimer is het niet, dat uit zich op andere manieren.

Bon, MRIscan van zijn hersenen om te kijken of er effectief meer hersenschade is – dan valt daar niks aan te doen – of dat de oorzaak ergens anders ligt, wat misschien wel met medicatie bij te sturen is. En dan daarna opnieuw een afspraak, ergens in maart.

Zo blijft ne mens bezig, maar het is met liefde gedaan. En veel geduld, dat ook.

Dagje dokters met ons pa, deel 1

Stevig dagje vandaag: opnieuw beginnen lesgeven, compleet met halve klassen en dus de helft van de leerlingen die voor mijn neus zit, terwijl de andere helft van thuis uit volgt via de camera van mijn laptop. ’t Is een bezigheid als een andere, geloof me.

Maar bon, ik had dus les tot 12.55 uur, sprong in mijn auto, reed naar Zomergem, gooide daar bij ons pa snelsnel mijn eten in de microgolf en maakte dat we samen in Merendree bij de huidarts zaten om kwart voor twee. Ik moet het zeggen: we hebben geen halve minuut moeten wachten. Ons pa kon meteen binnen in een van de kabinetten, de laser werd op zijn arm gezet, en dat was dat.

Twintig na twee waren we weer thuis, kon ik de rest van mijn eten opeten en installeerde ik me in zijn goeie zetel. De rug doet namelijk al pijn sinds oudejaarsavond – geen idee waarom – en dus probeer ik die vooral zo veel mogelijk rust te gunnen. Het was er stil, alleen de kat zat op de vensterbank te spinnen, ik kon er eigenlijk niks anders doen, en dus zat ik onderuit in zijn zetel te lezen, met een koffietje erbij. En ik genoot, ik werd helemaal zen.

Tegen half vijf reden we opnieuw naar Merendree voor deel twee van de behandeling, het verbranden van de ongewenste cellen. En dat mag u gerust letterlijk nemen: ons pa houdt er een heuse brandwonde aan over en dat kan geen deugd doen.

Enfin, kwart over zes was ik weer thuis en kon ik wat schoolwerk doen. Maar ondanks het gerij was ik eigenlijk wel helemaal ontspannen.

Dik in orde!

Dermatologen

Intussen is alles zo goed als achter de rug, maar ik moet toegeven: ons pa heeft ons de voorbije weken wel wat schrik aangejaagd. Onbedoeld, uiteraard!

Ons pa heeft op zijn bovenarm zo’n litteken van het pokkenvaccin, je weet wel, dat vaccin dat zodanig goed gewerkt heeft dat wij niet meer zo’n litteken hebben. Dat was altijd al een zwakke plek die vrij snel verbrandde in de zomer en zo. Sinds een paar jaar was dat quasi continu geïrriteerd. Ik had er niet veel acht op geslagen, ook al omdat ons pa er vaak aan krabde en dat dat het er uiteraard niet beter op maakte. Maar aangezien het precies toch niet beterde, had hij aan de huisarts gevraagd ernaar te kijken en die had hem richting Merendree gestuurd, naar een huidartsenpraktijk daar, zodat die er eens naar konden kijken.

Op vrijdag 22 oktober, in een ongelofelijk hectische dag, kreeg ik telefoon van hem, die ik uiteraard gemist had. In de speeltijd, tussen twee interviews door, belde ik hem terug. Hij was in alle staten: hij was net terug van Merendree en de dokters daar hadden op liefst vier plaatsen huidkanker vastgesteld. De voornoemde plek op zijn arm dus, maar ook het wondje op zijn voorhoofd dat daar ook al zeker een jaar was, maar waar hij dus ook aan bleef prutsen. Ik dacht dat het daarom was dat het niet genas, ook omdat oud vel standaard minder snel geneest. Ik had dus beter moeten weten… Daarnaast had hij ook nog een lelijke wrat op zijn borstkas, iets wat ik nog nooit gezien had, en een plekje op zijn onderrug. Juist.

Bon, alles kon gelukkig behandeld worden onder plaatselijke verdoving, alleen voor een echo moest hij naar het ziekenhuis. Hij had alle afspraken zelf al gemaakt en Roeland en ik hebben ons in een paar bochten moeten wringen om mee te kunnen gaan met hem.  Zelfs Bart is een keertje ingesprongen toen hij zelf een bepaalde afspraak – we hadden alles al geregeld – een paar uur verlaat had omdat hij het te vroeg vond. Tsja. We wilden hem echt niet alleen laten gaan: niet alleen kan je slecht zijn van zo’n plaatselijke verdoving en mag je dan niet met de auto rijden, maar hij vergeet ook standaard wat de dokters zeggen, of hoort de helft niet, en we zijn liever zeker van ons stuk.

Vandaag hadden de roostermakers van de examentoezichten me vrij gehouden zodat ik mee kon naar Merendree met ons pa. De behandeling van de plek op zijn arm stond op het programma, in twee stappen: om elf uur maakten ze er met een laser een massa kleine gaatjes in, en werd het ingewreven met een zalfje. Om twee uur moesten we er terug zijn: dan moest hij twaalf minuten onder een soortement hittelamp ermee, iets wat toch wel pijn deed. Ze hadden ons gewaarschuwd en hij had een paracetamol genomen op voorhand, maar toch…

Enfin, een stevige brandplek als gevolg, met een laagje Flamigel erop, en over vier weken nog eens herhalen, en dan zou ook dat moeten weg zijn. Het wondje op zijn voorhoofd is netjes genezen maar moet blijkbaar nog eens herhaald worden, omdat de woekering net iets dieper zat dan ze geanticipeerd hadden. Roeland gaat daar volgende week mee mee, ikzelf heb dan oudercontact. De plek op zijn borst en rug zijn volledig in orde, volgens de dokters.

De laatste behandeling is dus ergens begin januari, en dan zou alles moeten opgelost zijn. Ze willen hem wel nog om het half jaar even volledig nakijken, omdat hij blijkbaar gevoelig is voor huidkankers, maar momenteel is alles dus in orde. Oef.

Toch even bang geweest, jawel.

Namiddagje Zomergem

Aangezien de uitslag van Wolfs coronatest nog steeds niet binnen is en we geen risico wilden lopen, kwam ons pa deze middag niet bij ons eten, maar ging ik tegen half drie naar hem toe. Met mondmasker, op veilige afstand, maar wel met een portie zalm met broccoli en pasta, een croissant, zelfgemaakte soep voor een paar dagen en vooral ook twee éclairtjes, eentje voor elk. We hebben er aan de keukentafel gezellig zitten kletsen, koffie gedronken, éclairtje gegeten, en we zagen allebei dat het goed was.

Om eerlijk te zijn: eigenlijk heb ik nu meer tijd met hem doorgebracht dan wanneer hij bij ons komt. Bij ons is hij een deel van de familie: we eten, hij sorteert kousen, we drinken koffie en eten taart, hij schaakt als Wolf thuis is, maar echt praten doen we niet vaak.

Bij het weggaan droeg hij me op een lege wijnfles bij het glas te gooien. Dit is dus wat mijn vader als doordeweekse wijn drinkt, tegenwoordig. En hij heeft gelijk!