Mijn ouders gingen altijd veertien dagen op reis in juni: dat was een pak goedkoper, en wij konden terecht bij mijn grootmoeder, een straat verderop. En later zaten we toch op internaat en gingen we in het weekend bij een favoriete tante. Dik in orde.
Ons pa schreef dan ook brieven. En dat waren niet zomaar brieven, dat waren héérlijke nonsensicale epistels waar we reikhalzend naar uit keken, gelardeerd met de zaligste tekeningetjes. Jeroen heeft er eentje teruggevonden en me bezorgd, en ik wil die ook digitaliseren en vereeuwigen.
De kinderen hebben ze al gelezen en zijn luidop in de lach geschoten, en ik geef ze hier dus ook weer. Het begint allemaal redelijk ernstig, maar dan… Geniet mee…
Beste Jeroen en Gudrun,
Zoals gij al gehoord hebt aan de telefoon zijn wij goed aangekomen in ons hotel, na een uiterst gevaarlijke reis (en dat is niet voor te lachen). Ik heb zelf dikwijls schrik gehad, wanneer ik naast mij keek, terwijl wij haarspeldbochten aan het draaien waren: links een steile bergwand, rechts een steile afgrond zonder afboording of zelfs zonder witte streep. En altijd maar tegenliggers en zelfs autobussen, die de volle breedte van de weg nodig hebben, en die achteruit moeten rijden tot aan een verbreding waar wij elkaar kunnen kruisen.
Het werd altijd zorgwekkend wanneer uw mama begon te zwijgen: dan zat zij met schrik voor de grote diepte en wilde mij niet afleiden in de draaien door te babbelen. En rechte stukken weg komen er in de bergen niet voor: er zijn niets anders dan draaien, gevaarlijke, onoverzichtelijke draaien. Het land is eigenaardig: hoge bergen overal, die bijna recht in de zee eindigen. De bergen zijn ruw en onherbergzaam: veel heide, veel bos op lagere stukken. En heet: de hitte van de blakende zon hangt in de dalen; overal riekt men bloemen en hoort men bijen gonzen. Vogels ziet men niet in het binnenland. Gedurende kilometers ziet men geen levende ziel: geen auto’s, geen mensen, niets. Alleen in een draai belandt men plots midden een bende koeien, die liggen te herkauwen midden op de weg. De stieren die er bij lopen kijken kwaad. Die koeien leven in het wild. Verderop loopt er opeens een kudde varkens te knorren die zijn werkelijk wild, en slaan op de vlucht van zodra ge uitstapt. De mensen hebben hier speciale honden voor de varkens en de geiten te hoeden. Die geiten zijn echte acrobaten: zij lopen in groepjes op kleine muurtjes aan de rand van afgronden. Zij huppelen over rotsblokken en stormen langs steile hellingen omlaag. En ze hebben haar dat tot op de grond hangt. De geitekudden (sic) verstoppen de wegen.
En dan de ezels: overal komt ge loslopende ezels tegen. Op een middag reden we door een slaperig dorpje met drie slaperige ezels (een dorpje dat is 10 huizen en een kerk; er wonen 30 mensen). Het was gloeiend heet en we reden met de ramen open. Mama zat aan het stuur; zij stopt en kijkt naar de kaart, langs waar wij moeten rijden. Ik wacht en kijk rond; opeens, naast haar hoofd, verschijnt er een reusachtige schaduw, een ezelskop! Pardoes steekt die ezel zijn kop in de auto, en mama roepen!Ik schrok van mama’s geroep. De ezel gaf mama een kus op haar voorhoofd en mama begon in haar broek te p…. van de schrik (Het is altijd hetzelfde!). Wij gaven de ezel een klontje en voor ons plezier likte hij de ruit schoon. Achteraf hebben wij lang en veel gelachen, maar wat waren wij geschrokken. Ik denk dat die ezel verliefd was op mama: bloed trekt. Waarom zou hij haar anders op haar voorhoofd komen kussen zijn?
Ik heb hier een lastig leven. op het ogenblik zit ik in mijn bungalow te schrijven terwijl het buiten 48° warm is: verschrikkelijk. De zon brandt zo hard, dat tegen de avond de zee gedeeltelijk opgedroogd is. De vissen komen uit het water gekropen, om in de schaduw van de palmbomen zichzelf met hun vinnen een beetje koelte toe te wuiven! Af en toe vliegt er een vliegende vis al jodelend voorbij. Ik kan mijn ogen niet geloven.
In de verte spelen de dolfijnen en de walvissen. Wij zijn haast in een andere wereld. Robinson Crusoë heeft hier gewoond, tot hij door de Corsikaanse (sic) bandieten ontvoerd is. Die bandieten zijn gevaarlijk, wordt er verteld! Wij hebben een oude man gezien, die zijn varkens zat te hoeden in de bergen; hij hing vol met messen en pistolen, en liep op zijn blote voeten. “Bandito?” vroeg ik. “Si, si” antwoordde hij, en gaf twee grote pistoolschoten in de lucht, met een achtste pistool dat hij achter zijn rug gehouden had. Mama vond het beter om niet subiet weg te rijden, want ge weet nooit! Ik denk dat het een bandiet was die weggelopen was uit een cirkus (sic) of een stoet, maar hij rolde gevaarlijk met het wit van zijn ogen en wilde ons een klein zwart varken verkopen. Mama (die altijd moeilijkheden zoekt) stapte uit en wil dat varken eens strelen.
Ik zeg al lachend dat ik al drie varkens en een hond thuis heb, en die bandiet begint te vloeken en te schieten, en kwaad dat hij is omdat we met zijn (blote) voeten spelen en met zijn varkens! Gelukkig vernesselde hij in zijn pistolen en struikelde over zijn messen, zodat mama rap in de auto gesprongen is en wij subiet weg! Drie draaien verder heb ik nog eens omgekeken, en hij was bezig zijn pistolen te herladen. Tien minuten later stond hij op de top van een berg, met zijn blote voeten in de sneeuw, te zoeken waar wij naartoe waren, en van pure koleire loste hij om de vijf minuten een schot! Voor alle zekerheid hebben wij ons schuifdak toegedaan, want die bergwegen draaien zo eigenaardig, dat wij gemakkelijk onderaan zijn berg hadden kunnen uitkomen. Ho maar! Hopelijk komen wij hem niet meer tegen in het teruggaan. Wij zullen hem herkennen aan zijn zwarte voeten.
Hier hebben wij tijd om te bekomen van onze schrik voor de afgronden, de ezels en de banditos. Wij spelen tennis ’s morgens en ’s avonds; overdag ga ik zeilen en surfen (dat is met een plank en een zeil over de golven vliegen). Tot nu toe ben ik 128 keer gevallen, maar de leraars zeggen dat ik rap bijleer. Mama moet dat eens filmen.Het eten is hier buitengewoon: elke middag groot koud (vriespunt!) buffet, daarna nog wat biefstukken en als dessert twee borden fruitsla en vijf taartjes per persoon. Het is zelfbediening, dus als ge u van niets gebaart en nog twee keer teruggaat, kunt ge tot 15 taartjes opeten. Al de mensen lopen hier met dikke buiken te puffen van de warmte (48°) en de taartjes (15). Alleen de kinderen krijgen er maar drie: zij zouden ziek worden. Mama is al 16 kg verdikt zodat al haar bikini’s spannen. Ze wordt al mooi bruin.
Tot binnenkort!
Papa Koen
En toen, als ge goed kijkt bovenaan de vierde bladzijde, krabbelde mijn ma daar droogweg ook nog enkele zinnetjes bij.
Ik heb weeral geen plaats meer om te schrijven hé. Papa kan het nogal uitleggen, hé, ‘k heb nogal moeten lachen als ik de brief las! En overdrijven!! Het is wel mooi weer, hoor! En ik ben nog niet verdikt! Hij wel, haha! Als we maandag op tijd kunnen thuis zijn, zullen we telefoneren, dan moogt ge thuis komen slapen, of ge moogt toch opblijven.
Vele groetjes en kusjes
Mama.










