Namiddagje Zomergem

Aangezien de uitslag van Wolfs coronatest nog steeds niet binnen is en we geen risico wilden lopen, kwam ons pa deze middag niet bij ons eten, maar ging ik tegen half drie naar hem toe. Met mondmasker, op veilige afstand, maar wel met een portie zalm met broccoli en pasta, een croissant, zelfgemaakte soep voor een paar dagen en vooral ook twee éclairtjes, eentje voor elk. We hebben er aan de keukentafel gezellig zitten kletsen, koffie gedronken, éclairtje gegeten, en we zagen allebei dat het goed was.

Om eerlijk te zijn: eigenlijk heb ik nu meer tijd met hem doorgebracht dan wanneer hij bij ons komt. Bij ons is hij een deel van de familie: we eten, hij sorteert kousen, we drinken koffie en eten taart, hij schaakt als Wolf thuis is, maar echt praten doen we niet vaak.

Bij het weggaan droeg hij me op een lege wijnfles bij het glas te gooien. Dit is dus wat mijn vader als doordeweekse wijn drinkt, tegenwoordig. En hij heeft gelijk!

79

Eergisteren is ons pa 79 geworden, bij leven en welzijn. Hij heeft het soms moeilijk door het alleen zijn en de fysieke beperkingen van zijn parkinson, en dat snappen we volledig. Maar ik ben dolgelukkig dat hij er nog steeds in slaagt alleen te wonen – weliswaar met de onvolprezen hulp van Martine, zonder wie dat nooit zou lukken. Tine, ge weet het, ge zijt goud waard!

Vandaag kwam hij dus, zoals elke zondag, bij ons eten en hadden we een beetje een verjaardagsfeestje voorzien. En waar kunt ge ons pa gelukkig mee maken? Met lekker eten!

Hij kreeg dus als cadeautje een zelfgemaakte kroon, een staf met een kraanvogel en een grote mand met snoep en ander lekkers. En er werd zelfs voor hem al zingend rond de tafel gestapt. Hij werd er zowaar emotioneel van.

En toen werd er geschaakt in de tuin onder het verorberen van mini videetjes, en daarna waren er mossels met zelfgemaakte frieten. Ik dacht dat we mosselen gingen over hebben, maar dat was duidelijk buiten de waard, in casu ons pa gerekend. Het heeft hem gesmaakt, geloof ik.

Het vervolg kwam in de vorm van koffie en een klein zwaantje, zowat zijn lievelingstaartje. Maar dat is eigenlijk gewoon het dessertje, rond half vier volgde dan een fruittaart met extra slagroom. Ons pa glunderde, en de kinderen glunderden vrolijk mee. Ze vinden het echt, maar echt fijn als hun opa op zondag komt, ze vragen er telkens weer naar. Wolf zat gisteren bij Arwen maar was vandaag speciaal tegen de middag naar huis gekomen voor opa’s verjaardag. En voor een zestienjarige wil dat wel wat zeggen.

En toen dacht dat hij evengoed nog wat kon blijven, omdat hij anders ’s avonds toch alleen moet eten. Er zijn van die dagen dat we op elkaars zenuwen werken, maar vandaag viel dat eigenlijk goed mee.

En dus bakte Bart ’s avonds nog fajita’s en kon ons pa nóg wat meer eten ^^

Ik had namelijk op Facebook plots een foto van vier jaar geleden zien passeren, en het verschil is frappant. Ik ben blij dat hij vermagerd is, maar hij mag niet verder vermageren zodat hij nog wat reserve overhoudt.

Op naar de tachtig, en de negentig als het aan ons ligt!

Geocaching in Sint-Kruis-Winkel, deel twee

Aangezien we vorige week niet alle caches van dat ene rondje in Sint-Kruis-Winkel hadden gevonden, togen ons pa en ik vandaag weer naar ginder om de resterende drie te gaan zoeken. Enfin, degene die we de vorige keer niet hadden gevonden en nog twee andere.

Deze keer was het ook iets minder ver: ik wou het ons pa geen tweede keer aandoen ^^

De eerste cache ontraadselden we deze keer vlotjes, bij de tweede simpele oppikker zaten twee dames, en daar hebben we toch eerst tien minuten mee moeten kletsen voor ze verder fietsten en wij de cache konden te voorschijn halen. Maar wel een prachtig uitzicht.

Cache nummer drie kregen we helaas niet open en we wilden niks forceren… Maar al bij al was het andermaal een zeer mooie wandeling en waren we nog meer dan op tijd thuis, want ik moet nog al mijn spullen bijeen zoeken voor ik morgen naar het uiterste zuiden van Frankrijk trek.

Geocaching in Sint-Kruis-Winkel

Strikt genomen is het nog Gent, maar Sint-Kruis-Winkel is toch al gauw een dikke twintig minuten onderweg, zeker als je het veer neemt en dat net voor je neus wegvaart. Maar we waren absoluut niet haastig, mijn pa en ik, en we genoten van het tochtje.

In SKW parkeerden we ons aan de Moervaart en trokken het koppelingsgebied binnen om er een pracht van een wandeling te maken en ronduit knappe caches te vinden. We hebben vier caches gevonden vandaag, ik heb vier favorietpunten uitgedeeld, en normaal gezien ben ik daar niet zo scheutig mee.

Cache één was een eenvoudig doordenkertje, nummer twee was met een slot van een kluis en vroeg ook wel wat denkwerk. Ik had geluk dat mijn euro snel gevallen was.

Tegen dan waren we net geen kilometer ver en moest ons pa al even rusten: hij had geen evenwicht en haalde zwaar adem, al ontkende hij dat laatste ten stelligste. Toen ik hem zei dat we nog geen kilometer ver waren, geloofde hij me niet, maar zo’n geocache app liegt er niet om. Tsja.

Cache nummer drie was een pareltje dat ik eerder per toeval openkreeg, en die ik dan ook niet meer toekreeg tot ik effectief het mechanisme achterhaalde. Mooi mooi mooi!

En dan nam ons pa zijn pil van vier uur in, helaas zonder water, want dat had ik niet mee en daar had hij ook niet om gevraagd. Natuurlijk bleef ze in zijn keel steken, en dus gingen we op aanraden van andere wandelaars even verder tot aan een klein hoveke, waar drie mensen rustig op hun koerke zaten te kletsen. Ik vroeg om een glas water, en kreeg meteen de uitleg dat de eigenaar 95 was, daar ter plekke was geboren, nog steeds met de fiets reed en met de auto, en dat zijn vrouw 91 was en de zoon 71. Zeer sympathieke mensen, en ons pa knapte een pak op van dat glas water. Zozeer zelfs, dat hij niet meteen naar de auto terug wilde wandelen – we zaten intussen op anderhalve kilometer – maar nog langs een bospad tot aan de Moervaart, waar er nog twee caches lagen, wilde stappen. Dapper gingen we op weg, maar voor ik de volgende bankkaartcache oploste, heb ik hem toch voorzichtig gedumpt op een elektriekkastje, want hij was weer zwaar achter zijn adem aan het trekken. Wat geen waar was, volgens hem, maar bon.

Enfin, we wandelden terug naar onze auto, legden in totaal 2.8 kilometer af, en de laatste 300 meter zijn we om de 40 meter moeten stoppen, want het ging niet meer. Koppig, dat is hij wel, ik mocht de auto niet halen.

Ik denk dat ons pa vooral van zichzelf verschoten is: dat hij 2.5 kilometer niet meer kan wandelen zonder duizend keer te stoppen. Ik bedoel maar: we hebben er – met zoeken naar caches en al – drie uur over gedaan. En dan ging het nog niet op het einde.

Hij heeft me beloofd dat hij thuis vanaf nu elke dag – als het weer het toelaat – ging wandelen. Een klein tochtje maar, vanaf zijn deur via de Westeling langs de Adolf Lievensstraat en zo terug. Hij heeft zijn alarm aan, als er dus iets gebeurt, is er altijd snel iemand. Maar bon, dat heeft hij al ettelijke keren beloofd. Ik hoop dat hij nu voldoende geschrokken is van zichzelf om er ook echt iets aan te dóen deze keer. Want het zal alleen maar beteren als hij zelf begint te wandelen, iets wat al zijn dokters vragen, overigens.

Mja. ’t Is ne Rombaut, zeker?

Op controle

Het is nu drie maand geleden dat ons pa nog bij zijn dokters is langsgeweest, een controle drong zich op. Enfin, niet dat ik het op zich zo nodig vond, ons pa is gewoon bijzonder goed momenteel, maar dat ligt sowieso op voorhand vast.

Dokter De Meulemeester, zijn neurologe, was zeer positief: hij is er zeker niet op achteruit gegaan, zijn stappen is goed, zijn parkinson is stabiel, enfin, alles is zoals het hoort. Voor haar is alles oké.

Aangezien het veel vlotter ging dan verwacht, hadden we een drie kwartier voordat we bij de volgende dokter moesten zijn, en dus gingen we op ’t gemak beneden een koffie drinken en een taartje eten. Ha ja, het nuttige aan het aangename paren, toch?

Helaas moesten we toen bijna een uur wachten, wat eigenlijk niet vaak voorkomt bij dr. Cousaert. Maar bon, ook zij was zeer positief: ons pa houdt zich tegenwoordig bijzonder goed aan zijn medicatie – wat hij vroeger dus niet deed – en dat werpt zijn vruchten af. Eigenlijk is hij zelfs beter dan een jaar geleden: veel stabieler en dus ook een veel aangenamere mens.

Er wordt dus ook niks aan zijn medicatie veranderd, en we moeten pas over een half jaar opnieuw op controle.

Ge hebt er geen gedacht van hoe gelukkig ik hiervan word!