Generieke-doorstroomcompetentiesverdedigingsjurering

Dat dus. Sinds twee jaar heten de onderzoekscompetenties eigenlijk generieke doorstroomcompetenties. Lees: de leerlingen moeten weten hoe ze in het hoger onderwijs aan een project of paper moeten beginnen, welke fases ze moeten doorlopen en hoe ze dat dan ook moeten presenteren voor een lekenpubliek in een beperkte tijd. Een niet-vakgebonden vaardigheid voor als ze richting hoger onderwijs gaan, ofte een generieke doorstroomcompetentie dus.

Dit jaar had ik dus maar één leerling die voor Latijn ging: de invloed van de Romeinse wereld op de hedendaagse filmwereld. Nu, hij had wel moeten bijsturen want dat is een thesisonderwerp op zich. Hoewel zijn verdediging op zich wel goed was – het is een vlotte prater, dat kan hij dus echt wel – vond ik zijn onderwerp niet voldoende uitgediept. Hij had vijf films gekozen op nogal arbitraire wijze en die keuze ook niet echt gemotiveerd. En de verwerking? Goh… Ik had liever gehad dat hij bij één film was gebleven en dat dan ook grondig had uitgezocht, maar helaas…

Pas op, niet slecht, maar ook niet goed te noemen. Gemiste kans, want ik had echt wel meer willen leren.

Onderzoekscompetentie

Dit jaar ben ik ietwat verbaasd: normaal gezien doet zowat elke leerling die bij mij in het zesde zit, zijn onderzoekscompetentie voor Latijn.

Vorig jaar had ik maar vijf leerlingen – ja echt, vreselijk! – waarvan er dus twee groepjes rond Latijn werkten, en nummer vijf met iemand uit een andere richting voor Engels.

Dit jaar zijn ze met tien, en er is dus maar ééntje – iemand die alleen werkt – die voor Latijn gaat. Oorspronkelijk ging hij het hebben over de invloed van mythologie in films, maar intussen hebben we dat bijgestuurd naar vooral politiek en sociale situatie.

Ik ben benieuwd, want het is een clevere kerel en hij kan daar echt iets knaps van maken, denk ik.

Ovidius’ Metamorphoses

Het is jàren geleden dat ik nog derdes gaf en de cursussen zijn wel wat gewijzigd, maar wat ik behouden heb, zijn de toneeltjes van Ovidius.

Ik lees met mijn derdes twee verhalen uit de Metamorphoses: Daedalus en Icarus en Pyramus en Thisbe. Er zijn uiteraard veel meer prachtige verhalen, en die zou ik dan in vertaling kunnen meegeven of zelf vertellen, maar het is veel leuker – en een onderzoekscompetentie in de tweede graad – om ze zelf per twee een van de verhalen naar voor te laten brengen.

Het stond hen volledig vrij op welke manier ze dat zouden doen: een toneeltje, een interview, een poppenspel, via playmobil- of legofiguurtjes, of een heus schaduwspel, waarom ook niet? Op deze manier kregen alle leerlingen negen extra mythologische verhalen te horen op originele wijze. Mooi, toch?

En ik kan misschien wel wat bevooroordeeld zijn, maar de punten die de leerlingen elkaar gaven, liegen er niet om: Merel deed met Lieze en Hanna een toneeltje en dat sprong er eigenlijk wel uit, ja. Merel en woord: een schitterende combinatie.

Onderzoekscompetenties

Jawel, het einde van het schooljaar is in zicht, en dus zijn er ook de onderzoekscompetenties. Ik had maar 17 leerlingen dit jaar in het zesde, dus maar acht competenties te beoordelen, maar er zaten wel verdomd fijne bij.

Een duo wilde het hebben over SOA’s bij de Romeinen, maar daar was eigenlijk toch te weinig info over te vinden, en dus deden ze het over seksualiteit in het algemeen, en de maatschappelijke visie over die seksualiteit. Interessant en vlot geschreven, echt.

Een ander werkje, zeer knap uitgewerkt, ging over het politieke en economische stelsel bij de Romeinen in vergelijking met de wereld nu. Uiteraard in grote lijnen, want hierover kan je ganse thesissen schrijven, maar wel heel boeiend om te lezen.

Een derde groepje gaf meer uitleg rond de drie grootste feestdagen/festivals bij de Romeinen, en ook dat gaf me echt wel meer informatie. Alleen jammer dat de vergelijking niet altijd even grondig uitgewerkt was.

Er waren ook de klassiekere onderwerpen, zoals muziek, reizen, het huwelijk of sport, maar ook die waren deftig uitgewerkt.

De origineelste was echter wel het gebruik van het Latijn in de spellenreeks Final Fantasy. Ik heb een die hard FF speler en een Japanfreak in de klas, en die hebben elkaar gevonden in dit thema: maar liefst 60 pagina’s schreven ze vol over zowel namen (personages, streken, wapens, spreuken, …) als vooral ook de teksten van de gebruikte muziek in het Latijn. Vreemd om vast te stellen hoe ook Japanse spelontwikkelaars toch naar dat Latijn blijven grijpen. En nog vreemder om vast te stellen was dat iemand uit een zesde Latijnse vlotjes 32 dt-fouten kan schrijven in zo’n werkje. Verder geen fouten, overigens, tenzij de occasionele typfout. Ik heb hen gewaarschuwd: volgend jaar – hogeschool of unief – wordt dat verticaal klassement voor zoiets, hoe goed de inhoud ook is.

Tsja.

Weer veel bijgeleerd dit jaar. Netjes.

Hexaflexagon

Twee van mijn leerlingen hebben hun onderzoekscompetentie van wiskunde over de hexaflexagon gedaan: een ongelofelijk wijs gevouwen stukje papier, dat je kan flippen om telkens nieuwe figuurtjes te zien. Al naargelang het aantal vouwen, kan je er meerdere kanten en combinaties in vinden. Ik heb er hier thuis een paar gemaakt voor de kinderen, en we hebben nog steeds niet alle kanten eruit kunnen halen.

Hoe ziet het eruit? Wel, als een hexagon dus, maar wel vouwbaar. Je kan het patroon zelf tekenen, maar het web zou het web niet zijn, als je niet al kant-en-klare patronen kon afdrukken, die je dan moet uitknippen en vouwen.

Hier vind je er zo een aantal. En vervelen de kinderen zich in de vakantie? Hier zijn ze alvast een paar uur zoet mee, gegarandeerd!

Onderzoekscompetenties

Het is weer de tijd van de onderzoekscompetenties. 23 stuks heb ik te beoordelen. De meesten daarvan zijn klassieke werkstukjes op papier, maar eentje was een filmpje, over hoe je een bepaald Romeins nagerecht maakt.

Er zaten weer pareltjes van onderwerpen tussen:

– het medicinale gebruik van water bij de Romeinen
– wat zit er in de apothekerskast van de Romein, en kan je dat namaken?
– de Carmentalia (zelf nog nooit van gehoord, blijken vruchtbaarheidsfeesten te zijn)
– een absurdistisch toneelstuk, met een hoop bekende Romeinen als personages
– een Latijnse tekst over een trippende kever, met een machtig fijn filmpje bij
– hoe staan de Romeinen tegenover hun eigen religie?
– Tijdmeting en afstandsmeting bij de Romeinen.

Enfin, ik ga ze niet allemaal opnoemen, maar er waren echt goeie dingen bij. Ik ben ook vooral veel aan het bijleren, om eerlijk te zijn. En vooral dat laatste is wat ik er zo leuk aan vind.

365 – 17 mei

365-137

Voor haar onderzoekscompetentie maakte deze leerlinge een fresco. Dus effectief geschilderd, met zelfgemaakte verven, op een ondergrond van kalk op hout. Chapeau…