Dagje Antwerpse musea, met onverwachte afloop

Ik wilde al lang eens naar het KMSK in Antwerpen, zeker nu er die tentoonstelling van Anthony Gormley loopt, en Bart had vandaag tijd, dus… En kijk, zelfs Merel wilde mee, tot mijn grote vreugde.

Ze had het al helemaal gepland: vertrekken rond kwart over elf, iets eten in de buurt van het Modemuseum, dan richting KMSK, een koffietje, en weer naar huis. Dik in orde!

We parkeerden ons in de Nationalestraat, gingen iets eten op een gezellig terras, en moesten lachen met de stereotypering van de – jonge – ober. Bart had namelijk een salade besteld en ik een hamburger, maar die laatste werd automatisch voor Barts neus gedeponeerd en die eerste voor de mijne. Hetzelfde gebeurde bij het afrekenen: Bart kreeg spontaan de rekening, terwijl ik mijn kaart bovenhaalde. Tsja.

En toen gingen we in het MoMu de tentoonstelling bekijken rond de Antwerpse Zes. Ik wist het sowieso al langer, maar het werd bevestigd: mijn voorkeur gaat uit naar het kleurenpalet van Dries Van Noten en de zwarte silhouetten van Ann Demeulemeester. Prachtig gebouw, overigens.

Vervolgens reden we terug, naar het KMSK, om daar voornamelijk Gormley te bekijken en ook even doorheen de vaste collectie te struinen, waar een aantal creaties van modestudenten te bekijken waren, afgestemd op de museumzaal. Fijne dingen! Maar de rug gaf het op, zodat ik niet door de iconische gang ben gegaan met alle strepen en zo (ik ben het eerlijk gezegd gewoon vergeten). Bart had dat dus wel gedaan.

En toen wandelden we iets verderop naar een hippe koffiebar met terrasje, waar ze helaas geen red velvet cake hadden, waar Merel zo’n zin in had. Tsja. Je kan niet alles hebben, zeker?

Daarop reden we onvertogen terug richting Gent. Richting, want het duurde nét iets langer dan gepland om thuis te komen. Aan 120 km/uur over de E34 hoorden we plots een luid, zeer vreemd geluid! Ik dacht dat het mijn bumper was die losgekomen was – die hangt al bijna twee jaar los maar volgens de garage kan het geen kwaad – en schoot me op de pechstrook. Nope, de bumper hing waar hij moest zijn, maar mijn rechtervoorband stond niet alleen sjiekeplat, hij was gewoon aan flarden!

Mja, daar sta je dan! Gelukkig laat ik mijn Skoda altijd grondig onderhouden en heb ik dus ook gratis pechverhelping. Dat bleek in onderaanneming de VAB te zijn, en een dik half uur later laadde een sympathieke jongeman de auto op en stak ons in zijn cabine, waarna hij naar zijn VAB stelplaats reed. Ha ja, hij kon ons uiteraard ook naar de garage brengen, maar zaterdagnamiddag in de Gentse Feesten zijnde, ging dat geen soelaas brengen, wel integendeel. En op een vervangwagen had ik geen recht, ik ging mijn auto dus kwijt zijn. Maar in hun stelplaats ligt een reeks reservebanden, en er zat er wel eentje tussen die kon dienen. Wij dus naar ginder, waar hij zeer snel en professioneel mijn auto opkrikte, het wiel eraf haalde, de band verwijderde, een andere band oplegde, die uitlijnde, en dat bleek dat te zijn!

Bijna twee uur later dan gepland waren we thuis, maar met een perfect rijdende auto, en dat is veel waard.

Allez hup, weer iets afstrepen van de bullet list, denk ik dan maar.

Tallinn: dag 6

Een week is misschien wat lang voor Tallinn, maar aan de andere kant: er zijn nog steeds musea die we niet gezien hebben, interessante gebouwen die we niet bekeken hebben, hele wijken die we niet bezocht hebben. Maar ik ben blij met wat we vandaag gedaan hebben!

Ook deze voormiddag ging ik dus alleen op stap, maar ik merk wel dat het later en later wordt voordat ik vertrek. Maar bon, er waren nog wat geocaches die ik wilde loggen, ik ging op pad en zag mooie dingen.

Ik passeerde een katholieke kathedraal – nou ja – en wipte even binnen. Er bleek een zijdeurtje open te staan dat naar de oude gotische kloostertuin leidde. Daar stond wel op dat je twee euro moest betalen, maar ik zag nergens iemand aan wie ik kon betalen, of een ticketje kopen of zo. Bon, het prachtige klooster dus binnen, waar ook nog een Aziatische dame liepen en een vader met twee dochters, die uit Aalst bleken te komen. Hoe weet ik dat? Omdat, toen ik terug naar buiten wilde, de deur op slot bleek te zijn. We klopten op de deur tot iemand ons hoorde, de ’toezichtster’ haalde en die ons buiten liet. We kregen onder ons voeten: er stond toch op dat we moesten betalen? Euh, ja, maar aan wie? Volgens haar hadden we de kerk zelf moeten binnengaan, haar zoeken, en zo betalen. Ja, zeg, zet dat er dan op he!

Soit, opgesloten zitten in een klooster, het is eens wat anders. Ik wandelde terug, vond nog een bijzonder mooi straatje en repte me naar huis, want ik ging tegen half één thuis zijn, wat dus niet lukte. Tsja, ik had echt wel een excuus deze keer.

Ik haalde nog snel een kaneelbroodje, we aten, Bart deed nog een tukje, en we wandelden te voet de stad door, richting Lennusadam, het maritieme museum, maar passeerden eerst nog Fat Margaret, het kleinere deel van het museum waar een boot van 700 jaar geleden ligt uitgestald, en in de rest van de toren het alleen maar over soorten schepen gaat, van middeleeuwse zeilschepen tot hedendaagse motorschepen, waaronder onze ferry naar Helsinki. En bovenaan is een fijn terras met een grote brievenbus als geocache. Leuk gedaan.

We wandelden verder langs het water, voorbij een KGB-gevangenis die nu een tijdelijk gesloten museum is, maar zeer impressionant blijft.

En toen was er Lennusadam, waarover ik getwijfeld had of we dat wel zouden doen. Man, wat een leuk, knap museum! Dit is een schoolvoorbeeld over hoe een museum zou moeten zijn: interessant, ruim, afwisselend, met veel ruimte en specifieke uitleg en spelletjes voor kinderen, maar ook met geschiedenis, volwassen verhalen, dat soort dingen. Oh, en ook een duikboot. Vooral een duikboot. Die je aan de buitenkant kan bekijken, maar waar je dus ook in kan. Compleet met torpedoruim en (niet werkende) periscoop. Maar zo wijs!

We bleven er dus een pak langer dan gedacht, maar dat was ook helemaal niet erg, alleen begon de rug toch wel te protesteren. We wandelden een eind terug, opnieuw langs de zee, om dan een koffietje te drinken met voor mij een Ests dessert: Bird’s milk. Ik vroeg aan de garçon om uit te leggen wat het was, en hij kon dat niet. Toen ik het proefde, snapte ik dat wel: het was met een bodem van koek, met een coulis in en chocolade bovenop, maar de zuivel tussenin houdt het midden tussen panna cotta, yoghurt en… euhm… iets onbestemds. Wel lekker, ja.

We wandelden langs een andere weg terug, gingen nog even plat, en lieten ons daarna naar Noa brengen, een sterrenrestaurant eventjes buiten Tallinn, maar ook dat krijgt later nog zijn eigen post, als ik eens niet weet wat bloggen.

Oh, en heb ik al gezegd dat er vandaag een duikboot was?

Bordeaux dag 4

Vandaag liet ik Bart slapen en ging ik zelf al in de voormiddag op cachetocht, meer bepaald in het park dat naast ons huisje lag. Dat is meteen ook het grootste park binnen Bordeaux zelf, Le Parc Bordelaise. Ik fietste rond, zag dat het mooi was, maar had wat moeite om de juiste gegevens te vinden.

Daarna fietste ik door naar nog een paar andere caches, maar tegen half elf had ik er genoeg van en reed ik terug naar mijn ventje, die nog steeds lag te slapen.

Iets na twaalf fietsten we dan terug richting de stad via het grote, oude kerkhof en hingen meteen volop de toerist uit: een salade in één van Bordeaux’ oudste brasserieën op de grote markt, in de schaduw van de kathedraal.

Daarna liet ik Bart daar met een gerust hart en een koffie achter en ging op souvenirtjesjacht. Ha ja, dat verwachten de kinderen natuurlijk wel. Met enige moeite en wat gezoek kwam ik uit op een shortje en topje voor Merel – ik had al een mini-plateautje voor haar gekocht in Parijs – twee sets kousen – waar hij zelf al naar op zoek was gegaan – en een Funkopopje van The Night King voor Wolf en een speciaal soort Rubik’s kubus voor Kobe. Ik ben er redelijk zeker van dat ik ga scoren, ja.

Een dik uur later landde ik weer bij Bart, dronk nog snel een koffie om te bekomen, en samen gingen we dan om de hoek naar het Designmuseum van Bordeaux waar enerzijds een fototentoonstelling was, en anderzijds de permanente tentoonstelling van vooral bordjes en stoelen. Waar ze overigens een originele manier hebben om te tonen dat je niet mag gaan zitten.

En toen bleek er nog een tweede deel te zijn in een oude gevangenis: een tentoonstelling over sneakers! Mij kon het niet boeien, maar Bart voelde zich in de zevende hemel. En toen was het tijd voor een ijsje, vonden we, en fietsten we ook nog verder naar het museum voor Hedendaagse kunst, alweer een prachtig gebouw met enkel videokunst. Mja.

De Keith Haring in de liftschacht was een verrassing: de achterwand van de lift was een venster, en in het naar beneden gaan zag je de lange lange tekening voorbijglijden. Jammer genoeg was het tijd en mochten we niet opnieuw naar boven om ze nog eens te bekijken.

Soit, tijd om de fietsen terug in te leveren, een Über te nemen naar ons huisje en opnieuw te genieten van de heerlijke pizza. Onze laatste avond werd een hele rustige waarbij ik heel lang buiten heb zitten lezen.

Vakantie, jawel.