Berlijn

Het is precies wel een dingetje hier in huis, dat Berlijn.

In augustus 2023 zijn Bart en ik er een week geweest, afgelopen lesvrije week in februari was Kobe er voor vijf dagen in de vrieskou, en op de laatste dag van maart gaat Merel voor een weekje, met de school welteverstaan.

Het is nog maar de derde keer dat de school naar Berlijn gaat: vroeger gingen we naar Tsjechië maar dat werd te duur, daarna was het Londen maar met die Brexit en dus de extra kost voor paspoorten en zo was ook dat niet meer te betalen, en nu dus Berlijn. De bus is uiteraard nog een stevige hap uit het budget, maar met een grote groep valt dat al bij al nog mee.

Ik ben deze avond naar de infoavond voor ouders geweest, en het ziet er echt wel goed uit. Ik mag alleen niet vergeten om geld op Merels kaart te zetten, want ze moeten vaak alleen gaan eten. Hoezo? Wel, de eerste keer hadden ze het avondeten telkens in de hostel besteld, maar waar het ontbijt dik oké is, was het avondeten echt niet te vreten, en best ook prijzig. Het zal een pak goedkoper én lekkerder zijn als ze zelf ergens iets gaan halen. Gezonder, daar twijfel ik aan, maar bon.

En wat ik al helemaal de max vind: de collega’s konden een bepaalde uitstap niet meer doen, en wisten dat ik naar Berlijn was geweest. Ik kreeg de vraag of ik nog een aanrader had, en jawel, de Stasigevangenis in Hohenschönhausen had een diepe diepe indruk op me achtergelaten. Ik raadde dat aan, en het zit nu in het programma.

Het sluit ook prachtig aan bij een boek dat ze verplicht moeten lezen: “Grensgangers” van Aline Sax. Merel vond het bijzonder goed, en raadde me aan het ook te lezen, want het speelt zich af in, jawel, Berlijn, op drie verschillende tijdstippen. Blijkbaar komt die Stasigevangenis er ook in voor.

Wel een klein ‘probleempje’: Merel komt op vrijdag rond middernacht thuis, en rond zeven uur de volgende morgen moeten we richting de luchthaven voor Japan. Ik ga dus ’s nachts nog een wasmachine draaien, en ze moet voor de rest maar een zak vuile was in haar bagage steken, zodat ik die daar ter plekke in Tokio kan wassen.

First world problems much?

Merel maakt pannenkoeken

Sinds gisteren ben ik ziek. Het zat er al aan te komen zaterdagavond: ik ben vroeger van de Vampire naar huis gekomen wegens barstende koppijn, en ik had nochtans al paracetamol genomen.

Gisteren was ik helemaal futloos en slap, en ik voelde me mottig. Echt koorts had ik niet, maar ik heb ook niet snel koorts, en als ik er dan heb, dan is het meestal gemeend. Vandaag heb ik me ook op school ziek gemeld: het ging gewoonweg niet. Griep, veronderstel ik, zoals de halve bevolking.

Maar het is Lichtmis, en de traditie wil dat er dan pannenkoeken gebakken worden. Ik had tegen Merel gezegd dat het dit jaar eens niet ging zijn, want dat ik me echt niet goed genoeg voelde om pannenkoeken te staan bakken. “Geen probleem”, had ze gezegd, “dan bak ik toch gewoon pannenkoeken? Je moet me gewoon een recept geven.”

Dat werd een Meuzie, en tegen half zeven stond mijn dochter hier gezwind pannenkoeken te bakken voor ons tweetjes. Ha ja, want Bart is daar zo gelijk niet zot van, die houdt niet zo van zoete dingen ’s avonds.

Het is zo gelijk wel een gemak in huis, zo’n vijftienjarige dochter. En die pannenkoeken, die hebben gesmaakt!

tToneel: “Locomotief”

Jawel, intussen al het vierde jaar op rij speelt Merel mee met het schooltoneel. Ze repeteerde elke woensdag van 12.45 uur tot 15.00 uur en dan in de vakantie ook nog een hele week, de eerste week na de vakantie ook nog elke dag na school tot een uur of zes,  en dan was er vorige week een voorstelling op vrijdagavond, eentje op zaterdagavond en een in de zondagnamiddag. Ze was doodop, maar ze vindt het de max, en daar draait het toch om.

Wij gingen met zijn allen vanavond kijken, naar de laatste voorstelling dus. Voor de schoolwebsite schreef ik het volgende:

tToneel editie 23: van een huzarenstukje gesproken!

Net als vorig jaar waagden regisseurs Mira Bryssinck en Fred Libert zich aan die opgave: samen met 50 leerlingen repeteerden ze elke woensdagmiddag tussen 12.45 uur en 15.00 uur, en dan nog een hele week in de kerstvakantie. En het resultaat mocht er meer dan zijn, vonden ook duidelijk alle toeschouwers.

“Er was eens een dag die begon
Zoals dagen doorgaans begonnen.
Tot een bericht alles veranderde.
Niemand weet iets en iedereen heeft alles gezien.
Of niemand weet iets en iedereen zag alles.
Wat banaal was, wordt belangrijk,
wat belangrijk is wordt banaal.
Gesprekken lijken niet te eindigen
en het stopcontact is steeds zoek.
Kan je iemand verdenken van iets wat mogelijks (niet) gebeurt?”

Het werd meteen al in het begin duidelijk – voor zover de titel dat al niet was – waar we ons bevonden: in een treinwagon. En daarin zat een behoorlijk bont allegaartje: een familie met drie kinderen, twee mensen op weg naar een sollicitatie, een groep scouts, drie dieven die koper wilden stelen maar per ongeluk op de rijdende trein zaten, een koppeltje, een would-be songwriter die het best op de trein kan schrijven, twee toeristen, een hipster die vooral een stopcontact zocht, een hopeloos irritante luide beller, enkele wandelaars, drie uitgeputte feestbeesten en zelfs een oude oma met haar rollator. Oh, en uiteraard ook de treinbestuurder en twee conducteurs. Voeg daar nog twee vertellers aan toe, en twee toevallig aanwezige rechercheurs, en je hebt het ideale scenario voor een whodunit. Met dit verschil dat er gewoon een aankondiging kwam dat er die dag een moord zou gepleegd worden op de trein, dat iedereen in een halve paniek schoot en dat beide detectives al aan de slag konden nog voordat de moord werkelijk werd gepleegd.

Iedereen bedanken die meegeholpen heeft om dit stuk op poten te zetten, zou ons hier te ver leiden, maar drie namen springen er compleet boven uit: Febe De Clercq, Karel Uyttenhove en Joke Van Bossche zijn de drie leerkrachten die hun schouders onder dit evenement hebben gezet, elke woensdag aanwezig waren, alles in goede banen hebben geleid en dan ook terecht meer dan trots op zichzelf, hun toneelspelers en het hele team mogen zijn.

Alle foto’s van het stuk kan u hier in ons archief terugvinden.

 

Oude filmpjes

Toen ik onlangs het oude fototoestel nog eens bovenhaalde, bleken er op de SD-kaart warempel nog drie oude filmpjes te staan die Kobe destijds had gefilmd zonder mijn medeweten. Het is vermoedelijk ergens in 2013, want Merel ziet er een jaar of drie uit. Ik vond ze heerlijk…

Verjaardagsfeestje

God wat ben ik blij dat er geen verjaardagsfeestjes meer zijn zoals in de lagere school! Dat zou sowieso niet cool zijn, maar vooral: geen gedoe! Meestal, zodra er hier meer dan drie kleuters in huis waren, keken we al na tien minuten naar elkaar van “Help! Hoe lang duurt dit nog?” Gigantisch veel respect voor kleuterjuffen en lagereschoolleerkrachten.

Maar vandaag had Merel dus haar ‘feestje’. Concreet betekende dat dat haar drie beste vriendinnen hier tegen half vier present tekenden, dat er cadeautjes werden geopend – ze kennen haar zó goed: juweeltjes, nagellak en boekenbonnen – en dat ik hen tegen kwart voor vijf in de bowling van O’Leary’s afzette. Ik had voor twee uur gereserveerd en betaald, en Merel kreeg ook gewoon mijn bankkaart voor hapjes en drankjes. En dat was dat, en man, wat was ik blij! De geluidsniveaus zijn zowat die van een indoor speeltuin, ik had al koppijn na enkele minuten en was meteen overprikkeld.

En tegen half acht ging ik vier zeer tevreden jongedames ophalen, niet meer via de ondergrondse parking – 1.60 euro voor 20 minuten, ne mens zou voor minder gewoon bovengronds blijven stationeren – maar gewoon aan de ingang. Nog wat later werd er eentje bij ons thuis opgehaald en fietste de rest naar huis, en zag ik mijn Merel stralen. Beetje moe, dat wel, maar wel stralend.

En daarvoor haal ik met àlle plezier mijn bankkaart boven.

Reispassen

Een van de gevolgen van de geplande reis naar Japan, is het vernieuwen van de reispassen. Wat een gedoe! Maar bon, ik snap het uiteraard wel.

Die van Bart en mij waren nog geldig, die van de kinderen hadden we in orde gezet voor Tunesië, maar dat was vlak voor corona en dus iets te lang geleden.

De jongens zijn allebei meerderjarig en moeten dat zelf maar regelen – met het nodige gezaag en aandringen. Voor Merel moet Bart of ik erbij zijn, wegens minderjarig. Vandaag hadden we na school een afspraak: ik had eigenlijk wel een vrije middag maar geen plannen, dus tussen het schoolwerk door even naar daar gereden. En zij, zij kwam fluks aangefietst.

Alleen had ik niet nagekeken of we zomaar op den bots de pas dan ook mochten afhalen, zoals in het dienstencentrum van Wondelgem, of opnieuw een afspraak moesten maken. Dat laatste dus. Hmpf, en met die examens die eraan komen ligt dat lastiger.

Bon, we hebben nog even tijd. En nu dus ook allemaal reispassen die in orde staan. Het wordt werkelijker en werkelijker, Nihon.

Vijftien

Lieve Merel

Je wordt vandaag vijftien, en wat ben ik telkens weer trots op jou wanneer ik je zie! Ik vind het een groot verschil met vorig jaar: je bent echt geen kind meer, maar een knappe, zelfbewuste jonge vrouw.

Ja, uiteraard ben je af en toe nog een kind en kan je je gezellig idioot gedragen, maar meer en meer zie ik in jou al de prachtige volwassene die je aan het worden bent. Je hebt iets over je dat ik niet kan definiëren, maar wat ik jaar na jaar bij mijn eigen leerlingen zie. Opa noemt het ‘la beauté du diable’, typisch iets voor vijftien- en zestienjarigen. Ik vind je prachtig…

En dan heb ik het zeker niet alleen over je uiterlijk, ook al mag dat er zeker wezen. Je hebt een blanke huid die intussen helemaal gaaf is, lange blonde haren, blauwe ogen die nog steeds echt blauw zijn, van nature rode lippen, en een slank figuur met de juiste rondingen op de juiste plekken. Ik denk dat ik wel mag zeggen dat je een mooi meisje bent, al kan het natuurlijk wel zijn dat ik bevooroordeeld ben.

Maar het is vooral je karakter dat je zo mooi maakt. Je bent lief, zorgzaam, meedenkend, verstandig, creatief, vasthoudend. Aan de andere kant kan je verdomd koppig zijn, maar dat heb je van geen vreemden als ik zo naar je papa en mezelf kijk. Je durft gelukkig ook meer en meer van je afbijten, en daar zullen je broers dan wel weer voor iets tussen zitten. Maar je blijft steevast beleefd en respectvol, zoals het hoort.

Waar ik nog steeds ongelofelijk van geniet, is dat je na school vaak honderduit over je dag komt vertellen. Niet altijd, nee, soms ben je slecht gezind en dan komt er geen woord uit. Soms moet je ook gewoon stoom aflaten en dan stort je een hele woordenvloed over me uit, waar ik enkel maar naar kan luisteren. En ’s avonds, voor je gaat slapen, kruip je steevast bij mij in de zetel onder mijn deken. Dan vertel je over wat je bezighoudt, of doen we gewoon onnozel. Vaak resulteert dat in een gigantische lachbui, en dan voelen we je papa vanuit zijn zetel oogrollen, wat de hilariteit alleen maar vergroot natuurlijk.

Je bent intussen ook echt zelfstandig: je fietst met je vriendinnen naar de les Woord – alleen als het aan het gieten is, durf je mij wel eens te vragen om te voeren – doet zelf inkopen, stuurt me af en toe links van dingen die je wilt bestellen, regelt zelf afspraken, blijft na school hangen, dat soort dingen. Dat is ook maar normaal: ik wil graag zelfstandige kinderen. De eerste fuiven zijn intussen ook al een feit.

En vandaag hebben we uiteraard ook je verjaardag gevierd: zelfs Arwen was er speciaal voor blijven slapen. Je had scones gevraagd en scones gekregen: ik heb ze speciaal deze ochtend nog gemaakt, compleet met een versie van clotted cream. Papa was naar de bakker gereden om een hele resem koffiekoeken, en er was vers fruit en wel meer van dat soort dingen. We hebben speciaal ook samen een resem ballonnen opgeblazen en versiering opgehangen in jouw kleuren.

En er waren cadeautjes: dat van ons had je al gekregen in de vorm van je tekenmateriaal, maar je kreeg ook een heel fijn zakje met spulletjes van Wolf en Arwen, en een boekenbon van Kobe (al had die zijn factuur en niet de eigenlijke bon afgeprint).

En ja, er was chocoladetaart met 15 kaarsjes om uit te blazen, want ook dat had je expliciet gevraagd want daar ben je gek op.

Ach liefje, ik vind het zo zalig om je te zien opgroeien en te evolueren, en tegelijkertijd wil ik je zo graag bij me houden, als klein lief vogeltje. Maar zoals ik vorig jaar ook al schreef: ik kan niet wachten om te zien wat voor een prachtvrouw jij gaat worden. Je bent nu in elk geval al veelbelovend.

Ik zie je graag, Muis. Altijd. Voor altijd.