Sinds gisteren ben ik ziek. Het zat er al aan te komen zaterdagavond: ik ben vroeger van de Vampire naar huis gekomen wegens barstende koppijn, en ik had nochtans al paracetamol genomen.
Gisteren was ik helemaal futloos en slap, en ik voelde me mottig. Echt koorts had ik niet, maar ik heb ook niet snel koorts, en als ik er dan heb, dan is het meestal gemeend. Vandaag heb ik me ook op school ziek gemeld: het ging gewoonweg niet. Griep, veronderstel ik, zoals de halve bevolking.
Maar het is Lichtmis, en de traditie wil dat er dan pannenkoeken gebakken worden. Ik had tegen Merel gezegd dat het dit jaar eens niet ging zijn, want dat ik me echt niet goed genoeg voelde om pannenkoeken te staan bakken. “Geen probleem”, had ze gezegd, “dan bak ik toch gewoon pannenkoeken? Je moet me gewoon een recept geven.”
Dat werd een Meuzie, en tegen half zeven stond mijn dochter hier gezwind pannenkoeken te bakken voor ons tweetjes. Ha ja, want Bart is daar zo gelijk niet zot van, die houdt niet zo van zoete dingen ’s avonds.
Het is zo gelijk wel een gemak in huis, zo’n vijftienjarige dochter. En die pannenkoeken, die hebben gesmaakt!
Jawel, intussen al het vierde jaar op rij speelt Merel mee met het schooltoneel. Ze repeteerde elke woensdag van 12.45 uur tot 15.00 uur en dan in de vakantie ook nog een hele week, de eerste week na de vakantie ook nog elke dag na school tot een uur of zes, en dan was er vorige week een voorstelling op vrijdagavond, eentje op zaterdagavond en een in de zondagnamiddag. Ze was doodop, maar ze vindt het de max, en daar draait het toch om.
Wij gingen met zijn allen vanavond kijken, naar de laatste voorstelling dus. Voor de schoolwebsite schreef ik het volgende:
tToneel editie 23: van een huzarenstukje gesproken!
Net als vorig jaar waagden regisseurs Mira Bryssinck en Fred Libert zich aan die opgave: samen met 50 leerlingen repeteerden ze elke woensdagmiddag tussen 12.45 uur en 15.00 uur, en dan nog een hele week in de kerstvakantie. En het resultaat mocht er meer dan zijn, vonden ook duidelijk alle toeschouwers.
“Er was eens een dag die begon Zoals dagen doorgaans begonnen. Tot een bericht alles veranderde. Niemand weet iets en iedereen heeft alles gezien. Of niemand weet iets en iedereen zag alles. Wat banaal was, wordt belangrijk, wat belangrijk is wordt banaal. Gesprekken lijken niet te eindigen en het stopcontact is steeds zoek. Kan je iemand verdenken van iets wat mogelijks (niet) gebeurt?”
Het werd meteen al in het begin duidelijk – voor zover de titel dat al niet was – waar we ons bevonden: in een treinwagon. En daarin zat een behoorlijk bont allegaartje: een familie met drie kinderen, twee mensen op weg naar een sollicitatie, een groep scouts, drie dieven die koper wilden stelen maar per ongeluk op de rijdende trein zaten, een koppeltje, een would-be songwriter die het best op de trein kan schrijven, twee toeristen, een hipster die vooral een stopcontact zocht, een hopeloos irritante luide beller, enkele wandelaars, drie uitgeputte feestbeesten en zelfs een oude oma met haar rollator. Oh, en uiteraard ook de treinbestuurder en twee conducteurs. Voeg daar nog twee vertellers aan toe, en twee toevallig aanwezige rechercheurs, en je hebt het ideale scenario voor een whodunit. Met dit verschil dat er gewoon een aankondiging kwam dat er die dag een moord zou gepleegd worden op de trein, dat iedereen in een halve paniek schoot en dat beide detectives al aan de slag konden nog voordat de moord werkelijk werd gepleegd.
Iedereen bedanken die meegeholpen heeft om dit stuk op poten te zetten, zou ons hier te ver leiden, maar drie namen springen er compleet boven uit: Febe De Clercq, Karel Uyttenhove en Joke Van Bossche zijn de drie leerkrachten die hun schouders onder dit evenement hebben gezet, elke woensdag aanwezig waren, alles in goede banen hebben geleid en dan ook terecht meer dan trots op zichzelf, hun toneelspelers en het hele team mogen zijn.
Alle foto’s van het stuk kan u hier in ons archief terugvinden.
Toen ik onlangs het oude fototoestel nog eens bovenhaalde, bleken er op de SD-kaart warempel nog drie oude filmpjes te staan die Kobe destijds had gefilmd zonder mijn medeweten. Het is vermoedelijk ergens in 2013, want Merel ziet er een jaar of drie uit. Ik vond ze heerlijk…
God wat ben ik blij dat er geen verjaardagsfeestjes meer zijn zoals in de lagere school! Dat zou sowieso niet cool zijn, maar vooral: geen gedoe! Meestal, zodra er hier meer dan drie kleuters in huis waren, keken we al na tien minuten naar elkaar van “Help! Hoe lang duurt dit nog?” Gigantisch veel respect voor kleuterjuffen en lagereschoolleerkrachten.
Maar vandaag had Merel dus haar ‘feestje’. Concreet betekende dat dat haar drie beste vriendinnen hier tegen half vier present tekenden, dat er cadeautjes werden geopend – ze kennen haar zó goed: juweeltjes, nagellak en boekenbonnen – en dat ik hen tegen kwart voor vijf in de bowling van O’Leary’s afzette. Ik had voor twee uur gereserveerd en betaald, en Merel kreeg ook gewoon mijn bankkaart voor hapjes en drankjes. En dat was dat, en man, wat was ik blij! De geluidsniveaus zijn zowat die van een indoor speeltuin, ik had al koppijn na enkele minuten en was meteen overprikkeld.
En tegen half acht ging ik vier zeer tevreden jongedames ophalen, niet meer via de ondergrondse parking – 1.60 euro voor 20 minuten, ne mens zou voor minder gewoon bovengronds blijven stationeren – maar gewoon aan de ingang. Nog wat later werd er eentje bij ons thuis opgehaald en fietste de rest naar huis, en zag ik mijn Merel stralen. Beetje moe, dat wel, maar wel stralend.
En daarvoor haal ik met àlle plezier mijn bankkaart boven.
Een van de gevolgen van de geplande reis naar Japan, is het vernieuwen van de reispassen. Wat een gedoe! Maar bon, ik snap het uiteraard wel.
Die van Bart en mij waren nog geldig, die van de kinderen hadden we in orde gezet voor Tunesië, maar dat was vlak voor corona en dus iets te lang geleden.
De jongens zijn allebei meerderjarig en moeten dat zelf maar regelen – met het nodige gezaag en aandringen. Voor Merel moet Bart of ik erbij zijn, wegens minderjarig. Vandaag hadden we na school een afspraak: ik had eigenlijk wel een vrije middag maar geen plannen, dus tussen het schoolwerk door even naar daar gereden. En zij, zij kwam fluks aangefietst.
Alleen had ik niet nagekeken of we zomaar op den bots de pas dan ook mochten afhalen, zoals in het dienstencentrum van Wondelgem, of opnieuw een afspraak moesten maken. Dat laatste dus. Hmpf, en met die examens die eraan komen ligt dat lastiger.
Bon, we hebben nog even tijd. En nu dus ook allemaal reispassen die in orde staan. Het wordt werkelijker en werkelijker, Nihon.
Je wordt vandaag vijftien, en wat ben ik telkens weer trots op jou wanneer ik je zie! Ik vind het een groot verschil met vorig jaar: je bent echt geen kind meer, maar een knappe, zelfbewuste jonge vrouw.
Ja, uiteraard ben je af en toe nog een kind en kan je je gezellig idioot gedragen, maar meer en meer zie ik in jou al de prachtige volwassene die je aan het worden bent. Je hebt iets over je dat ik niet kan definiëren, maar wat ik jaar na jaar bij mijn eigen leerlingen zie. Opa noemt het ‘la beauté du diable’, typisch iets voor vijftien- en zestienjarigen. Ik vind je prachtig…
En dan heb ik het zeker niet alleen over je uiterlijk, ook al mag dat er zeker wezen. Je hebt een blanke huid die intussen helemaal gaaf is, lange blonde haren, blauwe ogen die nog steeds echt blauw zijn, van nature rode lippen, en een slank figuur met de juiste rondingen op de juiste plekken. Ik denk dat ik wel mag zeggen dat je een mooi meisje bent, al kan het natuurlijk wel zijn dat ik bevooroordeeld ben.
Maar het is vooral je karakter dat je zo mooi maakt. Je bent lief, zorgzaam, meedenkend, verstandig, creatief, vasthoudend. Aan de andere kant kan je verdomd koppig zijn, maar dat heb je van geen vreemden als ik zo naar je papa en mezelf kijk. Je durft gelukkig ook meer en meer van je afbijten, en daar zullen je broers dan wel weer voor iets tussen zitten. Maar je blijft steevast beleefd en respectvol, zoals het hoort.
Waar ik nog steeds ongelofelijk van geniet, is dat je na school vaak honderduit over je dag komt vertellen. Niet altijd, nee, soms ben je slecht gezind en dan komt er geen woord uit. Soms moet je ook gewoon stoom aflaten en dan stort je een hele woordenvloed over me uit, waar ik enkel maar naar kan luisteren. En ’s avonds, voor je gaat slapen, kruip je steevast bij mij in de zetel onder mijn deken. Dan vertel je over wat je bezighoudt, of doen we gewoon onnozel. Vaak resulteert dat in een gigantische lachbui, en dan voelen we je papa vanuit zijn zetel oogrollen, wat de hilariteit alleen maar vergroot natuurlijk.
Je bent intussen ook echt zelfstandig: je fietst met je vriendinnen naar de les Woord – alleen als het aan het gieten is, durf je mij wel eens te vragen om te voeren – doet zelf inkopen, stuurt me af en toe links van dingen die je wilt bestellen, regelt zelf afspraken, blijft na school hangen, dat soort dingen. Dat is ook maar normaal: ik wil graag zelfstandige kinderen. De eerste fuiven zijn intussen ook al een feit.
En vandaag hebben we uiteraard ook je verjaardag gevierd: zelfs Arwen was er speciaal voor blijven slapen. Je had scones gevraagd en scones gekregen: ik heb ze speciaal deze ochtend nog gemaakt, compleet met een versie van clotted cream. Papa was naar de bakker gereden om een hele resem koffiekoeken, en er was vers fruit en wel meer van dat soort dingen. We hebben speciaal ook samen een resem ballonnen opgeblazen en versiering opgehangen in jouw kleuren.
En er waren cadeautjes: dat van ons had je al gekregen in de vorm van je tekenmateriaal, maar je kreeg ook een heel fijn zakje met spulletjes van Wolf en Arwen, en een boekenbon van Kobe (al had die zijn factuur en niet de eigenlijke bon afgeprint).
En ja, er was chocoladetaart met 15 kaarsjes om uit te blazen, want ook dat had je expliciet gevraagd want daar ben je gek op.
Ach liefje, ik vind het zo zalig om je te zien opgroeien en te evolueren, en tegelijkertijd wil ik je zo graag bij me houden, als klein lief vogeltje. Maar zoals ik vorig jaar ook al schreef: ik kan niet wachten om te zien wat voor een prachtvrouw jij gaat worden. Je bent nu in elk geval al veelbelovend.
Was gisteren een uitpufdagje, dan was vandaag wel anders. Ik begon met mijn haar te kleuren, ging naar de dokter met Merel, deed boodschappen, kookte en passeerde langs de kine, voor een keertje op dinsdag omdat ik morgen niet thuis ben.
Merel had nieuwe jeansbroeken nodig en wilde ook een nieuwe winterjas. Tsja. Maar ik vertrek vanavond – kwestie van de files te vermijden – nog naar Dordrecht tot donderdagavond, vrijdag had ik al andere dingen op de agenda staan, en zaterdag is alles dicht, dus ja, vandaag dan maar.
We trokken na de kine de stad in en vonden warempel nog bovengronds een parkeerplaats. Zodoende passeerden we langs de Schleiper, waarop de lepe trien me met haar allerliefste glimlach en smekende oogjes aankeek en zei dat ze eigenlijk nu al haar verjaardagscadeautje zou willen, want het was vakantie en nu had ze tijd en we stonden bij de perfecte winkel. Bon, een dik half uur later had ze olieverfkrijtjes met het juiste papier en afwerkvernis. En toen vonden we in de eerste winkel die ze binnenging, warempel meteen de juiste jeans! Zo content dat we ze maar dubbel hebben gekocht. En toen waren er nog T-shirts, en effectief de korte grijze stoffen winterjas die ze wilde, en nog een cadeautje uit de theewinkel voor de twee Dordtse vriendinnen, en toen reden we nog naar de Krefel om nieuwe elektrische dekens.
Ik dropte Merel af en reed nog snel om de hoek naar de Avothea, want ik had eerder dit jaar een cadeaubon gekregen en die liep overmorgen af. Zodoende ben ik nu een prachtige zwarte kanten parasol en een grote paarse hoed rijker.
Er was nog tijd om heel eventjes te gaan liggen, mijn gerief samen te zoeken, te eten en naar Dordrecht te vertrekken, onderweg Mireille oppikkend.
We waren tegen tien uur bij het huisje bij Sabrina, en ja, dat voelde als thuiskomen. Echt. Héérlijke stad, héérlijke vriendinnen.