Rouwbrief

Een tekstje van Felix Timmermans op de voorkant, samen met een jachttekening van Rien Poortvliet, want van beiden was ons pa echt fan.

En de foto, die is bewerkt met AI, want eigenlijk heeft hij een vest aan en zit hij voor mijn rode boekenkast verlekkerd te kijken naar een slagroomtaartje.

De lay-out, die is dan weer zoals de brief van ons ma.

Met dank aan Stefaan (de begrafenisondernemer) en Wim (de drukker) voor alle hulp.

Dag ma

Dag ma!

Zeg, hoe is het? Weet ge, het is vandaag tien jaar geleden dat ik u voor het laatst gezien heb, tien jaar geleden dat ik afscheid genomen heb van u. Tien jaar geleden, net toen ik van school wou vertrekken, dat het telefoontje van Roeland kwam dat ge gestopt waart met ademen, terwijl hij uw hand vast hield. Tien jaar geleden dat pa voorzichtig uw ringen nam, uw trouwring aan zijn eigen pink stak, en mij uw prachtige verlovingsring gaf. Ik heb hem sindsdien altijd aan, alleen niet om te douchen en te slapen.

Tien jaar, ma. Serieus. Enig idee wat er intussen van Downtown Abby nog is verschenen? Hoe de wereld is veranderd? Ge zoudt u blauw ergeren aan de alomtegenwoordige smartphones overal, maar ik ben er zeker van dat ge er zelf ook een zoudt hebben, al was het maar om foto’s van ’t Sas en van uw bloemen en van een prachtig landschap in Ro te delen met mij. En ik, ik zou u vanalles doorsturen van hier: de bosaardbeitjes in de berm van de schoolparking, een raar opschrift ergens op een paal in Gent, een fotootje van hoe mijn haakwerk aan het opschieten is, dat soort onzin. Goh ma, wij belden veel, maar ik denk dat onze Whatsapp buiten proportie zou zijn. En god ma, ik mis dat. Als ik zie hoe anderen dat soms nog doen met hun ouders, ben ik jaloers. Gij zoudt zo een wijs oud wijf zijn, ik zou mij de max amuseren. Ik zou u meepakken, al dan niet in een rolstoel omdat uw knieën het intussen helemaal opgegeven hebben, naar het MSK, of het KMSK, of naar het MIAT, of nog zo van die dingen. En we zouden overal heerlijke kritiek op hebben en ons een kriek lachen met sommige dingen, en sommige mensen, en sommige outfits.

Ik had deze week per toeval nog foto’s in handen van toen ik 16 was en we samen met Kim rondreden in Engeland. Gij waart echt een zot geval, ma. Met zo’n felgekleurde gebloemde broek aan, en een rood regenvestje, en dan maar onnozel doen, en de slappe lach krijgen bij die Britse dames daar op de Good Will Fair ergens in Cornwall.

Ik durf er zelfs niet aan te denken hoe veel ge zoudt sturen met uw kleinkinders, ma. Ik denk dat ze u vaak op gelezen zouden laten staan, omdat ge gewoon te veel voor u amusante dingen en memes zoudt doorsturen. Maar ook zij zouden ervan genieten. Merel zegt dat soms: dat ze zich u niet zo goed herinnert, en dat ze u dus eigenlijk ook nooit echt gekend heeft. Maar dan komen de verhalen van Wolf en Kobe, en dan zie ik ze genieten, alle drie.

Ge zoudt zo trots zijn, ma. De jongens zijn geen jongens meer, als ge ze ziet lopen, maar jonge mannen. Wolf, ernstig en zelfbewust en o zo goed bezig; Kobe, lang en vrolijk maar intussen ook verantwoordelijk en toch nog steeds een warhoofd, en eigenlijk ook best goed bezig; en Merel: zo een knap meisje, en dan bedoel ik het niet alleen qua uiterlijk. Ze heeft duidelijk de taalvibes van u geërfd, ma: ze geniet van Duits, kijkt nu al uit naar Spaans, speelt met die talen, zet soms met mij een hele discussie op over linguïstiek, en is ook de lezer die ik zo graag had gehad in mijn kinderen. En dan is er ook nog Arwen, uiteraard, en ook haar zoudt ge wijs gevonden hebben: ernstig, soms best verlegen en wat afstandelijk, maar tegelijk ook een zalige geek, en vooral: ze past perfect bij Wolf, en daar gaat het om. Het is wijs om die twee samen te zien, en ook hoe ze dan Kobe een draai om zijn oren geeft wanneer hij dat verdient. Het is echt zo de grote zus van de hoop.

Ach ja, ma, dat is het leven, zeker? Afscheid nemen van uw ouders, dat is de normaalste zaak van de wereld. Alleen had het voor mij nog niet gehoeven: ik had u zo graag ook de voorbije tien jaar kunnen bellen voor de domste dingen eerst, en al even graag met mijn ogen gerold omdat ge mij belde terwijl ge wist dat ik aan het lesgeven was, want mijn lesrooster lag bij u naast de telefoon.

En dan bloeien de meiklokjes, en denk ik aan u. En hang ik uw T-shirt van Kuyichi aan de wasdraad want Merel gebruikt die om te slapen, en denk ik aan u. En maak ik spaghetti met bollekes, en denk ik aan u. Of speel ik, in gedachten verzonken, met uw ring, en denk ik aan u. En dan bloeien de witte rozen.

Tien jaar, ma.

Ik mis u.

Oh, en voor ge toelegt: ik stuur u efkes ne foto door van de oranje klaprozen die Bart vorig jaar had gezaaid. Moet maar ne keer kijken: schoon hè!

Allez ma, tot de volgende hè! Saluuuuu!

Gelukkige tachtigste verjaardag, ma!

Hey ma,

ik bel om u ne gelukkige verjaardag te wensen he! Tachtig, een schoon getal. Ik denk dat ge nog altijd een wreed kranig geval zoudt geweest zijn, waarschijnlijk wel met last van uw knieën, maar toch niet opgevend en wellicht nog altijd op wandel aan het Sas.

Ik kan me nog altijd niet indenken dat ik u al negen jaar moet missen, ma. Ge zoudt zo mega trots zijn op uw drie kleinkinderen, maar geloof me, pa is dat in uw plaats. Elke keer als hij ze ziet, begint hij te glunderen. Elke week is Merel gegroeid, elke keer is Kobe ne langen en Wolf nen breden. Ja, hij komt hier nog elke zondag eten en de kousen sorteren en mijn blog lezen.

’t Is wel een gemak nu: sinds eind maart zit hij hier letterlijk om de hoek in een WZC, de Vroonstalle. Is het ideaal? Goh, er valt wellicht overal wel iets op aan te merken, maar ik heb er in elk geval een goed gevoel bij, en hij is er wel graag, zegt hij. Het is natuurlijk niet thuis, maar hier hoeft hij zelf ook nergens aan te denken en moet hij ook niet bang zijn dat hij iets vergeet: hij krijgt er drie deftige maaltijden per dag, koffie met iets bij, en vooral: hij krijgt zijn medicatie zoals het hoort, en daar liep het vroeger al eens fout. Hij eet ook geen ganse week meer van hetzelfde bord, maar zijn kleren, dat is nog altijd niet helemaal comme il faut: hij zou nog steeds een hele week met hetzelfde aanlopen, als ik er niet op aandrong om te wisselen. Hij moet nochtans zijn was niet doen of laten doen: ik pak die elke week mee, en vaak krijgt hij die dezelfde zondag nog terug. Verder kijkt hij tv en leest hij vooral veel. Het is nooit ne wreed sociale mens geweest, en dat verandert ook nu nog altijd niet: de activiteiten, dat ziet hij blijkbaar niet zitten.

Hij heeft wel – gelukkig – de cafetaria beneden ontdekt en gaat er af en toe eens in de tuin zitten om een ijscrème te eten, als er is. Daar ben ik blij om, want zelf initiatief nemen, dat is moeilijk.

Ach ma, ge zoudt hem onder zijn voeten geven en ge zoudt gelijk hebben ook.

Intussen staat het huis in Zomergem leeg, en ma, ik kijk er absoluut niet naar uit om het te moeten leeghalen. Man, maar gulder hebt rommel verzameld! Aan de andere kant zijn er ook miljoenen kleine dingetjes die mij aan u doen denken en waarvan ik het dus moeilijk heb om ze weg te doen. En er zijn dan ook nog heel veel dingen die nog altijd bruikbaar zijn. Het zal kringwinkel worden, denk ik dan. Gelukkig is er geen haast bij: het huis zal verkocht worden en wellicht afgesmeten om plaats te maken voor een appartementsblok, maar we hebben het geld niet nodig, en het wordt dus een werk van lange adem. Eerst moet Jeroen zijn eigen brol uit de garage halen voordat we daar kunnen beginnen verzamelen en sorteren. En dan mag iedereen langskomen om mee te nemen wat hij of zij wil. De jongens en ik gaan zeker nog eens langsgaan om de kast uit Roelands kamer mee te nemen voor Wolf zijn kamer op kot, en wellicht ook de wasmachine voor ginder. En dan nog wat kleine spullen, vermoed ik.

Ach ma…

Het zijn zo allemaal van die praktische dingen, maar ik zou er verdomd veel geld voor geven om nog echt ne keer met u aan telefoon te kunnen hangen. Pakt een uurke of twee dan, en ik denk dat we nog niet uitgetetterd zouden zijn.

Maar weete? Het is nen wreed schonen dag vandaag, de zon schijnt, de witte rozen in mijnen hof bloeien, en ik denk met weemoed terug aan u. Ge waart een straffe madam, een speciaal geval, een zotte doos, en een wreed goeie moeder. Geniet maar van uwen verjaardag, ma’tje. En ge hebt de groeten van Bart en de kinderen.

Acht jaar…

Hey ma

ik dacht, ik bel nog ne keer, want het is al zo lang geleden… Acht jaar, ma, ik kan het me soms niet voorstellen, maar ja, het is al acht jaar geleden dat ik u heb moeten afgeven. En toch kan ik u nog altijd horen lachen, horen proesten, maar ook verontwaardigd horen snuiven als ik weer eens iets doms heb gezegd. Of gedaan, dat ook. Ik zie u nog altijd in zo veel kleine dingen, ma. Neem nu daarnet: ik zag passeren dat er een nieuw seizoen is van Downton Abbey, en ik dacht onmiddellijk dat we dan weer commentaar konden geven op de kleren. Ik zie u ook soms zo hard in mezelf. Onlangs deed ik voor een larp lippenstift op, en ja, ik zag daar onmiddellijk u in. Blijkbaar hebben we dezelfde mond. En ook dezelfde manier van doen, dat hoor ik nog vaak.

Soms komt het ook keihard binnen, nog altijd, na acht jaar. Ik kan nog altijd niet zonder meer naar “Chan Chan” van de Bueno Vista Social Club luisteren, en toen het vorige week eindelijk eens mooi weer werd, kwam Merel beneden in uw vrolijk zwierige kleurrijke zomerkleedje. Dat hing in mijn kast omdat ik daar geen afscheid van kon nemen, en zij heeft het gepikt. En ze ziet er zo goed mee, ma, ge hebt er geen gedacht van. Ja, dat kwam efkes binnen. Ach, ze wordt zo groot ma, ge zoudt er zo veel deugd van hebben om ze te zien. Ze is nu al groter dan gij, met haar grote blauwe ogen en haar blonde haar, en het is zo een wijze. Eigenlijk zijn ze dat alle drie, maar over Kobe zoudt gij ook af en toe uw hoofd schudden. En hem een preek geven zoals alleen een oma dat kan, dat ook.

Van preken gesproken: ik heb dat daarnet ook nog bij ons pa moeten doen. Hij ligt weer in het ziekenhuis, ma, en hij kan er echt niks aan doen. Hij heeft een slikprobleem, dat weet ge, en het ging de laatste week totaal, maar ook totaal niet meer, hij hield zelfs geen glas water meer binnen en dus ook zijn medicatie niet. Blijkt dat hij littekenweefsel heeft op die slokdarm en dat daardoor alles blokkeert. Hij mag voorlopig niks, totaal niks eten totdat alles volledig genezen is en ze een dilatatie kunnen uitvoeren. Maar die eerste dagen – we hebben hem vrijdag binnengevoerd – kreeg hij puddinkjes die hij netjes opspaarde in zijn ijskastje. Toen hij na de diagnose geen eten meer kreeg – wees gerust, ma, hij krijgt genoeg via baxter – nam hij zijn toevlucht tot die puddinkjes, en de dokter snapte aan geen kanten waar hij die puddinkjes vandaan haalde. Ge hadt hem moeten zien blinken, daarjuist, toen hij dat vertelde. Serieus, ma, er zijn misschien kosten aan zijn lijf, maar die blinkoogskes, die is hij nog altijd niet kwijt.

Ik mis u, ma. Gewoon om tegen te kletsen, om mijn stommiteiten aan te vertellen, om ne keer goed tegen te kunnen zagen, zelfs om onder mijn voeten te krijgen dat ik weer ne keer iets vergeten ben of dat ik zo dik aan het worden ben. Maar voor één ding ben ik blij: dat ge dat weer van de afgelopen maanden – wat zeg ik: afgelopen jààr – niet hebt meegemaakt. Maat, maar gij zoudt daar nogal ne keer over gezaagd hebben! Het is nu weer aan het regenen en het gaat de komende dagen nog meer van dat zijn. Het heeft eigenlijk nog vrijwel niets anders gedaan dan regenen, behalve hier en daar ne keer nen beteren dag, en ge zoudt stilaan onnozel aan het worden zijn daarvan.

Maar den hof groeit en bloeit, en Bart heeft witte klimrozen geplant en die zijn nu aan het bloeien en ze hangen voor mijn venster, en elke keer dat ik ze zie, moet ik aan u denken, ma. Ik zou zo graag nog ne keer met u gaan wandelen rond het sas en ondertussen maar kletsen. Ik zou zo graag u nog gewoon ne keer zien, ma. Ik zou u vastpakken en efkes gewoon niet meer loslaten.
Maar ondertussen bel ik nog af en toe ne keer. En ook al kunt gij niet meer zelf antwoorden, ik weet wat ge zoudt zeggen, en ik glimlach al op voorhand.

Allez ma, ik ga u laten. Tot in den draai hé.

Saluuuu!

Hey ma

Hey ma

het was een stralende dag vandaag, vindt ge niet? Ik heb genoten van het fietsen en van de zon op mijn vel. Gij zoudt buiten gezeten hebben voor uw koffie, dat weet ik, en koppig geweigerd hebben om u in te smeren. Uw oud vel verbrandde niet, zeidt ge altijd. En ge zoudt waarschijnlijk ook uwe velo gepakt hebben en een toerke gereden hebben. Misschien tot aan het sas, om dan efkes van de avondzon te kunnen genieten op uw favoriete bankske daar aan het water. Want ja, daar is ’s avonds nog zon en bij u thuis niet.

Weet ge, de klimrozen beginnen bijna te bloeien. Ik heb het daar altijd lastig mee. Het is vandaag zes jaar geleden dat ik voor het laatst uw hand heb vastgehouden, dat ik een laatste zoen op uw voorhoofd heb geduwd. Zes jaar geleden dat ons pa uw trouwring aan zijn pinkske schoof en uw verlovingsring aan mijn vinger. Ik draag hem sindsdien constant, ma, gelijk gij altijd deed. Ik kijk er nog alle dagen naar en ik vind hem nog altijd prachtig. Just gelijk gij.

Ik mis u, ma. Maar het leven gaat voort. Zes jaar geleden, twee dagen voor uw lijf het opgaf, vierden we Wolfs plechtige communie. Vandaag heb ik het kaartje gemaakt voor Merels lentefeest. Ge zoudt zo trots geweest zijn op mijn kinders, ma. Wolf bijna afgestudeerd aan ’t middelbaar en van plan een ingenieur te worden. Kobe nog steeds zijn eigenwijze zelf en een kop groter dan u. En Merel, echt serieus, ge zoudt ze willen opeten hebben. Bijna naar het middelbaar en een ongelofelijk fijn kind. Ze missen u ook, ma.

Ik wou dat ik nog één keer kon bellen, ma. We zouden verzekers minstens twee uur aan de telefoon hangen, gewoon omdat ik u alles zou willen vertellen. Over mijn werk, over mijn rug, over de kinders en hoe fantastisch die zijn, over mijnen hof en de bloemen en de fotoshoot voor Merel in den hof van Marc en Annemie en over de ezels daar, over de droogte en over de aardbeien die zo goed aan het groeien zijn en over Barts nieuwen auto en over mijn kleedje en over…

Ik mis u, ma. Al zes jaar…

Zalige moederkesdag, ma!

Hey ma

’t is nu al de vierde moederkesdag die ik moet doorbrengen zonder u, maar gelukkig zijn er mijn vier schatten hier in huis.

Al om half negen werd ik uit mijn bed gelicht – gelukkig was ik wakker en lag ik te lezen – want ze weten dat ik een ontbijt op bed niet wijs vind: al die kruimels overal! Awel ma, ’t was de moeite! Eitjes, speciale yoghurtjes, sapjes, chocomelk, gesneden ananas, mango, meloen en aardbeien en koeken van bij den bakker: Bart had zijn best gedaan!

Wolf was nog veel wijzer: er lag gewoon een boekée paarse bloemen te wachten! Anemonen en fresia’s, ik ruik ze nu al. Hij was die gisteren gaan halen met zijne fiets, en natuurlijk ben ik gisteren blijkbaar kweetniehoeveel keren in zijn kamer binnengeweest, en ik dacht al: wat is die aan het doen dat hij zo schichtig reageert? Ge hadt zijn gezicht moeten zien, ma, ’t was geld waard. Och, ge zoudt zo trots zijn op mijn drie gasten. En Wolf is al zo volwassen he ma, ’t neemt uit…

Merel had iets mee van op school: een hele mooie paarse origami bloem met carpe diem op het blaadje en een metalen versierd potje met kamillezaadjes. Klop derop, natuurlijk.

Van Bart kreeg ik meteen nog twee items van mijn wishlist: mijn twee favoriete parfums die zo goed als leeg waren en waar ik al een tijdje zuinig mee aan ’t doen was.

En ’s middags was er biefstuk met frietjes, en daarna nog taart en al. Nee ma, ik ben er niet magerder op geworden, maar ge moet er niet over zagen.

En toen kreeg ik ons pa zo ver om nog mee efkes een wandelingetje te maken van, ocharme, 1.17 kilometer. Hij was aan ’t zuchten als een paard, is verschillende keren moeten stoppen en we hebben er dik een half uur over gedaan. Echt. Hij was vorige week nochtans al verschillende keren gaan wandelen, zei hij, maar hij zal nog veel meer oefening nodig hebben om effect te krijgen, vrees ik. Spijtig dat gij niet meer achter zijn vodden kunt zitten, ma, hij heeft het pertang nodig.

Maar de koffie daarna smaakte nog eens zo lekker ^^ En de tuin was zalig om te zitten.

Ach ma, moest ik kunnen, ik kwam u een grote bos muguetjes brengen: ze rieken fantastisch. En ge zoudt er deugd van hebben om op mijn terras te komen zitten kletsen.

Weete ma, gij hebt uw ma nooit moeten afgeven, al hebt ge er bij momenten uw pere mee gezien door alle boodschappen en was. Ik mis u nog altijd, maar ik heb zelf een dochter, en onze band is even goed, denk ik. Soms zou ik zo graag nog ne keer de telefoon pakken en gewoon, ja, kletsen met u. Over de domste dingen eerst. En uw raad vragen voor andere dingen, en uw gedacht. En luisteren naar uwe commentaar over de mensen en de dingen in uw omgeving, en de stoten die ge nu weer tegengekomen zijt, en waar dat ge u nu weer aan geërgerd hebt.

Ik mis u ma. En ik wens u ne zalige moederkesdag.

Salu he!