365 – 29 mei

365-149

Dat komt ervan, als je in je kwartier lunchpauze ook nog een leerling te woord staat. Dan moet je eten tijdens je toezicht, bij de fietsenstalling dus.

Je weet dat het einde van het schooljaar nadert als…

– je blij bent dat je net rond bent geraakt met je leerstof in sommige klassen
– je de deadline van het ingeven van toetsen gehaald hebt
– de meisjes bakvissen en de jongens macho’s worden. Of dat toch denken
– de leerlingen aan je oren zagen omdat ze buiten les willen krijgen
– je met je zesdejaars in het park bent gaan wandelen om daar de filosofieën van Aristoteles uit te leggen. Op peripatetische wijze zijn manier van lesgeven in de praktijk brengen, dus
– je begint te plannen in je agenda wanneer je ab-so-luut met rust moet gelaten worden wegens examens
– je examens moet opstellen, en daar absoluut geen zin in hebt

365 – 17 mei

365-137

Voor haar onderzoekscompetentie maakte deze leerlinge een fresco. Dus effectief geschilderd, met zelfgemaakte verven, op een ondergrond van kalk op hout. Chapeau…

Toezicht

Zoals alle leraren heb ook ik ongeveer een uur toezicht per week.

Op dinsdagmiddag sta ik van kwart over een tot kwart voor twee aan de poort achteraan: pasjescontrole, toezicht op de fietsenstalling, en toezicht op de binnentuin van de school, waar vijf en zes mag zitten tijdens de pauzes.

In de winter sta ik echt aan het hek: dan wordt de binnentuin toch niet gebruikt, en zijn er ook weinig die over de middag met de fiets weg gaan. Als het zomert, stel ik me op een strategische plaats, waar ik alle drie de plaatsen in de gaten kan houden.

Omdat een kwartiertje om te eten écht wel weinig is, zeker als je dan nog een leerling hebt met een vraag, moet ik dan soms gewoon buiten eten. Meestal heb ik eten mee van thuis, en vaak is dat dan een schotel die ik enkel met een vork moet eten, zodat ik het al staande kan eten. Vandaag had ik echter gekozen voor de heerlijke koude schotel van de week, met veel rauwe groenten, twee geitenkaasjes met spek en honing, en een broodje. Wat je dus niet al staande kan eten. En dus is een mens al eens creatief.

fietsentafel

Gelukkig kwamen er iets later een paar fijne vijfdejaars toe, die ook nog een slaatje bij hadden, en even een tafel en een paar stoelen van onder het afdak haalden, zodat we gewoon rustig konden eten. Zalig in de zon, genietend van het mooie weer, en ondertussen een oogje houdend op de binnentuin, de fietsen, en alle pasjes van de leerlingen die naar binnen wilden.

Ik moet zeggen: er zijn ergere manieren om te werken.

KAM op zijn kop

Een echte opendeurdag hebben we niet, in het Koninklijk Atheneum Mariakerke. Eigenlijk hebben we die ook niet nodig: onze school zit nu al stampvol. En voor de nieuwe leerlingen die nu nog in het zesde studiejaar zitten, is er uiteraard een aparte infoavond, waarbij ze alle informatie krijgen die ze nodig hebben, en waar ze nog extra vragen kunnen stellen en een rondleiding krijgen.

Maar er is dus wel KAM op zijn kop. Die dag zijn er niet alleen de algemene infosessies over de verschillende studierichtingen in de hogere graden, je kan er ook lekker blijven eten (schitterende stoverij van varkenswangetjes, met frieten, rauwe groenten, en een niet te versmaden zelfgemaakte tartaarsaus).

KAM01

KAM02

KAM05

Mét muzikale omlijsting, zelfs.

KAM03

KAM04

En vooral: het gaat om ons uitwisselingsproject met Kiruhura in Rwanda. Er is een stand van de OxKam, ofte de fairtradewinkel ism. Oxfam. Je kan info krijgen over het project in Rwanda, uiteraard, en er zijn workshops. Was het niet dat ik samen met een collega de workshop Handwerklol (of zoiets) gaf, ik was gaan line dansen, echtig waar. Maar ik heb een leerlinge geleerd hoe ze een klein tasje moest haken, een ander heb ik de granny square aangeleerd, en een aantal andere leerlingen heeft van een paar sokken een aapje gemaakt, onder leiding van mijn onvolprezen collega.

KAM06

KAM07

KAM08

KAM09

KAM10

Ik heb een fijne dag gehad, en ik denk de aanwezigen ook. Bent u er volgende keer ook?

Onderzoekscompetenties

Onderzoekscompetenties, het is iets waar het ministerie ons een aantal jaar geleden mee heeft opgescheept, maar waar nog altijd niemand honderd procent van weet wat nu precies de bedoeling is.

We hebben er al ettelijke uren over vergaderd, en zijn tot een consensus gekomen. Van die klasprojecten doe ik nu dus niet meer, eerder individuele werkjes. Dat kan vanalles zijn, van een ingediende paper, tot een presentatie, iets zelfgemaakts, of een les.

Dit jaar zijn ze vandaag binnengekomen, en ik ben serieus benieuwd naar sommige ervan. Zeg nu zelf:

– Intoxicerende middelen in de Romeinse Oudheid
– Nova Roma: de stichting van Constantinopel
– Veenlijken in Tacitus’ Germania
– Wat zijn de gelijkenissen en verschillen tussen het gedicht Marsua van de vijftiger Hugo Claus, en de klassieke tekst van Ovidius?

En dat zijn er maar een paar. Er is een leerlinge die een fresco heeft gemaakt, en iemand gaat les geven over de allegorie van de grot van Plato. Eigenlijk maakt het niet veel uit, zolang ze maar zelf onderzoek hebben gedaan.

Wijs, he?