Vakantiegevoel. Allez ja, buitenlandse vakantie.

’t Moet er natuurlijk weer om doen: de dag dat we met de fiets op zwier willen, is het amper 16° en hangt er een motregen. Allez ja, zelfs geen mot, maar bon. We klagen hoegenaamd niet over het water in de lucht, dat mocht zelfs  bakken meer zijn, maar uitnodigend was het niet, zeker niet als ge een auto staan hebt.
We hebben na de middag die dan maar gepakt, want ik wilde toch nog even langs de C&A om te kijken of ze nog een zwarte korte jeans hadden voor Wolf – de zijne is foetsie, spoorloos verdwenen. Ik wilde zelf eigenlijk ook wel eens een bermudajeans: ik heb spuuglelijke benen, maar ik trek me er niet te veel meer van aan, en wil in Rhodos niet altijd met een jeans lopen.

Dus ja, twee van die broeken gekocht in de C&A, niks meer voor Wolf, en dan zijn we maar doorgereden naar de Wondelgemstraat: donderdag vertrekt Kobe op kamp, en zijn haar was alweer op het langste. Dat groeit, man, dat groeit, ik ben daar stikjaloers van.

Het leuke aan de Turkse kapper is dat ge daar in het rijtje kunt wachten zonder fysiek aanwezig te zijn ^^ We wipten binnen, zagen dat er nog twee man voor ons was, vroegen om ons daarna te noteren, en gingen dan maar vieruurtjes halen bij de Turkse bakker, en karpouz (watermeloen) bij de Turkse kruidenier, en dan nog wat kleinigheden in de Zeeman, zoals nieuwe cachepotjes. Toen we terug bij de kapper kwamen, zat er al drie man achter ons :-p

Enfin, met een versgeknipte en stralende Kobe weer naar huis, en een zuiders vakantiegevoel.

Kobes, caches en confituur. En ook wel voetbal, ja.

Blijkbaar was het iets te veel voor Kobe de voorbije dagen: wellicht de warmte? In elk geval voelde hij zich gisterenavond niet zo lekker, heeft ook niet gegeten, en datzelfde geldt voor deze morgen en deze middag. Tot zover de plannen om samen naar ’t stad te fietsen en daar iets te eten. Goh ja, de vakantie is nog lang…

Ik wilde echter nog aardbeienconfituur maken, maar vond al een paar weken geen confituuraardbeitjes. Tsja. Op algemeen aanraden ben ik naar Ertvelde Tervenen gereden, toch wel een eindje weg, maar als ik dat kon combineren met cachen, waarom ook niet? Ik baande me een weg door de mais – die blaren snijden nog serieus! – sloeg wat tengels plat, en vond vier caches op toch wel hele mooie plekjes.

De aardbeitjes stonden niet goedkoop – 2.5 euro per bakje – maar waren echt wel topkwaliteit. Ik heb ze ’s avonds tijdens de match – ne mens moet toch iets doen, nee? – gesneden en in de pauze verwerkt tot confituur. Mooi meegenomen, en bijzonder lekker. En Kobe, die voelde zich een pak beter en speelde vlotjes een grote omelet binnen. Oef.

Kobetijd

Merel is gisteren op kamp vertrokken, vijf daagjes, tot en met zondagmiddag. Zij zag het compleet zitten, tot bij het vertrek aan het station Lieze begon te huilen, en toen deed ze gewoon maar mee. Lang leve Diederik die hen allemaal opnieuw deed lachen. Zalige leiding!

Het resultaat is natuurlijk dat, doordat Wolf in De Haan zit, Kobe eventjes enig kind is. De bedoeling is dat we in die daagjes zeker eens tot aan het atheneum fietsen, en ook eens tot in ’t stad fietsen. Kobe moet gewoon meer fietservaring krijgen, als hij in september met de fiets naar school wil gaan. Hij weet dat vooral ook zelf, en ziet dat helemaal zitten.

Ik zag echter vandaag dat iemand een ganse hoop legergerief weg deed via Gift Gent, en ik zag dat al helemaal zitten voor kamp en scouts en larp en al. Alleen was het te veel voor de fiets, en dus namen Kobe en ik maar de auto. We zaten bijna aan de Palingshuizen, en vandaar dus maar een stap naar de Bel&Bo via de Atita. Ik had een bon van 75 euro, vond niks in de solden, maar wel een heel leuk bloesje in zwartwit. Goed gereden! De Brantano had niks voor ons, maar Kobe wilde eigenlijk vooral naar de Action om nieuw slijmgerief. In de Atita hadden we al van die piepschuim bolletjes gevonden voor bollekesslijm, en hij was helemaal in zijn nopjes!
Thuis moest er dan uiteraard meteen slijm gemaakt worden, ha ja. En blinken dat hij deed!

Vandaag namen we dan maar de fiets naar Mariakerke. In het doorgaan reden we langs de Botestraat en de omleiding door de werken, in het terugkeren namen we het nieuwe fietspad door de Lange Velden, en we zagen dat het goed was. Als in: heel rustig en aangenaam om te rijden ^^

Hij is al iets zekerder nu, maar we gaan die route nog wel een paar keer rijden, mijn zoon en ik. En wellicht ook wel samen naar school, dat ook.

Proclamatie, die van Kobe, welteverstaan.

Die laatste schooldagen, die zitten altijd propvol gestampt. Het is dan ook altijd een geplan en geregel, kwestie van zelf overal op tijd te zijn, de kinderen intussen ook van eten te voorzien, en zorgen dat het allemaal op rolletjes loopt.

Vandaag moest ik op school zijn van 8.30 uur tot 12.00 uur, officieel. Ik heb rapporten uitgedeeld, examens laten inkijken, en dingen op orde gestoken.
En toen was er repetitie met de zesdes die spelen op de proclamatie, en was het dik twee uur tegen dat ik thuis was.
Ik geef het toe, ik heb een klein tukje gedaan. Tegen half vier waren de kinderen thuis, en tegen half vijf was ik weer op school, voor het oudercontact. Met de fiets, welbewust, want om kwart voor zeven – eigenlijk liep het tot half acht, maar ik had toestemming gekregen van de directie – ben ik te vierklauwens op mijn fiets gesprongen en naar Wondelgem gepeddeld, want om zeven uur begon Kobes proclamatie. Ik was net op tijd ^^

Hij speelde fagot, danste mee de Fortnight dansjes, en glunderde. Het is welletjes geweest voor hem, hij heeft het daar al meer dan een jaar gezien, maar hield dapper vol. Het is niet alsof hij niks wil leren, wel integendeel, maar het gaat hem allemaal veel te traag. Daarbij was hij nog maar eens al zijn vriendjes kwijtgespeeld doordat die allemaal in een andere klas zaten, jammer genoeg. Pas op, hij komt met iedereen overeen hoor, dat wel, maar da’s nog iets anders dan echte vriendschap.

Hij kijkt er dus ongelofelijk naar uit om aan een nieuw hoofdstuk te beginnen. Nieuwe vakken, nieuwe leraars, nieuwe school, nieuwe vrienden. Nieuwe teleurstellingen wellicht ook, maar bon, die nemen we er dan gewoon bij en lossen we wel op naargelang ze zich aandienen.

Mijn Kobe. Mijn speciaalste van de drie, maar ik zie hem ongelofelijk graag!

Zangexamen en gipsvoetjes

Wat hebben die twee met elkaar te maken? Wel, nog redelijk wat, eigenlijk feitelijk.

Vorige week, toen ik klaar was met lesgeven, zag ik beneden plots een aangeslagen Sofie zitten: ze was omver gereden met haar fiets aan de Heuvelpoort. Een van de andere directeurs had haar naar onze school gebracht, omdat de fietsenmaker hier in de buurt is, en Sepp haar hier makkelijker kan ophalen. Maar haar rechter enkel stond serieus dik, en dus reden ze naar de spoed. Verdict: een stevige verstuiking, dus een goed verband, krukken, en voorzichtig stappen.

Gisteren contacteerde ze me weer: ze was op controle geweest, en blijkbaar zit het gewricht verschoven, en wordt het dus toch een echte gips. Yay… Alleen zijn ze heel haar straat aan het openleggen, als in: riolen herleggen, en dus totale onbereikbaarheid wegens afgegraven tot een goeie meter diep, en dus zand en stof overal. Geraak daar maar eens door met een gips en op krukken. Ik ben haar deze voormiddag op haar vraag mijn orthopedische laars gaan brengen, aka. afneembare plaaster. Ik vond dat al bizar, als ze al in de plaaster zat, maar bon. Bleek zij het mis op te hebben: ze dacht dat het een loopvoetje was. Ha nee, laars is laars, toch? Maar nen ezel verslijt eerst aan zijn poten, en ik ben duidelijk nen ezel, want ja, zo’n loopding voor onder een plaaster heb ik ook liggen.

Deze middag zijn Merel en ik eerst een doodzenuwachtige Kobe gaan afzetten in Evergem voor zijn muziekschoolexamens, en zijn dan meteen doorgereden naar Lovendegem: we waren toch al halverwege. Daar hebben we ons een weg gebaand door de zandhopen – ik had Merel speciaal gesloten schoenen doen aandoen, en terecht – tot bij Sofie, die hier heel blij mee was: zo kon ze tenminste een beetje uit de voeten.

Een dik uur later stonden we weer bij een opgeluchte Kobe: op theorie en dictee zal hij vrijwel maximum hebben, zei hij, en zijn zang was al bij al nog niet helemaal slecht, denkt hij. Ach ja, we zien wel.