Babysitten, of toch zoiets

Zo van die kinderen die wat groter zijn, het is toch echt een gemak. En een kwestie van afspreken, dat ook.

Ik zat vandaag namelijk de hele dag op klassenraden, van half negen tot zo’n uur of vijf. Op zich geen probleem, maar het is wel woensdag en de kinderen moesten ook eten. Ik had een en ander klaargezet en gevraagd aan Wolf om vandaag toch thuis te zijn. Ha ja, want als ge 15 zijt en de examens zijn gedaan, ga je het liefst van al rondhangen ymet je vrienden. Zoals gisteren en eergisteren.

Maar vandaag was hij netjes thuis met zijn broer en zus, en kwam er ook zonder problemen eten op tafel dat maar moest opgewarmd worden. Niet dat ik Kobe en Merel niet vertrouw, maar zeker Merel is nog te jong om echt alleen thuis te zijn en dan eten te moeten warmen en zo. En Kobe is zo’n warhoofd, dat ik er ook soms mijn bedenkingen bij heb.

Grote broer to the rescue. En mama een gerust hart.

Stevig dagje

Terwijl Bart eerst de kleintjes afzette en dan met Wolf naar de orthodontist reed – hij gaat wel degelijk een beugel moeten dragen, zijn tanden staan schots en scheef – reed ik naar school voor een dagje klassenraden. Die van zes en aansluitend vijf gingen eigenlijk verrassend vlot vooruit, waardoor we een pak vroeger klaar waren dan verwacht. Fijne meevaller! Tussendoor had ik nog even staan oefenen met de leerlingen die muziek gaan brengen op de proclamatie.

Ik fietste vrolijk tegen drie uur naar huis, en had nog tijd voor een klein tukje – ik ben doodop, eind-van-het-schooljaar-op – voordat de kinderen thuis kwamen. Tegen half zes stond ik in de sporthal van de Bourgoyen voor de voetbalmatchen van onze leerkrachten (m/v) tegen de zesdes, en daarna reed ik weer even naar huis om het verslag daarvan snel online te zetten. Kwestie van kort op de bal te spelen.

Tegen half negen was ik opnieuw op school voor de onvolprezen barbecue van de zesdes. We hadden ongelofelijk veel geluk met het weer, konden de hele tijd buitenzitten, en ik genoot van scampi, halloumi en fijne gesprekken met mijn leerlingen. Het was een fijne lichting dit jaar, echt waar.

Tegen half een hebben we ze buitengekuist, en ik ging niet lang blijven, moe zijnde en al…

Tsja. ’t Is dat het leuk was, zeker?

Fietsjesplezier

Ik heb vanavond het koor afgezegd: het was me een beetje te veel vandaag.

De ochtend was rustig begonnen, met wat opruimen en zo, en dan om twaalf uur een uurtje lesgeven. Dan wat foto’s nemen op school, en rond half twee passeerde ik even langs de Kringwinkel in Mariakerke. Geen idee waarom, dat was maanden geleden, maar nu had ik daar plots zin in: karma, zeker?

Want ik liep daar rond, en plots viel mijn oog op een fietsje. Een mooi, roze meisjesfietsje, precies de maat die Merel nodig heeft. Ze kan nog steeds niet echt zelfstandig fietsen, en Bart had het gisteren nog gezegd dat ze dringend een nieuwe fiets nodig had, want dat haar huidige fietsje toch echt wel te klein was om deftig op te fietsen.

Ik nam een foto, reserveerde de fiets, legde thuis het dilemma voor aan mijn dochter die meteen wildenthousiast reageerde, reed naar de klassenraad, volgde twee klassen, reed in de tussenpauze (andere klassen) om de fiets, keerde terug, zette me wat te lezen en rapporten te maken, deed verder met de klassenraad, en was thuis tegen kwart voor zeven.

En toen liet mijn rug weten dat het welletjes was. Hij doet al de hele week lastig, sinds ik zondag te ver ben gegaan, en die klassenraden zijn nu ook niet meteen ideaal. Enfin, zo erg zal het ook weer niet zijn, voor die ene keer het koor te missen? Gjeilo kan wel even wachten…

Niet opgeven…

Koppig zijn, ’t is ook niet altijd gemakkelijk. Neem nu gisteren. Ik wilde mijn examenpunten binnen hebben voor middernacht, ook al kon het eigenlijk ook nog deze namiddag. Maar rond negen uur ’s avonds begon mijn rug weer serieus veel pijn te doen, en besloot ik dat het beter was om te gaan liggen, en het voor gezien te houden. De lumbago op zich zit weer op zijn plaats, maar alle spieren errond doen gemeen veel zeer. Ik ben maandagnamiddag nog naar mijn kinesiste – mijn lieve en zeer bekwame nichtje – gegaan, toen er daar iemand had afgebeld, en ook gisterenmorgen mocht ik nog langsgaan. Eigenlijk had ik toen toezicht op school, maar nadat de directie me had zien rondlopen, compleet scheef, met een grimas van de pijn, leunend op mijn stok en af en toe even gaan liggend in de zetel, vond die het helemaal geen probleem dat ik niet drie uur op een stoel kwam zitten. Want dat is nog steeds het ergste: zitten. Rondlopen en staan doen pijn, maar doen ook veel goed, want het is maar zo dat alles weer op zijn plaats komt. Dankzij de stevige massages trokken alle spieren minder tegen, en kroop de vermaledijde discus terug op zijn plaats.

Enfin, gisteren rond negen uur ben ik dus languit in de zetel gaan liggen, en heb ik naar iets op tv gekeken. En toen begon het toch weer te kriebelen om die laatste negen examens alsnog te verbeteren. De rugpijn was weer zo goed als weg, ik vond dat ik dus nog wel even mee kon.

Om tien voor middernacht was ik rond, oef. En dacht ik: de commentaren voor de klassenraad zullen toch voor morgen zijn, en ik zette dat ook op Facebook. Waarop een vriend commentarieerde: “Allez, tien minuutjes pauze dus”. Ik repliceerde: “Nee jong, echt niet”. En effectief een goeie tien minuten later zette ik erop: “Och zwijgt!” Ik lag effectief in bed om kwart voor één, maar met alle vakcommentaren ingetikt en alle klassenraadcommentaren doorgestuurd. Oef.

Deze morgen was het iets rustiger: ontbeten met de kinderen, rustig mijn spullen samengeraapt, en richting ’t stad gereden, voor Fantastic Beasts and where to find them, de film in de wereld van Harry Potter. Heerlijke, pretentieloze avonturenfilm met prachtige beestjes, en vooral ook rustige leerlingen. En daarna naar huis gereden, snelsnel macaroni met hesp en kaas voor de kinderen, een collega en mezelf gemaakt, en naar school gereden met de twee kleinsten mee.

Voor de eerste keer was er namelijk op woensdagnamiddag zelf kinderopvang voorzien voor ons. Want als leraars zijn we natuurlijk doorgaans zelf thuis op woensdagnamiddag, en ook al zit je te verbeteren of voor te bereiden, je bent er wel voor je kinderen. Niet als je klassenraden hebt, natuurlijk. Directie had drie zesdejaars bereid gevonden om te komen babysitten, en Merel en Kobe zagen dat compleet zitten. Ze hebben film gekeken, spelletjes zoals Twister gespeeld, pannenkoeken gegeten, enfin, blijkbaar zich goed geamuseerd vooral.

De klassenraden waren net op tijd gedaan om naar huis te rijden, de jongens zich te laten omkleden, boterhammen te smeren, en richting rugby te rijden. Voor Kobe was het een teambuilding avond: klimmen, in plaats van rugby spelen. Merel en ik hebben hem daar afgezet, hebben mijn fototoestel in iemands handen gestoken, en zijn zelf in de motregen gaan picknicken. Het heeft wel iets, in het pikdonker onder een grote paraplu boterhammen zitten eten… We reden terug naar het clubhuis, pikten er een klein stukje training van Wolf mee, reden terug naar huis, en ik ging plat. Als in: in slaap gevallen na een half uur.

Tsja…

 

Klassenraden

Er zal hier wellicht de komende dagen niet veel, of toch niks langs, verschijnen. Er zijn namelijk klassenraden, en dat zijn dan van die lange dagen met vooral veel wachten, waar je zo moe van wordt. Als ik dan thuis kom, heb ik enkel nog de fut om in de zetel te ploffen, en het hoogstnodige voor school te doen.

’t Zal voor volgende week zijn, sorry.

Klassenraden

Dat het soms druk is, zo van die klassenraden. En eigenlijk vooral veel wachten.

Neem nu gisteren: lesgegeven tot half vier, naar huis gereden om de jongens op te vangen, en om half vijf startten de klassenraden. De eerste klassen waren onder andere de humane wetenschappen en de economische richtingen, zodat ik me kon permitteren tegen vijf uur aanwezig te zijn (en dan nog drie kwartier moeten wachten).

De jongens had ik meegenomen, met hun iPads, en die gaven dus geen ene kik, wat me wel wat bewonderende en egostrelende woorden van mijn collega’s achteraf opleverde.

Merel moest ik tegen half zeven ophalen, maar helaas, alles verliep wat trager dan gedacht, en ik stond pas tegen tien voor zeven op de crèche, die ik uiteraard wel verwittigd had, en die daar voor die ene keer geen probleem van maakte. Soms heb ik echt de max van een kinderopvang!

Enfin, gisteren dus klassenraden, vandaag klassenraden, en donderdag nog eens. Het zijn lange en vermoeiende dagen op die manier, geloof me.

Moeders zijn zo hard de max, maat!

Planning gisteren:

– 8.30u aan de Sphinx voor The Hobbit met de leerlingen.
– 12.15u kinderen afhalen van school
– 13.00u klassenraden
– 19.00u thuis van klassenraden
– 19.30u jongens ophalen van de rugby

Een goed verstaander merkt dat er een paar gaten zitten in die planning: wat doe ik met de jongens tijdens de klassenraden? Hoe geraken die in de rugby, en hoe is Wolf dan in de muziekschool geraakt? Wat en wanneer eten ze?

Moeder to the rescue, dus.

Om half een stond ze hier om samen met de jongens een lasagne te eten (ik weet het, maar ik had geen tijd om echt te koken) en tegen half twee Wolf naar de muziekles te brengen, en hem om drie uur weer op te halen. Ik kon tussen de klassenraden door even naar huis, en heb rugbygerief voorzien voor de jongens. Zij is de hele tijd bij hen gebleven, en heeft ervoor gezorgd dat ze om zes uur op hun training stonden.

Intussen heeft ze nog mijn was opgevouwen ook.

Ik zeg het u: moeders zijn zwaar de max. En ik ben ongelofelijk content met de mijne. En ik zou eigenlijk vooral niet weten hoe ik het zou oplossen zonder haar.

Dank u, ma. Deze link is voor u.