Online klassenraden

Zo van die online klassenraden via Teams, ik zou dat wel gewoon kunnen worden, ja. Intussen zijn we het zo gewoon dat ook niemand zich tegen laat houden door het medium, dat we even veel of weinig zeggen als in levende lijve.

Het verschil is dat je nu niet nodeloos moet zitten wachten tussen de verschillende klassen. Ik heb gelukkig vaak in de hogere jaren mijn vier klassen na elkaar, maar soms heb je een klas wel en een klas niet, en dan weer wel. En dan zit je in een koude klas te wachten. Ja, je kan eventueel zitten verbeteren, maar die klassenraden wijzen er net op dat er een rapport zit aan te komen en dat je net een verbetermarathon achter de rug hebt. Of je kan ander werk zitten doen, maar het is moeilijk om je te concentreren. En je drinkt sowieso te veel slechte koffie…

In het eerste en het tweede jaar is het voor mij nog lastiger: mijn leerlingen zitten verspreid over de verschillende klassen, wat betekent dat ik daar een uur of vier zit voor af en toe een leerling. Het heeft geen zin om elke keer weer naar buiten te gaan, dus je zit daar en je luistert. En krijgt het koud. En zit te lang stil. En drinkt te veel slechte koffie.

Op die klassenraden zit ik standaard te bloggen of zoiets, iets waarbij ik onmiddellijk opnieuw kan focussen op de klassenraad als het ene van de mijne is, maar waarmee ik naadloos verder kan als het er een paar zijn waar ik geen les aan geef. Lezen is net daardoor moeilijk, omdat je telkens weer de draad moet kunnen oppikken.

Nu speelde ik tussendoor Candy Crush. Of blogde ik. Of, als het een aantal leerlingen na elkaar waren die ik niet had, nam ik iets te drinken, liep even rond, hing een was op, dat soort onzin. Met goeie koffie, lekker warm.

Yup. Het is beter als je elkaars gezichtsuitdrukking kan zien, dat wel, maar dit is toch wel een pakje makkelijker.

Klassenraden

Yup, uiteraard kunnen ook de klassenraden niet zomaar doorgaan. Vorige deliberaties zaten we wel nog allemaal samen in een grote zaal, elk met mondmasker en ontsmettingsgel en alles erop en eraan, maar eigenlijk werkt het behoorlijk goed online ook.

Sneller gaat het niet, nee, het tempo is ongeveer hetzelfde, maar het heeft wel het voordeel dat je gewoon thuis bent en niet moet zitten wachten in een koud, ongezellig lokaal. Ik heb nog allerlei kleine taakjes gedaan voordat het aan mij was, maar aan echt grote dingen kan je natuurlijk ook niet beginnen. Dat is niet erg: het blijft een werkdag.

Een ander voordeel is dat  ik tijdens de lange klassenraden van het eerste – ik heb uit elke klas een paar leerlingen en moet dus de hele tijd aanwezig zijn – gewoon in de zetel kon liggen, iets wat mijn rug bijzonder apprecieerde.

Al bij al werd het vandaag een lange dag: van 8.30 uur tot 18.30 uur, met een half uurtje pauze om te eten. Ik had geluk: de laatste paar leerlingen had ik niet meer, zodat ik rustig kon eten samen met het gezin ^^

Het is en blijft een raar jaar.

Babysitten, of toch zoiets

Zo van die kinderen die wat groter zijn, het is toch echt een gemak. En een kwestie van afspreken, dat ook.

Ik zat vandaag namelijk de hele dag op klassenraden, van half negen tot zo’n uur of vijf. Op zich geen probleem, maar het is wel woensdag en de kinderen moesten ook eten. Ik had een en ander klaargezet en gevraagd aan Wolf om vandaag toch thuis te zijn. Ha ja, want als ge 15 zijt en de examens zijn gedaan, ga je het liefst van al rondhangen ymet je vrienden. Zoals gisteren en eergisteren.

Maar vandaag was hij netjes thuis met zijn broer en zus, en kwam er ook zonder problemen eten op tafel dat maar moest opgewarmd worden. Niet dat ik Kobe en Merel niet vertrouw, maar zeker Merel is nog te jong om echt alleen thuis te zijn en dan eten te moeten warmen en zo. En Kobe is zo’n warhoofd, dat ik er ook soms mijn bedenkingen bij heb.

Grote broer to the rescue. En mama een gerust hart.

Stevig dagje

Terwijl Bart eerst de kleintjes afzette en dan met Wolf naar de orthodontist reed – hij gaat wel degelijk een beugel moeten dragen, zijn tanden staan schots en scheef – reed ik naar school voor een dagje klassenraden. Die van zes en aansluitend vijf gingen eigenlijk verrassend vlot vooruit, waardoor we een pak vroeger klaar waren dan verwacht. Fijne meevaller! Tussendoor had ik nog even staan oefenen met de leerlingen die muziek gaan brengen op de proclamatie.

Ik fietste vrolijk tegen drie uur naar huis, en had nog tijd voor een klein tukje – ik ben doodop, eind-van-het-schooljaar-op – voordat de kinderen thuis kwamen. Tegen half zes stond ik in de sporthal van de Bourgoyen voor de voetbalmatchen van onze leerkrachten (m/v) tegen de zesdes, en daarna reed ik weer even naar huis om het verslag daarvan snel online te zetten. Kwestie van kort op de bal te spelen.

Tegen half negen was ik opnieuw op school voor de onvolprezen barbecue van de zesdes. We hadden ongelofelijk veel geluk met het weer, konden de hele tijd buitenzitten, en ik genoot van scampi, halloumi en fijne gesprekken met mijn leerlingen. Het was een fijne lichting dit jaar, echt waar.

Tegen half een hebben we ze buitengekuist, en ik ging niet lang blijven, moe zijnde en al…

Tsja. ’t Is dat het leuk was, zeker?

Fietsjesplezier

Ik heb vanavond het koor afgezegd: het was me een beetje te veel vandaag.

De ochtend was rustig begonnen, met wat opruimen en zo, en dan om twaalf uur een uurtje lesgeven. Dan wat foto’s nemen op school, en rond half twee passeerde ik even langs de Kringwinkel in Mariakerke. Geen idee waarom, dat was maanden geleden, maar nu had ik daar plots zin in: karma, zeker?

Want ik liep daar rond, en plots viel mijn oog op een fietsje. Een mooi, roze meisjesfietsje, precies de maat die Merel nodig heeft. Ze kan nog steeds niet echt zelfstandig fietsen, en Bart had het gisteren nog gezegd dat ze dringend een nieuwe fiets nodig had, want dat haar huidige fietsje toch echt wel te klein was om deftig op te fietsen.

Ik nam een foto, reserveerde de fiets, legde thuis het dilemma voor aan mijn dochter die meteen wildenthousiast reageerde, reed naar de klassenraad, volgde twee klassen, reed in de tussenpauze (andere klassen) om de fiets, keerde terug, zette me wat te lezen en rapporten te maken, deed verder met de klassenraad, en was thuis tegen kwart voor zeven.

En toen liet mijn rug weten dat het welletjes was. Hij doet al de hele week lastig, sinds ik zondag te ver ben gegaan, en die klassenraden zijn nu ook niet meteen ideaal. Enfin, zo erg zal het ook weer niet zijn, voor die ene keer het koor te missen? Gjeilo kan wel even wachten…

Niet opgeven…

Koppig zijn, ’t is ook niet altijd gemakkelijk. Neem nu gisteren. Ik wilde mijn examenpunten binnen hebben voor middernacht, ook al kon het eigenlijk ook nog deze namiddag. Maar rond negen uur ’s avonds begon mijn rug weer serieus veel pijn te doen, en besloot ik dat het beter was om te gaan liggen, en het voor gezien te houden. De lumbago op zich zit weer op zijn plaats, maar alle spieren errond doen gemeen veel zeer. Ik ben maandagnamiddag nog naar mijn kinesiste – mijn lieve en zeer bekwame nichtje – gegaan, toen er daar iemand had afgebeld, en ook gisterenmorgen mocht ik nog langsgaan. Eigenlijk had ik toen toezicht op school, maar nadat de directie me had zien rondlopen, compleet scheef, met een grimas van de pijn, leunend op mijn stok en af en toe even gaan liggend in de zetel, vond die het helemaal geen probleem dat ik niet drie uur op een stoel kwam zitten. Want dat is nog steeds het ergste: zitten. Rondlopen en staan doen pijn, maar doen ook veel goed, want het is maar zo dat alles weer op zijn plaats komt. Dankzij de stevige massages trokken alle spieren minder tegen, en kroop de vermaledijde discus terug op zijn plaats.

Enfin, gisteren rond negen uur ben ik dus languit in de zetel gaan liggen, en heb ik naar iets op tv gekeken. En toen begon het toch weer te kriebelen om die laatste negen examens alsnog te verbeteren. De rugpijn was weer zo goed als weg, ik vond dat ik dus nog wel even mee kon.

Om tien voor middernacht was ik rond, oef. En dacht ik: de commentaren voor de klassenraad zullen toch voor morgen zijn, en ik zette dat ook op Facebook. Waarop een vriend commentarieerde: “Allez, tien minuutjes pauze dus”. Ik repliceerde: “Nee jong, echt niet”. En effectief een goeie tien minuten later zette ik erop: “Och zwijgt!” Ik lag effectief in bed om kwart voor één, maar met alle vakcommentaren ingetikt en alle klassenraadcommentaren doorgestuurd. Oef.

Deze morgen was het iets rustiger: ontbeten met de kinderen, rustig mijn spullen samengeraapt, en richting ’t stad gereden, voor Fantastic Beasts and where to find them, de film in de wereld van Harry Potter. Heerlijke, pretentieloze avonturenfilm met prachtige beestjes, en vooral ook rustige leerlingen. En daarna naar huis gereden, snelsnel macaroni met hesp en kaas voor de kinderen, een collega en mezelf gemaakt, en naar school gereden met de twee kleinsten mee.

Voor de eerste keer was er namelijk op woensdagnamiddag zelf kinderopvang voorzien voor ons. Want als leraars zijn we natuurlijk doorgaans zelf thuis op woensdagnamiddag, en ook al zit je te verbeteren of voor te bereiden, je bent er wel voor je kinderen. Niet als je klassenraden hebt, natuurlijk. Directie had drie zesdejaars bereid gevonden om te komen babysitten, en Merel en Kobe zagen dat compleet zitten. Ze hebben film gekeken, spelletjes zoals Twister gespeeld, pannenkoeken gegeten, enfin, blijkbaar zich goed geamuseerd vooral.

De klassenraden waren net op tijd gedaan om naar huis te rijden, de jongens zich te laten omkleden, boterhammen te smeren, en richting rugby te rijden. Voor Kobe was het een teambuilding avond: klimmen, in plaats van rugby spelen. Merel en ik hebben hem daar afgezet, hebben mijn fototoestel in iemands handen gestoken, en zijn zelf in de motregen gaan picknicken. Het heeft wel iets, in het pikdonker onder een grote paraplu boterhammen zitten eten… We reden terug naar het clubhuis, pikten er een klein stukje training van Wolf mee, reden terug naar huis, en ik ging plat. Als in: in slaap gevallen na een half uur.

Tsja…

 

Klassenraden

Er zal hier wellicht de komende dagen niet veel, of toch niks langs, verschijnen. Er zijn namelijk klassenraden, en dat zijn dan van die lange dagen met vooral veel wachten, waar je zo moe van wordt. Als ik dan thuis kom, heb ik enkel nog de fut om in de zetel te ploffen, en het hoogstnodige voor school te doen.

’t Zal voor volgende week zijn, sorry.