Dagje Ronse en Kruishoutem

Vandaag had Nelly ons uitgenodigd om, zoals de traditie het wil, samen te gaan eten voor Allerheiligen. We pikten haar op in Triamant en reden naar ’t Konijntje, waar het sowieso altijd goed is. De menu hadden we nog niet echt vastgelegd, ik ging voor een ronduit fantastische salade met eendenlever, gerookte eendenborst en geconfijte borst en daarna een wildstoofpot met frietjes. En ik heb echt, echt te veel gegeten, eigenlijk had ik al zo goed als genoeg met het voorgerecht.

Tussendoor ging ik met Merel eventjes de cache oppikken die aan de ingang van ’t Konijntje lag.

Wolf was niet mee, die zit met Arwen en haar familie ergens in de bossen in Nederland.

Na de maaltijd reden we met zijn allen naar het kerkhof in Kruishoutem. Het had net behoorlijk hard geregend en Nelly zag het dan ook niet zitten om mee uit te stappen. Ik heb dan maar wat foto’s getrokken en hallo gezegd tegen Jeroom voor haar, en tegen bompa.

En toen wilde ze perse nog naar Staf. Ik snap dat wel, maar na afloop was ze doodop, en dat is niet te verwonderen natuurlijk: ik was er zelf ook al moe van.

Maar al bij al was het een fijne familiedag, eentje waar we er het afgelopen jaar veel te weinig van gehad hebben.

Tekening

Door gisteren die tekeningen van op Montmartre te posten, moest ik denken aan de tekening die ik in 2009 van Jeroom heb gemaakt. Intussen staat die hier thuis, maar die heeft altijd bij hen op de kast gestaan.

Ik heb er destijds een scan van genomen maar vind hem nu niet terug, het is dus maar een fotootje geworden met het origineel erbij. Eigenlijk ben ik er nog altijd best tevreden van. ’t Is niet alsof ik eigenlijk ooit teken. Of sindsdien nog iets getekend heb.

Ronse en Kruishoutem

Bart is gisteren zijn moeder gaan ophalen uit het ziekenhuis, en is meteen in Ronse blijven slapen. Hij vroeg dan ook of wij daar vanmiddag wilden gaan eten: zo kon hij koken voor ons, had Nelly nog wat extra gezelschap, zag ze de kinderen nog eens, en konden we daarna met zijn allen naar het kerkhof in Kruishoutem. Zo geschiedde…

We gingen even hallo zeggen bij Jeroom en bij bompa, en daarna reden de jongens naar huis, terwijl Merel en ik nog gingen geocachen in de buurt. We deden een rondje Kruishoutem, meer bepaald de Gulden Eitocht (6 caches + bonus) en verzeilden ook op een uitkijktoren daar in de buurt. Wijs gedaan!

Op de terugweg pikten we nog de Rondje Vlaanderen Zulte en De Pinte op, en toen was het tijd voor koffie en taart thuis ^^

Donker, duister weer, perfect voor een dag als vandaag…

Te lang…

Goh, Jeroom, ik heb het net echt even moeten opzoeken, want ik kon gewoon niet geloven dat het vandaag al vijf jaar is. Ik kijk naar je zoon, en ik zie de pretlichtjes in jouw ogen. Meer nog, ik kijk naar Wolf en ik zie diezelfde pretlichtjes.

Je zou trots zijn, Jeroom. Bijna zo trots als Bart zou zijn, mocht hij jou zijn nieuwe kantoren kunnen laten zien, of een uitleg geven rond de expansie van zijn bedrijf.

Maar je zou nog veel trotser zijn, mocht je je kleinkinderen zien. Je zou ze niet meer herkennen, Jeroom, zo gegroeid en veranderd zijn ze, en elk met een heel eigen persoonlijkheid.

Je zou knikken, Jeroom, en het goed vinden.

Ik mis je, schone vader. Het leven zou mooier zijn, zou voller zijn, mocht je er nog zijn. Maar in ons hart ben je er nog steeds bij, weet je. En meer kan ik momenteel niet verlangen.

Kriskras door Vlaanderen

Qua noord-zuidafstand in Vlaanderen kon het wel tellen vandaag, ja. De dag begon rustig, maar tegen kwart voor twee stond ik bij Wolf in De Haan om hem op te halen. We waren allebei niet erg haastig en zijn rug was redelijk oké, en dus gingen we nog even wat caches zoeken. Hij doet dat eigenlijk ook doodgraag, maar kan het voorlopig eigenlijk bijna niet.


Een eerste cache in de Vuurtorenwijk van Oostende vonden we niet, hoe we ook zochten tussen de tengels. Nummer twee vonden we maar na lang zoeken, en nummer drie bleef ook onvindbaar. Meh.

Veel tijd hadden we niet, want ik had Bart beloofd tegen half vijf ten laatste thuis te zijn, en dat lukte ook. Daarvoor waren we eerst nog in Jabbeke een cache gaan ophalen waar ik de vorige keer een dik half uur had staan zoeken, maar die ik nu, met een tip van een medecacher, wel vlot kon vinden. Hele mooie locatie, dat vond ook Wolf.

Enfin, we kwamen thuis, genoten nog even van het gezelschap, en reden toen samen naar Louise-Marie, een gehucht van Maarkedal, voor de jaarmis voor Jeroom.
Daarna gingen we allemaal gezellig bij Omaly sandwichen eten, en bleven vooral de heren lang praten over zaken. Moet ook eens kunnen, natuurlijk.

Veel in de auto gezeten dus, maar wel een fijne dag.

Drie jaar…

Overmorgen zal het drie jaar zijn, Jeroom, dat we je moeten missen.

Het blijft nog steeds raar zonder jou. Elke keer dat we toekomen in Ronse, verwacht ik jou te zien in de woonkamer, met een fles wijn in de weer of zo. Of met een grote grijns je kleinkinderen begroetend, en dan aftelrijmpjes zingen met hen.

Raar, eigenlijk: ik zie je nooit voor me zoals je de laatste maanden was, ziek, in pyjama, in je zetel in de keuken. Voor mij blijf je de vieve, kwieke opa die ik altijd gekend heb: mee met de kinderen naar de kippen, hier samen met Staf een hekje plaatsen, of zelfs de haag afdoen. En vooral altijd met een twinkeling in je ogen tegenover je schone dochter. Ik mis je plagerijen, Jeroom.

Ik mis jou.