Japan – dag 9: fietsen in en rond Kyoto
Na een heerlijke nachtrust en een uitmuntend ontbijt – hoe kan het hier ook anders, in dit hotel? – werden we opgehaald aan het hotel door Rono, een Japanse gids die blijkbaar een tijd in de V.S. heeft gestudeerd. Zijn Engels was dan ook goed, maar soms niet heel verstaanbaar. Er stonden vijf lichtgewicht elektrische fietsjes klaar, en ja, die dingen waren echt goed!
En weg waren we: door kleine straatjes met iets dat voor een fietspad moest doorgaan, maar waar nog wat werk aan is. Eerste stop: het Shogunpaleis, ook wel Nijo kasteel genoemd, met complete rondgang en uitleg. Grappig: de houten vloeren maken een vreemd piepend geluid bij elke stap die je zet, en dat komt door de nagels. Ze noemen het nachtegalenvloer. Je mag er binnen geen foto’s nemen…
We reden verder tot aan Kinkaju-Ji, het Gouden Paviljoen, gelegen in een prachtig park. En af en toe kom je al fietsend een random tempel tegen.
Toen gingen we ramen eten met Rono: goedkoop en lekker.
Vervolgens richting een zen-rotstuin, Ryoan-ji, om dan door te fietsen naar het bamboebos.
Bizar: plots reden we door de velden en zagen we Kyoto in de verte liggen.
En dat bamboebos? Beetje overrated, denk ik dan, en vooral gigantisch druk, zoals alles in Japan eigenlijk.
En toen was het nog een klein uurtje terugfietsen naar ons hotel, door velden, langs kleine straatjes, drukke banen, maar eigenlijk wel ongelofelijk wijs.
Tegen goed half vijf waren we terug en gingen de kinderen, jawel, shoppen, want gisteren had Kobe vanalles gevonden qua kleren en werkte de kredietkaart niet. Er stond nochtans genoeg op. En Bart en ik deden, zoals het oude mensen betaamt, een tukje.
En toen namen we een taxi naar opnieuw zo’n wagyu restaurant, maar nog beter dan gisteren. Wow. Duur naar Japanse normen, maar voor ons best betaalbaar voor die kwaliteit. En Merel had wel een hongertje, ja.
En dat was onze tweede dag in Kyoto, met 18.500 stappen en zo’n 30 km. op de fiets.
365 – 12 april 2026 – het Gouden Paviljoen
Japan – dag 8: kimono’s in Kyoto
Dag acht begon wat vroeger: om acht uur stonden we, gepakt en gezakt met de grote valiezen buiten, twintig na acht zaten we op de trein. Vijfentwintig na acht zaten we al niet meer op de trein. We hadden die trein willen nemen omdat dat de direct was naar Nagoya en dus een half uur sneller. Wel, half Nakatsugawa had blijkbaar datzelfde idee: de trein zat stampvol, en een klein uur rechtstaan zagen we niet zitten. We hebben dan maar de volgende genomen, een half uur langer maar met zitplaats. Tsja.
In Nagoya – wat een drukte, wat een immens station – regelden Bart en Wolf gereserveerde plaatsen voor ons én ons bagage, waardoor we wel pas tegen elf uur konden vertrekken, maar zeker waren van plaats. Niks dat een Starbucks niet kan oplossen, er was zelfs zitplaats.
Bon, de shinkansen dus op, mét valiezen, en dat lukte, maar er moet wel plaats zijn. We wilden ze liever niet opsturen omdat er echt nog een hoop nat gerief is: pulls, rugzakken, schoenen en zo kunnen echt niet in de droogkast, vandaar. In Kyoto namen we een Uber voor amper een kilometer of zo, maar dat deerde niet want liever dat dan met die valiezen sleuren, en ook: vier euro. Serieus. En als ge u afvraagt of er veel te zien valt op zo’n hogesnelheidstrein:
En toen was er het Kanra Hotel. We kregen al thee en een fris nat handdoekje bij het binnenkomen, en toen wisten we het al: dit komt helemaal goed. En toen zagen we de kamers, die gelukkig al beschikbaar waren.
Ruimte, licht, en een eigen onsen! Héérlijk! En dat voor de komende drie nachten, ik zie het helemaal zitten!
Lien, onze reisorganisator, had om 15.00 uur een heuse theeceremonie voorzien, we moesten ons dus nog reppen. Echt iets eten zat er dus niet in, maar niks dat een 7-Eleven niet kan oplossen. Alleen heb je hier nergens een plekje met bankjes of zo waar je dat dan ook kan opeten. We hebben dan maar lukraak een muurtje uitgekozen…
En toen kwam de theeceremonie, in traditionele outfits, met fotoshoot en alles erop en eraan. En een kleine Japanse oude dame die alles uitlegde in een Engrish om u tegen te zeggen. Maar het was wel heel fijn om doen. Zet u schrap voor een shitload aan foto’s.
En toen was er dus de ceremonie.
We hadden de optie om nog langer in die kleren rond te lopen, maar dat hoefde nu ook weer niet. Ichi go ichi è.
En toen gingen we shoppen. Allez ja, we gingen mee naar een speelgoedwinkel waar ze Sunny Angels verkochten, en ik kocht een Kuromi voor aan mijn tas. When in Japan… En toen gingen we met zijn allen de Uniqlo binnen, waar de kinderen vanalles vonden en ik een tasje en een blauw kleedje voor een trouw kocht. En waarna Bart en ik een taxi naar huis namen, want het was meer dan welletjes voor ons. Zij bleven nog shoppen en gingen zelfs in een McDonalds eten.
Dat liet voor Bart en mij de ruimte om letterlijk aan de overkant Wagyu beef te gaan eten, dat je zelf kan bakken. Het kostte ons 30 euro per persoon, waar het je in België zoveel zou kosten voor twee stukjes, denk ik dan.
En toen was de pijp uit.
18.000 stappen.
Japan – dag 7: zeiknat
Dit hotel is iets helemaal anders dan het vorige: het is in orde hoor, daar niet van, maar qua stijl is het eerder eco-hipster-backpacker. Het is dan ook ingericht met veel blank hout en dergelijke, aandacht voor ecologie, en ook het ontbijt had wat van die stijl.
De dag beloofde niet veel goeds qua weer: het zag er nat uit, en het voorspelde niet veel goeds.
En net vandaag stond een stevige natuurwandeling op het programma: een stuk van de Nakasendo Juku, zo’n acht kilometer van Magome naar Tsumago, twee traditionele maar zeer toeristische dorpjes, want die trail is zeer bekend. Bart en Arwen hadden voor de zekerheid goedkope maar stevige regenjasjes gekocht in de 7/Eleven, de rest vertrouwde op de waterdichtheid van de kleren. Wel… Ik kan u bij deze melden: in drie uur zware regen blijft niks droog, ook niet de inhoud van de normaal gesproken waterdichte rugzakken. En mijn dure Rains regenjas? Zo lek als een zeef.
Het begon nochtans goed, de sfeer zat erin op de bus.
En die sfeer, die bleef er eigenlijk wel in, hoe nat we ook werden. Alleen het laatste half uur was er wat te veel aan: omhoog-omlaag, sop-sop-sop, en geen idee of we wel een bus gingen hebben waar we geen half uur in de kou gingen moeten op staan wachten. Ik was nat tot op mijn vel, letterlijk: ik kon zelfs onderbroek en beha uitwringen.
Zo hard regende het dus:
Maar ik heb me echt geamuseerd, het was prachtig en ik ben blij dat we het gedaan hebben. In Tsumago gingen we vijftig minuten moeten wachten en konden we dus snel een udon gaan eten in een traditioneel restaurant, waar ze blijkbaar dit soort nattigheid wel gewoon zijn, want er waren handdoeken en dergelijke voorzien. Alleen die vijftig minuten bus terug naar Nakasendo was lastig en koud.
In het hotel zette Bart me meteen onder de douche, want ik was aan het bibberen. Maar ook hier zijn ze dit weer precies wel gewoon: er is een ontvochtiger in de kamer, en je kon aan de receptie gewoon schoenendrogers lenen. Moh…
En toen we allemaal opgedroogd waren, de natte kleren in de wasmachine en daarna droogkast zaten, was er tijd voor een stevige, zeer lekkere pizza wat verderop in de straat.
En toen had ik precies weer wat energie, want ik ben nog een uur gaan geocachen in de donkere, verlaten straatjes van Nakatsugawa, want intussen was het wel gestopt met regenen. En om tot rust te komen, ben ik nog even in yukata tot aan de onsen gegaan, waar ik helemaal alleen was en heb liggen drijven in het hete water.
Een fijne afsluiter van een toch wel waterachtige dag.
25.500 stappen.
365 – 10 april 2026 – nat, zei u?
Japan – dag 6: een verloren dag
Om half negen zaten we aan een uitmuntend ontbijt en vonden we het eigenlijk jammer dat we hier al weg moesten: wat een hotel! En dan hadden we nog verkeerd begrepen dat het eigenlijk hier was dat we een privé onsen hadden moeten boeken, maar we hadden onze bikini’s en zo niet mee, en naakt zagen de kinderen niet zitten. Maar eigenlijk hadden we er ook niet echt tijd voor…
Om half tien stonden we buiten, iets later zaten we op de bus naar Gora station, waar we een kabeltreintje naar boven namen, waar een kabellift is met spectaculair uitzicht op de Fuji, een meer en een vulkanisch landschap dat bevreemdend aandoet.
Boven bleek de wachtrij voor de kabellift nog mee te vallen: een goed half uur. Mijn rug was daar niet zo blij om, maar bon, dat moest dan maar. Alleen… er kwam al een waarschuwing dat het bijzonder hard aan het waaien was en dat het niet erger mocht worden. En ja hoor, nog vier wagentjes voor ons misschien, en ze sloten de boel af. Hadden we voor niks staan wachten. Ze konden ook niet zeggen hoe lang ze gesloten zouden blijven. We bleven nog een half uurtje zitten – de files aan de bushalte waren immens want iedereen moest terug natuurlijk – en namen dan dat kabeltreintje maar terug naar beneden.
Daarna zaten we een dik half uur opnieuw op dat fijne zigzagtreintje van gisteren, en we hebben duidelijk twee ingenieurs in spe mee: toen er werd omgeroepen dat er een hellingsgraad was van 8% en de ene kant van de trein 2,50 meter hoger was dan de ander, begonnen ze allebei prompt uit te rekenen hoe lang die trein dan wel was. Zucht.
Soit, in Odawara konden we een eerste stukje shinkansen nemen, maar eerst overvielen we een 7-Eleven om er iets van middageten te scoren. Een restaurant hoefde niet, dat zijn we intussen wat beu. Maar erg gezellig was het allemaal nu ook weer niet.
Bon, de eerste shinkansen op, en dan een tweede direct naar Nagoya, in totaal een 270 kilometer op zo’n anderhalf uur. Uitzicht was er niet echt, alleen industrieterreinen en lage wolken.
En dan, jammer genoeg, nog een uur op een lokale trein met de layout van een metro. Meh. We waren dan ook doodop tegen dat we in het donker in Nagakutsawa waren, en daardoor viel ook het hotel op het eerste zicht nogal tegen.
De kamer is inderdaad klein – Tokyo-klein – maar wel gerieflijk en proper.
En toen kwamen we eerst even bij – de rug deed gemeen zeer – haalden we beneden een avondsnack, liepen nog even naar de lokale 7-Eleven voor meer snacks, en dat was dat. Alleen Kobe zocht nog even de onsen op, wij zagen dat niet meer zitten.
Een verloren dag dus. Tsja. Net geen 10.000 stappen.
365 – 09 april 2026 – in het passeren…
Japan – dag 5: trip naar Hakone
Omdat Merel echt nog niet op haar plooi is en bovendien nog slecht geslapen had ook, bleven we opnieuw wat langer slapen. Iets over negen stond Bart aan de balie om onze valiezen te versturen. Dat is hier een dingetje: de supersnelle shinkansen zijn zalig, maar je mag geen bagage meenemen, die moet je op voorhand versturen naar je volgende hotel. Alleen moet je wel een dag extra rekenen, zodat we in onze rugzakken onze spullen voor vanavond ook meenemen en pas donderdagavond in de volgende bestemming onze koffers terug hebben. Blijkbaar lukt dat wel: de vijf rugzakken zaten goed vol – ik kan er geen dragen – maar we hadden wel alles mee.
Het is overigens een heldere dag en vanuit onze hotelkamer konden we plots de Fuji zien liggen!
Iets voor tien, na nog een fijne geocache in het station, namen we de eerste trein richting de kust, voorbij Kawasaki, Yokohama en andere ronkende namen. Vreemd genoeg heeft ook zo’n trein nog steeds de layout van een metrostel. Goed twee uur later namen we een volgende, om dan een prachtig treintje te nemen naar Hakone: het zigzagt de berg op, en dat mag je letterlijk nemen: eerst naar links tot aan een platform, dan naar rechts tot een volgend stationnetje, weer naar links enzoverder. Het uitzicht was magnifiek, blij dat we dat genomen hebben in plaats van een bus of zo. Ter plekke aangekomen gingen we een fijn maar stevig trapje af naar beneden, naar het burgerrestaurantje dat Wolf had gevonden.
Eén en ander had wel langer geduurd dan gedacht, zodat we pas na twee uur daar waren, maar man, die burgers hebben gesmaakt! En de weg ernaartoe, over een rivier en langs een hoop bloesems, maakte immens veel goed.
Het was een hele mooie wandeling, maar tijd voor de boottocht met de piratenboot of zelfs de tocht met de kabelbaan was er niet. Tsja. Dat laatste gaan we morgen proberen doen, als de rijen te doen zijn. Reserveringen voor de fast lane zijn al volzet tot eind mei…
We namen de bus richting hotel, stapten verkeerd af omdat de travelapp van ons reisagentschap niet klopte, keerden dan maar op onze stappen terug, vertrouwden op Google Maps en kwamen rond half vijf in ons hotel aan.
Wat een verschil met Tokyo! Ruimte, zen, geen drukte, traditionele elementen… Heerlijk! En een bad op het balkon dat je kan laten vollopen met water uit de heetwaterbronnen onder het hotel, iets wat Bart en ik dus gedaan hebben. Zowel hij als Kobe hebben ook de yukata aangetrokken, voor mij hoefde dat niet meteen. Maar wat een uitzicht, wat een sfeer…
De rest deed voornamelijk een tukje: ik denk dat we allemaal niet goed door hadden dat dit een wellnesshotel is, met een grote onsen beneden met alles erop en eraan. Niet dat Bart of ik erin zouden mogen: zelfs kleine tattoos zijn niet toegestaan.
En tegen zeven uur gingen we eten: we kregen meteen een eigen ruimte toegewezen, in alle rust en sereniteit. Het contrast met de sushiheksenketel van gisteren kon niet groter zijn. En het buffet was uitmuntend.
Kobe trok nadien nog naar de grote onsen, Wolf en Arwen zagen dat niet zitten wegens naakt en al, maar Merel nam nog een badje op haar balkon.
Jammer dat er hier voor de rest niks te beleven valt, want dit hotel verdient meer dan 1 overnachting, toch?
Oh, en met al dat reizen net geen 10.000 stappen.











