Lectuur: “Three hands in the fountain” (Marcus Didius Falco #9) van Lindsey Davis

Zo af en toe neem ik eentje van deze reeks ter hand: de avonturen van Marcus Didius Falco, detective in het Rome van de eerste eeuw na Christus.

Falco zit een glas wijn te drinken met zijn beste vriend, ergens op een terrasje, wanneer een werker van de gemeente een half verrotte hand uit de verstopte waterleiding haalt. Meteen gaan beide heren – die voor het eerst in duo werken – op onderzoek uit. Niet makkelijk, want de overheid wil niet dat het bekend wordt dat er lichaamsdelen in het drinkwater zitten, om opstand en chaos te voorkomen. Alleen blijkt het geen alleenstaand geval te zijn, en is er misschien wel een seriemoordenaar aan het werk die toeslaat tijdens de publieke feesten.

Echt lichte lectuur is dit niet – daarvoor zijn de boeken te lang en de plot soms te ingewikkeld – maar tegelijk is het ontspannend, vooral ook door de wrange humor die Davies hanteert. Het kinderachtige vrouwenbashen is er een beetje uit, al gebruikt ze nog graag een cliché over getrouwde mannen, ambtenaren, gemeentewerkers en zo meer.

Ik lees dit graag als iets uitgebreider tussendoortje en ik grijp er toch telkens weer naar, dus het moet zijn dat het niet slecht is.

Lectuur: “Time to depart” (Marcus Didius Falco #7) van Lindsey Davis

Blijkbaar kreeg een terdoodveroordeelde in keizerlijk Rome nog net de tijd om zelf in ballingschap te gaan: time to depart. Wanneer de beste vriend van Falco een van de grootste criminelen kan oppakken, neemt die deze gelegenheid te baat. Maar in het machtsvacuüm dat op die manier ontstaat, gebeuren wel echt veel diefstallen en moorden, en dat kan natuurlijk niet zo blijven, zeker wanneer stilaan duidelijk wordt dat voornoemde crimineel zijn ballingschap met een korreltje zout neemt…

Voeg daar nog een in de steek gelaten baby aan toe, een geadopteerde hond, de nodige corrupte politie en een compleet van de pot gerukte huwelijksceremonie, en je krijgt een bijzonder vlot leesbare detective, alweer, zoals het hoort.

Grootse lectuur zal het nooit worden, maar die ambitie is er gelukkig niet. Maar als je uit bent op vlot leesbare, historische detectiveverhalen met een stevige dosis sarcasme, dan voldoet dit alweer helemaal.

Lectuur: “Last Act in Palmyra” (Marcus Didius Falco #6) van Lindsey Davis

Mja, deze aflevering van Marcus Didius Falco vond ik wat meer bij het haar getrokken. Ja, het is nog steeds lectuurfastfood, en nog steeds amusant om te lezen, zeer zeker.

Maar deze keer moet Falco undercover richting de Decapolis, een regio van tien geromaniseerde steden in het toenmalige Syrië, nu zowel Syrië, Jordanië als Israël. Hij vindt een smoes om in die richting te trekken en sluit zich zowaar aan bij een toneelgezelschap, iets wat voor Romeinen echt zowat de laagste status was die iemand kon bereiken.

Je trekt ook niet zomaar eventjes op een dergelijke reis, zeker niet wanneer je vriendin van senatoriale afkomst ook mee gaat. Maar bon, als je dat even terzijde laat, is dit alweer een knap in elkaar gestoken stukje detectivewerk. Er valt menig dode en er valt, zeker in het begin, geen touw aan vast te knopen. Maar Davis weet beetje bij beetje haar tips te lossen, al is het sarcasme er soms wat over, vind ik dan. Het hoofdpersonage is nogal vol van zichzelf en die arrogantie durft na een tijdje wel op de zenuwen te werken.

Ik ga nog verder lezen in deze reeks, maar ik denk dat ik daarna toch even een pauze ga inlassen en iets anders lezen. En dan wel weer eens terugkomen naar Falco, want ja, het blijft aangename tussendoorlectuur.

Lectuur: “Poseidon’s Gold” (Marcus Didius Falco #5) van Lindsey Davis

In het vijfde deel van Falco komt hijzelf deze keer zwaar in de problemen wanneer er een oud-legionair die met zijn intussen overleden broer diende, zijn geld van een investering komt opeisen. Alleen heeft Falco geen idee waarover het gaat, kan hij het uiteraard niet aan zijn broer vragen, heeft hij het geld niet, en wordt tot overmaat van ramp die legionair ook nog eens vermoord teruggevonden. En wie is er de hoofdverdachte? Juist ja.

Falco moet noodgedwongen opnieuw contact zoeken met zijn vader die er twintig jaar eerder vandoor is gegaan met een andere vrouw en dus zijn gezin in de steek heeft gelaten. En uiteraard is hij nu nog minder dan voorheen een geschikte echtgenoot voor zijn senatoriale geliefde…

Soit, meer van hetzelfde dus: een vlot geschreven detective in het Rome van Vespasianus, een Rome met veel geweld, diefstal, moord, vuil, lawaai en nog meer van dat soort realistische dingen.

Yup, nog steeds fun.

Endeavour

Ik ben al altijd mega fan van die typisch Britse detectives, stijl Poirot, Midsomer Murders, Inspector Dalgliesh, Miss Marple, dat soort dingen. Niet alles is altijd even goed, er zijn er ook die me niet liggen.

Maar mijn grote, grote favoriet was destijds toch Morse. Ons ma en ik keken altijd samen, of we belden achteraf naar elkaar over de aflevering. Hell, de titelmuziek van Barrington Pheloung hebben we zelfs gespeeld op haar uitvaartdienst.

Lewis, de spin-off sinds John Thaw, de hoofdrolspeler van Morse gestorven is, over zijn sidekick sergeant Lewis, is nog steeds veruit de beste, die steekt met kop en schouders boven de rest uit. En dan was er ook nog Endeavour, de reeks die zich in de jaren vijftig afspeelt over de jonge jaren van Morse als beginnend politieagent. Alleen heb ik er daar amper van gezien, want die werd op een Nederlandse zender uitgezonden en heb ik compleet gemist.

Maar nu heb ik ontdekt dat die te bekijken valt op NPO Star, de betaalzender van de Nederlandse Publieke Omroep. Allez ja, zender: enkel online. Maar de eerste maand is gratis en daarna is het 2.50 euro per maand, ik ga er niet arm van worden. En Kobe heeft voor mij gezorgd dat ik via een omwegje rechtstreeks op het TV-scherm kan kijken zonder mijn computer te moeten aansluiten, want dat zou momenteel niet lukken.

En dus lig ik in de zetel en kijk ik met immens veel genoegen naar Endeavour, terwijl ik haak of brei en mijn rug de nodige rust geef.

En nu nog op zoek naar waar ze BBC First hebben verstopt.

Lectuur: “The Iron Hand of Mars” (Marcus Didius Falco #4) van Lindsey Davis

Als ne mens dan toch bezig is met een reeksje en dat bevalt hem, dan kan hij even goed verder gaan, toch?

Deel vier van Marcus Didius Falco werd dus een feit: Falco moet op undercover missie in Germanië, officieel om een trofee te gaan overhandigen, onofficieel om gesprekken te gaan voeren met een priesteres. Onder andere.

Uiteraard loopt het allemaal niet meteen van een leien dakje, wordt Falco meermaals in elkaar geslagen, loopt zijn leven gevaar, is ook zijn liefdesleven er bij momenten aan voor de moeite en krijgt hij uiteindelijk niet de beloningen die hem verzekerd waren.

Maar opnieuw is dit best aangename lectuur: Davis kent haar materiaal, heeft duidelijk zowel Caesar als Tacitus gelezen en kent geen gebrek aan sarcasme.

Zoals al eerder gezegd: geen toplectuur, maar het leest fijn weg. Soms moet dat niet meer zijn.

Lectuur: “De zaak Magritte” van Toni Coppers

Dit is zo een van die boeken die ik zelf nooit zou kiezen, dat geef ik eerlijk toe. Maar Kobe moest nog een boek lezen voor Nederlands en kwam daar twee dagen op voorhand mee af: hij kreeg het boek dus in handen op maandag en moest er woensdag een presentatie over geven. Gelukkig leest hij even snel als ik: op twee dagen was het boek erdoor.

Het leest dan ook als een trein: Coppers schrijft bijzonder leesbaar, vlot en toch goed geschreven Nederlands dat bijzonder goed past bij zijn genre. Ik heb me geen enkele keer geërgerd aan zijn schrijfstijl, en dat wil in mijn geval wel wat zeggen, geloof me.

Het verwonderde dat hij voor de omslag een schilderij van Magritte mocht gebruiken, maar achteraan staat dat het boek speciaal op verzoek van erven Magritte is geschreven om de herdenking van zijn dood te vieren. Coppers heeft zich bijzonder vaardig van zijn taak gekweten: hoofdpersonage Alex Berger is een ex-rechercheur die na de dood van zijn vrouw bij de aanslagen in Parijs in een diepe depressie is verzonken. Hij had er die avond in Parijs bij moeten zijn, ware het niet dat de verdachte van de zaak waar hij toen mee bezig was, John Novak, net die avond besloten had te gaan praten. En wanneer Novak twee jaar later ontsnapt en gelinkt wordt aan een reeks moorden met het briefje “Ceci n’est pas un suicide”, probeert hij zichzelf samen te rapen tot een iet of wat functionerende onderzoeker.

Het verhaal zit knap in elkaar, wie Brussel en/of Parijs wat kent, kan zo meevolgen waar de personages zich bevinden, en zowel personage als plot zijn realistisch.

Ik vermoed, als ik nog eens een licht tussendoortje wil, dat ik nog wel eens iets van Toni Coppers ga lezen. Ik heb bij deze mezelf verrast.

Lectuur: de Rivers of London (Peter Grant) serie van Ben Aaronovitch

Birgit had me deze reeks aangeraden als lichtvoetig, makkelijk te lezen, en geschreven door een van de schrijvers van Doctor Who. Tsja, hoe kan een mens dan weerstaan?

Het gaat – alweer – om een hedendaagse wizard, maar dan weer in een compleet andere setting dan Harry Dresden of Matthew Swift. Peter Grant is namelijk een jonge politieagent die in de tovenaarswereld rolt, en vaststelt dat de Metropolitan Police in Londen blijkbaar ook een aparte afdeling heeft voor alles wat met het bovennatuurlijke te maken heeft. Zijn inspector is iemand die zo weggelopen lijkt uit de oerbritse films van na de wereldoorlog, strak in het pak en al. Uiteraard levert dit een pak bizarre situaties op, maar eigenlijk vooral een reeks politiedetectives van meer dan deftig niveau met een tovenaarsinsteek. En uiteraard ook een belangrijke rol voor de rivieren in Londen, maar dat moet u vooral zelf ontdekken.

Het leuke is ook dat de boeken wel degelijk verder bouwen op het overkoepelende verhaal, en dat het niet alleen om zeven romans gaat, maar ook daartussen een reeks graphic novels waarin ook dat overkoepelende verhaal verder loopt, en er zit zelfs een luisterboek tussen, maar daar ben ik nog niet geraakt.

Leest het vlot? Welzeker, je gaat je vrij snel identificeren met het hoofdpersonage, maar het zijn ook gewoon goed geschreven detectives, en meer moet dat niet zijn, vind ik.

Fijne vakantielectuur, niks hoogstaands, maar gewoon leuk. Een aanrader dus.