Hele fijne cache in Geel

Toen ik gisteren wegreed van het spelterrein, zag ik dat er vlakbij nog een mooie cache lag, eentje van Rondje Vlaanderen dan nog. Ik reed de boerenslag in, parkeerde en ging op zoek. Al is zoeken niet meteen het juiste woord: de cache was echt een groot bouwsel, netjes afgedekt onder een groot dekzeil. Ik maakte het zeil los, en zag dat het een heel amusant, ingenieus bouwsel was dat enige behendigheid met een houten lepel vereiste.

Ik heb wel even staan prutsen, ja, tot ik het balletje en dus ook het sleuteltje in handen kreeg. Knap gedaan, wellicht heel veel tijd in gekropen, maar wel ideaal om mijn dag goed te maken, voor zover die dat nog nodig had.

Ik reed door heerlijk herfstige bossen naar de snelweg en zo naar huis, naar mijn warme liefdevolle gezin.

Het leven kan best mooi zijn, ja.

De laatste Omen

Het was met gemengde gevoelens dat ik richting Geel reed, vandaag. Ik had er de voorbije dagen eigenlijk geen zin in: te moe, te druk, te veel… Geen zin in sociaal zijn, geen energie. Ik had mijn briefing amper gelezen, maar vandaag begon het gelukkig wel te beteren. We hadden dan ook onze facultatieve vrije dag, waardoor ik me nog niet eens hoefde te haasten.

Tegen half drie zat ik in de auto, met het idee dat ik dan wel de ergste file rond Antwerpen kon vermijden. Traject Geel-Gent ’s nachts, wanneer er dus geen verkeer is: 1 uur en 20 minuten. Traject Gent-Geel vandaag: 2 uur en drie kwartier. Meer dan het dubbele dus. Fijn hoor.

Maar bon, ik was er en ik had twee fijne rollen, ik zag het wel zitten. Bij het ingame gaan was ik even niet nodig: dat was toch gewoon bashen in het donker, en met mijn rug zag ik – en ook spelleiding – dat niet zitten. Daarna was het wachten tot een andere NPC enkele spelers verzameld kreeg om naar de heksenboom te gaan, waar wij dan met een paar, jawel, eventjes heks moesten spelen. Planning: zo rond een uur of negen, zodat we daarna aan onze weekendrol konden beginnen.

De facto: half één. Ik heb dus een hele avond in het spelkot zitten wachten, lekker warm, dat wel. Maar dus wachten. Dat waar ik zo goed in ben…

Soit, het werd gelukkig een haalbare scene. Maar het was dus wel na enen toen we daarmee klaar waren. Eigenlijk zag ik het niet helemaal meer zitten om nog in game te gaan met dat andere personage – make up en kostuum en gedoe – maar Annelies wist me alsnog te overhalen, zodat het half twee was toen we nog in die rol in het spel gingen. En nee, ik heb me dat niet beklaagd: we hebben onze vrijdagavonddoelen nog gehaald, en toen was het plots half vijf! En hadden we nog niet eens in de herberg gemoedelijk zitten kletsen en al.

Maar ondanks het wachten werd het dus toch nog een fijne start. Morgen meer van dat.

Dat ze werkt, die bel!

De elektricien is daarnet langsgeweest, en jawel, de bel werkt! Eindelijk!

Enfin, eigenlijk werkte ze wel al, maar niet zoals ik wilde. Bart heeft namelijk de DoorBot gekocht, een wreed wijze bel, die een signaal geeft naar je iPhone, iPad of wat je ook maar instelt. Je kan dan ‘opnemen’, en zien wie er aan de deur staat, en daar zelfs mee praten. Wreed wijs allemaal.

Alleen… Ik heb lang niet altijd mijn telefoon bij me, en wat als enkel de kinderen thuis zijn? Of ik boven zit, en zij beneden? Dan hoort niemand de bel, helaas.

Ik wilde dus dat ze ook signaal gaf naar een gewone vaste bel hier in huis, zodat je het sowieso hoort. En dat laatste bleek maar niet te lukken, de elektricien kreeg dat niet in gang. Tot vandaag dus. Nu gaat niet alleen mijn telefoon, maar ook een mooie “ding-dong” hier in de woonkamer.

Met andere woorden: ik heb een bel!

En gelukkig dat ne mens daarvan wordt, ge kunt het u niet voorstellen!